Spanje, Maria van (1759?-na 1782)

SPANJE, Maria van (geb. Zevenhuizen 1759? – gest. na 1-1782), vrouw in manskleren, matroos. Haar vader stierf na 1781.

Zoals bij zoveel gevallen van ‘vrouwen in manskleren’ zijn ook de handel en wandel van Maria van Spanje(n) slechts bekend uit processtukken. Naar eigen zeggen was ze zeven jaar oud toen ze haar ouderlijk huis verliet en als boerenmeid ging werken. Het is onbekend op welke leeftijd ze besloot als matroos door het leven te gaan. Ze kreeg kleren van haar broer en daarin uitgedost lukte het haar als ‘Claas van Vliet’ aan te monsteren bij de Admiraliteit van Amsterdam. Als handgeld ontving ze 75 gulden. Na acht maanden werken op het schip De Erfprins van kapitein Braat werd ze ‘ontdekt’ door een zekere Hannes van Vliet. Deze eerste keer bleef haar travestie onbestraft. Het tweede schip waarop ze als matroos aanmonsterde – nu als ‘Jan Kleyweg’ – was De Thetis, onder kapitein Vos(ch) van Avezaat. Na een maand werd ze herkend door een kennis. Het kostte haar anderhalve week hechtenis in de Admiraliteitshof in Rotterdam.

Half november 1781 probeerde Maria van Spanje, wederom als ‘Jan Kleyweg’, dienst te nemen onder commandeur Brunet de Rochebrune op het oorlogsschip De Maas van de Admiraliteit op de Maze. Dit mislukte, omdat ze ‘ontdekt’ werd voordat het zover kon komen. Twee weken later probeerde ze het weer, nu op het schip van viceadmiraal Pichot. Ook dit mislukte op dezelfde wijze. Deze twee pogingen kwamen haar te staan op waarschuwingen van de Rotterdamse hoofdofficier. Niettemin waagde ze het nogmaals, al hield zij de Admiraliteit wel voor gezien. Op 16 december 1781 werd ze in Den Haag aangenomen als soldaat ‘Klaas Bly’ in de compagnie van een majoor Goldsmit onder generaal Hartel, die in garnizoen lag in Sas van Gent. Maar voordat ze daar haar handgeld kon innen werd ze herkend en op 19 december in Rotterdam gearresteerd.

Maria van Spanje, zo’n 22 jaar oud, werd opgesloten onder het raadhuis van Rotterdam en daarna tweemaal – op 22 december 1781 en op 3 januari 1782 – gehoord. Ze verklaarde dat ze in die tijd in Waddinxveen woonde bij haar broer, die ook hun armlastige vader in huis had. Het verhoor draaide uiteraard om haar ‘gewoonte [...] zich in mansklederen te verkleden en door deze vermomming de lieden te misleiden en bedriegen’. Zelf verklaarde ze dienst genomen te hebben uit ‘een grote lust om als matroos het land te dienen’, uit vaderlandsliefde dus. Het gerecht achtte bewezen dat Maria van Spanje, ‘haar sekse verzakende’, in manskleren herbergen en kroegen had gefrequenteerd en zich schuldig had gemaakt aan misleiding en bedrog. Op 5 januari velde het gerecht vonnis: een jaar werkhuis. Het is onbekend hoe het haar verder vergaan is.

Archivalia

Gemeentearchief Rotterdam: Rechterlijk Archief, Crimineel Examenboek van Schepenen, nr. 36, d.d. 22-12-1781 [tekst van verhoren en vonnis in: F.A. Hoefer, Nederlandsche vrouwen in dienst van Mars (Rotterdam 1888) 71-77].

Literatuur

Rudolf Dekker en Lotte van de Pol, Vrouwen in mannenkleren. De geschiedenis van een tegendraadse traditie. Europa 1500-1800 (Amsterdam 1989) 29, 36, 39, 49, 101, 161.

Redactie

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 579

laatst gewijzigd: 13/01/2014