Bommel, Aartje Wilhelmina van (1901-1994)

 
English | Nederlands

BOMMEL, Aartje Wilhelmina van, vooral bekend als Mien van ‘t Sant (geb. Gorinchem 23-2-1901 – gest. Leersum 9-8-1994), schrijfster. Dochter van Henri Louis Antoin van Bommel (1863-1938), onderwijzer en schoolhoofd, en Johanna Lamberta Emck, (1860-1902), onderwijzeres. Aartje Wilhelmina van Bommel trouwde op 14-4-1927 in Gorinchem met Willem Cornelis van ’t Sant (1899-1985), onderwijzer. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Mien van Bommel groeide op in Gorinchem, als tweede dochter in een luthers onderwijzersgezin. Haar moeder stierf toen ze één jaar oud was. Miens vader, hoofd van de openbare tussenschool voor jongens in Gorinchem, hertrouwde een jaar later met Wilhelmina Margaretha Walpot (1859-1938).

Als kind speelde Mien graag piano en ze wilde daarom de muziek in, maar de huisarts vond haar gezondheid te zwak. De journalistiek trok haar ook, maar haar conservatieve vader vond dit ‘mannenberoep’ ongepast en stuurde haar, net als haar twee jaar oudere zus Margreet, naar de kweekschool. Vanaf haar achttiende stond Mien voor de klas. In de zeven jaar dat ze als onderwijzeres werkzaam was, haalde ze haar hoofdakte en de lo-akte Duits. Haar studie voor de mo-akte Duits liep stuk op een langdurige overspannenheid – ze leed aan migraine.

Schrijven over doorsnee-gezinnen

In 1927 trouwde Mien van Bommel met de onderwijzer Wim van ’t Sant, ook afkomstig uit Gorinchem. Ze zegde haar baan op, werd Nederlands-hervormd en zou haar man 38 jaar lang helpen met huiswerkklassen aan huis, eerst in Gorinchem en vanaf 1964 in Leersum. Uit liefhebberij studeerde ze Latijn, Italiaans en Noors. Ze haalde de onderwijsbevoegdheden voor steno en typen. Ondertussen schreef Mien, die zich voortaan Mien van ’t Sant zou noemen, korte verhalen voor tijdschriften als Astra, Iris, Moeder en Libelle. Daarnaast leidde ze tot 1970 – alleen of met haar man – belangeloos meer dan honderd berg- en wintersportreizen voor de Nederlandse Reisvereniging (NVR). In haar woonplaats was ze betrokken bij de Nutsbibliotheek en bij de opriching van de plaatselijke afdeling van de Vereniging van Huisvrouwen.

In de jaren 1946-1947, tijdens een tweede rustkuur in het rustoord voor overspannen onderwijzers van De Bond van Nederlandsche Onderwijzers in Lunteren, begon Mien van ’t Sant boeken te schrijven. Tot dan toe had haar man dit tegengehouden omdat hij dacht dat de inspanning van het schrijven haar migraine zou bezorgen. Maar toen ze negen maanden in het herstellingsoord moest doorbrengen, schreef ze tijdens de verplichte middagrust met potlood in schoolschriftjes. Zo ontstonden haar eerste drie boeken. Een vriendin bracht haar in contact met uitgeverij Holland in Amsterdam en zo verscheen in 1948 haar debuut Wijs mij de weg. Eigenlijk was dit het laatste deel in een serie. Later vonden de eerdere delen, Op de drempel (1949) en Het volle leven tegemoet (ca. 1950), hun weg naar het publiek.

Na een reisgids voor de NVR te hebben geschreven en een Duits meisjesboek te hebben vertaald kwam Mien van ’t Sant in 1960 met het eerste deel van de Mieke-serie, een reeks voor meisjes over wat toen een bakvis heette (10-16 jaar). Vanaf 1973 beschreef ze in de reeks mavo-Parkietjes de lotgevallen van kinderen in haar buurt. De recensies waren meestal vernietigend: critici vonden de verhalen ouderwets en saai. Zelf verklaarde Mien van ’t Sant  dat ze schreef over doorsnee-gezinnen, waar opgroeiende meisjes of moeders allerlei ‘probleempjes’ moeten overwinnen die veelal met liefde en naastenliefde te maken hebben. De scheiding tussen goed en kwaad maakte ze altijd duidelijk en de boeken liepen allemaal goed af.

Mien van ’t Sant heeft ruim honderd titels op haar naam staan. Driekwart van haar boeken schreef ze na de pensionering van haar man, die zich ontwikkelde tot een soort huisman. In een interview verklaarde ze dat hij altijd heeft ‘meegewerkt’ aan haar schrijverschap, vooral door zich er niet mee te bemoeien. Ze noemde dat heel gelukkige jaren. Het huwelijk bleef kinderloos. Naar eigen zeggen vergoedden haar geesteskinderen en de huiswerkkinderen dat gemis voor een klein deel. In de rouwadvertentie van haar man is sprake van een pleegkind, maar daar zijn verder geen bronnen voor. Op haar tachtigste verjaardag ontving Mien van ’t Sant de eremedaille in goud verbonden aan de orde van Oranje Nassau. De laatste tien jaar van haar leven maakte reuma haar het schrijven onmogelijk. Na de dood van haar man in 1986 verhuisde ze naar een eenkamerappartement in een verouderd bejaardentehuis. In 1987 richtte Mien van ’t Sant een naar haarzelf genoemde stichting op. Dit fonds heeft als doelstelling haar romans te bewaren en het culturele leven in de provincie Utrecht en de Vijfherenland te bevorderen. Mien van ’t Sant-van Bommel overleed in 1994 op 93-jarige leeftijd in Leersum. De bibliotheken van Gorinchem en Leersum ontvingen na haar dood een kast met daarin al haar uitgegeven titels.

Reputatie

Het werk van Mien van ’t Sant verscheen in voor Nederland ongewoon grote oplagen: een eerste druk van vijfentwintigduizend tot dertigduizend exemplaren was heel gewoon. Ze was bovendien jarenlang de meest uitgeleende auteur van de Nederlandse bibliotheken. Een totaaloplage van haar oeuvre is niet bekend, omdat ze vanwege haar grote productie haar werk bij verschillende uitgevers onderbracht: Kok,Westfriesland, Callenbach en Van Holkema & Warendorf. De financiële opbrengst van haar werk kon haar niets schelen. Behalve aan reizen gaf ze nauwelijks geld uit. Haar boeken zijn altijd afgedaan als ‘damesromannetjes’ en werden weinig gelezen in kringen van literair geïnteresseerden.

Mien van ’t Zant was lid van het Schrijverscontact, een vereniging voor auteurs met een christelijke levensvisie, en aanvankelijk ook van de Vereniging van Letterkundigen, maar die werd volgens haar beheerst door een ultra-linkse club. Zelf noemde ze zich een romanschrijfster. Ze verwierp de etiketten streekromanschrijfster, damesromanschrijfster en christelijk schrijfster. Haar boeken spelen immers nooit in een bepaalde streek en godsdienst speelt een onderschikte rol. Ook al behoort Mien van ’t Sant tot een van de best verkochte auteurs van naoorlogs Nederland, toch komt ze in de overzichten van de Nederlandse literatuurgeschiedenis niet voor.  De stichting Mien van ‘t Sant Fonds bestaat nog altijd.

 

Archivalia

Letterkundig Museum, Den Haag: dossier Mien van ‘t Sant [niet nader gecatalogiseerde archivalia  en krantenknipsels].

Publicaties

Er bestaat, voor zover bekend, geen overzicht van het oeuvre van Mien van ’t Sant. Enkele titels:

  • Wijs mij de weg (Amsterdam 1948) [debuut].
  • Tirol en Voralberg (Amsterdam 1955). Reisgids voor De Nederlandsche Reisvereeniging i.s.m. Uitgeverij Kosmos.
  • Ursula speelt het klaar (Nijkerk 1956) [vertaling uit het Duits van Lily Biermer Der Himmel gehört Ursula (1956)].
  • Ook ik ben schuldig (Ede 1985) [laatste boek].

Literatuur

  • ‘Schrijfster Mien van Sant reeds bezig met 77ste boek’, Reformatorisch Dagblad, 20-2-1976.
  • ‘Schrijfster Mien van ‘t Sant tachtig jaar’, Reformatorisch Dagblad, 27-3-1981.
  • ‘Mien van’t Sant legt de pen neer’, Reformatorisch Dagblad, 1-9-1983.
  • Rob Hirdes, ‘Meest uitgeleende auteur Mien van ‘t Sant: “Mijn leven is beetje bij beetje weggeveegd’”, Leeuwarder Courant, 20-5-1988.

Illustratie

Portretfoto door onbekende fotograaf, ca. 1983 (coll. Stichting Mien van ‘t Sant Fonds).

 

Auteur: Arno van der Valk

 

 

 

laatst gewijzigd: 13/09/2017