Sophie van de Palts (1630-1714)

 
English | Nederlands

SOPHIE prinses van de PALTS (geb. Den Haag 14-10-1630 gest. Herrenhausen, Duitsland 8-6-1714). Dochter van Frederik V, keurvorst van de Palts (1596-1632) en Elizabeth Stuart (1596-1662). Sophie van de Palts trouwde op 30-10-1658 met Ernst August von Braunschweig-Lüneburg (1629-1698), de latere keurvorst van Hannover. Uit dit huwelijk werden 6 zoons en 1 dochter geboren.

Sophie van de Palts was de jongste dochter van Frederik V en Elizabeth Stuart, het ‘winterkoninklijk’ paar – Frederik was slechts één winter koning van Bohemen – dat op het moment van haar geboorte in ballingschap in Den Haag woonde. Na in 1620 door de Duitse keizer uit Bohemen en uit de Palts te zijn verjaagd, leefden haar ouders in Den Haag op kosten van de Staten-Generaal, van stadhouder Maurits en van koning Jacobus I van Engeland. Sophie was twee jaar oud toen haar vader tijdens een veldtocht in Duitsland om het leven kwam. Haar moeder bleef achter met tien kinderen, die in de Prinsenhof in Leiden werden opgevoed. De zoons en ook de dochters kregen daar les in wiskunde, natuurkunde, vreemde talen, tekenen, dansen, etiquette, kortom in alles waarmee ze later in de hoogste kringen hun voordeel zouden kunnen doen.

Heidelberg en Hannover

Bij de vrede van Münster (1648) kreeg Sophies oudste broer, Karl Ludwig (1617-1680), een deel van de Palts terug. Sophie verliet het hof van haar moeder in Den Haag en nam haar intrek bij haar broer, in het voorouderlijk slot van Heidelberg. Vanwege haar schamele bruidsschat was het moeilijk om een geschikte huwelijkspartner voor haar te vinden. Uiteindelijk kon ze in 1658, op 28-jarige leeftijd, alsnog worden gekoppeld aan Ernst August von Braunschweig-Lüneburg, een Duitse vorstenzoon uit het geslacht der Welfen, die als jongste van vier broers weinig substantiële vooruitzichten had, maar het in 1692 toch nog zou brengen tot keurvorst van Hannover.

De eerste jaren van haar huwelijk vond het echtpaar nog onderdak bij een zwager van de bruid, Georg Wilhelm, die op dat moment hertog van Hannover was. Ze woonden gedrieën in de stad Hannover, in het Alte Leineschloss. In die tijd fungeerde Sophie als een soort pleegmoeder voor haar nichtje Liselotte van de Palts, de dochter van haar broer Karl Ludwig. In 1661 werd Ernst August vorst-bisschop van Osnabrück en verhuisden hij en Sophie naar Bad Iburg. In 1664-1665 reisde Sophie met haar man mee naar Italië. De reis werd voor Sophie een teleurstelling; op dat moment was de glans al van hun huwelijk af en Ernst August omringde zich graag met vrouwelijk schoon. Intussen breidde het gezin zich gestaag uit, zodat slot Bad Iburg op den duur te klein werd en ze in 1673 verhuisden naar Osnabrück, de hoofdstad van het bisdom waar Ernst August de geestelijke en wereldlijke macht over uitoefende. In 1680 werd Ernst August hertog van Hannover. Het gezin keerde terug naar het Leineschloss. In 1692 werd Ernst August de titel van keurvorst verleend, en daarmee werd Sophie keurvorstin van Hannover. Het slot in de stad Hannover werd groots opgeknapt en uitgebreid, maar Sophie verbleef vooral graag in het zomerverblijf van de Welfen in het nabije Herrenhausen, waar ze een schitterende, vijftig hectare grote tuin liet aanleggen. Die tuin ligt er nog, volgens het ontwerp van Sophie en haar tuinarchitecten.

Sophie van de Palts deed haar best gunstige huwelijken voor haar kinderen te regelen – en later deed ze dat ook voor haar kleinkinderen –, maar voor zichzelf streefde ze geen macht na. Dat blijkt althans uit haar memoires, die ze schreef rond haar vijftigste. Kort tevoren waren haar oudste zus Elisabeth van de Palts en haar oudste broer Karl Ludwig gestorven. Haar man was desondanks naar Venetië vertrokken om daar langdurig carnaval te vieren, zoals hij ieder jaar deed. In die memoires kijkt Sophie terug op het leven dat achter haar ligt, met vreugde over het goede dat het haar heeft gebracht en met ironie over hetgeen haar neerslachtig heeft gemaakt. Als kind al stond ze bekend om haar rake en soms venijnige opmerkingen. Die spot vinden we terug in de memoires: ‘Hare Majesteit mijn moeder liet haar kinderen ver van haar hof opgroeien, want ze hield meer van haar apen en honden’ (Van der Cruysse, 38). Achter zulke opmerkingen verbergen zich ongetwijfeld frustraties. Maar ze beschrijft ook momenten van vreugde, zoals haar wittebroodsweken en het bezoek aan haar nichtje Liselotte in Frankrijk nadat deze in het huwelijk was getreden met Monsieur, de broer van Lodewijk XIV. Sophie wordt voorgesteld aan de koning en observeert de loze drukte aan het Franse hof, dat ze als een soort Saint-Simon met een scherpe, geestige pen beschrijft. Het verslag van haar reis naar Italië gaat vooral over het sociale leven in dat land en is ook ironisch gekleurd. En altijd is ze weer blij om thuis te komen, zo schrijft ze, terug bij de kinderen en in haar tuin.

In die tuin bij slot Herrenhausen kwam Sophie van de Palts op 8 juni 1714 ook te overlijden. Tijdens haar gebruikelijke avondwandeling begon ze te wankelen, ze zocht steun bij haar begeleidsters en viel vervolgens dood neer. Haar laatste rustplaats vond ze in de kapel van het Leineschloss, dat na de Tweede Wereldoorlog weer volledig moest worden opgebouwd. Zou ze nog een paar weken langer hebben geleefd, dan zou ze op grond van haar Stuart-achtergrond koningin van Engeland zijn geworden. Nu viel die eer te beurt aan haar oudste zoon Georg ofwel George I, de eerste Engelse koning uit het Huis Hannover.

Correspondentie

Toen Ernst August in 1680 hertog van Hannover werd, werkte de geleerde Gottfried Wilhelm Leibniz daar sinds een aantal jaren als hofbibliothecaris. Sophie had hem al eerder via haar zuster Elisabeth leren kennen. Ze was minder beschouwelijk dan haar geleerde zus, maar liet zich graag door Leibniz zijn monadenleer uitleggen. Leibniz’ optimistische filosofie moet haar hebben aangesproken en ze raakten bevriend. Toen Leibniz vanaf 1685 op reis was door Europa, correspondeerde zij met hem. Ze schreven over politiek – hoe is het in Wenen, hoe is het thuis in Hannover? – maar ook over een onderwerp dat Leibniz zeer ter harte ging: de hereniging van katholieken en protestanten. Sophie, zelf protestants, juichte zijn streven toe, maar Leibniz vond in den vreemde nauwelijks medestanders.

Sophie van de Palts was een gedreven correspondente. Haar brieven zijn levendig en vol pakkende formuleringen. Ze schrijft even gemakkelijk in het Frans als in het Duits, soms in een mengelmoes van verschillende talen, waar ook nog weleens een Nederlands woord in opduikt. Haar brieven aan Liselotte van de Palts zijn verloren gegaan, maar uit de brieven die van haar nicht terugkwamen, en die bewaard zijn gebleven, blijkt hoe intensief die correspondentie moet zijn geweest. Ook aan haar broer Karl Ludwig, die voor Sophie een soort vader was, schreef zij talloze brieven. Anders dan bijvoorbeeld haar moeder, was Sophie niet verontwaardigd over het feit dat haar zuster Louise Hollandine en haar broer Eduard (1625-1663) zich bekeerden tot het katholicisme. Ze zocht altijd weer contact, bleef schrijven, bezocht ook de ‘afvalligen’. Harmonie ging voor haar boven dogmatiek, mensen boven systemen. Deze grondhouding maakt haar memoires en haar correspondentie nog steeds zo toegankelijk en invoelbaar.

Naslagwerken

Deutsche biographische Enzyklopädie (München 1998); Oxford dictionary of national bibliography (Oxford 2004).

Archivalia

Niedersächsisches Landesarchiv, Hauptstaatsarchiv Hannover: Bestandssignatur Hann. 91, Dep. 84 Cal. Or. 63 K.G., Dep. 103 XXXIII [hierin o.a. de memoires van Sophie (een door Leibniz gekopieerde versie), correspondentie van Sophie met Europese vorsten en belangrijke personen, o.a. met Leibniz en Elisabeth Charlotte van Orléans (Liselotte van de Palts), stukken over het vermogensbeheer van Sophie, inventarisatie van haar nalatenschap].

Literatuur en uitgegeven bronnen

  • Correspondance de Leibnitz avec l'électrice Sophie, O. Klopp ed., 3 delen (Hannover 1864-1875).
  • Briefwechsel der Herzogin Sophie von Hannover mit ihrem Bruder Karl Ludwig von der Pfalz, E. Bodemann ed. (Leipzig 1885).
  • Francis Evans Bailly, Sophia of Hanover and her times (Londen 1936).
  • Mathilde Knoop, Kurfürstin Sophie von Hannover (Hildesheim 1964).
  • E.J. Aiton, Leibniz. A biography (Bristol 1985).
  • Dirk van der Cruysse, Sophie de Hanovre. Mémoires et lettres de voyage (Parijs 1990).
  • Karin Feuerstein-Prasser, Sophie von Hannover (Regensburg 2004).
  • Annie Mieke Backer, Er stond een vrouw in de tuin. Over de rol van vrouwen in het Nederlandse landschap (Rotterdam 2016) [verschenen na publicatie van dit lemma].

Illustratie

Portret door Gerard van Honthorst, ongedateerd (The Craven Collection, Ashdown House).

Auteur: Jeanne Holierhoek

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 300

laatst gewijzigd: 27/04/2016