Steinbach, Anna Maria (1934-1944)

 
English | Nederlands

STEINBACH, Anna Maria (geb. Buchten 23-12-1934 – gest. Auschwitz, Polen 31-7-1944), Sinti-meisje dat na haar dood uitgroeide tot Holocaust-icoon. Dochter van Heinrich (Moeselman) Steinbach (1902-1946), handelaar en violist, en Emilia (Toetela) Steinbach (1902-1944).

Anna Maria (Settela) Steinbach werd naar oud Roma-gebruik in de buitenlucht geboren, onder de woonwagen van haar ouders, op een weideveldje aan de rand van het Zuid-Limburgse Buchten (bij Sittard). Bij haar doop, de volgende ochtend in het dorpskerkje, kreeg ze de christelijke voornamen Anna Maria. Daarnaast had ze als kind van Sinti-Roma-ouders ook de roepnaam Settela. Peettante was doktersvrouw Annie Duijsens-Joosten, die een bijzondere band had met de Roma-kinderen in de streek. Settela was het zevende van tien kinderen in een groot gezin zonder vaste verblijfplaats. Haar vader verdiende de kost als handelaar en violist op kermissen en dorpsfeesten in de omgeving van Sittard. In 1940 vormde het gezin, samen met andere families Steinbach, een kampje bij Susteren. Iets noordelijker, bij Linne, werd in de zomer van 1942 Settela’s jongste zusje en naamgenote Anna Maria geboren.

Film over Westerbork

In de zomer van 1943, na Himmlers bevel tot deportatie van zigeunergroepen naar Auschwitz, werd het rondtrekken met woonwagens verboden en werden de in Nederland verblijvende Roma in ‘verzamelkampen’ geconcentreerd. Het gezin Steinbach kwam terecht in een kamp bij Eindhoven. Op 16 mei 1944 volgde een landelijke razzia op Roma, waarbij 565 mensen werden opgepakt en afgevoerd naar doorgangskamp Westerbork. Hieronder waren ook Settela, haar moeder en acht broers en zussen, samen met tante Bütta (haar moeders zus Theresia) en haar vier kinderen – Settela’s vader en oom waren de week ervoor al gearresteerd en naar kamp Amersfoort gebracht.

In Westerbork werden Settela en de andere Sinti-Roma bij aankomst ontluisd, kaalgeschoren en opgesloten in barak 69. Op 19 mei 1944 vertrok de trein met 446 Joden en in de achterste wagons 245 Sinti-Roma. In opdracht van kampcommandant Gemmeker maakte de Joodse gevangene Rudolf Breslauer op het perron opnamen voor een film over Westerbork. Zeven seconden richtte Breslauer de camera op een meisje met omslagdoek dat vanuit wagon 16 nog even naar buiten kijkt voor de schuifdeur dichtgaat. Volgens getuige Crasa Wagner riep Settela’s moeder haar negenjarige dochter weg bij die deur omdat ze bang was dat haar hoofd ertussen zou komen (Wagenaar, 130).

Na aankomst in Auschwitz-Birkenau werden Settela en de andere Sinti-Roma uit Nederland geregistreerd en kregen ze naast hun nummer een Z op de onderarm getatoeëerd. Daarna ging de groep naar het barakkenkamp B II in Birkenau, het ‘Zigeunerlager’. Eind juli 1944 volgde een selectie van de ongeveer zesduizend nog levende Roma van kamp B op arbeidsgeschiktheid. In de groep ‘goedgekeurden’, die op transport gingen naar werkkampen elders, zaten twee oudere broers en twee oudere zussen van Settela. De overgebleven drieduizend zigeuners werden in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944 vermoord in de gaskamer. Hoogstwaarschijnlijk hoorde Settela met haar moeder, twee broertjes, twee zusjes en haar tante met drie kinderen bij deze laatste groep slachtoffers. Settela’s vader  Heinrich (Moeselman) zou als enige van het gezin de oorlog overleven maar stierf, na een hopeloze zoektocht naar informatie over het lot van zijn vrouw en kinderen, in 1946 op 44-jarige leeftijd.

Icoon

Het fragment van het anonieme ‘meisje met de hoofddoek’ uit de Westerborkfilm van Rudolf Breslauer werd na de Tweede Wereldoorlog een veelgebruikt beeld van het hulpeloze Joodse kind. Presser noemde het in zijn Ondergang (1985) een ‘verschrikkelijke aanklacht’ tegen het nazisysteem (II, 291). De opname groeide uit tot een icoon van de Jodenvervolging. In 1994 ontdekte journalist Aad Wagenaar de ware identiteit van het meisje met de hoofddoek: het was geen Joods kind maar een Sinti-meisje. Crasa Wagner, die in dezelfde wagon 16 had gezeten, getuigde dat het meisje in de deuropening een kind van Steinbach was en door haar moeder was aangesproken als Settela. Ook een andere bekende van de familie Steinbach, Toni Weiss, herkende haar op beeld als Settela, dochter van Moeselman.

In de Rode Kruis-dossiers van de familie Steinbach staan negen vermiste kinderen, maar Anna Maria (geb. 1934) ontbreekt in eerste instantie. Op een latere lijst is haar naam toegevoegd, maar daarbij staat de Roma-naam Blieta, niet Settela. Had ze nog een bijnaam? Hoe het ook zij, sinds 1994 leeft ze voort als Settela. In 1994 maakte Cherry Duyns een documentaire over haar, in 2010 kwam er een zeefdruk van haar te hangen in de kerk van Buchten en in 2013 werd haar naam opgenomen in het bevrijdingsmonument van alle Eindhovense oorlogsslachtoffers.

Literatuur

  • J. Presser, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945, 2 delen (Den Haag 1985).
  • Huub van Baar, ‘En toen…ging Settela naar het Zigeunerkamp’, Trouw, 2-8-2004.
  • Aad Wagenaar, Settela. Het meisje heeft haar naam terug (Hilversum 2007).
  • Cherry Duyns, Settela. Gezicht van het verleden (1994) [documentaire VPRO].
  • Familie Steinbach [URL: http://www.stolpersteinesittardgeleen.nl/slachtoffers/familie%20Steinbach.aspx geraadpleegd 25-10-2015].

Illustratie

Still uit Rudolf Breslauers film, 1944 (Beeldbank WO2 - NIOD).

Auteur: Norbert-Jan Nuij

laatst gewijzigd: 11/07/2016

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.