Koning, Elisabeth Johanna (1816-1887)

 
English | Nederlands

KONING, Elisabeth Johanna (geb. Haarlem 1-3-1816 – gest. Rotterdam 25-6-1887), schilderes en tekenares van stillevens. Dochter van Leendert Koning (1789-1863), kostschoolhouder, en Elisabeth Johanna Deyssenroth (1788-na 1863). Elisabeth Johanna Koning trouwde op 1-4-1859 in Haarlem met Sijbrand Stapert (1819-1888), koopvaardijkapitein. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren.

Elisabeth Johanna (Betsie) Koning was de enige dochter van Leendert Koning, kostschoolhouder en onderwijzer van de Franse school in de Haarlemse Zoetemelk-Wittebrood-Heere-Tatingstraat (kortweg Zoetestraat), een bekend onderwijsinstituut in de stad. Elisabeth Johanna had zeven broers en speelde het liefst met hen in de tuin, in jongenskleren. Onderwijs kreeg zij op haar vaders school, waar zij als het enige meisje, gezeten aan een aparte tafel, in de ochtenduren lessen in onder andere vreemde talen volgde. Een van haar klasgenoten was Nicolaas Beets, met wie zij haar leven lang bevriend zou blijven.

Elisabeth Johanna Koning werd geboren met een handicap: haar rechterarm was slechts tot een eindje onder haar elleboog ontwikkeld, maar zij kon zich met haar linkerhand uitstekend redden. Op vijfjarige leeftijd maakte ze graag knipsels en tekende ze haar omgeving. Van haar vader, een verdienstelijk amateurtekenaar, kreeg zij haar eerste tekenlessen. Later volgde ze lessen bij de stillevenschilders Maria Geertruida Barbiers, Henriëtte Geertruida Knip en nadien bij Albert Steenbergen. Op het atelier van Steenbergen, waar zij tot haar 24ste bleef, maakte ze voor het eerst kennis met andere jonge schilders. Koning specialiseerde zich in het tekenen, aquarelleren en schilderen van stillevens met bloemen, vruchten en dood wild. Ook ontwierp en vervaardigde ze kleding en ander handwerk, onder andere voor liefdadige doelen.

Loopbaan

Al in 1825 – ze was toen negen jaar oud – kregen de dierentekeningen van Elisabeth Johanna Koning een ereplaats op de eerste kunstnijverheidstentoonstelling in Haarlem, en zes jaar later exposeerde ze een aquarel op de tentoonstelling van Levende Meesters in Amsterdam. Op zestienjarige leeftijd kreeg ze een opdracht van de Haarlemse bloemist Van Eeden om de zeldzame bloemen in zijn kassen te tekenen. Tussen 1835 tot 1848 deed ze dat ook voor de Amsterdamse bankier en kunstverzamelaar Adriaan van der Hoop, op zijn buitenverblijf Spaanberg. In 1843 won ze de zilveren medaille in een wedstrijd op het gebied ‘der bloemen en vruchten’ van de Amsterdamse sociëteit Felix Meritis. Naar aanleiding hiervan maakte C.P.E. Robidé van der Aa een lofdicht op haar werk: ‘Als verrukt van ’t geen zij zagen,/ Landgenoot en vreemd’ling vragen,/ Wie die schone bloemen schiep/ Die de kunst te voorschijn riep?/ Geeft ten kent’nis Koning de eer;/ Met musket, noch zwaard, noch speer,/ Zoals Kenau deed weleer,/ Treedt zij op; maar weet naar ’t leven,/ Flora’s kind’ren weertegeven’.

Tot 1859 zond Koning bijna jaarlijks schilderijen voor de (verkoop)tentoonstellingen van Levende Meesters in. Voor haar werk vroeg ze prijzen variërend van 25 gulden voor een klein bloemstilleven tot 200 à 300 gulden voor een groter bloemstuk met vruchten of dood gevogelte, destijds een aanzienlijk bedrag voor een stilleven. Ze verkocht haar werk aan onder andere Teylers Museum, Museum Van der Hoop en aan koning Willem II. In 1844 ontving Elisabeth Johanna Koning een erelidmaatschap van het Haarlemse tekengenootschap Kunst Zij Ons Doel en het jaar daarop werd zij benoemd tot lid van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Dankzij deze onderscheidingen maakte zij naam, zodat ze bij diverse Amsterdamse en Haarlemse patriciërsfamilies, waaronder Crommelin en Bicker, als huislerares een betrekking kon krijgen. Zo’n zestien jaar lang – tot haar huwelijk in 1859 – gaf zij de dochters van deze families teken- en schilderles: ’s winters in de stad, ’s zomers op hun buitens. Enkele malen maakte Koning een buitenlandse reis, zoals in 1851 naar de Wereldtentoonstelling in Londen, in 1854 naar die in Parijs, en een jaar later naar Brussel en Luik. Bij thuiskomst schreef zij uitvoerige reisverslagen die zij illustreerde.

Huwelijk

Na 1859 exposeerde Koning minder. In dat jaar trouwde ze op 43-jarige leeftijd met Sijbrand Stapert, gezagvoerder op de grote vaart – eerder was ze verloofd geweest met een Haarlemse scheikundige, maar deze was gestorven. Ze noemt zich voortaan Elisabeth Johanna Stapert of Stapert-Koning. Voor hun huwelijksreis ging het echtpaar naar Java, waar Stapert-Koning veel gedetailleerde, kleurrijke aquarellen van bloemen, vruchten en kleine dieren maakte. Bij deze gelegenheid werd zij, als eerste vrouw, benoemd tot lid van de Natuurkundige Vereniging in Nederlands-Indië.

Na terugkomst vestigde het paar zich in Groningen en wijdde Stapert-Koning zich vooral aan de opvoeding van de drie kinderen uit Staperts vorige huwelijk en van hun dochter Cornelia (geb. 1860). In Groningen werd ze bestuurslid van het kunstenaarsgenootschap Pictura en hield zij zich bezig met de organisatie van tentoonstellingen. In 1874 verhuisde het gezin naar Rotterdam, waar ze vaak tekende in de kassen van dierentuin Blijdorp en ze bleef tot het eind toe schilderen. Elisabeth Stapert-Koning overleed in juni 1887; ze werd bijgezet in het graf van haar man op het Kerkhof te Schoonderloo.

Reputatie

Elisabeth Johanna Koning was een gerenommeerd kunstenares, maar na haar overlijden verbleekte haar roem. Mede dankzij haar dochter Cornelia, die meermaals over haar publiceerde, is er veel informatie over haar leven en werk beschikbaar. Veel van haar schilderijen en werken op papier zijn nu nog bekend en dankzij hun hoge kwaliteit worden ze nog steeds tentoongesteld. Haar collectie botanische tekeningen, de zogenaamde ‘Indische portefeuille’, wordt tot haar belangrijkste werk gerekend. Deze werd onder meer geëxposeerd op zogeheten kunstbeschouwingsavonden in de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam en in 1919 in het Stedelijk Museum te Amsterdam, bij de herdenking van het driehonderdjarig bestaan van Batavia.

Naslagwerken

Benezit; Elck zijn Waerom; Immerzeel; Kramm, NNBW; Scheen; Thieme-Becker; Waller; Wurzbach.

Archivalia

  • Noord-Hollands Archief, Haarlem: de bibliotheek bevat diverse stukken betreffende Elisabeth Johanna Stapert-Koning, waaronder haar geïllustreerde reisverslagen, gedichtjes en verzen, schilderingen en borduursels, een album amicorum en haar correspondentie met Beets.
  • Teylers Museum, Haarlem: handschrift E.Th. Meijer-Unger over E.J. Koning (inv. nr. BB*).
  • Koninklijke Bibiliotheek, Den Haag: Bijzondere collecties, 67 D 2, nr. 140 [brief van Koning aan de commissie voor de schilderijententoonstelling te Amsterdam, 6-9-1840].

Werk

Het Teylers Museum (Haarlem) bezit de ‘Indische portefeuille’ en een schilderij van Koning. Verder is werk van haar te vinden in het Frans Hals Museum (Haarlem), de Hortus Botanicus van Amsterdam en het Koninklijk Instituut voor de Tropen/Tropenmuseum (Amsterdam).

Literatuur

  • Catalogi van tentoonstellingen van Levende Meesters, gehouden in Amsterdam, Den Haag, Groningen, Kampen, Leeuwarden, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht en Zwolle in de jaren 1831-1879 [zie ook Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag: tentoonstellingsdocumentatie Levende Meesters].
  • C.P.E. Robidé van der Aa, [lofdicht op Betsie Koning, ca. 1843] [dit in handschrift overgeleverde gedicht bevindt zich in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief].
  • C.G. Ungert-Stapert, ‘Een merkwaardige vrouw uit de vorige eeuw’, Op de Hoogte. Maandschrift voor de Huiskamer 3 (juni 1906) 344-349.
  • C.G. Ungert-Stapert, ‘Elisabeth Johanna Stapert-Koning, 1 Maart 1816 – 1 Maart 1916. Een herdenking’, Eigen Haard 10 (1916) 177-183.
  • J. Terwen-de Loos, Nederlandse schilders en tekenaars in de Oost: 17de-20ste eeuw. Tentoonstellingscatalogus Rijksmuseum Amsterdam (Amsterdam 1972).
  • R.E. Jellema, ‘Het opmerkelijke leven en oeuvre van een Haarlemse kunstenares: Elisabeth Johanna Koning (1816-1887)’, Teylers Museum Magazine 22 (1989) 3-6.

Illustratie

  • Portret. Uit: Op de Hoogte 3 (juni 1906) 344.
  • ‘Stilleven van gevogelte, vruchten en bloemen’, gesigneerd ‘Elizabeth Koning’, olieverf op paneel. Veiling Christie’s Amsterdam, 24-10-2006, nr. 87.

Auteur: Hanna Klarenbeek

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 700

laatst gewijzigd: 06/12/2015