Soutberg, Elisabeth Maria (1914-2010)

 
English | Nederlands

SOUTBERG, Elisabeth Maria, vooral bekend als Bibeb (geb. Sloten, Noord-Holland 15-6-1914 – gest. Den Haag 18-1-2010), journaliste. Dochter van Willem Jan Cornelis Soutberg (1887-1950), handelsagent, en Maria Anna Elisabeth van der Heijden (1891-1980). Elisabeth Soutberg trouwde (1) op 6-7-1937 in Medan (Nederlands-Indië) met Walther Berthold Friedrich Schaper (1914-1981), journalist; (2) op 11-7-1952 in Den Haag met Georg Gustav Lampe (1921-1982), kunstschilder. Uit huwelijk (1), dat op 16-8-1950 in Den Haag werd ontbonden, werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Over de jeugdjaren van Elisabeth (Bibeb) Maria Soutberg is niets bekend. Ze begon haar journalistieke loopbaan in de jaren dertig bij het Haarlems Dagblad. Daar leerde zij haar eerste man kennen, de journalist en hoofdredacteur Walther Schaper. In 1936 kreeg hij een baan bij De Sumatra Post in Medan, en Bibeb reisde hem een jaar later na. Ze trouwden in 1937 in Medan. Bibeb ging zelf ook schrijven voor De Sumatra Post: ze kreeg er een kinder- en moderubriek. In de Tweede Wereldoorlog zaten Bibeb en haar man drie jaar lang in interneringskampen. Over haar ervaringen in het vrouwenkamp op Sumatra, waar ze samen met haar zoontje moest zien te overleven, schreef ze later een verslag in de door Mathieu Smedts samengestelde bundel Den vaderland getrouwe (1962). Na de oorlog keerden Bibeb en haar man terug naar Nederland, waar hun dochter werd geboren en Bibeb ging werken voor het Haags Dagblad. Het huwelijk van Bibeb en Schaper werd in 1950 ontbonden. Twee jaar later hertrouwde ze met de schilder en directeur van de Haagse kunstacademie Gerard Lampe.

Carrière als interviewster

In de jaren vijftig begon Bibeb met het schrijven van interviews en reportages voor het weekblad Vrij Nederland. Ook had ze daar een tijdlang de rubriek ‘Zomaarwatvrouwelijkheid’, waarin ze in korte stukjes artikelen uit buitenlandse bladen samenvatte. Aanvankelijk schreef ze op de vrouwenpagina van Vrij Nederland en interviewde ze alleen vrouwen. Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig ging ze ook met mannen in gesprek. Bibebs interviews bestonden in het begin voor een groot deel uit sfeerschetsen, maar gaandeweg werden ze langer en veranderden ze in grote, inhoudelijke tweegesprekken waarin de geïnterviewde opvallend veel van zichzelf blootgaf. Uiteindelijk schreef ze ongeveer zeshonderd interviews. Ze had al snel zo’n reputatie dat je als bekende Nederlander pas meetelde als je door Bibeb was geïnterviewd. Ze portretteerde kunstenaars, schrijvers, industriëlen en politici. Gerard Reve, Jan Wolkers, Boer Koekoek, Joseph Luns: allemaal zijn ze door Bibeb ontleed. Een keuze uit de interviews werd bijeengebracht in twaalf bundels, met titels als Bibeb in Parijs (1957), Bibeb en VIP’s (1965) en ten slotte Een grote hartstocht moet je volgen (1993). Naast bekende Nederlanders interviewde ze een aantal buitenlandse grootheden, onder wie Pablo Picasso, Brigitte Bardot, Mary McCarthy en Marc Chagall. Haar laatste interview verscheen in 1997; ze was toen bijna een halve eeuw verbonden geweest aan Vrij Nederland.

Bibeb was de eerste interviewer in haar soort. De directe, persoonlijke vragen die zij stelde over seks, liefde en familie waren in die tijd ongebruikelijk. Ze wilde, in haar eigen woorden, ‘de diepere kant te laten zien, de essentiële dingen’ (Onkenhout). Haar empathisch vermogen en haar werkwijze droegen bij aan de band die ze met de geïnterviewde wist op te bouwen. Ze bereidde zich grondig voor op elk interview: vooraf las en bekeek ze alles wat er van en over de persoon beschikbaar was. Door haar fenomenale geheugen kon zij dan tijdens het gesprek improviseren. Haar investeringen in de gesprekspartner waren eveneens onorthodox. Ze bracht bloemen mee, nam hem of haar mee naar de film of uit eten, en kwam meerdere malen terug. Maarten ’t Hart voelde zich ‘geradbraakt’ na ‘dertig uur praten’; bij Friedrich Weinreb bleef ze vijf dagen logeren. Een enkele keer nam ze mensen mee naar haar huis in Scheveningen, waar ze woonde met haar tweede man. Dit alles resulteerde in grote, diepgravende interviews, opgeschreven in gespreksvorm en voorzien van uitgebreide sfeerschetsen. Schrijver Nicolaas Matsier zei in 1980 over de interviews: ‘Die cursiveringen! Dat drama! Die hevigheden! Van de meest dorre en grijze Nederlander weet Bibeb een Rus te maken – met diepe gronden, geheime tuinen, orkanische woedes’ (Breedt Bruyn).

Zo veel als we weten over Bibebs ‘slachtoffers’, zo weinig is er bekend over haarzelf. Met Vrij Nederland-hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse had zij de afspraak nooit iets over zichzelf los te laten. Tegen het vaktijdschrift De Journalist zei ze in 1998: ‘Ik heb altijd de geheimzinnigheid gekoesterd. Niet uit valse bescheidenheid, maar als je andere mensen interviewt, moet je niet teveel over jezelf vertellen. Er is ook niet zoveel over mij te zeggen’ (Onkenhout). Bossen bloemen van geïnterviewden stuurde zij terug, op uitnodigingen voor etentjes en borrels ging ze niet in. Van haar gesprekspartners weten we dat ze in een ‘heksenhuisje’ woonde gevuld met schelpen, steentjes en kunst aan de muren, dat ze extravagante kleding droeg, en dat ze geïnteresseerd was in astrologie.

In 1982 overleed Bibebs man. Ze overleefde hem bijna drie decennia, waarin ze meestentijds buiten het oog van publiek en media leefde. Elisabeth Soutberg, bij iedereen bekend als Bibeb, overleed in 2010 in Scheveningen.

Reputatie

Bibeb wordt ‘de grande dame’ van het geschreven interview genoemd, ‘de moeder aller interviewers’. Ze  heeft verschillende prijzen gewonnen: de Lucas Oomsprijs (1975), de Victorine Heftingprijs (1997) en de Jaarprijs voor de journalistiek, ‘De Tegel’, voor haar oeuvre (2008). Na haar overlijden stonden de necrologieën vol met superlatieven. Bibeb had het portretterende interview ingrijpend veranderd, daar waren alle auteurs het over eens. Ze heeft daarmee een grote invloed gehad op interviewers na haar. Maar, zo klonk het in de meeste necrologieën, niemand heeft haar kunnen overtreffen. In de woorden van Frits Abrahams: ‘Er was maar één Bibeb. Ze was onvervangbaar, en dat blijft ze’.

Naslagwerken

www.schrijversinfo.nl.

Publicaties

  • Veel interviews van Bibeb zijn gebundeld, bijvoorbeeld in Bibeb in Rome (1957), Bibeb in Holland (1958) en Bibeb in Londen (1959), later onder titels als De mens is een ramp voor de wereld (1969), Veertien vrouwen (1974), Bibeb & de kunst (1985) en Een grote hartstocht moet je volgen (1993). Verder verschenen van haar hand:
  • Dans Theater (Utrecht z.j. [1960]) [interviews met leden van het Nederlands Dans Theater; met foto’s van Ed van der Elsken en Eddy Posthuma de Boer].
  • ‘Vrouwenkamp op Sumatra’, in: Mathieu Smedts red., Den vaderland getrouwe (1962).
  • [bijdrage aan] Bert Bakker en Wim Gijsen red., H.M. van Randwijk, 1909-1966 = Maatstaf 16 (1968) nr. 1/2 [themanummer].
  • Voor de Koninklijke Drukkerij G.J. Thieme (Nijmegen) interviewde ze enkele Nederlandse typografen: Sandberg: experimenta typographica, 1943-68 (1969); Otto Treumann, grafisch ontwerper (1970); Jurriaan Schrofer (1972); Wim Crouwel (1978).
  • [met Frans Keijsper] Drie generaties Krabbé. Tentoonstellingscatalogus Singer Museum, Laren (Weesp 1985).

Literatuur

  • M. Severijnen, ‘Een halve eeuw Bibeb’, De Journalist, 1-5-1998.
  •  Piet Hagen, ‘Bibeb (1922). “Als u een vent bent, komt u er als een vent uit’, in: Idem, Journalisten in Nederland. Een persgeschiedenis in portretten (Amsterdam 2002) 420-427.
  • M. Breedt Bruyn, ‘Nieuwsgieriger dan Blauwbaards vrouwen; profiel Bibeb’, Vrij Nederland, 31-5-2008.
  • D. Vrieling, Mensen als werkterrein. De ontwikkeling van interviewer Bibeb en haar plaats in journalistiek-historische context (masterscriptie Groningen), 13-1-2010.
  • F. Abrahams, ‘Eén Bibeb; Dag’, NRC Handelsblad, 19-1-2010.
  • T. Rooduijn, ‘Grootmeester van het portretterende interview; Bibeb (1914-2010), ontleder van de levens van beroemdheden, gaf zichzelf nooit bloot’, NRC Handelsblad, 19-1-2010.
  • J. Divendal, ‘Eens even flink doorpraten; in memoriam Bibeb (Elisabeth Maria Lampe-Soutberg) 1922-2010’, Trouw, 20-1-2010.
  • P. Onkenhout, ‘De moeder aller interviewers; Postuum Bibeb (1914-2010)’, de Volkskrant, 20-1-2010.
  • M. Breedt Bruyn, ‘“Een nonnetje, maar ook iets van een duivelin”. In memoriam Bibeb (1914-2010)’, Vrij Nederland, 23-1-2010.

Illustratie

V.l.n.r. Simon Vestdijk, Geert Lubberhuizen en Bibeb tijdens de viering van Vestdijks 70ste verjaardag in het Letterkundig Museum. Foto: Wolson, 21-10-1968 (Letterkundig Museum, Den Haag).

Auteur: Floor Rusman

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 946

laatst gewijzigd: 01/04/2014