Sant, Nicolina Charlotte Elise (1909-1990)

 
English | Nederlands

SANT, Nicolina Charlotte Elise, vooral bekend als Blaka Lola, ook als Tante Lientje (geb. Paramaribo 20-7-1909 – gest. Paramaribo 28-4-1990), legendarische Surinaamse prostituee op de Amsterdamse Wallen. Dochter van Nicodemus Nicolaas Sant (1884-1918/19) en Frederika Evelina Theodora Gondel (?-1912/13). Nicolina Sant trouwde op 31-8-1966 in Amsterdam met Anthonius Johannes Geesink (1915-1967), caféhouder. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Nicolien Sant werd in 1909 in Paramaribo geboren als jongste van drie. Ze had twee broers: William en Hennie. Haar moeder overleed toen Nicolien drie jaar oud was. Toen zes jaar later ook de vader stierf, kwamen de kinderen terecht in het weeshuis van de Nederlandse zendelingen van de Evangelische Broedergemeenschap. Veel kan ze daar niet geleerd hebben, want naar het schijnt was ze analfabeet.

Rond 1928 werd Nicolien naar Nederland gestuurd om als dienstmeisje in Amsterdam te werken. Ze kwam terecht op verschillende adressen, maar nergens bleef ze lang. Bij haar ‘eerste dienstje’ werd ze naar eigen zeggen slecht behandeld en sliep ze soms voor straf buiten in het kolenhok. Na een ruzie zetten haar werkgevers Nicolien op straat. Om in haar levensonderhoud te voorzien werkte ze kortstondig als verpleegster in het Onze Lieve Vrouwengasthuis. Vanaf eind jaren dertig verhuisde Nicolien Sant ongeveer ieder half jaar, vermoedelijk omdat zij weer als dienstmeid aan het werk was. Van een benedenwoning in Amsterdam (Okeghemstraat 39) verhuisde ze in 1938 naar chique adressen in Bloemendaal. Begin 1939 keerde ze tijdelijk terug naar Amsterdam (Milletstraat 21), maar later dat jaar woonde zij weer in een villa aan de Hinlopenlaan (nr. 12) in Naarden. In die periode leerde ze het Amsterdamse nachtleven kennen. Ze vond er een baantje als danseres in de in 1940 geopende nachtclub La Cubana van zanger-entertainer Max Woiski sr.

‘Afrikaanse prinses’

Na de losse dienstverbanden belandde Nicolien Sant rond 1942 in de Amsterdamse raamprostitutie, al dan niet gedwongen door schulden. Ze was een van de eerste zwarte sekswerkers op de Amsterdamse Wallen, en vanwege haar exotische uitstraling en haar hazenlip gold ze al snel als een bezienswaardigheid – een ‘Afrikaanse prinses’. Velen vergaapten zich aan haar verschijning en ze kreeg de bijnaam Blaka Lola (Zwarte Lola). Haar bekendste werkadres was Stoofsteeg 9, een doorgang tussen de Oudezijds Voorburgwal en de Oudezijds Achterburgwal. Hoewel Sant soms woedend kon uitvallen tegen voorbijgangers die zich alleen maar aan haar vergaapten, wist ze heel goed haar exotische uiterlijk in haar voordeel in te zetten – ze verdiende goed aan haar werk op de Wallen.

In de oorlogsjaren woonde Nicolien Sant op acht verschillende adressen in Amsterdam. Enige tijd woonde ze samen met een zekere Willem. Het is onbekend of hij een vriend of een pooier was. Dankzij het werk in de prostitutie kon Sant zich redden – in de hongerwinter aten er regelmatig gasten mee aan haar tafel omdat zij nog steeds redelijk goed verdiende. Ook later stond Sant bekend om haar vrijgevigheid. Ze huurde een huis in de Jodenbreestraat, waar ze ook na de bevrijding bleef wonen. Vanaf 1961 woonde ze daar samen met de kroegbaas Anton Geesink, met wie zij in 1966 trouwde en naar de Indische Buurt verhuisde (Soembawastraat 30). Daar was zij overigens gewoon een mevrouw, want lang niet iedereen wist van haar werk als prostituee.

Suriname

Op de Wallen was Nicolien Sant bij leven al een legende. Iedereen kende haar en de papegaai Flora, die ze vanaf 1959 hield. Ze stond er bekend als Tante Lien en ontfermde zich over een aantal andere prostituees, die ramen van haar huurden. Naar verluidt bezat ze ook huizen in Suriname en kocht ze Babeloo op het Rembrandtplein, het café dat haar man uitbaatte. Haar vrijgevigheid en goedgelovigheid zouden er echter ook voor hebben gezorgd dat ze haar geld weer snel kwijtraakte. Toen Geesink na één jaar huwelijk in 1967 stierf aan een leverkwaal, ging het bergafwaarts met Sant. Ze leed aan dementie en had ernstige diabetes. In 1981 moest Sant worden opgenomen in het Dr. Sarphatihuis omdat ze niet meer voor zichzelf kon zorgen.

In 1985 keerde Sant terug naar Suriname, waar ze in Huize Albertina werd opgenomen, een verzorgingstehuis in Paramaribo. Haar gezondheid verslechterde snel. In 1990 overleed Nicolien Sant, tachtig jaar oud. Op 5 mei werd ze begraven door slechts veertien mensen op begraafplaats Vrede en Arbeid; een grafsteen werd niet geplaatst.

Betekenis

Van 2001 tot 2003 voerde acteur en theatermaker Frank Wijdenbosch de succesvolle theatershow Blaka Lola op over het leven van Nicolien Sant. Hij ijverde voor een grafsteen als eerbetoon aan de eerste zwarte prostituee op de Wallen, een steen die in 2003 op de begraafplaats in Paramaribo werd geplaatst. Het plaatsen van een plaquette in de Amsterdamse Stoofsteeg bij het raam waar zij voorheen werkte, is slechts een voornemen gebleven.

Literatuur

  • Marieke Visser, ‘Het markante leven van Blaka Lola’, Historische Nieuwsblad 11 (2002) nr. 5-6.
  • Rudie Kagie, ‘Zwarte Lola. Toneelstuk over de eerste zwarte prostituee op de wallen’, Vrij Nederland, 1-3-2003.
  • Rudie Kagie, De eerste neger (Amsterdam 2006) 236-246.
  • Paul Arnoldussen e.a. red., Aan de Amsterdamse Wallen (Amsterdam 2016) 286.
  • Patrick van den Hanenberg, i.s.m. Ronny Woiski, Bruine bonen en kouseband. Een biografie van Max Woiski senior en junior (Amsterdam 2016) 58.

Illustratie

in bestelling

Auteur: Ingrid van der Vlis

laatst gewijzigd: 28/05/2017