Sartika, Dewi (1884-1947)

 
English | Nederlands

DEWI SARTIKA (geb. Tjitjalengka, Nederlands-Indië 4-12-1884 – gest. Cineam, Indonesië 11-9-1947), onderwijzeres, voorvechtster meisjesonderwijs. Dochter van Soema Negara (?-na 1894), districtsbestuurder, en Rajapermas (?-?). Dewi Sartika trouwde in 1906 in Bandoeng met Soeria Winata (?-?), onderwijzer. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren.

Dewi Sartika (roepnaam Uwi) groeide op als een van de zes kinderen van adellijke Soendanese ouders. Haar vader was van 1875 tot 1894 hoofd (‘patih’) van Bandoeng, de hoofdstad van West-Java, haar moeder was als kleuter uitgehuwelijkt geweest aan Raden Aria Adipatih Wiranata Koesoemah, van 1846 tot 1874 regent van Bandoeng, maar had het huwelijk verbroken en was hertrouwd met Raden Soema Negara, de vader van Dewi Sartika.

Dewi Sartika was een van de weinige inheemse meisjes van haar tijd die de Europese Lagere School (ELS) bezochten. Toen ze in de derde klas zat (in 1893), moest zij de school verlaten omdat haar vader door de koloniale regering verbannen werd naar Ternate – hij was gepasseerd voor de functie van regent van Bandoeng, had aanslagen gepleegd op de nieuwe regent en een aantal Nederlandse ambtenaren. De moeder van Dewi Sartika volgde haar man in ballingschap, zijzelf en haar broers en zusjes werden opgenomen in het huishouden van een zwager van haar vader: Raden Demang Suriakarta Adiningrat, patih van de afdeling Tjitjalengka (tegenwoordig: Cicalengka). Ze kreeg daar tot haar vijftiende les van een van diens echtgenotes en de vrouw van Sjoerd van Hamel, de aldaar gestationeerde Nederlandse ambtenaar.

Scholen voor meisjes

In 1899 ging Dewi Sartika terug naar Bandoeng, waar ze inwoonde bij familie van haar moeder. Ze volgde een onderwijzersopleiding en vatte het plan op om scholen voor inheemse meisjes op te richten. Dit sloot goed aan bij de Ethische Politiek die na 1901 het koloniale overheidsbeleid bepaalde en de steun had van de inheemse bestuurselite op Java. Met steun van de regent van Bandoeng, een verre verwant van haar, opende ze op 16 januari 1904 haar School voor Meisjes (Sekolah Istri) op het erf van zijn ambtswoning. De school telde meteen 63 leerlingen, en aan het eind van het eerste schooljaar was dat aantal gestegen tot 80. Schoolinspecteur C. den Hamer kende de school nog datzelfde jaar subsidie toe. Dit was een primeur: nog nooit was een meisjesschool, tot stand gekomen op inheems initiatief, met geld van de koloniale overheid gesteund. Ook waren er plannen voor een nieuw schoolgebouw. In 1906 trouwde Dewi Sartika met Raden Soeria Winata, weduwnaar en hoofd van de Inlandse School der Eerste Klasse in Bandoeng. Ze kregen één zoon: Atot Soeria Winata – deze zou later commies worden bij de PTT.

Als ‘hoogstaande inlandse dame’ gaf Dewi Sartika in augustus 1911 een openbare les in haar school in Bandoeng (Java-Bode, 25-8-1911). In oktober van dat jaar reisde ze met haar man op uitnodiging van de plaatselijke regent naar het nabijgelegen Garoet om een tweede school voor meisjes te openen, het initiatief van de vrouw van de regent. Bij die gelegenheid werd door Europese dames de stichting Tot Heil der Vrouw (Kaoetamaan Istri) opgericht – Dewi Sartika werd voorzitster van de stichting. Tussen 1911 en 1926 kwamen er nog acht andere meisjesscholen onder deze stichting in het regentschap Preanger (tegenwoordig: Priangan). In 1922 was Dewi Sartika’s eigen school met 220 leerlingen de grootste tweede klasse school in Bandoeng.

In 1914 leverde Dewi Sartika een bijdrage aan het ambtelijke rapport van de Welvaartscommissie: Onderzoek naar de Mindere Welvaart op Java en Madoera; haar bijdrage ging over de verheffing van de inlandse vrouw. Dewi Sartika’s opvatting was dat het onderwijs voor meisjes de normale schoolvakken behoorde te bevatten, maar tevens de leerlingen moest uitrusten voor hun latere rol in het gezin. Het lesprogramma diende ook aan te sluiten bij de eigen cultuur: zo kregen de leerlingen kookles in Indonesische gerechten en leerden ze batikken bij de lessen handarbeid. Ook Soendanese etiquette stond op het programma. De suggestie van een Nederlandse bezoekster om les te geven in het stijven en strijken van westerse kostuums – ze ging er vanuit dat de leerlingen wel dienstbode zouden worden in een westers huishouden – legde Dewi Sartika discreet naast zich neer. Ze zei er niet bij dat haar leerlingen uit hogere kringen kwamen en dat het dus ondenkbaar was dat zij ooit in dienst van een koloniale familie zouden komen te werken.

Tot de Japanse bezetting bleef Dewi Sartika actief in onderwijskringen. In 1922 kreeg ze voor haar verdiensten op dit gebied de zilveren, en in 1930, bij het 35-jarig bestaan van haar school, de gouden eremedaille van de Orde van Oranje-Nassau. In 1940 werd ze bestuurslid van de Kartinischool in Pekalongan (Midden-Java), genoemd naar haar beroemde Midden-Javaanse generatiegenoot en geestverwant Kartini. In 1942 vorderde het Japanse leger haar schoolgebouw. In de geweldsgolven na de Bevrijding en het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid werd haar huis in Bandung verwoest en geplunderd. Haar schoolgebouw bleef gespaard. Dewi Sartika verbleef daarna op verschillende plaatsen in de wijde omgeving van Bandung, onder meer in Garut en in Cineam. Ze leed aan suikerziekte, werd ernstig ziek en overleed op 11 september in een ziekenhuis, 63 jaar oud. Dewi Sartika is begraven aan de Jalan Karanganjar in Bandung.

Betekenis

Na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 gaf de Indonesische overheid het schoolgebouw van Dewi Sartika in Bandung zijn bestemming als meisjesschool terug onder de naam Sekolah Raden Dewi Sartika (‘Jonkvrouw Dewi Sartikaschool’). In 1951 kwam er een naar haar genoemde stichting om haar werk voort te zetten en werd besloten haar geboortedag jaarlijks te herdenken. Met Kartini en enige andere vrouwen, onder wie de negentiende-eeuwse verzetsstrijdsters Diën en Meutia, is ze in de jaren 1960 verheven tot Nationale Heldin (Pahlawan) van Indonesië. Ook voor de Soendanese taalgemeenschap in West-Java is ze lang een lichtend voorbeeld gebleven.

In tegenstelling tot Kartini, die vooral invloed heeft gehad door haar postuum uitgegeven brieven, is Dewi Sartika vanaf het begin succesvol geweest met haar werk. Ze heeft veel betekend voor individuele vrouwen: ze konden naar school, en een deel van hen werd zelfs onderwijzeres, vroedvrouw of verpleegster. Haar voorbeeld had ook indirect invloed. Al in 1910 gingen er zowel absoluut als percentueel meer meisjes naar de lagere school in Preanger dan in alle andere residenties op Java, en dat bleef zo tot het eind van de koloniale periode.

Publicatie

‘Verheffing van de inlandsche vrouw’, in: Onderzoek naar de mindere welvaart der inlandsche bevolking op Java en Madoera, deel IXb3 (Batavia 1914) 21-25.

Literatuur

  • De Locomotief, 27-11-1893.
  • Preanger-Bode, 27-9-1897, 7-11-1904; 14-1-1910; 24-4-1913; 4-11-1922; 26-11-1953; 15-9-2013.
  • Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 7-10-1919.
  • Twentsch Dagblad Tubantia, 18-10-1922.
  • ‘Dewi Sartika, de Soendaneesche Raden Adjeng Kartini’, Oedaya 6 (1929) nr. 3, 35.
  • Algemeen Dagblad, 30-8-1929.
  • De Indische Courant, 30-8-1930.
  • [URL http://wartasejarah.blogspot.co.id/2015/06/sejarah-pendidikan-wanita-di-indonesia.html; geraadpleegd 19-10-2017].

Illustratie

Indonesische postzegel van 15 rupiah (1969).

Auteur: Sita van Bemmelen

 

laatst gewijzigd: 13/11/2017