Roest van Limburg, Theodora Jacoba (1924-1997)

 
English | Nederlands

ROEST VAN LIMBURG, Theodora Jacoba, vooral bekend als Thea Veldhuyzen van Zanten (geb. Kampen 21-6-1924 – gest. Epe 15-11-1997), zakenvrouw. Dochter van August Eduard Roest van Limburg (1890-1975), directeur gemeentewerken, en Gabriële Altona (1886-1970). Thea Roest van Limburg trouwde op 9-9-1946 in Wierden met Maurits Willem Christiaan Frederik Veldhuyzen van Zanten (1919-2016), econoom. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Thea Roest van Limburg groeide op in Kampen, als enig kind van een remonstrantse gemeenteambtenaar en een Duitse moeder die een dochter (Yelle) meebracht uit een eerder huwelijk. Haar vader was eigenaar van de buitenplaats Weeser Enk in de bossen bij Epe. Na de lagere school bezocht ze het Kamper lyceum. Ze was opstandig, spijbelde veel – ze roeide het liefst op de IJssel – en moest van school af. Op haar zestiende ging Thea naar de Amsterdamse Huishoudschool, waar ze het beter naar haar zin had. In de bezettingsjaren werd ze naar eigen zeggen hoofd van een kraamkliniek. Ze leerde er ‘solidair te zijn met je personeel en een goede band met iedereen te hebben’ (gecit. Schuit).

Vrouwvriendelijk bedrijfsleven

Ruim een jaar na de Bevrijding trouwde Thea Roest met de artsenzoon Rits Veldhuyzen van Zanten, ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken in Den Haag. Haar schoonmoeder redde haar na enige jaren uit de sleur van het beschutte ‘Haagse mevrouwenbestaan’ waarin ze na de geboorte van haar kinderen – in 1948 en 1952 – was beland. Ze ging helpen in de praktijkapotheek van haar schoonvader en rolde daarna van de ene vrijwilligersbaan in de andere.

Omstreeks 1960 kreeg Thea Veldhuyzen van Zanten haar eerste betaalde aanstelling bij dagblad Het Vrije Volk. Ze moest telefonisch adverteerders werven. Hieraan kwam een einde toen ze in 1973 begon als commercieel en organisatorisch medewerkster bij de Koninklijke Van Kempen & Begeer in Voorschoten, een fabriek van exclusief tafelzilver. Ze was hiervoor gevraagd door de president-directeur, met wie het echtpaar Veldhuyen van Zanten bevriend was. In zeven jaar klom ze op tot directeur externe betrekkingen, de enige vrouw in het directieteam.

In 1979 onthulde Thea Veldhuyzen van Zanten in De Telegraaf haar plan om een Vrouwennetwerk op te richten dat ‘vrouwen in vooruitgeschoven posities’ moest bijstaan in de Nederlandse ‘mannenmaatschappij’. Zo werd ze in februari 1980 samen met de Leidse sociologe Nelleke Schoemaker oprichtster en bestuurster van de landelijke Stichting VrouwenNetwerk. Binnen een maand waren er al meer dan 150 inschrijvingen. Het netwerk, opgezet naar Amerikaans voorbeeld, moest geschikte vrouwen en managementvacatures bij elkaar brengen. Het doel werd ondersteund door cursussen voor vrouwelijke managers in het opleidingscentrum van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO, na 1995 VNO-NCW).

Een publicitaire meesterzet van Veldhuyzen van Zanten was de instelling in 1981 van een Nederlandse editie van de Prix Veuve Clicquot, een prijs die vanaf 1972 jaarlijks werd uitgereikt aan een bijzondere Franse zakenvrouw. De eerste Nederlandse ‘Zakenvrouw van het Jaar’ was Lenie de Beus, directeur van de Nederlandse Wegtanker Maatschappij. Van Zanten zat vanaf het begin in de jury. Met haar optredens werd ze zelf een boegbeeld van vrouwelijke managers en ondernemers in Nederland en een ambassadeur voor een vrouwvriendelijker bedrijfsleven. In 1983 hield het Vrouwennetwerk, dat toen 700 leden telde, een congres in Amsterdam. De jonge leeftijd van de meeste deelneemsters verleidde voorzitster Thea van Zanten tot de conclusie: ‘Als dit een conferentie van mannelijke managers was geweest, was de gemiddelde leeftijd aanzienlijk hoger geweest. Kennelijk hebben wij de toekomst’ (gecit. Telgenhof).

In 1984 was Thea van Zanten betrokken bij drie nieuwe initiatieven. In de lijn van haar activiteiten voor het netwerk lag de oprichting van Mentorscope, een stichting die vooral beginnende vrouwelijke ondernemers met raad en daad zou bijstaan. Nieuw was haar betrokkenheid bij de ouderenzorg. Samen met de geriater Henk ter Haar richtte ze de Alzheimerstichting op, waarvan ze de eerste voorzitter werd. Als bestuurslid van de stichting ‘Toch Uit’ zette ze een reisorganisatie op voor mensen die aan dementie lijden.

Afscheid

Thea van Zanten ging met pensioen in 1985. Ze wilde geen grote afscheidsreceptie met alle zakelijke relaties van Koninklijke Begeer, zoals haar president-directeur voorstelde, maar organiseerde een diner met veertig topvrouwen uit het bedrijfsleven. Met haar al enige jaren gepensioneerde man ging ze permanent wonen op de Weeser Enk, de buitenplaats van haar vader – liefkozend noemde ze het haar ‘boshuis’. In 1986 werd ze benoemd tot eerste vrouwelijke adviseur bij het VNO-project ‘Word je eigen werkgever’. Wekelijks hield ze spreekuur voor vrouwelijke ondernemers bij de Kamer van Koophandel in Haarlem. De Stichting VrouwenNetwerk had inmiddels veertig afdelingen, verspreid over heel Nederland.

In 1986 werd bij Thea van Zanten chronische lymfatische leukemie vastgesteld. Ze hield de ziekte acht jaar verborgen voor haar kinderen en de buitenwereld. ‘[Anders] krijg je meteen zo’n stempel opgeplakt en lopen ze met een boogje om je heen, dat wilde ik niet’, zei ze in 1997 in een vraaggesprek met het maandblad Opzij. In juni 1997 vertelde ze voor de KRO-radio nog geestdriftig over de enige jaren eerder ingestelde Thea Veldhuyzen van Zanten Penning, die jaarlijks werd uitgereikt aan een vrouw in een leidinggevende functie. Thea Veldhuyzen van Zanten-Roest van Limburg overleed op 15 november 1997 thuis in Epe, 73 jaar oud, in het bijzijn van haar man en kinderen. De gemeente stemde ermee in dat ze op haar eigen landgoed werd begraven, maar de Inspectie voor de Milieuhygiëne tekende bezwaar aan bij de provincie. De kortgedingrechter in Arnhem kwam eraan te pas om haar wens mogelijk te maken.

Betekenis

Thea Veldhuyzen van Zanten was een boegbeeld van onderneemsters die het door mannen gedomineerde ondernemersklimaat van Nederland metterdaad doorbraken. Ze kreeg daarvoor erkenning, ook van de gevestigde – lees: mannelijke – orde. ‘Vrouwen als Veldhuyzen van Zanten hielpen het klimaat in Nederland te veranderen’, meldde de website van het ondernemersnetwerk Sprout in 2010. Van groot belang waren de efficiënte netwerken die ze hiertoe opzette. Met haar glasheldere en vaak strijdlustige oneliners (‘De grootste belemmering is dat mannen diep in hun hart bang zijn voor professionele vrouwen’ en ‘Dat gewapper met drukke agenda’s heb ik altijd onzinnig gevonden’) maakte ze zich geliefd bij de publieksmedia, van De Telegraaf tot en met het feministische Opzij. Als pragmatische en professionele pr-vrouw voelde ze weinig voor feministische symboolpolitiek. Zo heeft ze altijd de in ondernemerskringen de internationaal bekende familienaam van haar man gevoerd.

Naslagwerken

Nederland’s Patriciaat.

Archivalia

  • Atria, Amsterdam: archief Stichting VrouwenNetwerk Nederland (SVN) 1979-2002.
  • Nationaal Archief, Den Haag: familiearchief Roest van Limburg 1604-1978.

Literatuur

  • ‘Vrouwelijke manager staat haar mannetje’, De Telegraaf, 31-10-1979.
  • Tom van Rijswijk, ‘Misschien een elitegroep, maar we moeten bovenaan macht veroveren’, Leidse Courant, 13-3-1980.
  • Hanneke Peters, ‘Vrouwen helpen elkaar knokken voor carrière’, De Telegraaf, 5-4-1980.
  • Stichting VrouwenNetwerk, Een stap verder, Stichting VrouwenNetwerk (Vreeland 1982).
  • Gerda Telgenhof, ‘Management en vrouwen: moeizame weg naar de top’, NRC-Handelsblad, 29-3-1983.
  • Lilian Schuit, ‘Thea van Zanten (72), het boegbeeld van vrouwelijke managers’, Opzij, 1-4-1997.
  • Maritte Braspenning, ‘De prijs: Thea Veldhuyzen van Zanten’ [KRO-radio-interview, 11-6-1997].
  • ‘Mevrouw M. Veldhuyzen van Zanten-Roest begraven op eigen grond’, NRC-Handelsblad, 22-11- 1997.
  • ‘Mythische vrouwen’, [URL: http://www.sprout.nl/artikel/juridisch/mythische-vrouwen; geraadpleegd 19-9-2016].

Illustratie

Thea Veldhuyzen van Zanten, door onbekende fotograaf, ca. 1970 (Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis).

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 01/07/2017