Roos, Neeltje (1914-1970)

 
English | Nederlands

ROOS, Neeltje (geb. Ridderkerk 3-10-1914 – gest. Amsterdam 24-8-1970), danspedagoge, danseres. Dochter van Jan Roos (1891-?), huisschilder, en Adriana Westbroek (1894-?). Nel Roos had een relatie met Maria Koning (1928-2016), danseres en balletlerares.

Neeltje Roos werd geboren in Ridderkerk en groeide op in Rotterdam. Daar volgde ze danslessen van Berta Elenbaas en Nore Durang, pioniers van de moderne dans. Rond 1934 begon ze haar dansopleiding aan de Rotterdamse balletschool ter Bevordering der Toonkunst van Corrie Hartong. Ook studeerde ze in Parijs bij Nora Kiss en Olga Preobrajenska. In 1938 deed ze eindexamen op de Rotterdamse Balletschool en begon ze er zelf als docent.

Eigen balletschool

In 1942 maakte Nel Roos haar debuut als danseres bij de balletafdeling van Het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam, onder leiding van Yvonne Georgi. Nel Roos had graag fulltime op het podium gestaan, maar ze was te lang voor de toen geldende normen in het ballet. Het bleef dan ook bij incidentele optredens en ze ontplooide zich verder als danslerares. In 1945 werd Roos hoofddocent aan het opleidingsinstituut van Yvonne Georgi aan de Koninginneweg. Toen Georgi drie jaar later Nederland verliet omdat ze werd beschuldigd van collaboratie met de Duitsers, nam Roos haar dansschool over. Rond 1953 werd deze omgedoopt tot Balletstudio Nel Roos; aanvankelijk een amateurdansschool, maar later ontwikkelde deze zich tot de beroepsopleiding Balletacademie Nel Roos. Daarnaast bleef Roos in de avonduren aan enthousiaste amateurs lesgeven. Immers, ‘meisjes die op kantoor zitten hebben ook recht op ontspanning’ (Het Vrije Volk, 28-7-1956).

Veel professionele Nederlandse dansers en danseressen zijn hun opleiding begonnen bij Nel Roos. Zij was zich erg bewust van de kwetsbaarheid van lichaampjes in de groei, en moest weinig hebben van de ‘ijdelheid’ van ouders die hun kinderen te vroeg op spitzen wilden laten dansen of die hen dwongen om hun benen verder uit te draaien dan hun jonge lijf aankon. Zo vertelde Alexandra Radius later dat ze tot haar grote verdriet van Nel geen spitzen mocht dragen zolang haar botten niet sterk genoeg waren. Nel Roos nam haar verantwoordelijkheid als docent serieus. Wanneer ze meende een talent in een van haar lessen ontdekt te hebben, liet ze altijd ook andere docenten naar hen kijken – ze wilde niet alleen over de toekomst van haar pupillen beslissen. Ook hechtte ze op haar dansschool veel belang aan muzikale en theatrale vorming. Ze stelde hele hoge eisen aan zichzelf en verwachtte hetzelfde van haar leerlingen. Ze had er geen begrip voor als studenten niet het uiterste van zichzelf vroegen.

Amerika

In 1961 werd Nel Roos benoemd tot directrice van de Dansacademie van het Rotterdams Conservatorium en van de dansschool van de stichting Rotterdamse Muziekschool. Ze nam de plaats in van Corrie Hartong, die vanwege haar gezondheid een stap terug moest doen en in Roos een ‘mededirectrice’ vond. Naast haar werkzaamheden in Rotterdam bleef Nel Roos ook directrice van haar eigen academie in Amsterdam. Het feit dat ze als directrice vooral bezig was met administratie en niet meer zelf doceerde, was een bron van frustratie voor haar. Tot haar vreugde kon ze in de zomermaanden lesgeven tijdens verschillende internationale danskampen. Zo gaf ze jarenlang balletles tijdens Fine Arts-kampen in Zwitserland. Via de Amerikaanse dansdocent Ted Shawn, die ze daar ontmoette, werd ze in de zomermaanden van 1962 en 1963 ‘choreographer in residence’ bij het Jacob’s Pillow Dance Festival in de Verenigde Staten. Haar choreografieën Dans Suite en Cage of innocence werden uitgezonden op de Amerikaanse televisie, zonder reclame-onderbrekingen. Ook werd ze in 1963 gevraagd om tijdens het festival de ‘teachers course’ van choreograaf George Balanchine te volgen. Vanwege haar contacten in de Verenigde Staten werd ze Nederlands correspondente voor het Amerikaanse balletblad Dance Magazine.

In 1969 gingen zes theateropleidingen in Amsterdam, waaronder ook de Balletacademie Nel Roos en de Scapino Dansacademie, op in de Theaterschool. Beide opleidingen bleven naast elkaar bestaan (totdat ze in 1987 fuseerden tot de huidige Nationale Balletacademie). Op 24 augustus 1970 overleed Nel Roos op 55-jarige leeftijd onverwacht aan een hartaanval. Ze was op dat moment directrice van twee balletacademies, bestuurslid van het Nationale Ballet, lid van de commissie staatsexamen, lid van de Amsterdamse Kunstraad, de Rotterdamse Kunststichting en de Raad voor de Kunst. Op verzoek van Roos is ze in alle stilte gecremeerd en is pas daarna ruchtbaarheid gegeven aan haar overlijden. Haar opvolgster was haar assistente en levenspartner, Maria Koning.

Betekenis

Nel Roos stond aan de wieg van de professionele dansacademies in Amsterdam en Rotterdam. Ze had enkelen van Nederlands grootste ballerina’s aan de barre staan, en droeg als directrice van de Nel Roos dansacademie bij aan de carrières van vele professionele dansers en danseressen.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: archiefkaart.
  • Stadsarchief Rotterdam: gezinskaart.

Naslagwerken

Theaterencyclopedie.

Literatuur

  • Het Vrije Volk, 28-7-1956, 28-8-1970 [necrologie].
  • Algemeen Handelsblad, 16-9-1961; 29-8-1970 [necrologie].
  • ‘Danspedagoge Nel Roos overleden’, De Tijd. 26-8-1970.
  • Nieuwsblad van het Noorden, 18-9-1969.
  • Telegraaf, 18-6-1963; Telegraaf, 29-8-1970 [necrologie].
  • Corrie Hartong, ‘Nel Roos, 1914-1970’, Rotterdams Jaarboekje (1971) 197-199.

Illustratie

Nel Roos, door Stephen Molkenboer, ongedateerd (Collectie Theater in

Nederland).

Auteur: Bobbie Blommesteijn

laatst gewijzigd: 03/05/2017