Rose, Catharina (?-na 1587)

ROSE, Catharina, en Maeyken in den Hert (gest. na juni 1587), heldinnen van het beleg van Sluis.

Catharina Rose en Maeyken in den Hert worden samen genoemd als kapiteins van de vrouwen die tijdens het beleg van Sluis hielpen bij het versterken van de bolwerken. Op 12 juni 1587 sloegen de troepen van de hertog van Parma het beleg voor Sluis, een van de weinige steden in Vlaanderen die toen nog in handen waren van de Staatse opstandelingen. Aanvankelijk, zo blijkt uit de documenten, stuurde de commandant van het garnizoen zoveel mogelijk vrouwen en kinderen de stad uit. Zij konden vertrekken op de schepen waarmee op 14 juni troepen van de Engelse bondgenoot in Sluis waren aangekomen om de stad te helpen verdedigen. Toch waren kennelijk niet alle vrouwen vertrokken, want op 20 juni werd ‘mette trommel’ afgekondigd dat de vrouwen die nog aanwezig waren, moesten meehelpen aan de versterking van de stad tussen de Blauwe Toren en de Smedetoren. Het bolwerk dat de vrouwen aanlegden, werd ‘Vrouwenberg’ of ‘Venusberg’ genoemd.

De vrouwen stonden onder leiding van Catharina Rose en Maeyken in den Hert. De historicus Pieter Bor meldt in zijn Nederlantschen oorloghen (eerste druk: 1601) dat de mannen die kwamen kijken naar dit vrouwenwerk, door hen werden gesommeerd manden aarde aan te dragen. Ook citeert hij een rijmpje dat op hun werk was gemaakt: ‘Gewillig, zonder erg/ te werken aan Venus-Berg/ Zo heet ons Bolwerk/ Dat gemaakt wordt sterk/ Van Venus-dieren schone/ Opdat men alzo tone/ ’t Goede hart altijd/ Dus weg die pais[=vrede]maker zijt’. Het rijmpje was ondertekend: ‘goedwillig in het hart, Catharina Rose’.

Reeds op 22 juni kon de Vrouwenberg met vier stukken geschut worden bezet. Enkele dagen later bouwden de vrouwen van Sluis een tweede bolwerk, dat ‘het kind van de Venusberg’ werd genoemd. Over de rol van Catharina Rose en Maeyken in den Hert wordt in de verslagen van het beleg verder geen melding meer gemaakt.

Op 31 juli verklaarden zowel soldaten als burgers zich in een krijgsraad nog bereid door te vechten, maar toen hulp uitbleef, moest de stad zich op 5 augustus overgeven. De soldaten kregen een eervolle aftocht, en ook de burgers – vooral vrouwen – mochten de stad verlaten. Johan van Beverwijck meldt in zijn Wytnementheyt des vrouwelicken geslachts (1643) dat zich onder de soldaten een vrouw bevond die als man had meegevochten en vlak na het beleg trouwde met een van haar medesoldaten uit Sluis. De figuren van Catharina Rose en Maeyken in den Hert zijn door Geertruida Bosboom-Toussaint tot leven gewekt in haar roman Gideon Florensz. (1854). Vooral Catharina Rose krijgt hierin een ware heldenrol. Zij is niet alleen de vrouw die de meeste moed toont en op 31 juli de bevolking oproept door te vechten, maar ook blijkt zij een goede verpleegster. Aan het einde van het boek trouwt ‘de kordate verpleegster uit Sluis’ met de Engelse sergeant Patt.

Naslagwerken

Van der Aa.

Literatuur

  • Pieter C. Bor, Nederlantschen oorloghen, beroerten ende borgerlijcke oneenicheyden deel 23 (Leiden 1621) 4v.
  • J. van Beverwyck, Van de wytnementheyt des vrouwelicken geslachts (Dordrecht 1643) 358.
  • A.L.G. Bosboom-Toussaint, Gideon Florensz., 4 delen (Amsterdam 1854-1855).
  • D. van der Bauwhede, ‘De Reconquista van Sluis, 12 juni - 5 augustus 1587’, in: A. Bauwens e.a., Opstand en verval. Aspecten van het dagelijks leven in het Brugse tijdens de laatste decennia van de 16de eeuw (Brugge 1987) 85-140.

Auteur: Els Kloek

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 147

laatst gewijzigd: 13/01/2014