Rivier, Gerbranda Catharina (1780-1838)

 
English | Nederlands

RIVIER, Gerbranda Catharina (geb. Rotterdam 8-11-1780 – gest. Rotterdam 1-1-1838), toneelspeelster. Dochter van Simon Rivier (1734-tussen 1790/1815), toneeldichter en reizend toneelspeler, en Catharina Jacoba van der Vliet (1735-1815). Gerbranda Catharina Rivier trouwde op 27-7-1800 in Oost-Souburg (Walcheren) met Henricus Franciscus Tollens (1780-1856), koopman en dichter. Uit dit huwelijk werden 6 dochters en 6 zoons geboren, van wie 3 dochters jong overleden.

Gerbranda Catharina Rivier werd op 12 november 1780, vier dagen na haar geboorte, gereformeerd gedoopt in de Grote Kerk van Rotterdam. Het gezin was daar in 1774 naartoe verhuisd, toen vader Rivier bij de Rotterdamse schouwburg ging spelen. Daar was in dat jaar Gerbranda’s broer Carel Philippus geboren. Haar zuster, Hilletje, en twee broers, Jan (geb. 1763) en Hendrik (1766), waren in Amsterdam geboren. Of hun moeder ook toneel speelde is onbekend. En of vader Rivier op zijn toneeltournees ook zijn gezin meenam is eveneens onbekend. Na 1780 trad hij op in Leiden, Vlissingen, Den Haag, Dordrecht, Alkmaar en Middelburg. Van de vijf kinderen Rivier zijn in ieder geval Gerbranda en Hilletje aan het toneel gegaan.

Over de toneelloopbaan en het toneelspel van Gerbranda Rivier is niets met zekerheid bekend. Waarschijnlijk speelde ze in de jaren 1795-1799 bij de troep van Ward Bingley, die de Rotterdamse Schouwburg bespeelde, maar ook tournees maakte. Zeker is dat Gerbranda niet lang op de planken heeft gestaan. In het najaar van 1798 – ze was toen achttien – leerde ze de even oude Henricus Franciscus (Hendrik) Tollens kennen, een Rotterdamse koopmanszoon van rooms-katholieken huize en toen nog dichter in de dop. Hij werd zodanig verliefd op haar dat zijn eerste dichtbundel, Proeve van sentimenteele geschriften (1799), voornamelijk aan zijn liefde voor haar gewijd is. Blijkens het voorbericht was Gerbranda gecharmeerd van zijn gedichten, maar hield ze hem vooralsnog op afstand.

Figureerde Gerbranda Rivier in Tollens’ eerste bundel nog onder allerlei poëtische namen – Konstance, Lydia, Louize – in zijn volgende bundel stond ze met naam en toenaam. In 1800 droeg de dichter zijn Proeven van minnezangen openlijk op aan ‘mijne tedergeliefde Gerbranda Catharina Rivier’. Hiermee trotseerde hij zijn familie, die zich tegen zijn trouwplannen verzette. Waarschijnlijk was dat omdat Gerbranda toneelspeelster was, maar misschien ook omdat zij niet katholiek was. Gerbranda zelf raakte uiteindelijk overtuigd van de juistheid van haar keuze, getuige het enige gedichtje – uit maart 1800 – dat van haar bekend is: ‘Hij deed de taal zijns harts mij horen,/ En ’t klonk door gans mijn aanzijn [: wezen] heen:/ Deez’ is alleen voor u geboren’ (gecit. Betz, 376).

Gerbranda Rivier en Hendrik Tollens gingen op 19 juli 1800 in het geheim in ondertrouw in Oost-Souburg op Walcheren, ver van Hendriks familie vandaan. Beiden zeiden toen in Amsterdam geboren te zijn, wat mogelijk een opzettelijke mystificatie was. Op 27 juli werden ze in de parochiekerk van Oost-Souburg door ds. Engelberts in de echt verbonden. Enige maanden later was het paar terug in Rotterdam en hervatte Hendrik zijn werk in zijn vaders verfhandel. Met de familie Tollens was de zaak kennelijk snel bijgelegd, en wat de familie Rivier ervan vond is onbekend. Met Gerbranda’s zuster Hilletje moeten ze ten minste in het begin een goede band gehad hebben, want Hendrik schreef in 1800 een gedicht bij het overlijden van haar man, Jan Adriaan Roos. Het feit echter dat Gerbranda en Hendrik geen van hun kinderen naar iemand uit de familie Rivier hebben vernoemd en er nooit een Rivier als doopgetuige is opgetreden, doet vermoeden dat de verhoudingen niet ideaal waren. Wellicht had de familie Rivier bezwaar tegen een katholieke schoonzoon/zwager, al is Gerbranda zelf voor zover bekend nooit katholiek geworden.

Na haar huwelijk heeft Gerbranda Rivier niet meer op het toneel gestaan. Tussen 1801 en 1820 kregen zij en Hendrik elf kinderen, die allen katholiek gedoopt werden en van wie twee meisjes jong overleden. Het twaalfde en laatste kind, een meisje, werd in mei 1822 dood geboren. Misschien was het om Gerbranda op te vrolijken dat juist dat jaar haar verjaardag uitbundig gevierd werd. Dat valt tenminste op te maken uit enkele overgeleverde verjaarsgedichten voor haar. Een maand later, op 8 december, overleed hun oudste zoon Carolus Petrus (1801-1822) in Batavia, maar dat bericht bereikte de familie pas in 1823. ‘De wond is diep! Mijn arme vrouw heeft troost nodig: ik kan haar die niet geven’, schreef Tollens (gecit. Huygens, 179).

Terwijl Hendrik Tollens uitgroeide tot volksdichter en in de volle publieke aandacht stond, verdween Gerbranda Rivier naar de achtergrond. Uit het weinige dat Tollens na zijn hofmakerij over haar heeft gedicht is niet anders op te maken dan dat ze een goed huwelijk hadden; ook opmerkingen van tijdgenoten wijzen daarop (Bentz, 390). Ze zijn altijd in Rotterdam blijven wonen – tot 1819 in de Wijnstraat, daarna aan de Wijnhaven –, met vanaf 1805 een zomerhuisje aan de Wafellaan, en Tollens’ verfhandel heeft altijd het inkomen verschaft. Dat haar man in 1827 de katholieke kerk verliet en remonstrants werd, heeft Gerbranda wellicht genoegen gedaan, al wijst niets erop dat de religieuze verschillen tussen hen een probleem zijn geweest.

Op 1 januari 1838, zo noteerde Tollens in zijn familieaantekeningen, ‘overleed mijne lieve onvergetelijke vrouw’. Gerbranda Rivier was 57 jaar oud geworden. Haar leven heeft zich zozeer in de schaduw van haar man en diens faam afgespeeld dat er nauwelijks een glimp van op te vangen is. ‘Van haar hebben we geen duidelijk beeld gekregen’, schreef G.W. Huygens tegen het eind van zijn Tollens-biografie, om haar vervolgens op grond van de schaarse gegevens te kenschetsen als ‘wat pretentieus’ en ‘onbetekenend’, maar blijkbaar een voor Tollens ‘ideale huwelijkspartner’ (Huygens, 230). Van dat laatste heeft Tollens trouwens zelf nog getuigd in zijn gedicht ‘Herinnering’ (1846), waarin hij terugblikt op hun huwelijk.

Naslagwerken

Frederiks/Van de Branden [onder Simon Rivier en Hendrik Tollens].

Archivalia

  • Gemeentearchief Rotterdam: DTB, Dopen 1, nr. 407, d.d. 12-11-1780 [Gerbranda Rivier]; 35 (RK Leeuwenstraat) [7 kinderen Tollens]. BS, Geboorten 1813b053, 1815a232v, 1817b043v, 1820a222v [4 kinderen Tollens]. BS, Overlijden 1838a007 [Gerbranda Rivier].
  • Stadsarchief Amsterdam: BS, Overlijden 1815, deel 8, 118r [Catharina Jacoba van der Vliet].
  • Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: sign. 121 A 14, map H [afschriften van Tollens’ (familie)aantekeningen, o.a. betr. zijn trouwdatum, en een afschrift van de ondertrouwakte]; sign. 70 F 57 [verjaarsgedichten voor ‘mevrouw Tollens’ door A. Bogaers e.a., 8-11-1822]; sign. 70 F 58, map B [hierin Tollens, ‘Herinnering’].

Literatuur

  • H. Tollens Cz., Proeve van sentimenteele geschriften en gedichten (Amsterdam 1799).
  • H. Tollens Cz., Proeve van minnezangen en idyllen (Amsterdam 1800).
  • H. Tollens Cz., Op het graf van J.A. Roos (Amsterdam z.j. [1800]).
  • P. Haverkorn van Rijsewijk, De oude Rotterdamsche Schouwburg (Rotterdam 1882) 344.
  • P. Haverkorn van Rijsewijk, ‘De jeugd van Hendrik Tollens’, Rotterdamsch Jaarboekje (1888) 118-123, aldaar 121-123.
  • G.H. Betz, ‘Tollens vrijage’, De Gids (1900) 4, 371-391.
  • Ben Albach, Helden, draken en comedianten. Het Nederlandse toneelleven voor, in en na de Franse tijd (Amsterdam 1956) 94.
  • G.W. Huygens, Hendrik Tollens, de dichter van de burgerij. Biografie (1972).

Auteur : Anna de Haas

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 626

laatst gewijzigd: 13/01/2014