Strouven, Elisabeth (1600-1661)

 
English | Nederlands

STROUVEN, Elisabeth (geb. Maastricht 24-1-1600 – gest. Maastricht 23-10-1661), stichteres van het klooster Calvariënberg, schrijfster van een autobiografie. Dochter van Petrus Strouven (gest. 1640), schoenmaker, en Ida Beckers (gest. 1606 of 1607). Elisabeth Strouven bleef ongehuwd.

Elisabeth Strouven groeide op in Maastricht, een stad die tot 1632 in Spaanse handen was en waar het katholieke geloof dus openlijk kon worden beleden, waar de bestaande kloosters konden voortbestaan en zelfs nieuwe kloosters konden worden gesticht. Zij was de vierde en jongste dochter in een schoenmakersgezin. Dankzij het feit dat haar autobiografie is overgeleverd, zijn wij goed geïnformeerd over haar leven.

Jeugdjaren

Elisabeth kreeg een goede opleiding. Eerst bezocht zij een kloosterschool, later volgde zij lessen van een klop en een schoolmeester, en ten slotte werd ze naar Luik gestuurd om Frans te leren. Terug in Maastricht leerde ze nog naaien en kantklossen. Vanaf haar veertiende werkte ze in het huishouden van haar vader, die na het overlijden van haar moeder was hertrouwd. Ook moest zij klanten helpen in haar vaders schoenmakerij. Ze kon echter niet goed opschieten met haar stiefmoeder en had geen aanleg om met klanten om te gaan.

Rond haar zestiende verliet Elisabeth haar ouderlijk huis en kwam zij als kindermeisje in dienst bij een weduwnaar. Toen het kind dat zij moest verzorgen stierf, trok zij in bij een wat oudere weduwe en toen zij ongeveer 21 jaar was ging ze zelfstandig wonen. Al snel nam ze andere vrouwen in huis, onder wie haar zuster Maria. Zij verdiende eerst geld met naaiwerk, later begon ze een kostschooltje. Veel van haar tijd besteedde zij aan religieuze oefeningen, zoals gebed en meditatie in de kerk. Daarbij stond zij onder de geestelijke leiding van een jezuïet. Ook in andere opzichten leek haar eigen levenswijze op die van de kloppen (vrouwen die een godgewijd leven in de wereld leidden). Toch wenste Elisabeth Strouven niet over één kam geschoren te worden met de kloppen. In haar autobiografie spreekt zij haar ergernis uit over het feit dat deze ‘geestelijke dochters’, zoals de kloppen in haar tijd werden genoemd, zo vaak hun biechtvaders opzochten.

Godgewijd leven

In 1623 werd Elisabeth Strouven ingekleed in de Derde Orde van Sint Franciscus, een orde die bestemd was voor leken. Zij had zich inmiddels onder geestelijke leiding gesteld van Georgius Danco, overste van het minderbroedersklooster in Maastricht. De geestelijke leidsman die haar het meest heeft beïnvloed was echter de ascetische en vurig religieuze minderbroeder Jacobus Farzijn. Hij stond haar toe om haar kostschool te sluiten en haar leven geheel in dienst te stellen van het geloof.

Op Goede Vrijdag 1628 betrokken Elisabeth Strouven en vijf andere ongehuwde vrouwen een huis op de Kommel in Maastricht. Geen van hen bracht veel bezit in, behalve de burgemeestersdochter Lijsbeth Dries. De beginjaren waren financieel dan ook verre van rooskleurig. Het was de bedoeling van Elisabeth met deze devote vrouwengemeenschap niet alleen een godgewijd leven te leiden, maar ook zieke vrouwen te verplegen. Om aan te geven hoe centraal het lijden van Christus stond in haar spiritualiteit, noemde zij de gemeenschap Calvariënberg. Bij de hevige pestepidemieën in die tijd namen Elisabeth en haar medezusters de riskante verpleging van pestslachtoffers voor hun rekening.

Een klooster was de gemeenschap aanvankelijk niet – de vrouwen legden geen kloostergelofte af en volgden geen kloosterregel. Twee priesters voegden zich bij de gemeenschap en stelden zich onder de geestelijke leiding van Elisabeth Strouven. In haar autobiografie beschrijft zij gedetailleerd hoe zij leiding gaf aan de priester die in de bronnen alleen als ‘meester Maarten’ wordt aangeduid: zij liet hem door meditatie het hele leven van Christus doorlopen. Toen hij op sterven lag, was meester Maarten met zijn meditatieve oefeningen gevorderd tot de kruisdood van Christus. Hij stierf met zijn armen uitgestrekt, als de gekruisigde Christus, en sprak op dat moment dezelfde woorden die Christus aan het kruis gesproken had.

Elisabeths geestelijke leiderschap is opmerkelijk, want binnen de katholieke kerk werd het niet passend geacht dat vrouwen deze rol vervulden. Dit neemt niet weg dat er wel degelijk vele voorbeelden zijn van charismatische religieuze vrouwen die als ‘geestelijke moeders’ optraden. Deze vrouwen ontleenden allemaal de legitimiteit van hun geestelijke leiderschap aan hun profetische gaven en hun mystieke relatie met God. Dit laatste deed Elisabeth Strouven niet; zij zag het als iets dat zij moest doen uit gehoorzaamheid aan God en aan haar biechtvader Jacobus Farzijn.

Ook haar initiatief tot de kloosterstichting was opmerkelijk: Elisabeth wilde bewust een religieus, godgewijd leven onder kloosterdiscipline combineren met het actief beoefenen van de charitas. Zij kon zich daarom niet bij een van de bestaande kloosterorden aansluiten, want de vrouwenkloosters van haar tijd, waar het kloosterslot dwingend was voorgeschreven, waren daar niet op ingesteld. Vandaar dat haar stichting lange tijd bleef ‘zweven’ en zijzelf ook in grote onzekerheid verkeerde over de toekomst ervan. Ook de financiële basis van haar stichting bleef lange tijd uitermate onzeker.

Toen Maastricht in 1632 werd veroverd door de troepen van Frederik Hendrik, kwamen de katholieken in de verdrukking. Elisabeths toenmalige biechtvader, de minderbroeder Servatius Vinck, werd in 1638 zelfs geëxecuteerd, op verdenking van een poging tot verraad om de stad weer aan de Spaanse troepen over te leveren. Bij deze gelegenheid werden de minderbroeders uit de stad verbannen. Zo raakte ook Elisabeth Strouven gaandeweg steeds meer geïsoleerd. Over haar leven nadien zijn weinig details bekend, behalve dat zij verwoede pogingen deed haar stichting bij de kerkelijke autoriteiten goedgekeurd te krijgen.Uiteindelijk werd vlak voor haar dood statutair vastgesteld dat Calvariënberg een klooster werd met clausuur en dat de slotzusters alleen binnen de kloostermuren de charitas konden beoefenen. Zijzelf zou de kloostergelofte niet meer afleggen.

Autobiografie

Elisabeth Strouven is behalve vanwege de stichting van Calvariënberg vooral van belang omdat zij als een van de weinige Noord-Nederlandse vrouwen van haar tijd autobiografische geschriften heeft nagelaten. Er zijn uit deze periode slechts vier autobiografieën bekend van vrouwen in de Noordelijke Nederlanden, waarvan drie religieuze. Elisabeth is van hen de enige die katholiek was. Zij schreef haar autobiografie in de periode 1638-1649 en haar werk dekt slechts de periode van haar jeugd tot 1633, toen zij haar biechtvader Farzijn aan de pest verloor. Daarna worden haar notities fragmentarisch.

Haar autobiografie is geen gestroomlijnd literair product, maar als historische bron is haar werk bijzonder belangwekkend omdat Elisabeth gedetailleerd en indringend weet te schrijven over haar emoties, dilemma’s en geestelijke crises, vaak samenvallend met ernstige ziekteverschijnselen. Haar oorspronkelijke autobiografie is niet gepubliceerd. Er zijn slechts twee afschriften van overgeleverd, die naar alle waarschijnlijkheid vervaardigd zijn door nonnen van het klooster Calvariënberg. Wel verscheen in 1722 een vertaling in het Frans van de hand van een anonieme priester. In deze bewerking zijn de wat minder orthodoxe passages, waarin Elisabeth haar handelen verklaart en legitimeert door goddelijke ‘inspraken’ sterk afgezwakt.

In 1963 richtte het Burgerlijk Armbestuur van Maastricht de Stichting Elisabeth Strouven op, met als doelstelling: hulp en bijstand aan organisaties en instellingen in de sociale sector.

Archivalia

  • Regionaal Historisch Centrum Limburg, Maastricht: Handschriften 230 [afschrift autobiografie, eind zeventiende eeuw].
  • Gemeentearchief Maastricht: Handschriften 507 [afschrift autobiografie, achttiende eeuw]. Archieven van de burgerlijke instellingen van weldadigheid te Maastricht 1796-1964 [zonder inv. nr.] [vertaling in het Frans van een stichtelijk traktaat onder de titel: Les ecolles et les leçons de la venerable Mere Elisabeth Strouven ou Introduction à la perfection religieuse par la meditation de la vie de Jesus Christ suivent l'evangile, traduite du Flamend, 1727. Het traktaat is vermoedelijk voltooid door de anonieme vertaler; het tweede deel, met veel geleerde citaten, is namelijk van een geheel ander karakter dan het eerste deel].

Publicaties

  • La vie de la venerable mere Elizabeth Strouven, fondatrice et premiére superieure du monastere nommé le Mont Calvaire a Maestricht, ecrite par elle-même en Flamend, et traduite en Francois par un prêtre du diocése de Liege (Luik 1722) [Franstalige bewerking van haar autobiografie].
  • Een vertaling in modern Nederlands naar het achttiende-eeuwse afschrift van Strouvens autobiografie van de hand van Olaf Timmers verscheen in: Sint Franciscus. Maandschrift voor Leden der Derde Orde, in vele afleveringen in de jaargangen 44 (1929) t/m 49 (1934).

Literatuur

  • J. Luijten en F. Roebroeks, Calvariënberg (Maastricht 1988).
  • Florence Koorn, ‘De stichting van het Maastrichtse tertiarissenconvent Calvariënberg’, in: B.R. de Melker en M.B. de Roever red., Van polder tot polis. Liber amicorum voor drs. P.H.J. van der Laan. Opstellen over stadsgeschiedenis, diplomatie en economische geschiedenis (Amsterdam 1995) 97-106 [Jaarboek Amstelodamum 87].
  • Florence Koorn, ‘Een charismatische anti-heilige: Elisabeth Strouven (1600-1661)’, in: Mirjam Cornelis e.a. red., Vrome vrouwen. Betekenissen van geloof voor vrouwen in de geschiedenis (Hilversum 1996) 87-107.
  • Florence Koorn, ‘A life of pain and struggle. The autobiography of Elisabeth Strouven (1600-1661)’, in: Magdalene Heuser red., Autobiographien von Frauen. Beiträge zur Ihre Geschichte (Tübingen 1996) 13-23.

Illustratie

Getekend portret van Elisabeth Strouven, uit haar autobiografie (Gemeentearchief Maastricht, Handschrift 507).

Auteur: Florence Koorn

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 230

laatst gewijzigd: 13/01/2014