Sante, Sophia Maria Christina van (1925-2007)

 
English | Nederlands

SANTE, Sophia Maria Christina van (geb. Zaandam 11-8-1925 – gest. Amsterdam 9-12-2007), zangeres (alt/mezzosopraan). Dochter van Simon Bernardus van Sante (1876-1936), architect, en Maria Sophia Christina Willenborg (1885-1960). Sophia van Sante had een langdurige relatie met Henk J.M. Muller (1923?-1980), muziekdocent en -criticus.

Sophia van Sante werd als jongste van zeven kinderen geboren in een rooms-katholiek gezin in Zaandam. Haar vader was architect, haar moeder was jarenlang actief in de Sint Elisabeths-Vereeniging voor katholieke zieken en behoeftigen, waarvoor ze een onderscheiding van de katholieke kerk ontving. Er werd in het gezin veel gezongen; moeder speelde piano, vader dwarsfluit. Ook Sophia was muzikaal. Zingen was haar tweede natuur, maar na haar mulo-opleiding moest ze om financiële redenen gaan werken op een kantoor.

Rond haar 25ste besloot Sophia van Sante alsnog het zingen serieus aan te pakken. Ze nam les bij de bekende sopraan To van der Sluys en op haar aanraden volgde ze een cursus op het Amsterdamse Muzieklyceum. In drie jaar tijd behaalde ze het Staatsexamen Theorie, een jaar later haar zangdiploma. ‘’s Morgens op kantoor, ’s middags werken aan de zang’ zei ze daar later over (Een leven lang, 25-11-1999).

Internationale solistencarrière

In 1955 werd Sophia van Sante toegelaten tot de operaklas van het conservatorium, waar ze gecoacht werd door Anna el Tour en Ruth Horna. Korte tijd later werd ze geselecteerd voor een stage van zes weken in Bayreuth. Er ging een wereld voor haar open. Vooral de aanwezigheid van de beroemde zangeres Gré Brouwenstijn was heel bijzonder: ‘Zij was voor veel zangeressen van mijn generatie het levende bewijs dat je als Nederlands talent op het internationale podium wel degelijk een positie kon verwerven’ (Mens & Melodie, april 1996). In oktober 1956 werd ze door dirigent Felix de Nobel aangenomen bij het Nederlands Kamerkoor. Al snel kreeg ze alle mezzo-solo’s te zingen.

Sophia van Sante gaf op 14 december 1958 haar eerste liederenrecital in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, begeleid door De Nobel. De recensies liepen uiteen. Het Algemeen Handelsblad sprak van een veelbelovend talent dat nog meer technische studie en levenswijsheid behoefde, De Tijd vond het optreden niet pakkend en miste ontspanning. Kort daarna ontving ze een beurs om in Rome bij de pedagoge Marietta Amstadt haar techniek te perfectioneren. Na terugkomst in 1959 werd Sophia van Sante met Wilma Driessen uit 140 kandidaten gekozen voor de Operastudio van de Nederlandse Opera. Daarmee ging een droom in vervulling. Op 23 augustus 1960 volgde haar officiële debuut bij de Nederlandse Opera in La Traviata van Verdi en dat betekende het begin van een grote internationale solistencarrière.

Van 1960 tot 1983 werkte Sophia van Sante in meer dan zestig opera- en muziektheatervoorstellingen mee. Ze zong op Europese en Noord-Amerikaanse podia, was soliste op de grote Europese festivals en werkte met beroemde dirigenten en orkesten. Ook in het Concertgebouw trad ze veelvuldig op, vooral met eigentijdse muziek. Haar repertoire strekte zich uit van Monteverdi tot moderne componisten. Ze was opvallend goed in haar talen, wat ze zelf toeschreef aan haar muzikaliteit: ‘In Rome moest ik in het Russisch een opera van Stravinsky zingen. Ze dachten dat ik een Russin was’ (Een leven lang, 25-11-1999). Vanaf 1965 was ze, behalve soliste, ook hoofdvakdocente zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In 1967 kreeg ze een relatie met haar oud-muziekdocent Henk Muller, als H.J.M. Muller bekend om zijn scherpe kritieken in De Telegraaf. Toen hij in 1980 stierf, noemde ze hem ‘mijn lieve Levenskameraad, Vriend en Raadsman’ (De Telegraaf, 28-5-1980).

Eind 1982 zong Sophia van Sante haar laatste rol bij de Nederlandse Opera in Jevgeni Onjegin van Tsjaikovski. In 1985 sloot ze ook haar podiumcarrière af en een jaar later stopte ze op het Conservatorium: ‘Het was geen bewust gepland afscheid. Gaandeweg had ik steeds meer leerlingen gekregen, ook privé. Op zeker moment werd het solistenbestaan simpelweg overschaduwd door de lespraktijk. Mijn carrière is dan ook als een nachtkaars uitgedoofd’ (Mens & Melodie, 1996). Ze gaf haar leerlingen veel en leerde op haar beurt veel van hen. ‘Het geheim van de stem is niet de keel maar de geest,’ zei ze in een interview (NRC Handelsblad, 7-4-1989). Midden jaren negentig stelde Sophia van Sante in eigen beheer een dubbel-cd samen met een keuze uit haar oude opnamen. Ze vond het waardevol die muzikale erfenis voor het nageslacht te bewaren en wilde daarmee aan haar leerlingen iets doorgeven.

Sophia van Sante, die nog lang privélessen bleef geven, overleed op 9 december 2007 in haar woonplaats Amsterdam, in de ouderdom van 82 jaar.

Betekenis

Sophia van Sante was befaamd om het brede muzikale scala dat ze beheerste, haar mooie stem en haar perfecte dictie. Ze bezat een fotografisch en muzikaal geheugen, waardoor ze een veelgevraagd soliste was voor het eigentijdse repertoire. Maar met dezelfde intentie en hetzelfde gemak zong ze oude muziek. Tot een grote diva groeide ze niet uit. Daarvoor was ze te bescheiden en misschien leende haar stemtype zich daar ook niet zo voor.

Naslagwerken

Dutch Diva’s.

Werk

Een selectie van haar plaatopnamen:

  • Prometheus van Carl Orff o.l.v. Ferdinand Leitner met het Kölner Rundfunk-Simfonie Orchester en het koor van de Westdeutsche Rundfunk (langspeelplaat 1972).
  • Der Rosenkavalier van Richard Strauss o.l.v. Edo de Waart met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het koor van de Nederlandse Opera (langspeelplaat 1976).
  • Muziekweb.nl maakt melding van 12 cd’s, uitgekomen tussen 1988-2012, waaronder: Sophia van Sante (1995) [Dubbel-cd, uitgegeven in eigen beheer].

Literatuur

  • Hein J. van Royen e.a. red., Historie en kroniek van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest 1888-1988, deel 2 (Zutphen 1988).
  • Wenneke Savenije, ‘Geheim van de stem is niet de keel maar de geest’, NRC Handelsblad 7-4-1989.
  • Oswin Schneeweisz, ‘Het enfant terrible van De Nobel’, Mens & Melodie (1996) april, 182-184.
  • Gerard Maassen en Geert van den Dungen, Een wonder van klank. Het Nederlands Kamerkoor 1937-1997 (Zutphen 1997).
  • Jurjen Vis, Sophia van Sante – Portret van een zangeres (eigen beheer 1995) [tekst bij de cd].
  • [Vraaggesprek], Een leven lang, 25-11-1999 [radio-uitzending].
  • Louis Peter Grijp e.a. red., Een muziekgeschiedenis der Nederlanden (Amsterdam 2001).

Illustratie

Sophia van Sante, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Instituut voor Beeld en Geluid, Hilversum).

Auteur Pauline Micheels (met dank aan Aukelien van Hoytema en Gerard Maassen)

laatst gewijzigd: 17/03/2017