Rosenheimer, Ida (1911-1960)

 
English | Nederlands

ROSENHEIMER, Ida, vooral bekend als Ida Simons, ook bekend onder het pseudoniem C.S. van Berchem (geb. Antwerpen 11-3-1911 – gest. Den Haag 27-6-1960), concertpianiste en schrijfster. Dochter van Moritz (Maurits) Rosenheimer (1875-1936), koopman, en Constance Vecht (1886-1963). Ida Rosenheimer trouwde op 11-1-1933 in Den Haag met David Simons (1904-1998), jurist. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren.

Ida Rosenheimer werd geboren in Antwerpen, als eerste en enige kind van ouders die worstelden met financiële problemen. Ida’s vader, Duits van geboorte, stamde uit een gegoede joodse koopmansfamilie maar was zelf als zakenman een mislukking, haar moeder was een in Londen geboren Nederlandse die graag Engels sprak. Zo groeide Ida op in een omgeving waar Vlaams, Duits, Engels, Nederlands en Jiddisch werd gesproken. Toen alle Duitsers in augustus 1914 België moesten verlaten omdat de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken, reisden de Rosenheimers via Engeland naar Nederland, waar ze woonden in Scheveningen en Den Haag. Op 14 juli 1921 kregen ze de Nederlandse nationaliteit. In de jaren 1922-1923 woonde het gezin korte tijd in Berlijn. Ida’s vader wilde er zaken doen, daartoe aangetrokken door de hyperinflatie. De onderneming werd een fiasco en na enkele maanden moesten ze terugkeren naar Scheveningen.

Concertpianiste Rosenheimer

Pianospelen was Ida’s leven. Ze studeerde bij Paul Frenkel in Nederland, bij Jan Smeterlin in Londen en bij Paul Loyonnet in Parijs. Op negentienjarige leeftijd debuteerde ze als concertpianiste in de Cercle Musical Juif in Antwerpen. Het was het begin van een bloeiende carrière. Rosenheimer speelde in Diligentia, het Gebouw voor de Kunsten en Wetenschappen en in de Kurzaal. Landelijk werd ze bekend met haar optredens als soliste met alle Nederlandse symfonieorkesten, waaronder het Concertgebouworkest onder leiding van Bruno Walter en het Residentie Orkest. Ze trad op in Engeland (Brighton en Hastings) en opnames van haar concerten waren in de jaren dertig regelmatig op de radio te beluisteren. Ook begeleidde ze andere musici. In 1933 trouwde Ida Rosenheimer met de jurist David Simons, destijds ambtenaar Provinciale Griffie in Den Haag en vanaf 1936 directeur van het Bureau Verificatie bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ze kregen één zoon: Carel Arthur Jan (1937-2009). Als pianiste bleef Ida optreden onder de naam Rosenheimer.

In 1941 raakte Ida’s echtgenoot zijn baan bij de VNG kwijt omdat joden in overheidsdienst werden ontslagen. Hij werd leraar boekhouden en handelswetenschappen op het Joods Lyceum in Den Haag. Een jaar later kwamen de namen van de familie Simons op de lijst-Frederiks, een lijst van ‘verdienstelijke Joodse Nederlanders’ die onder goedkeuring van de Duitsers was opgesteld door secretaris-generaal K.J. Frederiks. Hun plaats op de lijst dankte het gezin Simons aan David, die vanwege zijn vroegere werk contacten had met Frederiks. Door zijn bemiddeling kwamen relatief veel docenten van het Joods Lyceum op de lijst. Met haar man en kind werd Ida Simons in april 1943 geïnterneerd op Kasteel de Schaffelaar in Barneveld, een tochtige bouwval waar desondanks muziekavonden werden georganiseerd, onder meer met musici die in het nabijgelegen Huize de Biezen waren geïnterneerd, zoals de violist Sam Swaap. Vanuit De Schaffelaar en De Biezen werd de hele ‘Barneveldgroep’ in september 1943 op transport naar kamp Westerbork gestuurd. Daar was geruime tijd een voltallig symfonieorkest actief en werden ook kamermuziekconcerten gegeven. Rosenheimer soleerde er in het orkest en musiceerde er onder anderen met violist Herman Leydensdorff. In juli 1944 werkte Rosenheimer mee aan de laatste uitvoering: een kamermuziekavond. Op 3 augustus van dat jaar werden alle culturele activiteiten verboden.

In september 1944 volgde deportatie naar Theresienstadt. Hier stonden de kamermuziekconcerten in hoog aanzien. Rosenheimer musiceerde er met de eerdergenoemde Leydensdorff en Swaap, en verder met Siegfried de Boer en Sam Tromp. Op 5 februari 1945 werd een groep van ongeveer 1200 joden uit Theresienstadt vrijgelaten en naar Zwitserland gebracht. Onder hen was het gezin Simons. Na een herstelperiode in Zwitserland kwamen Ida, David en Jan zomer 1945 in het bevrijde Nederland terug, waar David een carrière doorliep als advocaat en hoogleraar.

Ida Rosenheimers eerste naoorlogse optreden was in 1945 met Samuel Swaap. Maar de oorlog had haar verzwakt en hoewel ze in de jaren vijftig nog een succesvolle tournee door Amerika maakte, besloot ze te stoppen met haar fysiek en mentaal zware muziekcarrière. In het schrijven vond ze een nieuwe manier om zich te uiten. Haar nauwelijks opgemerkte debuut was de dichtbundel Wrange oogst in 1946, waarin ze haar oorlogservaringen verwerkte. Onder het pseudoniem C.S. van Berchem verscheen in 1956 haar prozadebuut, de novellebundel Slijk en sterren. De twee hierin gebundelde verhalen hebben allebei een overlevingsstrategie als thema. Ook dit boek kreeg weinig aandacht in de pers.

Schrijfster Simons

In het voorjaar van 1959 verscheen onder de naam Ida Simons de autobiografische roman Een dwaze maagd. Het boek was onmiddellijk een succes. Net als in Slijk en sterren is ‘overleven’ een thema in deze roman. Simons’ stijl werd geroemd, met name vanwege de combinatie van haar geestige, licht cynische toon met een inhoud vol droefheid en diepgang. Zelf schreef Simons hierover in een gedicht (gepubliceerd in Ter herinnering aan Ida Simons-Rosenheimer): ‘humor is […] de kleurige lap die een wond moet bedekken’. Recensenten plaatsten haar in de traditie van Nescio en Elsschot en haar toon en aandacht voor het menselijk tekort doen denken aan het werk van Marnix Gijsen, met wie Simons bevriend was. In de periode tot 1989 volgden vijf herdrukken van Een dwaze maagd, en in 1962 verscheen een Duitse vertaling. Simons las zo nu en dan voor uit eigen werk, maar leidde verder een teruggetrokken leven.

Het was bekend dat Ida Simons een zwakke gezondheid had. Toch kwam haar overlijden op 27 juni 1960 onverwacht. Vanuit haar huis aan de Haagse Johan van Oldenbarneveltlaan (nr. 114) werd ze ‘volgens haar wens […] in alle stilte’ begraven op de joodse begraafplaats aan de Oude Scheveningseweg. Postuum verscheen in 1961 (herdrukt in 1966) haar tweede, onvoltooide roman Als water in de woestijn.

Reputatie

Ida Rosenheimer was als pianiste geliefd in Nederland maar ook daarbuiten. Als schrijfster raakte Ida Simons na haar dood in de vergetelheid. Maarten ’t Hart noemde Een dwaze maagd in 2007 ‘één van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur’, maar het duurde tot 2014 voordat deze roman een bestseller werd. De herdruk bij Uitgeverij Cossee zette Simons weer volop in de schijnwerpers en vertaalrechten werden verkocht aan ten minste tien buitenlandse uitgevers.Mieke Tillema werkt aan een biografie van Ida Simons.

 

Naslagwerken

Kritisch lexicon van de moderne Nederlandstalige literatuur.

Archivalia

  • Letterkundig Museum, Den Haag: diverse brieven en autografen.
  • NIOD, Amsterdam: knipselcollectie Ida Simons, geb. Rosenheimer (KB I 11760).

Publicaties/werken

  • Wrange oogst, 1940-1945 (Den Haag 1946).
  • Slijk en sterren, twee novellen (Den Haag 1956, onder pseudoniem C.S. van Berchem, bevat In memoriam Mizzi en Overmacht).
  • Een dwaze maagd (Den Haag 1959).
  • Als water in de woestijn. Fragmenten en verhalen (Den Haag 1961).

Literatuur

  • Erik van den Berg, ‘Geestig in mineur’, de Volkskrant, 31-5-2014.
  • Pierre H. Dubois, Over Ida Simons, in: Ter herinnering aan Ida Simons-Rosenheimer (Den Haag 1960).
  • Corien Glaudemans, ‘Een nieuw leven voor het werk van Ida Simons-Rosenheimer (1911-1960)’, op http://www.joodserfgoeddenhaag.nl/een-nieuw-leven-voor-het-werk-van-ida-simons-rosenheimer-1911-1960/, 14 juli 2014.
  • Maarten’t Hart, ‘Literair hoogtepunt. Ida Simons, schrijfster, 1911-1960’, in: B.C. Funnekotter red., Onbekende vaderlanders. Over minder bekende helden en schurken uit de Nederlandse geschiedenis (Amsterdam 2009) 123-126. (Ook verschenen in NRC Handelsblad, 16-7-2007.)
  • Hans Sijtsma en Yteke van der Vegt, ‘Klassiek repertoire’, in: Dirk Mulder en Ben Prinsen red., Lachen in het donker. Amusement in kamp Westerbork (Hooghalen/Assen 1996) 76-80.
  • Sam Swaap, ‘Joodse musici tijdens de Bezetting’, Nieuw Israëlitisch Weekblad, 9-8-1946.
  • Mieke Tillema, ‘Een wijze vrouw’, in: Ida Simons, Een dwaze maagd (Amsterdam 2014) 201-206.

Illustratie

Portret (Erven Ida Simons).

 

Auteur: Elizabeth Kooman

laatst gewijzigd: 20/08/2017