Terwisga, Meinarda Maria Klasina van (1919-1997)

 
English | Nederlands

TERWISGA, Meinarda Maria Klasina van (geb. Apeldoorn 24-8-1919 – gest. Apeldoorn 31-5-1997), directrice handelsinstituut voor steno en machineschrijven, tijdens Tweede Wereldoorlog actief in het verzet. Dochter van Jan van Terwisga (1874-1958), onderwijzer, en Maria Susanna Scheers (1887-1950). Meinarda van Terwisga bleef ongehuwd.

Meinarda (Narda) van Terwisga, vernoemd naar haar grootvader van moederskant, groeide op in Apeldoorn als tweede dochter in een hervormd onderwijzersgezin. Na de vijfjarige-hbs volgde zij een secretaresseopleiding en een opleiding voor lerares handelswetenschappen en machineschrijven en behaalde zij vakdiploma’s kantoorstenografie Nederlands, Engels, Duits en Frans. Hierna had ze diverse betrekkingen: tussen 1936 en 1941 was zij ‘een zeer toegewijde bureauambtenaar’ bij de Onderwijsinspectie L.O. te Apeldoorn, tot eind 1940 deed ze ook enig administratief werk bij de consulent Rijkspluimveeteelt en in april 1939 begon Van Terwisga hiernaast onder haar eigen achternaam een handelsinstituut voor steno en machineschrijven, waarvan het leerlingenaantal snel groeide. Verder werd zij in oktober 1939 benoemd als lerares machineschrijven aan de christelijke Koningin Wilhelminaschool voor L.O. en U.L.O.

‘Vrije Groep Narda’

In het oorlogsjaar 1943 richtte Meinarda van Terwisga een burgerverzetsgroep op, de ‘Vrije Groep Narda’. Ze was een onopvallende vrouw met kort haar, gekleed in een mantelpakje en ze sprak goed Engels. Ze was opgewekt, moedig, ondernemend en had meer levenservaring dan haar leeftijd deed verwachten. Onder schuilnamen als mejuffrouw Jansen, mejuffrouw Van Laar en mejuffrouw De Beer werkte ze dag en nacht voor het verzet, waarvoor zij nu en dan haar werk moest onderbreken. Haar verzetsgroep verrichtte koeriersdiensten, hielp Joden, verschafte onderdak aan onderduikers, gaf hulp aan bemanningsleden van neergeschoten geallieerde vliegtuigen, vervaardigde persoonsbewijzen en bezorgde distributiekaarten. De groep bestond geheel uit mannen, maar voor hun verzetswerk konden zij op de onmisbare medewerking van hun vrouwen rekenen.

Meinarda van Terwisga hielp ook bij het ophalen en onderbrengen van geallieerde piloten. Verkleed als verpleegster haalde zij eens een RAF-piloot, van wie de identiteit was ontdekt met een ‘geleende’ ziekenauto uit het ziekenhuis. De verzetsgroep wist geheime zenders en gedropte wapens te verbergen en inlichtingen te verzamelen over de vliegvelden Teuge en Delen en bijvoorbeeld de spoorwegen. Van Terwisga bracht die informatie zelf naar Amsterdam, terwijl andere groepsleden berichten naar Engeland seinden. Ook stencilde ze een illegaal blaadje en hielp ze bij de verspreiding daarvan. Dankzij de geallieerde wapendroppings op de Veluwe had de verzetsgroep ook een gewapende tak, die distributiekantoren overviel en sabotages uitvoerde. Veel van het werk van de illegaliteit bekostigde Van Terwisga uit eigen middelen, waarbij ze werd geholpen door de belastinginspecteur – met zijn medeweten hoefde ze haar inkomsten niet op te geven.

Verraad

Begin juli 1944 nam de boekhouder Willem l’Ecluse, eerder betrokken bij het Amsterdams verzet, typeles bij het instituut van Meinarda van Terwisga. Op haar verzoek verwijderde hij namen van mensen die voor de Arbeitseinsatz in aanmerking kwamen uit de administratie van zijn werkgever, de Nederlandse Arbeidsdienst. Naderhand bleek dat hij daarbij de adressen en namen van verzetsmensen in een boekje had genoteerd, alsmede Van Terwisga’s pistoolnummer. Omdat l’Ecluse was gezien met Duitsers en een relatie had met een NSB-meisje, liet Van Terwisga hem geen klussen meer doen. Op 29 september verraadde hij de leden van zijn eigen verzetsgroep aan de Sicherheitsdienst. De volgende dag had hij een afspraak gemaakt bij Meinarda van Terwisga’s ouderlijk huis, waar zij ook zelf nog woonde. Toen ze daar verscheen bleek de SD een val te hebben gezet. Bij de daaropvolgende huiszoeking vonden de SD’ers wapens en munitie. Ze bonden Meinarda van Terwisga vast en arresteerden die middag een groot aantal verzetsmensen. Er volgden meer arrestaties, en op 2 oktober werden zes van hen gefusilleerd, alsmede twee geallieerde vliegers, die bij de moeder van een van Meinarda’s medewerkers waren ontdekt.

Na haar arrestatie verbleef Meinarda van Terwisga enige tijd in de gevangenis te Bentheim. Later werd ze gedeporteerd naar de concentratiekampen Oldenburg, Hannover, Berlijn en het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück, waar zij veel ontberingen en folteringen onderging.

Na de oorlog

Begin april 1945 behoorde Meinarda van Terwisga tot de gevangenen die nog vóór de bevrijding van kamp Ravensbrück door het Rode Kruis voor verpleging naar Zweden werden overgebracht. Bij haar thuiskomst ontving zij van het verzet een gedenkbord voor haar ‘behouden terugkeer in ’t Vaderland’. Toen ze in augustus 1945 de inmiddels op verdenking van verraad gearresteerde l’Ecluse in de gevangenis bezocht, bekende hij de groep te hebben verraden. Later heeft hij met tegenstrijdige verklaringen geprobeerd zich vrij te pleiten en de schuld op anderen te schuiven.

Haar verdere leven bleef Meinarda van Terwisga de lichamelijke en psychische gevolgen ondervinden van wat ze in de oorlog had meegemaakt. Ze werd volledig invalide verklaard. Vanaf 1946 kuurde Meinarda van Terwisga ook zelf jaarlijks in Zwitserland. In de periode 1946-1953 bracht zij veel verzetsslachtoffers voor herstel van gezondheid voor enkele maanden onder in Zwitserland; eerst liet ze verzetsvrienden op eigen initiatief en eigen kosten overkomen en daarna achtereenvolgens in opdracht van de afdeling Apeldoorn van de Stichting 1940-1945 en de Stichting Herstellingsoorden voor Oud-Illegale Werkers. Totdat het niet meer kon, hielp ze ook buren en kennissen in moeilijke situaties.

Van buiten leek Meinarda van Terwisga een hard iemand, maar van binnen was zij eenzaam. Ze wilde geen arts raadplegen en consulteerde slechts eenmaal professor J. Bastiaans, gespecialiseerd in oorlogstrauma’s. Omdat ze aan het eind van haar leven voortdurende zorg nodig had, nam haar zus Jantje haar in 1988 op in haar flat in Apeldoorn. Angst en wantrouwen voor alle mensen, achterdocht, depressiviteit, hoofdpijn en hartklachten namen toe. Op het laatst zag zij iedereen als vijand: in 1994 verbrak zij hierdoor zelfs het contact met haar medegevangenen uit Ravensbrück. Op 31 mei 1997 overleed Meinarda van Terwisga in een Apeldoorns verzorgingshuis. Zij werd alleen in aanwezigheid van haar zus begraven op de begraafplaats Heidehof te Ugchelen.

Reputatie

Na de oorlog ontving Meinarda van Terwisga voor haar pilotenhulp de Amerikaanse onderscheiding de Medal of Freedom en de Britse King’s Medal for Courage in the Cause of Freedom. In 1953 kreeg zij ‘als onverschrokken vrouw’ de Bronzen Leeuw voor haar hulp aan neergekomen geallieerde vliegtuigbemanningensleden en militairen die tijdens de operatie Market Garden verstrooid waren geraak, alsmede voor haar spionagewerk voor de geheime inlichtingendienst Bureau Bijzondere Opdrachten. Ook was zij draagster van het insigne van de Binnenlandse Strijdkrachten en het Verzetsherdenkingkruis. Op 22 april 2016 werd in Apeldoorn een gedenksteen voor Van Terwisga onthuld bij het herdenkingsmonument in het Verzetsstrijderspark.

Archivalia

  • Stichting 1940-1945, Diemen: Archief van de Stichting 1940-1945, dossiernr. 9569.
  • CODA, Apeldoorn: Binnenlandse Strijdkrachten, Districtsinlichtingendienst, district Apeldoorn (archief 25), inv.nr. 221; Verzameling particuliere stukken (o.a. collectie Lina), 1700-1999 (archief 100), inv.nr. 40.

Literatuur

  • Trouw. Gewestelijke editie voor Apeldoorn en de Veluwe, 13-6-1945.
  • Hans (J.W.) Mulder, Het Apeldoorns verzet 1940-1945 (Utrecht 1971) [doctoraalscriptie, raadpleegbaar bij NIOD].
  • Bob de Graaff en Lidwien Marcus, Kinderwagens en Corsetten. Een onderzoek naar de sociale achtergrond en de rol van vrouwen in het verzet 1940-1945 (Amsterdam 1975).
  • Loe de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 10b, eerste helft (Den Haag 1981).
  • Bob de Graaff, Schakels naar de vrijheid. Pilotenhulp in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (’s-Gravenhage 1995).
  • Wolter Noordman, Gevangen op de Veluwe. De ervaringen van ondergedoken geallieerde militairen op de Noordoost-Veluwe 1944-1945 (Kampen 2002).
  • Jan Heerze en Jelle Reitsma, Apeldoorn ’40-’45. Het verhaal achter de Apeldoornse monumenten (Apeldoorn 2006).
  • Wolter Noordman, Ondergedoken op de Veluwe. Geallieerde militairen en hun deelname aan ‘Pegasus II’ en ontsnapping via de ‘Biesbosch’ (Kampen 2010).
  • W. Heij, Onzichtbare helden. De rol van vrouwen tijdens de bezetting van Nederland (z.p. [Utrecht] 2013) [eindscriptie].
  • Ismee Tames, Doorn in het vlees. Foute Nederlanders in de vijftiger en zestiger jaren (Amsterdam 2013).
  • De Stentor, 22-4-2016.

Illustratie

Meinarda van Terwisga, door onbekende fotograaf, ongedateerd (uit: Noordman, Gevangen op de Veluwe).

Auteur: Dick Kaajan

laatst gewijzigd: 22/11/2017