Schenkeveld, Marigje Jacoba (1927-2016)

 
English | Nederlands

SCHENKEVELD, Marigje Jacoba, vooral bekend als Marja van der Veen-Schenkeveld (geb. Alkmaar 28-10-1927 – gest. Rijswijk 14-2-2016), theologe, een van de eerste vrouwelijke predikanten van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Dochter van Arie Schenkeveld (1896-1976), advocaat, en Willemina Cornelia Verburg (1897-1963). Marja Schenkeveld trouwde op 1-10-1955 in Alkmaar met Samuel van der Veen (1928-2003), predikant. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren.

Marja Schenkeveld was de oudste van zes kinderen in een Alkmaars juristengezin. Als eerste van hen ging ze naar het Murmellius Gymnasium, waar ze in 1945 haar einddiploma behaalde. Ze kreeg een gedegen gereformeerde opvoeding, thuis en op catechisatie, maar met veel ruimte en veel discussie.

Studie theologie

Na het gymnasium ging Marja Schenkeveld theologie studeren aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Later vertelde ze dat die keuze vooral was ingegeven door de behoefte om ‘eindelijk nu eens te weten hoe het zat met het scheppingsverhaal in Genesis en de wetenschap over het ontstaan van de aarde’, maar dat haar studie daarop het antwoord niet had gegeven. Ze was haar ouders dankbaar dat die instemden met haar keuze, hoewel er geen zekerheid bestond over haar toekomst als theologe. Vrouwen hadden in de gereformeerde kerk geen mogelijkheid om predikant te worden.

Als student woonde Marja Schenkeveld de jongerenconferentie bij die na de oprichting van de Wereldraad van Kerken in 1948 in Zeist werd gehouden. Het maakte een onvergetelijke indruk op haar. Ze nam volop deel aan het studentenleven, ook in bestuursfuncties. In 1951 behaalde zij haar kandidaatsexamen en vond een baan bij de Bond voor Gereformeerd Jeugdwerk. Belangrijk onderdeel ervan was de toerusting van de leiders en leidsters van de jeugdclubs van acht- tot elf- en tien- tot zestienjarigen. Daar heeft ze, zo zei ze later, geleerd over moeilijke onderwerpen in begrijpelijke taal te praten. Tijdens haar studie leerde zij Samuel van der Veen kennen, met wie zij zich in mei 1955 verloofde en later dat jaar trouwde toen hij was beroepen in Arum, een gemeente in Friesland. Hier werden twee zoons geboren: Hidde Reinder Jan (1957) en Arie Maarten (1960).

In de pastorie en in het ambt

Sinds haar huwelijk was Marja van der Veen-Schenkeveld in de eerste plaats predikantsvrouw, achtereenvolgens in Arum, Zwijndrecht en Rotterdam-Delfshaven. Ze vervulde veel spreekbeurten voor de Nederlandse Christen Vrouwen Bond (NCVB). Toen haar man lange tijd in dienst was als legerpredikant, nam ze de catechisaties in Arum waar, deed de officiële huisbezoeken en ging een enkele keer voor in een kerkdienst. In Rotterdam deed zij eveneens incidenteel werk als vervangster van een predikant. Door haar spreekbeurten overal in het land leerde zij voor grote groepen te spreken.

In 1963 werd Marja van der Veen-Schenkeveld door de Gereformeerde Synode uitgenodigd om lid te worden van het deputaatschap (synodale commissie) ‘ter bestudering van de vrouw in het ambt’. De rapporten van deze commissie passeerden drie synodes – in 1969 werden alle ambten (ouderling, diaken, predikant) opengesteld werden voor vrouwen. Na het afleggen van de benodigde classicale examens werd Marja van der Veen-Schenkeveld samen met haar man beroepen in Krimpen a/d IJssel: Sam voltijds, Marja deeltijds. Daar deed ze veel voor een kerk in een nieuwe wijk Langeland.

Van meet af aan koerste Marja van der Veen-Schenkeveld af op een gezamenlijke wijkgemeente van hervormden en gereformeerden met één kerkgebouw. Het leidde tot spanningen met haar echtgenoot, die deze koers niet altijd wenste te volgen. Twee kapiteins op één schip, dat ging niet goed. Na een periode van overspanning werd zij in 1980 benoemd als geestelijk verzorger in het verpleeghuis De Rustenburg in Rotterdam.

Oecumene

Als predikant kreeg Marja van der Veen-Schenkeveld veel contacten in de wereld van de zending en zo werd ze in 1975 uitgenodigd om afgevaardigd te worden naar de vijfde Assemblée van de Wereldraad van Kerken in Nairobi. Daar werd zij gekozen als lid van het Central Committee, dat op diverse plaatsen in de wereld vergaderde. Op een vergadering van het CC in Hannover bracht ze het presidium in verlegenheid door voor te stellen bij de politieke zaken – altijd Zuid-Afrika wegens de apartheid en Israel wegens Palestina – ook Roemenië op de agenda te zetten, waar de mensenrechten werden geschonden door Ceaucescu. Ook vroeg ze steun voor het moedig optreden van de Hongaarse bisschop Toth. Er werd inderdaad een commissie benoemd en het voorzichtige optreden jegens het communisme was daarmee enigszins doorbroken.

In 1986 maakte Marja van der Veen-Schenkeveld deel uit van de Nederlandse delegatie van protestantse theologen voor een conferentie met Vaticaanse prelaten, uitlopend op een ontmoeting met Paus Paulus Johannes II. De onderwerpen waarover gediscussieerd werd betroffen eucharistieviering, gemengd huwen, de vrouw in het ambt en de secularisatie in Nederland. Tijdens de ontmoeting met de Paus rapporteerden enkele delegatieleden over deze punten, maar zwegen over ‘de vrouw in het ambt’. Toen de kardinaal die de zitting leidde, vroeg of er nog iets toe te voegen was, greep Van der Veen-Schenkeveld de microfoon om te melden dat er ook over dit onderwerp was gediscussieerd. Ze sprak de hoop uit dat rooms-katholieke vrouwen in Nederland meer mogelijkheden zouden krijgen. Na afloop van de zitting verliet ze samen met ds Leny van Reyendam-Beek woedend de zaal. Ze werden opgewacht door de pers – het voorval haalde die avond de Nederlandse televisie.

Marja van der Veen-Schenkeveld was voorzitter van het landelijk deputaatschap Oecumene van de gereformeerde synode tot aan haar emeritaat (1990). Als emeritus bleef ze nog lang preekbeurten vervullen in de wijde omtrek van Rijswijk, waar haar man inmiddels beroepen was en waar ze waren blijven wonen. Ze heeft dat volgehouden tot zij ziek werd. Marja van der Veen-Schenkeveld stierf op 14 februari 2016 op 88-jarige leeftijd in haar woonplaats Rijswijk. Zij werd begraven in het familiegraf op begraafplaats Oud-Rijswijk.

Betekenis

In Nederland heeft Marja van der Veen de zaak van de oecumene steeds vurig bepleit op vele vergaderingen en in spreekbeurten. Ook voor de plaats van de vrouw in het ambt, in het bijzonder als predikant, is haar betekenis groot geweest. Ze werd in 1993 benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau. In 2004 vernoemde de THU in Kampen (nu opgenomen in de PTHU) een studiebeurs – theologie voor jonge vrouwelijke studenten uit Afrika – naar Marja van der Veen-Schenkeveld.

Publicaties

Literatuur

  • A.J. Klei, ‘Toch nog langer gewacht dan vader Jacob’, Kerkinformatie (1-10-1978) 8.
  • S.C. Bax en G. Roos, ‘”Wat Berkouwer nog ‘omfloerst’ zei, heeft Kuitert ons in alle duidelijkheid geleerd”, Reformatorisch Dagblad, 11-8-1990.
  • Martina Bakema en Lies Sluis-Skuis red., Een ander ambt. Vijfentwintig jaar vrouwen in het ambt in de Gereformeerde Kerken in Nederland (Kampen 1994) 21 en 45-51.
  • Hidde van der Veen, ‘Samuel van der Veen’, Historisch Tijdschrift GKN (1-6-2005) 43-44.
  • Leo Koffeman, ‘Marja van der Veen-Schenkeveld (1927)’, in: George Harinck red., Mijn protestant. Persoonlijke ontmoetingen (Amsterdam 2011) 76-78.

Illustratie

Marja van der Veen-Schenkeveld, door onbekende fotograaf, 2004 (particuliere collectie).

Auteur: Redactie (met dank aan Margaretha H. Schenkeveld)

laatst gewijzigd: 21/08/2017