Sanders, Georgine Marie (1921-2015)

 
English | Nederlands

SANDERS, Georgine Marie, vooral bekend als Tineke Vroman (geb. Padang, Nederlands-Indië 4-3-1921 – gest. Fort Worth, V.S. 22-12-2015), antropologe en schrijfster. Dochter van Gerrit Samuel Sanders (1891-1949), onderwijzer en inspecteur inlands onderwijs, en Maria Elisabeth Bickes (1897-1968), onderwijzeres. Georgine Sanders trouwde op 10-9-1947 in Highland Park, New Jersey (V.S.) met Leo Vroman (1915-2014), bioloog, dichter, schilder. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren.

Georgine (Tineke) Sanders groeide met een oudere en jongere broer op in een gezin dat vanwege het werk van de vader vaak verhuisde. Het gezin woonde eerst op Sumatra (Padang, Fort de Kock (tegenwoordig Bukittinggi) en Muara Enim) later op Java (Blitar, Jombang en Jogjakarta). Tineke zat steeds op Europese scholen. Tijdens groot verlof in 1932 maakte ze in Amsterdam de lagere school af. Haar hbs-opleiding deed Tineke in Medan (Sumatra), Semarang (Java) en tot slot in Batavia (tegenwoordig Jakarta), waar ze in 1938 eindexamen deed aan de Rijks H.B.S. Koning Willem III. De verhuizingen en de terughoudendheid van haar ouders tot alles wat inlands was, maakten Tineke eenzaam en timide.

Overrompeld door Vroman

Het huwelijk van Tinekes ouders liep stroef. In de zomer van 1938 vertrok moeder Sanders met de kinderen naar Holland om te zien of een tijdelijke verwijdering de relatie kon redden. Tineke ging medicijnen studeren in Utrecht – met haar moeder en broers woonde ze in een pension aan de Burgemeester Reigerstraat (nr. 77) en vanaf 1939 in een flat aan de Rembrandtkade (nr. 60II).

Tineke Sanders werd lid van de studentenvereniging Unitas. Daar leerde ze bij een diner biologiestudent en dichter Leo Vroman kennen. ‘Godallemachtig! Ik zit naast mijn vrouw!’ (Vroman, 37), dacht Leo en hij deed Tineke eind oktober 1938 een huwelijksaanzoek. Ze voelde zich overrompeld, maar na een bedenktijd van een paar weken nam ze het aan: op 26 november verloofde ze zich met Leo. Toch bleef Tineke twijfelen: ze was dol op Leo maar keek ook erg tegen hem op. Ze was bang dat een huwelijk met hem haar persoonlijke ontwikkeling zou beïnvloeden. Bovendien raakte ze in de ban van Leo’s vriend Max de Jong, student Nederlands en ook lid van Unitas. Ze schreef gedichten maar stopte daarmee nadat Max ze had bekritiseerd.

In de Tweede Wereldoorlog vervolgde Tineke haar studie terwijl Leo, die Joods was, via Engeland naar Nederlands-Indië ging en daar in interneringskampen terechtkwam. Een enkele brief daargelaten hadden ze geen contact met elkaar. In 1941 zorgde Tineke voor Leo’s poëziedebuut in tijdschrift Groot Nederland. Ze slaagde voor haar kandidaatsexamen en werkte een tijd in een ziekenhuis in Gouda. Toen ze in het voorjaar van 1943 de loyaliteitsverklaring weigerde te ondertekenen en arrestatie dreigde, dook ze onder bij een tandartsgezin in Soest – ze werkte er in de huishouding.

Begin 1944 kon Tineke Sanders terug naar Utrecht. Pas vier maanden na de bevrijding hoorde ze dat haar verloofde nog leefde. In januari 1946 hervatte ze haar studie en zorgde ze voor de publicatie van Vromans debuut Gedichten. Vroman zat intussen in Amerika. Als bloedonderzoeker ging hij aan de slag in New Brunswick.

Amerika

Najaar 1946 haalde Tineke Sanders haar doctoraal en op 28 maart 1947 werd ze semi-arts. Op een studentenvisum reisde ze datzelfde jaar naar Amerika, waar Vromans baas een assistentenplaats voor haar had gecreëerd. Op 10 september 1947 trouwden ze in Highland Park (nabij New Brunswick), en niet lang erna verhuisden ze naar New Brunswick. Tineke Vroman bleef in het ziekenhuis werken tot de dag voor de geboorte van hun oudste dochter Geri (1950). In 1952 volgde de geboorte van Peggy. Door de zorg voor haar dochters en haar aversie tegen de medische zorg in Amerika kwam er niets terecht van het voornemen van Vroman-Sanders om haar artsenopleiding af te ronden. Ze zette zich in voor het schoolbestuur en de padvinderij van haar dochters.

In 1955 verhuisde het gezin vanwege Leo’s werk naar New York (Manhattan, en vanaf 1961 Brooklyn). Toen de kinderen volwassen waren, wilde Tineke psychologie studeren aan de universiteit van New York, maar ze werd op grond van haar leeftijd en gebrek aan werkervaring afgewezen. De Older Women’s Liberation attendeerde haar op de New School for Social Research, waar ze wel werd toegelaten en van 1970 tot 1977 studeerde. Tussen 1973 en 1978 deed ze in het Veterans Administration Hospital in Brooklyn onderzoek naar de revalidatie van afasiepatiënten. Op 12 december 1979 promoveerde ze op The Anthropological dimension in the rehabilitation of aphasics. Na anderhalf jaar lesgeven kreeg ze een baan in het Bellevue Hospital Centre in New York, waar ze zich bezighield met cognitieve revalidatie van mensen met een hersenbeschadiging. Later deed ze dit werk in de privékliniek van een bevriende psychologe.

Poëzie

Samen met Leo schreef Tineke Vroman in 1985 Met en zonder Max de Jong. De herinneringen aan de in 1951 gestorven Max maakten het verlangen tot dichten in Tineke weer wakker. Georgine Sanders – om verwarring met haar dichtende echtgenoot te voorkomen gebruikte ze haar geboortenaam – publiceerde poëzie in De Gids, De Tweede Ronde en Hollands Maandblad en debuteerde in 1987 met een eigen bundel: Het onvoltooid verleden (in 1990 opgenomen in Het onvoltooid bestaan). Hierna volgden nog drie dichtbundels op naam van Georgine Sanders. Samen met Leo Vroman publiceerde ze in 2002 Alles aan elkaar, waarin de twee zich in gedichten tot elkaar richten. Ze vormden een hecht echtpaar, een team. Volgens hun dochters oversteeg hun liefde voor elkaar die voor hun kinderen (die ook groot was).

Tineke Vroman beëindigde haar wetenschappelijke werk toen het paar in 1997 verhuisde naar een appartement op de tiende etage van een woon-zorgcomplex in Fort Worth (Texas), in de buurt van dochter Peggy. Na de dood van Leo (22-2-2014) hoopte ze ook ‘gauw te gaan’, en haar wens kwam uit (Van Hengel, 21). Ze stierf op 22 december 2015, in de ouderdom van 94 jaar.

Betekenis

Tineke Vromans werk als wetenschapper werd gewaardeerd, haar poëzie kreeg overwegend positieve recensies en werd opgenomen in enkele bloemlezingen. Toch is zij met name bekend als ‘de vrouw van’. ‘Ik vond het niet leuk als ik in Holland kwam dat ik het aanhangsel was van Leo. Zijn, hoe heet dat… inspiratie’, zei Tineke (Bibeb, 79). Leo Vroman bezong haar als muze in zijn poëzie en schreef Tineke (1948), een novelle waarin hij haar zijn eigen leven liet leiden. Ike Bertels wijdde de documentaire Soms is liefde eeuwig (2009) aan het echtpaar Vroman en Mirjam van Hengel schreef over hen het boek Hoe mooi alles (2014), dat door Léon van der Sanden bewerkt werd tot een gelijknamig toneelstuk (2015).

Archivalia

Letterkundig Museum, Den Haag: VRO 19; V 00936 B1; 18 TOO; J 04207 B1; G 00785 B1.

Publicaties

Behalve de hierboven genoemde titels:

  • [met Leo Vroman], Voor Bert in vriendschap (Woubrugge 1988).
  • Autogeografie (Landgraaf 1991).
  • Millennium fortold/Het millennium voorspeld (Woubrugge 1992).
  • Een huis om in te slapen (Amsterdam 2007).

Literatuur

  • Bibeb, ‘Tineke Vroman. “Ik ben destijds het meest ontmoedigd door vrouwen. Geen huisvrouwen, juist die met een beroep”’, in: idem, Bibeb & de kunst (Amsterdam 1984) 74-81.
  • Leo Vroman, Warm, rood, nat & lief (Amsterdam/Antwerpen 1994).
  • Maarten Evenblij, ‘Jij denkt daar anders over’, in: Twan Geurts red., Zo, dit is de wereld. Alumniportretten. Utrechtse afgestudeerden over 50 jaar leven en werk (Utrecht 1996) 88-97.
  • Frénk van der Linden, ‘“Wij worden dolgraag gecremeerd, zo nu en dan”. Leo en Tineke Vroman’, in: idem, Tot op het bot. Gesprekken over ziel en zaligheid (Amsterdam/Antwerpen 2000) 204-219.
  • René B. Karels, ‘“Nu had ik telkens haar hand in mijn hand”. Over de Indische poëzie van Leo Vroman en Georgine Sanders’, Indische letteren 18 (2003) 36-55.
  • Ike Bertels, Soms is liefde eeuwig (2009) [documentaire].
  • Mirjam van Hengel, Hoe mooi alles. Leo en Tineke Vroman, een liefde in oorlogstijd (Amsterdam 2014).

Illustratie

Tineke Vroman-Sanders, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Letterkundig Museum, Den Haag).

Auteur: Elizabeth Kooman

laatst gewijzigd: 22/11/2017