Terruwe, Anna (1911-2004)

 
English | Nederlands

TERRUWE, Anna Alberdina Antoinette (geb. Vierlingsbeek 19-8-1911 – gest. Deurne 28-4-2004), psychiater. Dochter van Johannes Theodorus Terruwe (1885-1950), koopman, en Catharina Theresia Ernestina Huberta Korbmacher (1881-1969), verloskundige. Anna Terruwe bleef ongehuwd.

Anna Terruwe groeide samen met haar broer Johannes (1913-1989) op in een rooms-katholiek middenstandsgezin in Vierlingsbeek. In 1921 verhuisde het gezin naar Deurne. Anna volgde de opleiding gymnasium-B aan het St. Catharina Lyceum in Eindhoven en ging in 1930 medicijnen studeren in Utrecht. Na haar artsexamen (1938) specialiseerde ze zich in de psychiatrie, onder leiding van Henricus C. Rümke en Joseph J.G. Prick. Praktijkervaring deed ze op in de psychiatrische inrichting Voorburg in Vught. In 1945 werd zij geregistreerd als specialist in ‘zenuw- en zielsziekten’ en begon zij in Nijmegen een eigen praktijk voor psychotherapie.

Psychotherapie en katholicisme

Op 9 november 1949 promoveerde Terruwe in Leiden bij professor Eugène A.D.E. Carp op De neurose in het licht van de rationeele psychologie. De verdringingsthese van Freud verbond ze hierin met de ‘rationele’ psychologie van Thomas van Aquino. Terruwe werd daarbij geïnspireerd door het werk van Willem J.A.J. Duynstee, een pater redemptorist die ze in haar studietijd had leren kennen. Terruwe en Duynstee probeerden de psychoanalytische methode zo aan te passen dat zij ook voor katholieken aanvaardbaar zou worden. Ze wilden daarmee het klimaat van angst en krampachtigheid rondom seksualiteit onder katholieken verminderen. Terwijl Freud meende dat de moraal de verdringing van lustvolle gevoelens veroorzaakt, stelde Terruwe dat het vooral gaat om een verkeerd begrepen moraal. Bij neurosen is er niet zozeer sprake van een spanning tussen lust en moraal, maar van verdringing van de ene passie (lust) door de andere (angst), waarna de verdrongen passie op een onbewust niveau voortwoekert, buiten controle van het verstand en de vrije wil. De behandelaar moet zich daarom niet als moralist opstellen, maar de cliënt helpen minder angstig te worden en zo meer rationele controle te krijgen over de verdrongen gevoelens, aldus Terruwe.

Terruwes proefschrift verscherpte de naoorlogse controverse tussen conservatieve en vernieuwingsgezinde katholieken over ‘zondig gedrag’. Volgens Terruwe kon er bijvoorbeeld objectief bij dwangmatige masturbatie wel sprake zijn van zondige handelingen, maar subjectief niet, vanwege het dwangmatige karakter. Omdat zij in haar praktijk veel clerici met neurotische aandoeningen behandelde, sloegen behoudende katholieken alarm. Zij suggereerden dat Terruwe immorele seksuele handelingen zou goedkeuren of zelfs aanmoedigen. Een onderzoek door een commissie van moraaltheologen, in 1949/1950, leidde echter tot de conclusie dat zij ‘rechtzinnig in de leer en voorzichtig in de praktijk was’ (Ter Meulen, 105).

Vooral de jezuïeten bleven Terruwe kritisch volgen. Na een jarenlange roddelcampagne werd zij het mikpunt van de Nederlandse jezuïetenpater Sebastiaan Tromp, consultor en qualificator van de Congregatie van het Heilig Officie, het hoogste Vaticaans orgaan dat moest toezien op de zuiverheid van het geloof. Een visitatie in de Nederlandse kerkprovincie onder leiding van Tromp kreeg in november 1956 haar neerslag in een publicatie van het Heilig Officie: een Monitum met kritische kanttekeningen over psychotherapie door katholieke zenuwartsen. Deze vermaningen gingen gepaard met een verbod voor mannelijke geestelijken zich door vrouwelijke psychiaters – lees: Terruwe – te laten behandelen.

Terruwe kwam tegen deze verdachtmakingen in het geweer, maar haar herhaalde protesten bij het Vaticaan stuitten op hardnekkig stilzwijgen. In de vaste overtuiging altijd in overeenstemming met de katholieke leer te hebben gehandeld, publiceerde Terruwe in 1964 haar kant van de zaak in het boekje Opening van zaken. Hierop ontstond een storm van kritiek op het handelen van de rooms-katholieke kerk ten aanzien van Terruwe en Duynstee. Onder invloed van kardinaal B.J. Alfrink – die positief stond tegenover het werk van Terruwe én goed bevriend was met paus Paulus VI – werd Terruwe op 10 april 1965 officieel gerehabiliteerd.

Bevestigingsleer

De grootste bekendheid verwierf Terruwe met haar ‘bevestigingsleer’, een uitwerking van haar publicatie De frustratieneurose (1962). Daarin stelde zij dat er in het gevoelsleven fundamentele onrust, onzekerheid en onbevredigdheid kunnen ontstaan als iemand in zijn vroege jeugd is gefrustreerd in zijn natuurlijke verlangen naar bescherming en tederheid, naar ‘bevestiging van zijn bestaan’. Dit leidt tot nadelige gevolgen voor de contacten met anderen en voor de zelfwaardering. Therapie is dan gericht op het herstellen van de bevestiging. In Geef mij je hand (1972) gaf Terruwe een fundamentele kritiek op de westerse consumptiemaatschappij, die volgens haar te veel in het teken van onmiddellijke behoeftebevrediging staat. De aldus verwende mens blijft daardoor psychisch gesloten voor zijn medemensen. Wanneer hij zich echter bewust wordt van het belang van de bevestiging in menselijke verhoudingen – ook economisch en politiek – kan het tij nog ten goede gekeerd worden. Wereldconflicten zouden kunnen worden opgelost als wereldleiders elkaar zouden bevestigen. Ook de problemen in de katholieke kerk zouden langs deze weg opgelost kunnen worden, aldus Terruwe in haar Kom uit de boom, Zacheus, ik kom bij je eten. Empirisch-antropologische visie op menselijk samenzijn in kerk en wereld (1974).

Vanaf 1971 trok Terruwe volle zalen met haar lezingen over de bevestigingsleer. Haar voordrachten waren ook op grammofoonplaat en geluidscassette verkrijgbaar, en zij verscheen geregeld op radio en televisie. Zowel in Nederland als internationaal kreeg ze volgelingen. Conrad W. Baars, een naar de Verenigde Staten geëmigreerde Nederlandse psychiater, nam in 1974 het initiatief tot de oprichting van het House of Affirmation, bedoeld om Terruwes leer van de bevestiging verder te ontwikkelen en hulp te bieden aan religieuzen die door de moderne tijd in de problemen waren gekomen. In datzelfde jaar ontving Terruwe een eredoctoraat aan het Anna Maria College te Paxton in Massachusetts voor haar ontdekking van de frustratieneurose. In 1982 verplaatste zij haar praktijk van Nijmegen naar Deurne, waar ze weer in haar ouderlijk huis ging wonen. Ze bleef tot op hoge leeftijd actief. Haar boek Healing the unaffirmed verscheen in 2002. Twee jaar later, op 28 april 2004, stierf Anna Terruwe, 92 jaar oud.

Reputatie

Anna Terruwe kenmerkte zich door eigenzinnigheid, maar ook door een grote trouw aan de rooms-katholieke kerk. Als psychiater toonde zij moed en creativiteit door een nieuwe therapievorm te ontwikkelen voor de behandeling van seksueel verkrampte celibatairen. Voor deze principiële en openlijke houding werd zij gestraft door de achterklap van conservatieve Vaticaangezinden. Tegelijkertijd werd zij in haar aanpak gesteund door vernieuwingsgezinde psychologen, psychiaters en theologen.Terruwe was echter eerder traditioneel dan vernieuwend, en dat werd na haar rehabilitatie steeds duidelijker. Messiaanse trekken waren haar niet vreemd. Toen er tijdens een reis in een vliegtuigje boven Frankrijk een motorstoring optrad, zei ze geruststellend tegen de stewardess: ‘Mijn taak is nog niet af, wij gaan geen ongeluk tegemoet’ (Van Breemen, 20). Verzoeken om haar lange toespraken te bekorten legde zij naast zich neer: zij vond dat haar toehoorders recht hadden op een grondige uitleg van haar leer. Haar sterke, charismatische persoonlijkheid, haar alles omspannende ‘positieve psychologie’ én haar conflict en verzoening met Rome hebben bijgedragen aan de goeroeachtige status die zij in sommige kringen verwierf.

In 1981 is de Dr. Anna Terruwestichting in het leven geroepen om het gedachtegoed van Terruwe te bewaren en te ontwikkelen. Sinds 2013 steunt de stichting wetenschappelijk onderzoek naar leven en werk van Terruwe (Radboud Universiteit). In Deurne is in 2011 een standbeeld opgericht ter nagedachtenis van Terruwes ‘bevestigingsleer’. Ook is er in Deurne een straat naar haar genoemd. Historica Marit Monteiro werkt aan een biografie.

Naslagwerken

BWG; BWN.

Archivalia

Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen: Archief Dr. Anna Terruwe.

Publicaties

O.E.L. van Breemen, ‘Bibliografie dr. Anna A.A. Terruwe over de jaren 1945-2003’, in: Herman Vekeman red., Bevestiging. Erfdeel en opdracht. Anna Terruwe, bevinding en perspectief (Budel 2004) 19-39.

Literatuur

  • H. Ruygers, ‘Zielzorg en psychotherapie. Kritische beschouwing van een document’, Tijdschrift voor Theologie 5 (1965) 60-81.
  • A.F. Manning e.a. red., Katholieke Universiteit Nijmegen, 1923-1973. Een documentenboek (Bilthoven 1974) 114-115, 181-189.
  • L.G.M. Winkeler, ‘Verdringing van de moraal. De discussie rond het proefschrift van mevr.dr. A.A.A. Terruwe’, in: Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum 10 (Nijmegen 1980) 118-134.
  • W. Grossouw, Alles is van u. Gewijde en profane herinneringen (Baarn 1981).
  • Ruud Abma, ‘De katholieken en het psy-complex’, Grafiet 1 (1981-1982) 156-197.
  • Ton van Schaik, ‘Het begon met bevrijding en eindigde met Haarlemmerolie. De elitaire leer van Anna Terruwe’, Hervormd Nederland, 10-10-1987.
  • R.H.J. ter Meulen, Ziel en zaligheid. De receptie van de psychologie en de psychoanalyse onder de katholieken in Nederland, 1900-1965 (Nijmegen etc. 1988).
  • Octavia van Breemen, Wie is dr. Anna Terruwe? Een beschrijving van het leven en levenswerk van dr. Anna Terruwe, zenuwarts, aan de hand van authentieke gegevens in chronologische volgorde (Deurne 1993).
  • J.B.A.M. Brabers, De Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Nijmegen, 1923-1982 (Nijmegen 1994) 277-284.
  • Hanneke Westhoff, Geestelijke bevrijders. Nederlandse katholieken en hun beweging voor geestelijke volksgezondheid in de twintigste eeuw (Nijmegen 1996).
  • L. Winkeler, ‘Psychiater Anna Terruwe (1911-2004). Pleitbezorgster voor “katholicisme met een menselijk gezicht”’, Volzin 3 (2004) nr. 10, 12-15.

Illustratie

Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen

Auteur: Ruud Abma

laatst gewijzigd: 29/01/2015