Schilthuis, Albertine Petronella (1921-2013)

 
English | Nederlands

SCHILTHUIS, Albertine Petronella, vooral bekend als Tineke Schilthuis (geb. Den Haag 29-6-1921 – gest. Zeist 26-11-2013), politica, eerste vrouwelijke Commissaris van de Koningin van Nederland. Dochter van Johannes Gerhard Schilthuis (1892-1944), civiel ingenieur Provinciale Waterstaat, en Cornelie Jeanne Henriëtte Wassenaar (1893-1975). Albertine Petronella Schilthuis had vanaf 1959 een relatie met Jan Bommer (1901-1969), politicus. Deze relatie bleef kinderloos.

Tineke Schilthuis werd in Den Haag geboren als tweede in een gezin met vier meisjes en één jongen. Haar – Groningse – vader werkte als civiel ingenieur bij Provinciale Waterstaat, haar moeder kwam uit Leiden; beide ouders waren gereformeerd. Vanwege het werk van de vader verhuisde het gezin veel. In 1923 ging het naar Noord-Holland (eerst Anna Paulowna, later Wieringen), waar de vader bij de Zuiderzeewerken werd ingezet. In 1929 keerde het gezin terug naar Den Haag – Tineke ging er naar de bijzonder-neutrale Vrije School (Steiner-onderwijs). Na een nieuwe verhuizing, dit keer naar Bergen (N-H), zat Tineke op het Murmellius-gymnasium in Alkmaar, maar ze maakte haar school af in Den Haag omdat het gezin daar weer was teruggekeerd. Tineke ontwikkelde een liefde voor de natuur en was lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN).

Waterstaat en paardenstaarten

In 1939 ging Schilthuis rechten studeren in Groningen – als bijvak koos ze waterstaatsrecht. Door de oorlogsomstandigheden kon ze pas in 1947 afstuderen. Inmiddels was ze lid geworden van de Partij van de Arbeid. Haar eerste baan vond Schilthuis op de gemeentesecretarie in Leiden (1948-1952). Hierna was ze tussen 1952 en 1956 secretaris van de adviserende Raad van de Waterstaat, de Staatscommissie voor de Waterschapswetgeving en de Commissie voor de Waterhuishouding. Op verzoek van de Vrouwenbond van de PvdA stelde Schilthuis zich in 1956 kandidaat voor de Tweede Kamer. Ze werd verkozen en maakte op 6 november van dat jaar haar entree. Als parlementariër hield zij zich bezig met verkeer en waterstaat, justitie en landbouw. Zo was ze woordvoerder bij de debatten over de Deltawet (1957) en bereikte ze met een amendement op de Wet op de Dierenbescherming (1960) dat het couperen van paardenstaarten werd verboden. Toen Schilthuis in 1961 bij de begrotingsbehandeling van Verkeer en Waterstaat het woord voerde, noemde ze het ‘een teken van de emancipatie van de vrouw’ (Nieuwsblad van het Noorden, 19-1-1961) dat zich drie vrouwen op het podium bevonden: waarnemend Kamervoorzitter Joke Stoffels-van Haaften, griffier Lyda Verstegen en zijzelf. Niettemin sprak ze Stoffels-van Haaften enkele malen aan met ‘meneer de voorzitter’.

In 1959 kreeg Schilthuis een relatie met de twintig jaar oudere Jan Bommer, de volkshuisvestingsspecialist van de PvdA-fractie. Ze gingen na een aantal jaren samenwonen, al was Bommer op papier nog getrouwd. Toen dit als schokkend werd ervaren, besloten ze in 1967 beiden uit de Tweede Kamer te stappen, ‘want we wilden niet dat de partij door onze relatie schade zou lijden’, vertelde ze later (De Roos, 12). Twee jaar na hun vertrek uit de Kamer stierf Bommer aan kanker; Schilthuis bleef haar verdere leven ongehuwd.

Van 1965 tot 1968 was Schilthuis ook redacteur van Wij Vrouwen, het blad van de Vrouwenbond van de PvdA – ze zat bovendien in het bestuur van de Vrouwenbond (vanaf 1969 Vrouwenkontakt). Daarnaast was ze secretaris van de (algemene) Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen. In 1969 zat ze in het PvdA-partijbestuur, in 1970 was ze partijsecretaris. Schilthuis hoorde in deze turbulente jaren tot de gematigden: zij vond dat vrouwen een groter aandeel in het openbare leven moesten krijgen, maar noemde zich geen feministe of Rooie Vrouw. Nieuw Links, dat streefde naar vernieuwing van de partij, sprak haar evenmin aan – daarvoor voelde ze zich te veel bestuurder. Hoewel Schilthuis in 1971 kandidaat-staatssecretaris voor Verkeer en Waterstaat was in het schaduwkabinet-Den Uyl, kreeg ze geen post in het kabinet dat hij twee jaar later formeerde.

Commissaris van de Koningin in Drenthe

Tineke Schilthuis was van 1970 tot 1974 voorzitter van het PvdA-gewest Den Haag en lid van de Haagse gemeenteraad. In een PvdA-folder werd ze aangeprezen als ‘verdedigster van het recht van de burger op meedenken en meepraten’. In 1974 werd ze benoemd tot Commissaris van de Koningin in Drenthe. De ministerraad stemde zonder discussie in met de voordracht van ARP-voorman De Gaay Fortman, minister van Binnenlandse Zaken. Een SGP-lid uit Eerste Exloërmond had nog gewaarschuwd dat benoeming van een vrouw ‘verfoeilijk en afschuwelijk en Bijbels onverantwoord’ was (NA, inv. nr. 27858). Schilthuis was de eerste vrouw in Nederland die het ambt van commissaris vervulde. ‘Ik heb het zelf geopperd, want het leek me wel een leuke baan’ (De Roos, 12). Dagblad Trouw berichtte later dat een van de adviseurs van de minister zich hardop zou hebben afgevraagd of een vrouw wel opgewassen zou zijn tegen openbare ordeproblemen. ‘Ach, in Drenthe gebeurt niet zoveel’, zou De Gaay Fortman hebben gezegd (Trouw, 30-10-2001).

Met haar ruime ervaring kostte het Schilthuis weinig moeite om haar weg te vinden in het door mannen gedomineerde openbaar bestuur. Een vlotte verschijning was ze niet, maar ze beschikte wel over humor. ‘Op een gegeven moment was er een bijeenkomst van CdK’s en hun partners. Ze hadden voor mij een stoel klaargezet bij de partners, terwijl ik natuurlijk bij de mannen hoorde. Om ze een beetje te pesten ben ik toen ook op die stoel gaan zitten’ (De Roos, 12).

Ontsnapt aan gijzeling

Dat er in Drenthe nooit iets gebeurde, bleek voor de ambtsperiode van Schilthuis niet op te gaan: er deden zich in die tijd twee treinkapingen (Wijster 1975 en De Punt 1977), een gijzeling van schoolkinderen (Bovensmilde 1977) en een gijzeling van ambtenaren op het provinciehuis (Assen 1978) voor. Bij de oplossing van de eerste drie acties speelde Schilthuis een rol als bestuurder in het beleidscentrum, bij de laatste actie was ze ook persoonlijk betrokken. Drie gewapende Molukkers drongen op 13 maart 1978 het provinciehuis binnen en gijzelden 16 vrouwen en 55 mannen. Zelf wist ze op het nippertje te ontkomen door uit het raam van haar werkkamer te stappen. Via een smalle richel en een glazenwassersstang bereikte ze de begane grond. Bij de gijzelingsactie werden een provincieambtenaar en een gedeputeerde om het leven gebracht.

Van 1982 tot 1988 was Schilthuis lid van de Raad van State. Daarnaast was ze bestuurlijk actief bij antroposofische, natuur- en dierenbeschermingsorganisaties, en betrokken bij het in 1983 geopende Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Na haar pensionering in 1988 ging Schilthuis in Driebergen samenwonen met haar eveneens ongehuwd gebleven zus Willy (1920-2002).

In 2002 verhuisde Schilthuis naar een serviceflat in Zeist. Tien jaar later volgde een verhuizing naar het mede door haar gestichte Lambert Meeshuis in Bilthoven. Haar laatste levensdagen bracht ze door in Valckenbosch in Zeist, een verpleeghuis op antroposofische basis. Daar stierf Tineke Schilthuis op 26 november 2013, in de ouderdom van 92 jaar.

Reputatie

Tineke Schilthuis beschikte over een scherp verstand en een koel analytisch vermogen. Haar bestuurlijke werk deed ze consciëntieus. Ze las altijd alle vergaderstukken van a tot z en hechtte aan procedures en orde. ‘Geen poespas, geen flauwekul’, vatte PvdA-fractievoorzitter in de Drentse Staten De La Rie haar optreden samen. Schilthuis kwam nogal gereserveerd over, maar ze was niet gevoelig voor beeldvorming. ‘Mijn positie als vrouw in een mannenwereld heeft me nooit gehinderd, het heeft me eerder geamuseerd. Ik ben nooit genegeerd, altijd serieus genomen, naar mijn gevoel’ (Melle, 2010). Ze was ‘een vrouw uit één stuk’, aldus partijgenote Margreeth de Boer. Zelfs de vier gijzelingsacties konden de standvastige Schilthuis niet aan het wankelen brengen.

Naslagwerken

PDC.

Archivalia

  • Drents Archief, Assen: toegang 0951, Kabinet Commissaris der Koningin, inv. nr. 74 (benoeming en installatie), 75 (afscheid), 81 (toespraken), 96 (artikelen en voorwoorden), 103 (interviews, knipsels) en 108 (lidmaatschappen (ere)comités).
  • Nationaal Archief, Den Haag: toegang 2.04.87 (Binnenlands Bestuur en Kabinet), inv. nr. 27858 (benoeming en ontslag als CdK); toegang 2.02.05 (Raad van Ministers), inv. nr. 1407.

Publicaties

Afgezien van bijdragen aan Wij vrouwen, het blad van de Vrouwenbond (1965-1968):

  • ‘De Partij van de Arbeid als Vereniging’, Socialisme & Democratie 28 (1971) nr. 3, 200-205.
  • Hollands Dagboek, NRC Handelsblad 16-10-1976.
  • [met W.J. Geertsema], ‘Provincie, veraf of dichtbij’, in: W.G.J. van Doorn en J. van Putten, Democratie: mogelijkheden en suggesties (Den Haag 1980) 311-318.
  • Positieve veranderingen voor de vrouw in de wetgeving (Den Haag 2007) [lezing 9-5-1989].

Literatuur

  • Bibeb, ‘Tineke Schilthuis, ‘De schrik blijkt wel onder je huid te zitten’, Vrij Nederland 3-6 1978.
  • Jojanneke Claassen, ‘“Ik heb nooit last gehad van het feit dat ik vrouw ben.” In gesprek met Tineke Schilthuis’, Libelle 3-8-1979.
  • Marscha van Roessel, ‘Niet alleen kleine provincies reserveren voor vrouwen. Commissaris van de koningin mr. Tineke Schilthuis gaat terug naar Den Haag’, Opzij (1982) september, 52-53.
  • Margret Huisman, ‘Bewaken van bestaande wetgeving’, Rooie Vrouw (1987) 20-22.
  • Aboe Melle (ps. van Anthon Keuchenius), ‘Vrouw tussen de mannen’, 14-12-2010 [URL www.abumelle.nl; geraadpleegd 27-1-2017].
  • Jan de Roos, ‘Oude Glorie, Jong Talent. Tine Schilthuis (90)’, in Lokaal Bestuur. Maandblad van het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA, 36 (2012) nr. 2, 12.
  • Peter de Waard, ‘Tineke Schilthuis (1921-2013). Grotestadsmens in Drenthe’, de Volkskrant, 17-12-2013.

Illustratie

Tineke Schilthuis. Fotoburo Meyer, 1974 (Haags Gemeentearchief) [in bestelling].

Auteur: Jan de Roos

laatst gewijzigd: 27/02/2017