Roghman, Geertruydt (1625-na 1651)

ROGHMAN, Geertruydt (ged. Amsterdam 19-10-1625 – gest. Amsterdam? na 3-1651), graveerster, etster en tekenares. Dochter van Hendrick Lambertsz. Roghman (1601-voor 12-1657) en Maria Savery (1598-na 11-1637). Een huwelijk van Geertruydt Roghman is niet bekend.

Geertruydt (Giertje) Roghman groeide op in een Amsterdamse kunstenaarsfamilie. Zij was de oudste uit een gezin van zes kinderen, van wie er drie de kunst beoefenden: zijzelf maakte gravures, etsen en tekeningen, haar broer Roelant Roghman (1627-1692) was een schilder en tekenaar van landschappen en kastelen en haar zuster Magdalena Roghman (1637-na 1669)  graveerde. Vader Roghman was graveur, en via de moeder waren de Roghmans geparenteerd aan de kunstenaarsfamilie Savery. Geertruydt groeide dus op in een kunstzinnig milieu. Mogelijk werkte ze met haar broer en zus in een familiewerkplaats. Over haar leven kennen we geen verdere details. De laatste archivalische vermelding van haar bestaan is van 1651 (DoA).

Van Geertruydt Roghman zijn 23 prenten bekend, zowel etsen als gravures. Zij maakte een portretgravure naar een (onbekend) schilderij van Paulus Moreelse van haar oudoom Roelant Savery, voorzien van een lofdicht (gedateerd 1647) van de hand van haar vader. Ook bracht zij tekeningen van haar broer Roelant in prent, zoals een ongedateerde serie van veertien etsen met landschappen en dorpen in de omgeving van Amsterdam, getiteld Plaisante lantschappen en uitgegeven door Claes Jansz. Visscher in Amsterdam.

Geertruydt Roghman is vooral bekend door een serie van vijf gravures met vrouwenwerkzaamheden – een reeks die zij zowel ontwierp als graveerde. Het betreft huiselijke interieurs met werkende vrouwen: ze naaien, spinnen, poetsen en koken. Volgens de kunsthistoricus Eddy de Jongh zijn de prenten ontstaan tussen 1648 en 1650 (Spiegel van alledag, 270). Ook deze prentenserie werd uitgegeven door Claes Jansz. Visscher en later opnieuw door diens zoon en kleinzoon – omstreeks 1680 waren de koperplaten nog in bezit van de familie Visscher. In de achtttiende eeuw werden de prenten heruitgegeven door Covens en Mortier te Amsterdam, een firma die tussen 1721 en 1778 heeft bestaan. Dit betekent dat er ook toen nog vraag was naar deze kennelijk populaire reeks prenten met vrouwenwerk. In 1898 waren de vijf gravures van Geertruydt Roghman met werkende vrouwen te zien op de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in Den Haag. In de catalogus wordt Geertruydt ‘dochter van de schilder-etser Roelant Roghman’ genoemd, wat aangeeft dat de familieverhouding tussen beide kunstenaars toen nog niet geheel duidelijk was. In 1915 werd een van de vrouwenprenten opgenomen in het tweedelige werk De vrouw van H.C.H. Moquette, voorzien van het onderschrift ‘Vrouwelijke bezigheden in de achttiende eeuw’. Dit doet volgens De Jongh vermoeden dat de maker van de prentenserie toen nog onbekend was (Spiegel van alledag, 268).

Aan Geertruydt Roghman worden ook enkele tekeningen toegeschreven: een krijttekening van een landschap (British Museum, Londen), een krijttekening met een jonge spinster (veiling Kunsthaus Lempertz, Keulen, 22 mei 2004, nr. 1346) en een met een kantklossende vrouw (veiling Christie’s, Amsterdam, 25 november 1991, nr. 87).

Sinds de jaren ’80 van de twintigste eeuw is Geertruyd Roghman uit de vergetelheid geraakt. Opnieuw was het haar prentenserie met vrouwelijke bezigheden die de aandacht trok en in diverse publicaties werd vermeld en beschreven. De reeks (in zijn geheel of ten dele) is ook op diverse tentoonstellingen te zien geweest.

Naslagwerken

Van der Aa; DoA; DWA; Van Eijnden en Van der Willigen (onder Roelant Roghman); Elck zijn waerom; Houbraken (onder Roelant Savery); Immerzeel (onder Roelant Roghman); Kramm; Lexicon Noord-Nederlandse kunstenaressen; NNBW; Petteys; Thieme; Waller; Wurzbach.

Werk

Het merendeel van het grafische werk van Geertruydt Roghman (waaronder de prentenserie met werkende vrouwen) bevindt zich in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam. Over de aan Geertruydt Roghman toegeschreven tekeningen, zie databases en beelddocumentatie van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie te Den Haag.

Literatuur

  • Les femmes artistes. Catalogue d’une collection unique des dessins, gravures et eaux-fortes, composés ou executés par des femmes, Frederik Muller en Co. ed. (Amsterdam 1884) 638-43.
  • Catalogus van de nationale tentoonstelling van vrouwenarbeid (’s-Gravenhage 1898) 220, nr. 393-397.
  • H.C.H. Moquette, De vrouw, 1 (Amsterdam 1915) 114.
  • F.W.H. Hollstein’s Dutch and Flemish etchings, engravings and woodcuts ca. 1450-1700, deel 20, Diewke de Hoop Scheffer ed. (Amsterdam 1978) 65-66.
  • C.S. Ackley, Printmaking in the age of Rembrandt, tentoonstellingscatalogus Boston, Museum of Fine Arts / St. Louis, St. Louis Art Museum (1980-81) 166, cat. nr. 107 [spinnende vrouw uit de prentenserie vrouwenwerkzaamheden].
  • Margarita Russell, ‘The women painters in Houbraken’s Groote Schouburgh’, Woman’s Art Journal 2 (1981) 1, 7-11.
  • L.A. Stone-Ferrier, Dutch prints of daily life. Mirrors of life or masks of morals?, tentoonstellingscatalogus The Spencer Museum of Art / University of Kansas (Lawrence 1983) 59-61 [spinnende vrouw uit de reeks gravures met vrouwenwerkzaamheden].
  • Simon Schama, ‘Wives and wantons: versions of womanhood in 17th century Dutch art’, The Oxford Journal 3 (1980) 5-13.
  • Simon Schama, The embarrassment of riches. An interpretation of Dutch culture in the Golden Age (Londen 1987) 416-417.
  • W.Th. Kloek, De kasteeltekeningen van Roelant Roghman, 2 (Alphen a/d Rijn 1990) 6-14 [biografische aantekeningen van S.A.C. Dudok van Heel en M.J. Bok].
  • M.M. Peacock, ‘Geertruydt Roghman and the female perspective in 17th-century Dutch genre imagery’, Woman’s Art Journal 14 (1993-94) 2, 3-10.
  • Eddy de Jongh en Ger Luijten, Spiegel van alledag. Nederlandse genreprenten 1550-1700, tentoonstellingscatalogus Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum (Amsterdam 1997) 268-271.
  • Willem Frijhoff en Marijke Spies, 1650 Bevochten eendracht (Den Haag 1999) 526, 530.
  • Eric Domela Nieuwenhuis, Paulus Moreelse (1571-1638), 2 delen (Leiden 2001) [over de portretgravure van Geertruydts oudoom Roelant Savery, zie deel 1, 332 en deel 2, 415-416].

Illustratie

Gravure van spinnende vrouw, uit de reeks met vrouwenwerkzaamheden, ca. 1648-1650 (Rijksmuseum, Amsterdam).

Auteur: Yvonne Bleyerveld

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 284

laatst gewijzigd: 13/01/2014