Tas, Eva (1915-2007)

 
English | Nederlands

TAS, Eva (geb. Amsterdam 7-8-1915 – gest. Amsterdam 22-4-2007), historica en journaliste. Dochter van Philip Tas (1883-1942), vertegenwoordiger van een tapijtenfabriek, en Elisabeth Cohen (1890-1975), modelnaaister. Eva Tas bleef ongehuwd.

Eva Tas groeide samen met haar broertje Abraham (Appie) op in Amsterdam. Het joodse gezin was niet streng religieus. Eva omschreef haar vader ooit als een ‘Jom Kippoerjood’. Ze doorliep de Elisabeth Wolffschool aan de Prinsengracht en ging in 1927 naar het Vossius Gymnasium, waar ze met onder anderen Lou de Jong behoorde tot de eerste groep leerlingen. Na haar eindexamen in 1933 ging ze geschiedenis studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Verontwaardigd over de Duitse boekverbranding van 10 mei datzelfde jaar werd ze lid van het Studenten Strijdcomité tegen Oorlog en Fascisme en het Vrouwencomité tegen Oorlog en Fascisme. Op 31 maart 1939 studeerde Eva Tas af bij prof. Posthumus op haar scriptie De vrouw in het economische leven van Amsterdam tot 1700. Hierna ging ze lesgeven bij de Leidse Onderwijs Instellingen (LOI).

De Tweede Wereldoorlog

Na de Duitse inval in 1940 verloor Tas haar baan bij de LOI. Ze ging werken op verschillende joodse scholen, onder meer in Hilversum als lerares aardrijkskunde. Ook schreef ze tot 1942 voor de verzetskrant De Vrije Katheder. Toen Appie in juni 1942 werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, nam vader Tas een drastisch besluit: hij pleegde zelfmoord om zijn zoon te sparen. Appie werd inderdaad met rust gelaten, tot het in 1943 voor joden steeds benauwder werd in Amsterdam. Moeder Tas besloot onder te duiken in Oss en Eva en haar broer probeerden via Parijs naar Zwitserland te vluchten. In Parijs werd Appie opgepakt toen hij een kijkje wilde nemen buiten zijn onderduikadres en is nooit teruggekeerd. Eva dook onder in de Pyreneeën en gaf les aan onderduikers in Arnac-Pompadour. Hier was ze enigszins veilig, ook omdat aan haar uiterlijk haar joodse afkomst niet was te zien. Na de bevrijding van Parijs in 1944 ging zij weer voor de klas staan om buitenlanders Franse les te geven. In de zomer van 1945 werd Eva met haar moeder herenigd en keerde ze terug naar Amsterdam. Kortstondig was ze in deze tijd verloofd met een Portugese halfjood, maar hij verbrak de relatie. Hier is echter verder niets van bekend.

Journalistiek

In 1946 kreeg de familie het Haarlemse vastgoed in handen dat Philip Tas in de jaren dertig had gekocht. Twee jaar later kregen zij het ouderlijk huis weer terug. Hierdoor had de familie financiële zekerheid. Eva bleef schrijven voor de inmiddels legale Vrije Katheder tot zijn opheffing in mei 1950. Zij leverde ook bijdragen aan het communistische dagblad De Waarheid en het maandblad Politiek en Cultuur. Verder schreef ze ook voor het blad Vrede en Opbouw van de in 1946 opgerichte Nederlandse Vrouwen Beweging (NVB), waar ze al in een vroeg stadium bij betrokken was.

In 1952 haalde Eva Tas haar doctoraal examen Frans en ging weer voor de klas staan, nu als lerares op de Amsterdamse kweekschool. Daar gaf ze geschiedenis, aardrijkskunde en Frans Ze gaf tot 1975 les. Tussen 1946 en 1973 vertaalde ze bovendien romans uit het Frans, Italiaans, Engels en het Jiddisch. Ook schreef ze voor de bundel Baanbreeksters een historisch overzichtsartikel over de vrouwenbeweging in Nederland. In 1967 publiceerde ze een biografie over Robespierre.

Tijdens een reis naar het toenmalige Tsjecho-Slowakije in 1961 ontmoette Tas het echtpaar Eva en Jacques Furth, medeoprichters (in 1956) van het Nederlands Auschwitz Comité (NAC). Zij vroegen haar als hoofdredacteur van het Mededelingenblad van het Auschwitz Comité. Het blad, in 1990 omgedoopt tot Auschwitz Bulletin, kwam tot dat moment onregelmatig uit en was wisselend van opzet. Onder het bewind van Eva Tas, dat 37 jaar zou duren, veranderde het in een gedegen journalistiek tijdschrift dat het leed van de joodse kampslachtoffers op de agenda zette. Tas wist hiervoor gezaghebbende auteurs aan het blad te verbinden. Als hoofdredacteur heeft zij zich tegen de verjaring van oorlogsmisdaden, tegen de vrijlating van de Vier van Breda en vóór een speciaal pensioen voor joodse kampslachtoffers ingezet. Hiervoor gebruikte ze niet alleen het Auschwitz Bulletin maar ook andere media (zoals VARA’s Achter het nieuws) en een hoorzitting van de Tweede Kamer die live werd uitgezonden op tv (op 24 febr. 1972). Pas in oktober 1998, op 83-jarige leeftijd, toen zij al enige tijd in het verpleeghuis Beth Shalom woonde, stopte Tas met haar redactiewerk voor het Bulletin.

Eva Tas bleef ongehuwd. Op het eind van haar leven kreeg ze een innige vriendschap met Rein van der Leeuw, voormalig directeur van het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis. Hij bleef haar trouw opzoeken in het verpleeghuis, waar zij op 22 april 2007 stierf, 91 jaar oud.

Reputatie

Eva Tas wordt vaak vergeleken met Henriëtte Boas. Ze hadden veel gemeen – beiden waren ze van joodse komaf, ze hadden op dezelfde lagere school gezeten, ze bleven beiden ongetrouwd en ze waren journalistiek actief – maar mochten elkaar niet. Boas was liberaal en Tas links, Boas ging slecht gekleed terwijl Tas altijd modieus gekleed ging, zelfs in de krappe tijden van de wederopbouw. Max Arian omschreef haar in de necrologie voor het Auschwitz Bulletin als ‘een vreemde siervogel in lila en paars’.

Het feit dat Eva Tas communiste was, vanaf haar studententijd tot aan de val van de muur, is haar nog wel op kritiek komen te staan. In 1968 maakte journalist Dick Verkijk de documentaire Speciale berichtgeving: Auschwitz en het Auschwitz Comité. Hierin beschuldigde hij het NAC van het misbruiken van Auschwitz voor communistische propaganda. Eva Tas reageerde met de controversiële opmerking: ‘Ach als je Auschwitz hebt overleefd, kom je een Dick Verkijk ook wel te boven’. Controversieel was ze ook omdat ze zelf nooit in Auschwitz had gezeten.

Liefde voor cultuur had Eva Tas al van jongs af aan; in haar jeugd kreeg ze pianoles en las ze veel. Later uitte zich dit in meerdere abonnementen op het Concertgebouw en in de door haar opgerichte Eva Tas Foundation. Deze stichting, na haar overlijden haar belangrijkste erfgenaam, zet zich in voor schrijvers die waar ook ter wereld en op welke manier dan ook in hun vrijheid worden belemmerd.

Werk

Vertalingen:

  • Claude Aveline, Het dode getij (Amsterdam 1946)
  • Vasco Pratolini, Kroniek van arme gelieven (Amsterdam 1958).
  • Mark Twain, Koning Leopold’s alleenspraak: België’s kolonialisme in de Congo (Amsterdam 1961).
  • Scholem Alejchem, Mottel, de zoon van Pejse de voorzanger (Amsterdam 1965).
  • Luigi Maria Pizzinelli, Robespierre (Amsterdam 1971).
  • Gino Pugnetti, Verdi (Amsterdam 1973)

Eigen publicaties:

  • Robespierre (Den Haag 1967).
  • ‘Ed en de overlevenden’, De Gids 33 (1970) 217-218 [over Ed. Hoornik].
  • De Commune van Parijs. Knooppunt der historie (Amsterdam 1971).

Literatuur

  • Hans van der Beek, ‘Altijd scherp in de pen’, Het Parool, 25-4-1997.
  • Maarten Bijl, Nooit meer Auschwitz! Het Nederlands Auschwitz Comité, 1956-1996 (Bussum 1997).
  • Oeke Hoogendijk, ‘Interview met Eva Tas’ (2000) [video].
  • Jolande Withuis, ‘Een documentaire in zwart-wit. Het Nederlandse Auschwitz Comité tussen Koude Oorlog en psychotrauma’, in: C. Kristel red., Met alle geweld: botsingen en tegenstellingen in burgerlijk Nederland (Amsterdam 2003).
  • J.J. Amesz en J.A. Honout, Altijd weer Auschwitz: een biografische schets van Eva Tas 1915-2007 (Maastricht 2011).
  • Max Arian, ‘Een vreemde siervogel in lila en paars’, Auschwitz Bulletin 55 (2011) nr. 3, 16-18.
  • Sander Heijne, ‘Mondaine communiste bleef vechten voor inlossen ereschuld’, de Volkskrant, 4-5-2011.
  • Jolanda Withuis, ‘Russische soldaten verkrachten niet’, Historisch Nieuwsblad (2012) nr. 1.

Illustratie

Op de redactie van het Auschwitz Bulletin. Ongedateerde foto, Eva Tas Foundation.

 

Auteur: Marijke Waalkens

laatst gewijzigd: 13/01/2014