Schräder, Geertruida Antonia (1889-1985)

 
English | Nederlands

SCHRÄDER, Geertruida Antonia, vooral bekend als Truus Schröder (geb. Deventer 23-8-1889 – gest. Utrecht 12-4-1985), binnenhuisarchitecte en opdrachtgeefster bouw Rietveld Schröderhuis. Dochter van Bernardus Johannes Schräder (1846-1918), eigenaar van een textielbedrijf, en Johanna Geertruida Mentzen (1850-1894). Truus Schräder (1) trouwde op 29-8-1911 in Arnhem met Adriaan Frederik Christiaan Schröder (1878-1923), advocaat; (2) had erna een langdurige relatie met Gerrit Thomas Rietveld (1888-1964), architect en meubelmaker. Uit huwelijk (1) werden 1 zoon en 2 dochters geboren.

Truus Schräder werd geboren in een welgesteld katholiek gezin in Deventer. Ze had een twee jaar oudere zus; twee broertjes en een zusje waren al voor haar geboorte gestorven. Haar moeder overleed toen ze vier was en haar vader hertrouwde in 1896. Het gezin verhuisde vervolgens naar Leiden, en later naar Arnhem. In 1903 ging Truus naar de katholieke kostschool Pensionnat des Soeurs de Notre Dame in Amersfoort. Daarna volgde ze in Arnhem een opleiding voor apothekersassistente. Omstreeks 1909 ging ze voor een half jaar naar Londen om Engels te leren. Ze woonde er bij een ruimdenkende, katholieke familie die haar veel kunst en architectuur liet zien. Truus noemde deze Londense maanden haar ‘eerste bevrijde tijd’ (gecit. Kroon 1974, 25). Tijdens een verblijf van enkele maanden in Hannover volgde ze aan de technische universiteit colleges over architectuur.

Moderne ideeën

In 1911 trouwde Truus Schräder met Frits Schröder, net als zijzelf afkomstig uit een katholieke textielfamilie. Het paar vestigde zich in de Biltstraat in Utrecht, waar Frits op de benedenverdieping een advocatenpraktijk begon. De afspraak was eigenlijk dat er geen kinderen zouden komen en dat Truus na haar huwelijk zou gaan studeren, maar ze raakte al snel zwanger. Het paar kreeg drie kinderen en Truus Schröder kreeg als echtgenote en moeder de nodige verplichtingen. Haar man hechtte waarde aan status, en wilde de kinderen katholiek opvoeden en voorbereiden op de maatschappij. Voor Truus Schröder stonden soberheid, vrijheid in denken en zelfstandigheid voorop. Ze nam hierin een voorbeeld aan haar zuster An Harrenstein-Schräder, die in Amsterdamse kringen van progressieve, cultureel geëngageerde intellectuelen verkeerde en hoofdredacteur was van het tijdschrift De Werkende Vrouw. Zelf was Truus lid van de Utrechtse kunstenaarsvereniging Voor de Kunst. Ze las veel, ook over (moderne) architectuur, en kwam tot nieuwe ideeën die de afstand tot haar man nog meer vergrootten. Toen haar vader in 1918 overleed, voelde Truus zich vrij om te breken met de katholieke kerk. Haar kinderen gingen voortaan naar een Montessorischool.

De verschillen tussen Truus Schröder en haar man kwamen ook naar voren in hun smaak. Hun huis was overeenkomstig de smaak van Frits zwaar en donker ingericht, met uitzondering van de echtelijke slaapkamer: hiervoor had Truus bij hun huwelijk zelf een sober en strak slaapkamerameublement ontworpen. In 1921 liet ze, op voorstel van haar man, één kamer naar haar eigen smaak verbouwen. Hiervoor vroeg ze Gerrit Rietveld, van wie zij een modern interieurontwerp had gezien. Verschillende avant-garde kunstenaars en architecten, onder wie Bruno Taut en Paul Citroen, kwamen later het eenvoudige, in grijstinten geschilderde kamertje bekijken. In 1923 vond in dit vertrek op Rietvelds verzoek een dada-avond plaats, waarbij Kurt Schwitters luidkeels een voordracht hield. Het kindermeisje sprak er schande van.

Het Rietveld Schröderhuis

Toen haar man in oktober 1923 na een langdurig ziekbed was gestorven, wilde Truus Schröder verhuizen. Samen met Rietveld ontwierp zij een huis dat moest voldoen aan de wooneisen van een onafhankelijke, moderne vrouw en haar gezin. Een deel van de meubelen ontwierp hij speciaal voor dit huis. In de winter van 1924/25 konden Schröder en haar kinderen het huis aan de Utrechtse Prins Hendriklaan (nr. 50) betrekken. Omdat de woning, met voor die tijd veel glas, aanvankelijk niet veilig aanvoelde, liet ze luiken voor de ramen maken en kwam Gerard van de Groenekan, de vaste meubelmaker van Rietveld, er de eerste tijd logeren. Het sobere, onconventionele pand trok veel bekijks, ook van kunstenaars en architecten als El Lissitzky, J.J.P. Oud en Theo van Doesburg.

Samenwerking met Gerrit Rietveld

Truus Schröder en Gerrit Rietveld, die getrouwd was, kregen een relatie en werkten ook als architect en binnenhuisarchitecte vaak samen. Van 1925 tot 1933 had Rietveld zijn ontwerpstudio op de benedenverdieping van Schröders huis. Begin jaren dertig ontwierpen ze samen een aantal – deels door Schröder gefinancierde – woningen aan de Utrechtse Erasmuslaan. In 1936 verhuisde Schröder voor een jaar naar een van deze woningen. Haar eigen huis liet ze in deze tijd zodanig verbouwen dat de benedenverdieping ook zelfstandig kon worden bewoond en verhuurd. In 1938 bouwden Rietveld en zij in opdracht van de stichting Voor Vrouwen door Vrouwen – een initiatief van Emilie van Waveren-Resink – een pand in Haarlem om tot een appartementengebouw voor alleenstaande vrouwen (Ekawo). Hierin liet Schröder verschillende praktische snufjes verwerken die het leven van de werkende vrouw moesten vergemakkelijken. Ook na de oorlog voerden ze samen nog projecten uit, zoals de inrichting, tweede helft jaren veertig, van de bedrijfskantine van de Victoria-fabriek in Dordrecht en van enkele kamers in de woning van de fabriekseigenaar.

In de samenwerking lijkt er sprake te zijn geweest van een wisselwerking: Truus Schröder diende als een klankbord voor de ideeën van Gerrit Rietveld en dacht mee over veranderingen in zijn ontwerpen. Andersom zei Rietveld haar eens: ‘Jij strooit ideeën om je heen. (…) Ik veeg ze bij je op. Het zijn niet zomaar ideetjes. Je weet waar het heen moet. (… ) We moeten blijven samenwerken’ (gecit. Nagtegaal 1987, 14-15). Voor de buitenwereld was hun zakelijke – en persoonlijke – verhouding niet altijd even duidelijk. Truus Schröder begeleidde Rietveld op zijn zakelijke reizen en verzorgde een groot deel van de correspondentie en administratie. Omdat ze niet technisch kon tekenen en weinig wist van bouwconstructies en materialen, volgde ze een aantal schriftelijke cursussen – uit schaamte voor haar onwetendheid deed ze dat onder een valse naam. Behalve interieurs ontwierp zij af en toe ook meubelen, meestal samen met Rietveld. Haar ideeën over binnenhuisarchitectuur zette zij uiteen in enkele artikelen, lezingen en ontwerpen. Ze was lid van de Soroptimisten, waar ze zichzelf ‘binnenhuisarchitecte (1930) en ‘ontwerpster van moderne woninginterieurs’ (1939) noemde, en van de in 1945 opgerichte Gebonden Kunsten Federatie.

Hoedster van Rietvelds erfgoed

Toen zijn vrouw in 1957 overleden was, trok Gerrit Rietveld in bij Truus Schröder. Zij bleven samen tot zijn dood in 1964. Daarna zette Schröder zich in voor het behoud van zijn nalatenschap: ze verzamelde zijn papieren in een archief en richtte begin jaren zeventig de Stichting Rietveld Schröderhuis op. Op 12 april 1985 stierf Truus Schröder in haar eigen huis. Ze werd begraven op begraafplaats Den en Rust in Bilthoven, naast Gerrit Rietveld. Het Rietveld Schröderhuis, dat wordt beschouwd als het architectonische hoogtepunt van de kunststroming De Stijl, kwam in 2000 op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het wordt beheerd door het Centraal Museum en kan, na boeking vooraf, worden bezocht.

Naslagwerken

Groot.

Archivalia

Centraal Museum, Utrecht: Rietveld Schröderarchief [URL http://centraalmuseum.nl; geraadpleegd 19-9-2016 (o.a. ontwerpen, correspondentie)].

Werken

Keuze van projecten die Truus Schröder samen met Gerrit Rietveld uitvoerde:

  • Utrecht, Frederik Hendriklaan 50 (Rietveld Schröderhuis), 1924.
  • Utrecht, Erasmuslaan 5-11 (woningen), 1930-31.
  • Utrecht, Erasmuslaan 1-3 (woningen), 1934.
  • Haarlem, Kenaupark 4 (Ekawo, appartementen en een conciërgewoning), 1938.
  • Dordrecht, Singel 76 (interieur woonhuis), 1946-1949.
  • Dordrecht, Victoriafabriek (inrichting fabriekskantine), 1947-1948.
  • Zie voor de overige projecten ook het hierboven vermelde archief in Utrecht, en Küper en Van Zijl 1992.

Publicaties

  • ‘Wat men door normalisatie in den woningbouw te Frankfort a/d Main heeft bereikt’, De Werkende Vrouw 1 (1930) nr. 2, 12-14.
  • ‘Een inleidend woord tot binnen-architectuur’, De Werkende Vrouw 1 (1930) nr. 3, 93-94.
  • s.n. [waarschijnlijk Tr. Schröder en G. Rietveld], 'mevrouw Tr. Schröder-Schräder', Goed Wonen 4-12 (1951) 192.

Literatuur

  • ‘Nog eens: ’t Haarlemsche flatgebouw. Lang gekoesterd ideaal eindelijk werkelijkheid geworden’, Arnhemsche Courant, 19-11-1938
  • Ben Kroon, ‘De geboorte van het Rietveld Schröderhuis’, De Tijd 1(1974) nr. 13, 24-26.
  • Corrie Nagtegaal, Tr. Schröder-Schräder. Bewoonster van het Rietveld Schröderhuis (Utrecht 1987).
  • Paul Overy e.a., Het Rietveld Schröder Huis (Amsterdam 1992).
  • Marijke Küper en Ida van Zijl, Gerrit Th. Rietveld. Het volledige werk (Utrecht 1992).
  • Marijke Kuper en Peter Vöge, ‘Het interieur van de familie J.M. Redelé. Een naoorlogs ontwerp van Gerrit Rietveld en Truus Schröder’, Jong Holland 1 (1995) 32-39.
  • Ida van Zijl en Jaap Oosterhoff, De liefde is lankmoedig... (Utrecht 1998).
  • Ida van Zijl, 60 + 20. De geschiedenis van het Rietveld Schröderhuis (…) (Utrecht 2005).
  • Bertus Mulder en Ida van Zijl, Het Rietveld Schröderhuis (Utrecht 2009).

Illustratie

Truus Schröder, door onbekende fotograaf, 1925-1930? (Centraal Museum, Utrecht).

Auteur: Marloes Huiskamp

laatst gewijzigd: 15/08/2017