Slauderof, Johanna Marianne (1861-1933)

 
English | Nederlands

SLAUDEROF, Johanna Marianne (geb. Amsterdam 23-8-1861 – gest. Bussum 27-5-1933), zangsoubrette, actrice. Dochter van ? en Jacoba Maria Slauderof (1827-1878), naaister. Johanna Marianne Slauderof had vanaf ca. 1897 een relatie met Pieter Hesse (1872-1936), acteur. Van een onbekende vader had ze 1 dochter, die kort na de geboorte stierf.

Johanna Marianne (Anna) Slauderof groeide onder armelijke omstandigheden op in de buurt rond de Amsterdamse Nes met zijn theaters, café chantants en prostitutie. Haar vader had het gezin verlaten en na Anna kreeg haar moeder nog twee dochters van andere mannen. In 1878, na de dood van haar moeder, ging Anna op zichzelf wonen in de nieuwe buurt YY (de Pijp), toen met zijn schilders, schrijvers, studenten, modellen en lichtekooien het ‘Montmartre van Amsterdam’. Bij haar verhuizing gaf ze op als beroep: actrice. In 1880 beviel ze van een dochtertje (Louise Cornelia), dat na korte tijd overleed – de vader was onbekend.

Zangsoubrette

In 1885 wordt artieste Anna Slauderof voor het eerst genoemd, als koriste in het operettegezelschap van Gustave Prot aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan. Ze wist zich snel op te werken tot het eerste plan. Het was de tijd waarin het variété zich als theatergenre ontwikkelde uit het – veel bescheidener – café chantant, en dat was waarschijnlijk ook de ontwikkeling die Anna Slauderof doormaakte. Een jaar na haar debuut kwam ze in aanraking met de familie Solser, die met operetteduetten en komische scènes door het land reisden. Slauderof kon als ‘zangsoubrette’ bij de familie aan het werk: volgens een aankondiging voor een optreden in Leeuwarden in 1889 was zij de ‘eerste en eenige Hollandsche komische zangeres’. In 1890 stond ze in Rotterdam met de komiek Nico de Haas en de internationale ster Anna Held op het podium. Ook had ze als soliste succes in het café chantant Victoria in de Amsterdamse Nes. De liedjes die Slauderof zong werden ‘schalks’ genoemd.

Met artiesten als de komiek Michel Solser, die ’s winters in Victoria optraden, ging Anna Slauderof in de zomer mee langs kermissen, theaters, parkconcerten en feestavonden. Vanaf 1891 kreeg ze in de winter een voorname plaats in het variétéprogramma van de voornaamste Rotterdamse theaterproducent Pfläging. Zo trad ze in dat jaar op als Hollandsche soubrette in diens Circusvariété en in 1892 in de Wintertuin van het Rotterdamse Tivoli. In dat laatste jaar verscheen een aantal van haar liedjes in druk. Ze komt erin naar voren als een vrouw die de minnaars van zich af moet wuiven. Volgens de journalist Jan Feith was ze gracieus en een bohemienne, al vonden anderen haar excentriek vanwege haar kleding. Slauderof had bewonderaars ‘bij dozijnen’ en kreeg na ieder optreden een bloemenhulde: ‘Al wat in die tijd onder de uitgaande jongelui het tingeltangel frequenteerde was doodelijk verliefd op haar charmes’ (Feith, 46-47). Groot succes haalde zij, gekleed als baby, met haar liedje over spoor- en zonnetijd, waarbij ze twee wijzerplaten op haar jurkje droeg. Anna Slauderof oogstte ook applaus in een feesttent van het Amsterdamse Concertgebouw, wat als een mooie stap omhoog voelde. Ze zong niet alleen, maar speelde ook mee in de sketches van de komieken.

Vanaf 1897 vormde Lion Solser een komisch duo in travestie met Piet Hesse, een acteur tot wie Anna Slauderof zich aangetrokken voelde. Ze ging met hem samenwonen in Bussum en noemde zich vanaf 1901 ‘mevrouw Hesse-Slauderof’, hoewel ze nooit zijn getrouwd. Samen met Lion en Adrienne Solser werden ze een gezelschapje: Solser & Hesse.

Schellevis-Mie en Bleeke Bet

In januari 1905 stond Anna Hesse-Slauderof voor de ‘opnametrechter’ om het lied Marietje uit de Jordaan vast te leggen – een groot commercieel succes werd die plaatopname niet. Duidelijk werd dat Solser & Hesse zich begon te specialiseren in het Jordaanrepertoire. Zo speelde het rond 1910 in Heb je ’t kind al gezien?, een vrolijk muziekstuk over het bezoek van de vorstin en haar dochtertje aan de koningsgezinde Willemstraat. Het jaar erna kwamen ze met een vervolg: Kom je ook op de bruiloft van Mietje?, met als een van de hoogtepunten de moeder van de bruid die haar dochter enkele nuttige raadgevingen toezong: ‘Toon als het nodig is je tanden /Als-ie je plaagt, blijf dan ijskoud /Maar laat dan de aardappelen verbranden /En maak de groenten veel te zout…’.

Lion Solser speelde in travestie de populaire Jordanese figuur ‘Schellevis Mie’, maar na zijn dood in 1915 wilde Hesse dat zijn vrouw die rol overnam. Na veel aarzelen ging Slauderof hiermee akkoord. Op 9 februari 1916 was de klucht Weet je ’t al van Schellevis Mie? te zien in het Centraal Theater in Amsterdam, met Hesse-Slauderof als Schellevis-Mie. Op diezelfde avond werd haar dertigjarig toneeljubileum werd gevierd:Heintje Davids bracht haar die avond een bloemstuk en alle gelukwensen, telegrammen, geschenken, fanfares, langdurig en hartelijk gejuich leverden mooie stukken op in de krant. Piet Hesse bood zijn vrouw een envelop met inhoud aan en gaf haar een zoen. Met een dankwoord van Anna eindigde deze voor haar onvergetelijke avond, die ook in Rotterdam en elders herhaald werd.

Toen toneelschrijver Herman Bouber zich in deze tijd ging wijden aan het Jordaangenre (hij noemde het ‘Volkstoneel’), werd het succes van Anna Slauderof nog groter. Ze speelde mee in zijn eersteling Mooie Neel, de trots van de Jordaan (1916). Maar vooral zijn volgende stuk, Bleeke Bet (1917), met liedjes van Louis Davids en Margie Morris, was een doorslaand succes; het wordt tot op de huidige dag gespeeld. Anna Hesse-Slauderof speelde als eerste de titelrol. Het gezelschap bleef met veel succes rondreizen met stukken van Bouber en anderen, voor het laatst op de kermis in Alkmaar in 1931 waar ze – op zeventigjarige leeftijd – een punt achter haar carrière zette.

Begrafenis

Op 27 mei 1932 stierf Anna Slauderoff, 72 jaar oud. Een grote menigte van toneel- en revuespelers stond aan haar graf. Er werd niet gesproken, maar Louis Davids, die als achtjarige zijn eerste lauwerkrans van haar had ontvangen, schonk een afscheidsboeket, en de zanger Kees Pruis bedankte namens de weduwnaar, die niet bij machte was te spreken. Op een paar berichten in de krant na bleef het daarna stil rond Anna Hesse-Slauderof.

Naslagwerken

Honig.

Werk

Zie bijlage in Martin Maas, ‘Solser en Hesse’ (2012).

Literatuur

  • Jan Feith, Tingeltangel. Louis Davids beschreven (Amsterdam 1918).
  • Lion Contran, ‘In memoriam Anna Slauderof’, De Komeet 779 (1933).
  • Dries Krijn, Bonte pracht, vederdracht. Geschiedenis van de revue in Nederland (Zutphen 1980).
  • Jacques Klöters, 100 jaar amusement in Nederland (Den Haag 1987).
  • His Master’s voice/De stem van zijn meester. The Dutch catalogue, compiled by Alan Kelly and Jacques Klöters (Westport 1997).
  • Martin Maas, ‘Solser en Hesse. Het verhaal van unieke humoristen’, De Weergever 34 (2012) nr. 1, 2-21 [met discografie].

Illustratie

Anna Slauderof, ca. 1900. Atelier Ganter, Rotterdam (Collectie Theater in Nederland).

Auteur: Jacques Klöters

laatst gewijzigd: 17/10/2016