Smulders, Gertrudis Maria Elisabeth Clementia (1947-2002)

 
English | Nederlands

SMULDERS, Gertrudis Maria Elisabeth Clementia, vooral bekend als Gertrude Starink, ook als Ruth Sabatier (geb. Breda 30-9-1947 – gest. St. Ives, Engeland 9-7-2002), radiomedewerkster, dichteres, beeldend kunstenares. Dochter van Gerard Smulders (1918-2009), accountant, en Riet Heijman (1919-2004). Gertrude Smulders trouwde op 27-7-1977 in Utrecht met Jan Starink (1927-2014), leraar, later omroepmedewerker. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Gertrude (Ruth) Smulders groeide met twee jongere broers op in een katholiek gezin in Breda. Haar vader was boekhouder en haar moeder las haar verhalen voor in het Spaans en Frans – talen die Ruth nog niet begreep maar die haar fantasie op gang hielpen. In Tilburg bezocht zij het Sint Theresialyceum voor Meisjes. Haar schooljaren stonden in het teken van kunst, literatuur en toneel. Zo speelde ze rollen in toneelstukken onder regie van haar leraar Nederlands, Jan Starink. De kiem voor hun liefde moet in die tijd zijn gelegd. Na haar eindexamen gymnasium alfa (1965) begon Ruth in Utrecht met een studie kunstgeschiedenis, die ze afrondde met een scriptie over het werk van Dalí. Daarnaast volgde ze vakken in theaterwetenschappen.

In 1969 ontmoette Smulders opnieuw haar oude leraar Starink, die intussen werkte bij de cultuurafdeling van de KRO, en ze kregen een relatie. In 1970 schreef ze voor de KRO het hoorspel Infelice, over de brieven van Franz Kafka aan zijn verloofde Felice Bauer. Smulders deed dit onder de naam Ruth Sabatier. Een jaar later ging ze ter voorbereiding van een radioportret van Virginia Woolf en haar To the lighthouse naar St. Ives in Cornwall. Als freelancer werkte ze ook mee aan Babel en Spektakel, literaire radioprogramma’s waarvoor ze originele programmaboekjes maakte, zoals over het surrealisme. Voor haar programmareeks Organies Lezen (1974-1975) werd zij onderscheiden met de Zilveren Reismicrofoon.

De weg naar Egypte en ander werk

Nadat Ruth Smulders in 1977 met Jan Starink was getrouwd, noemde ze zich Gertrude Starink. Het echtpaar deelde een gezamenlijke voorkeur voor de achttiende-eeuwse Ierse romanschrijver Laurence Sterne, aan wie ze dikwijls aandacht besteedden in hun radioprogramma’s. Samen begonnen ze ook aan een Nederlandse vertaling van zijn onvertaalbaar geachte meesterwerk The life and opinions of Tristram Shandy, waartoe uitgever Johan Polak opdracht had gegeven.

Gertrude Starink had ook een voorliefde voor Egypte – daarom noemde ze haar echtgenoot ‘Seti I’, naar de zoon van Ramses I, en tekende ze hem als farao. In 1971 publiceerde zij in eigen beheer en opnieuw onder het pseudoniem Ruth Sabatier de dichtbundel De weg naar Egipte. Tien jaar later verscheen een gelijknamige bundel (nu modern gespeld) met als ondertitel ‘Twintig passages 1970-1977’, uitgegeven door Johan Polak. Diens betrokkenheid droeg bij aan het aanzien dat Starink voortaan genoot in een kleine kring van poëzieliefhebbers. Toen Jan Starink in 1985 met pensioen ging, verhuisde het echtpaar naar St. Ives om zich geheel te wijden aan het eigen werk. Gertrude maakte tekeningen en omslagen voor Jans boeken. Verder wijdden zij zich aan Sterne, wiens spoor zij volgden naar York en over wiens Tristram Shandy zij een boekenkast vol literatuur verzamelden.

Door hun vertaling van Shandy, dat in 1990 uitkwam, en de opening van hun galerie-antiquariaat The Mirror and the Lamp verzamelden Gertrude en Jan Starink een kring van Britse Sterne-kenners om zich heen. Gertrude liet in de galerie ook eigen werk zien – haar St. Ives Alphabet werd een bescheiden succes. Het gaat hier om een ABC-boekje, bestaande uit 26 kaarten met geaquarelleerde beelden van St. Ives met voor iedere letter van het alfabet een gedichtje: ‘A is for Anne who was Always Asleep’. Ze publiceerde ook nog vier dichtbundels, waarvan de toon in lijn is met de eerste regels van haar eerste bundel: ‘ik heb het koren nog gezien/ en ook de koning die sindsdien/ de barre woestenij regeert’.

In 1996 ontving Gertrude Starink voor haar poëzie de Herman Gorterprijs, in 2001 werd zij genomineerd voor de VSB poëzieprijs. Een jaar later, op 9 juli 2002, overleed Starink in St. Ives, na een slopende ziekte. Zij werd begraven in Phillack, een nabijgelegen dorp.

Betekenis

Kort na haar dood schreef Gerrit Komrij een vernietigende beoordeling van het werk van Gertrude Starink. Andere recensenten, zoals Wim Brands, Marc Kregting en Hans Groenewegen, waren wel positief. Ook in academische kring neemt de bewondering voor het werk van Gertrude Starink toe, zoals het proefschrift van Piet Keijsers uit 2012 laat zien. In hetzelfde jaar noemde Laurens Ham, bij gelegenheid van de integrale heruitgave van De weg naar Egypte, de bundel ‘een mijlpaal in de Nederlandse poëzie’.

Archivalia

Literatuurmuseum, Den Haag: collectie Gertrude Staring (ongecatalogiseerd); collectie Berend Immink/Verzameld Werk (boeken uit bibliotheek Jan en Gertrude Starink met collages en aquarellen).

Literatuur

  • Hans Groenewegen, ‘Voor wie om uitleg komt. Over Gertrude Starink’, in: Idem, Schuimen langs de vloedlijn. Kritieken en kronieken over poëzie (Nijmegen 2002) 137-161.
  • Piet Keijsers, In zijn eigen leemte afgerond. De weg naar Egypte van Gertrude Starink (Leiden 2012).
  • Laurens Ham, ‘Eindelijk toch, opnieuw. Over De weg naar Egypte van Gertrude Starink’, De Reactor. Platform voor literaire kritiek, 18-4-2012 [http://www.dereactor.org/home/detail/eindelijk_toch_opnieuw].
  • Michel Krielaars, ‘Kennissen en knuffels in St. Ives’, NRC Handelsblad, 16-6-2017.

Illustratie

Gertrude Starink, door onbekende fotograaf, ongedateerd (particuliere collectie).

 

Auteur: Peter Altena

laatst gewijzigd: 01/11/2017