Swellengrebel, Johanna Engela (1733-1798)

SWELLENGREBEL, Johanna Engela (geb. Kaap de Goede Hoop 19-11-1733 - gest. Utrecht 1798), schrijfster van een reisjournaal. Dochter van Hendrik Swellengrebel (1700-1760), gouverneur aan de Kaap, en Helena Wilhelmina ten Damme (1706-1746). Johanna Swellengrebel bleef ongehuwd.

Johanna Swellengrebel en haar zuster Helena kwamen uit een gegoede familie en werden, net als hun vader, aan de Kaap geboren. Vader Hendrik bekleedde diverse functies in dienst van de VOC voordat hij in 1739 als gouverneur werd aangesteld. Nadat hun moeder in 1746 was overleden, kreeg hun vader toestemming om naar de Republiek te vertrekken. In 1751 werd hij benoemd tot admiraal van de retourvloot; hij verliet de Kaap met drie dochters – de derde was Claudia Constantia (geb. 1739) – en zijn jongste zoon Ertman Balthasar (geb. 1742). In de Republiek vestigde het gezin zich in Utrecht; ’s zomers verbleef het in het buitenverblijf Schoonoord bij Doorn. Een jaar na aankomst trouwde Helena met Lambert van Ruyven. Ze stierf waarschijnlijk in haar eerste kraambed. Johanna overleed op 64-jarige leeftijd in Utrecht.

Het dagboek

Op de zeereis van de Kaap naar Texel hielden de twee oudste meisjes Swellengrebel, Helena en Johanna, een dagboek bij. Ze vertellen daarin nauwkeurig en volgens een vast patroon hoe zij de dagen doorbrachten. Eten blijkt een belangrijk onderdeel van hun tijdsbesteding en ze noteren wat ze bij elke maaltijd voorgezet kregen. Zo aten de gouverneursdochters ’s middags gevulde gans, gebraden speenvarken of eend met kool, die ze gezamenlijk met hun familie, de schipper, de opperstuurman en hoge officieren in de grote kajuit nuttigden. Dat was zeker niet de kost die het gewone scheepsvolk te eten kreeg. Ook overhoorden ze hun jongere zusje en broertje, speelden spelletjes met hen, lazen Vondel – wiens Gijsbrecht van Amstel werd opgevoerd –, zongen en speelden fluit. Bij een ziekte van hun slavin moesten ze zelf de kakkerlakken uit hun kledingkisten verjagen.

Anders dan de gezusters Lammens, die eveneens een reisjournaal schreven, hadden de twee meisjes Swellengrebel vrijwel alleen oog voor het huiselijke leven aan boord en de gezondheid van de familie. Hun in stilistisch opzicht niet al te sterke beschrijving laat uitstekend zien hoe scheepspassagiers uit hogere kringen de dagen doorbrachten. Daarmee levert het dagboek een interessant kijkje op het leven aan boord van Oost-Indiëvaarders, al typeerde A. Hallema het in 1931 als het ‘oudste meisjesscheepsjournaal’, slechts interessant voor eenvoudigen en vrouwen, niet voor nautisch geïnteresseerden. Maar net als zoveel dagboekschrijfsters waren Helena en Johanna niet uit op een groot publiek; hoogstens lieten ze hun reisjournaal lezen aan familie en kennissen. Het is, voor zover bekend, het enige dagboek van een reis van de Kaap naar de Republiek dat ten tijde van de VOC (1602-1795) door vrouwen werd bijgehouden en bewaard is gebleven.

Archivalia

Sint Maarten (N.H.): Familiearchief Swellengrebel [handschrift van het journaal van Helena en Johanna Swellengrebel]. Voor verdere relevante archivalia zie Barend-van Haeften, Op reis met de VOC (1996).

Werk

  • M.L. Barend-van Haeften, m.m.v. E.S. van Eyck van Heslinga, Op reis met de VOC. De openhartige dagboeken van de zusters Lammens en Swellengrebel (Zutphen 1996) [bevat de tekst van het dagboek].

Literatuur

  • A. Hallema, ‘Journaal, gehouden in het admiraalschip “De Liefde”, zeijlende van Cabo de Goede Hoop na het vaderland, in 1751, beschreven door de dames Swellengrebel’, De Jonge Vrouw 13 (1931) 176-180, 201-205, 241-245, 277-281, 308-311.
  • Marijke Barend, ‘“Want de egaliteit maalt die schepsels in het hoofd”: egodocumenten, vrouwen en verre reizen’, Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans 9 (2002) 27-46.

Auteur: Marijke Barend-van Haeften

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 509

laatst gewijzigd: 13/01/2014