Soeters, Elise Diederika Geretta (1907-1985)

 
English | Nederlands

SOETERS, Elise Diederika Geretta, vooral bekend als Elly Campioni (geb. Medan, Ned.-Indië 7-6-1907 – gest. Utrecht 1-8-1985), kamphoofd vrouwenkamp. Dochter van Johan Michel Soeters (1880-1944), agent bij de Nederlandsche Handel Maatschappij, later bankdirecteur, en Elise Eugénie Marguérite Angelique Soeters (1882-1968). Elly Soeters trouwde op 5-2-1929 in Den Haag met Emile Charles Campioni (1902-1987), scheikundig ingenieur. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 3 zoons geboren.

Elly Soeters werd geboren in Medan, waar haar vader werkte als agent bij de Nederlandsche Handel Maatschappij. Ze had een één jaar oudere broer en twee jongere zusjes. Het gezin woonde van circa 1911 tot 1915 in Singapore, tussen augustus 1915 en februari 1916 in Den Haag en later in Hongkong. In mei 1919 arriveerde Elly met haar moeder en zusje in Den Haag. Aan het eind van dat jaar kreeg haar vader een aanstelling in Kobe (Japan) en bracht het gezin daar de kerstvakantie door. In plaats van haar moeder ging Elly mee naar een receptie aldaar en zo kwam ze toevallig met een foto in de krant: een mooi jong meisje met prachtig krullend haar. Op de achtergrond van de krantenfoto was Hirohito, toen kroonprins, te zien.

Elly haalde in 1926 in Den Haag haar B-diploma aan de zesjarige meisjes-hbs. In februari 1929 trouwde zij daar met Emile Campioni, een scheikundig ingenieur die eveneens in Nederlands-Indië was geboren. Samen vertrokken ze naar Modjokerto (Java), waar in november van dat jaar zoon Emile werd geboren en twee jaar later dochter Els. Bij de geboorte van zoon Jean Joseph, in 1937, woonde het gezin in Soengei Geroeng (Sumatra) waar haar echtgenoot werkte voor de Nederlandse Koloniale Petroleum Maatschappij (NKPM). Elly Campioni werkte als vrijwilligster bij het Rode Kruis.

Kampioen inzamelen

Na de Japanse aanval op Pearl Harbour (7-12-1941) werden alle vrouwen en kinderen uit Soengei Geroeng geëvacueerd naar Palembang. Elly Campioni was mede verantwoordelijk voor de evacuatie. In Palembang zorgde ze voor een gaarkeuken, kocht rijst op de zwarte markt en regelde verpleegsters voor gewonden onder de Engelse soldaten die zich vanuit Singapore via Palembang terugtrokken. Kort daarna vestigde het gezin zich in Batavia. Toen na de verwoesting van de raffinaderijen op Sumatra ook de laatste achterblijvers overkwamen, kreeg Elly Campioni de taak hun opvang te regelen. Nadat de Japanners Indië waren binnengevallen, vertrokken alle mannen naar Bandoeng, het laatste Nederlandse bolwerk. De vrouwen en kinderen bleven achter en werden geterroriseerd door de Japanners die alles van waarde meenamen.

Er werd een Gemeentelijk Europeesch Steun Comité (GESC) opgericht dat steun verleende aan de vrouwen van KNIL-soldaten en aan anderen die geen bestaansmiddelen meer hadden. Elly Campioni, een kampioen in het inzamelen en herverdelen van allerlei voorraden en gelden, werd het jongste comitélid. In oktober 1942 werd zij met haar kinderen geïnterneerd in het vrouwenkamp Tjideng, in Batavia. Commandant was de econoom Kondo, volgens Campioni een ‘fatsoenlijke man’. Miep Willinge, ook lid van het GESC, werd een van de kamphoofden – Campioni assisteerde haar bij haar spreekuur, waarbij ook de Japanse commandant aanwezig was. Zij verstond een beetje Japans – een tolk had zij nooit nodig – en begreep iets van de psychologie en zeden van de Japanners. Zo wist zij dat ze correct gekleed moest gaan en geen lippenstift moest dragen. Zelf functioneerde Campioni als hoofd van de ‘gesteunde vrouwen’. Iedere woensdag mocht zij buiten het kamp proberen aan geld en goederen voor de ‘gesteunden’ te komen. In het kamp verkocht ze persoonlijke bezittingen, zoals golfballen. In deze periode was dochter Els haar steun en toeverlaat. School was verboden, maar Els scharrelde lesjes bij elkaar. Zoon Miel verleende allerlei praktische diensten. Campioni’s jongste zoon stagneerde in zijn ontwikkeling en werd een echt ‘kampkind’.

Kamphoofd

Nadat de gesteunden in juli 1943 naar het kamp Grogol, ten westen van Batavia, waren getransporteerd, werd daar onder leiding van Campioni een vervuild krankzinnigengesticht omgebouwd tot een kamp met redelijke slaapbarakken. Kort daarna volgden ook de andere geïnterneerden van Tjideng. Het was een zenuwslopende operatie, waarbij Campioni zich als een ‘duivelin’ opstelde tegenover de Japanners, maar gedaan kreeg wat zij wilde. Zo had ze haar reputatie bij de Japanners en bij de zeer diverse kampbewoners – vrouwen, kinderen, opgeschoten jongens en oudere mannen – gevestigd.

In Grogol werd Elly Campioni kamphoofd van achthonderd mensen. Daarbij moest ze, gesteund door het GESC, laveren tussen de bezetter en de nerveuze kampbewoners. Een kampgenote, Lydia Chagoll, beschreef Campioni later als ‘een dame, kordaat en wetende hoe te handelen. Een bemiddelaarster en niet bang uitgevallen. Altijd vriendelijk en opgeruimd. Altijd keurig gekamd en gekleed’. Er was ook kritiek omdat Campioni als niet-gestudeerde vrouw de baas was over het kamp. Kampgenote en arts De Jong-Martens stelde tot haar verdediging: ‘als kampleidster moet je met mensen kunnen omgaan en politiek zijn tegenover de Jap en dat kan ze’. Zo wist Campioni door handig optreden te voorkomen dat er meisjes werden afgevoerd naar de Japanse legerbordelen. Een hachelijk incident waarbij een Japanse vlag per ongeluk bij het afval was geraakt, liep dankzij haar koelbloedige optreden goed af. Eenmaal ook moest zij een aantal gestrafte vrouwen met haar eigen lichaam dekking geven – het kastijden hield toen op. Ondanks het eenzijdige voedsel leed er nooit iemand honger in het Grogolkamp en stierven slechts weinigen.

In augustus 1944 werden alle jongens vanaf elf jaar van hun moeder gescheiden, ook Campioni's zoon Miel. Het kamp Grogol werd opgeheven en iedereen werd met bussen terug naar Tjideng getransporteerd. Daar fungeerde Campioni als blokhoofd voor de ‘Grogollers’. In Tjideng wilde ze geen medewerking verlenen aan de nieuwe, corrupte en wrede kampleiding. Zij werkte in die tijd in de keuken en in het kampziekenhuis. Met het centrale Japanse bestuur wist zij buiten de kampleiding om een goede voedseldeal te sluiten. De foto uit haar jeugd, met de Japanse kroonprins, bood Campioni tegenover Sonei, commandant van de vrouwenkampen op Java, een zekere onaantastbaarheid. Maar de foto kon niet voorkomen dat zij op tweede kerstdag 1944, samen met alle voormalige kampleidsters, naar de strafgevangenis Tangerang werd gestuurd, waar ook Willinge al zat.

In maart 1945 werd Campioni verplaatst naar kamp ADEK, waar alle vrouwen uit West Java werden geconcentreerd. In dit kamp sloegen gebreks- en infectieziekten hard toe. Na de capitulatie van Japan, op 15 augustus, stroomde voedsel de kampen binnen omdat de Japanners, bang voor represailles, zo snel mogelijk probeerden ‘van de skeletten weer mensen te maken’, zoals Campioni later schreef. Na de komst van Campioni’s man en zoon naar het kamp ADEK was het gezin weer herenigd.

Na de oorlog

Vlak na de oorlog weigerde Elly Campioni te getuigen tegen Sonei, maar later getuigde zij in Nederland wel tegen een verklikster uit Grogol. In april 1946 vertrok de zwangere Campioni per boot met haar twee jongste kinderen naar Nederland – de omstandigheden aan boord waren slecht en hoewel in Rotterdam een hartelijk welkom van de familie wachtte, was er onder de overige Nederlanders weinig belangstelling voor hun oorlogservaringen. Na de geboorte van zoon Djon vertrok het gezin voor een jaar naar Houston, waar Emile Campioni een baan kreeg.

Na een verblijf van tien jaar in het buitenland keerden de Campioni’s voorgoed terug naar Nederland. Ze vestigden zich in Den Haag. Emile ging voor Esso werken en Elly was bezig met haar kampvriendinnen, kinderen – hun jongste zoon stierf in 1977 –, en later kleinkinderen. Hun laatste levensjaren woonden zij in de Bilt. Elly Campioni stierf op 1 augustus 1985 op 78-jarige leeftijd in Utrecht aan leukemie. Haar man stierf twee jaar later.

Betekenis

Als vrijwilligster en kamphoofd tijdens de Japanse bezetting ‘bemoeide Elly Campioni zich overal mee’– aan het eind van de oorlog was er ruim acht ton door haar handen gegaan, alles keurig geboekt. Dankzij haar vindingrijkheid had ook haar gezin het hoofd boven water kunnen houden. Ze ervoer haar leiderschap in de Japanse kampen later als een waardevolle ervaring die zij niet had willen missen. Toen zij desondanks last kreeg van nachtmerries (‘ik had het soort nachtmerries dat de Jappen als mieren over me heen kropen’), werd haar aangeraden bij wijze van therapie over haar ervaringen en angsten in het kamp te schrijven. Deze handgeschreven memoires uit 1974 worden, net als enige borduurlappen, in de familie Campioni bewaard. In de geschiedschrijving over de oorlog heeft Elly Campioni-Soeters tot nu toe geen plaats gekregen.

Archivalia

  • Familie Algie-Campioni, De Bilt: memoires van Elly Campioni-Soeters [manuscript, 350 pagina's; tenzij anders vermeld komen de hierboven opgenomen citaten uit dit manuscript] en een borduurlap.
  • Museon, Den Haag: zeer grote borduurlap (laken) met plattegrond Grogol van Elly Campioni-Soeters.

Literatuur

Illustratie

Elly Campioni-Soeters, door onbekende fotograaf, ca. 1950 (part. coll).

Auteur: Marjan Bruinvels

laatst gewijzigd: 03/10/2017