Tinne, Alexandrine Pieternella Françoise (1835-1869)

TINNE, Alexandrine Pieternella Françoise (geb. Den Haag 17-10-1835 – gest. nabij Ghat, Libië 2-8-1869), (ontdekkings)reizigster en pionierster in de fotografie. Dochter van Philip Frederik Tinne (1772-1844), diplomaat en ondernemer, en jonkvrouw Henriëtte Maria Louise van der Capellen (1796-1863). Alexandrine Tinne bleef ongehuwd.

Alexandrine (‘Alexine’) Tinne groeide op in een vooraanstaand Haags milieu. Haar moeder was een dochter van viceadmiraal en zeeheld Theodoor van Capellen, die door Willem I in de adelstand was verheven, en was hofdame geweest. Haar vader was 58 jaar oud toen hij met Henriëtte trouwde. Uit een eerder huwelijk had hij twee reeds volwassen zoons, die in Groot-Brittannië woonden. Na een carrière als hoge ambtenaar had hij met handel in koffie en suiker fortuin gemaakt in West-Indië. Toen hij in 1844 stierf, was Alexine acht jaar oud. Hij liet zijn weduwe en dochter een zo groot kapitaal na, dat zij zich konden rekenen tot de rijksten van Nederland.

Alexine was goed in talen en kon aardig tekenen en piano spelen. Zij kreeg les van verschillende privé-onderwijzeressen, en waarschijnlijk ging zij in de jaren rond 1847 in het Zuid-Franse Pau op kostschool. In Den Haag woonde zij vlak naast de Koninklijke Bibliotheek die zij – desgewenst – als ‘huisbibliotheek’ kon beschouwen. Zij was zeer geïnteresseerd in land- en volkenkunde en volgens haar oom Hora Siccama leefde zij ‘omringd door oude folianten met reisbeschrijvingen’ (Walch, 258). In het kleinsteedse Den Haag van die tijd trok Alexine de aandacht door haar onconventionele gedrag. Geregeld verscheen zij in bizarre zelfontworpen jurken en met opmerkelijke hoeden in het openbaar en wist zij de Haagse elite te choqueren door wild op haar paard te rijden.

Reizen

De dames Tinne gingen veel op reis, maar aanvankelijk waren hun bestemmingen vrij conventioneel. In 1854 maakten moeder en dochter een tocht door Scandinavië. Per koets, trein en stoomschip reisden zij naar Noorwegen, vergezeld van bedienden, honden en een aanzienlijke hoeveelheid bagage. Met ponywagentjes maakten zij vervolgens de ongemakkelijke reis naar het noorden. Via Bergen ging het gezelschap per schip naar Trondheim en daarna dwars door Noorwegen richting Stockholm. Op de terugweg deden zij Parijs nog aan en voor Kerstmis waren zij weer terug in Den Haag. In mei 1855 reisden zij naar Dresden om kennis te maken met de familie Von Königsmark. Er was namelijk sprake van een verloving van Alexine Tinne met Adolf Frans Josef graaf von Königsmark, die zij het jaar ervoor had leren kennen. De geliefden hebben vermoedelijk ruzie gekregen, want Alexine besloot dat zij Adolf nooit meer wilde zien. Later heeft hij haar nog tot in Smyrna (Izmir) achterna gereisd, maar tevergeefs (Kikkert, 55-56).

De reis die de dames Tinne het jaar daarop maakten, was al veel extravaganter. Op 17 december 1855 zetten zij voet aan wal in de Egyptische havenstad Alexandrië. Vervolgens reisden ze per trein naar Caïro. Zij bezochten niet alleen de gangbare toeristische attracties, maar ook maakten zij een karavaantocht naar de Rode Zee en voeren per schip de Nijl op tot aan Assoean (Aswan).

De volgende reisdoelen van de dames Tinne waren Palestina en Syrië, landen die als gevaarlijk bekend stonden; kennelijk kon niets hen tegenhouden. Het tweetal verbleef ongeveer een half jaar in het klooster Sainte-Roc, vlak bij Beiroet. Alexine Tinne hield er zich bezig met het bestuderen van de islam en met pianospelen. Aan het eind van 1856 waren moeder en dochter weer terug in Caïro, waar zij een tweede bootreis over de Nijl ondernamen in een vergeefse poging Khartoem te bereiken. Met een grote omweg kwamen zij op 6 november 1857 terug in Den Haag. Moeder en dochter Tinne bleven nu vier jaar in Europa. Alexine hield zich gedurende deze tijd bezig met fotograferen: zij wordt beschouwd als een van de belangrijkste fotopioniers van Nederland.

Op 21 augustus 1861 kwamen moeder en dochter Tinne opnieuw aan in Alexandrië, ditmaal in gezelschap met ‘tante Addy’, Henriëtta’s ongetrouwde zuster, Adriana van Capellen. Ruim een half jaar later, op 11 april 1862, bereikte men Khartoem. Per stoomboot vertrok de expeditie van de Tinnes vervolgens op 11 mei naar het Ugandese Gondokoro, waar zij op 30 september aankwamen. Daar strandde de tocht. Vanaf Gondokoro was de rivier niet meer bevaarbaar en Alexine werd ziek. Aan het eind van 1862 was de expeditie terug in Khartoem.

Alexine Tinne had nog steeds de hoop niet opgegeven om door te dringen in onbekend gebied, en in het voorjaar van 1863 vertrok een nieuwe expeditie. Alleen tante Addy bleef achter in Khartoem. Het doel was om naar Mesjra er Req aan de Gazellenrivier te varen en daar te voet de bergen in te trekken. Bij de expeditie hadden zich twee Duitse ontdekkingsreizigers aangesloten, Theodor von Heuglin en Hermann Steudner. Tot aan Mesjra er Req verliep alles redelijk voorspoedig, ondanks het feit dat de boot telkens vastliep in de modder. De voortgang van de expeditie, die uit tweehonderd personen bestond, was langzaam. De dames Tinne namen veel spullen mee, waaronder een porseleinen servies en zilveren bestek. Ook het loodzware ijzeren ledikant van Alexine Tinne werd overal mee naartoe gesleept. Bovendien wilden zij en haar moeder soms enkele dagen op één plek blijven om uitstapjes te maken en kwamen de dagen altijd langzaam op gang omdat zij veel tijd nodig hadden voor hun toilet en het ontbijt. Het regenseizoen naderde, en de expeditie strandde bij de beruchte slavenhandelaar Buselli, die steeds hogere prijzen voor voedsel vroeg.

Op 22 juli stierf Henriëtte Tinne na een ziekbed van enkele dagen. Alexine besloot daarop terug te gaan naar Khartoem. Zij voerde het stoffelijk overschot van haar moeder mee in een kist waarvan de naden met hars waren dichtgemaakt. Halverwege de tocht, toen de voorraden op waren, werd Alexine Tinne gered door de expeditie die door de ongeruste tante Addy op onderzoek was uitgestuurd. Op 28 maart 1864 kwamen het gezelschap aan in Khartoem. Enkele weken later stierf ook tante Addy. Twee van haar kameniersters waren inmiddels eveneens overleden. Zo reisde Alexine Tinne met vier lijkkisten terug naar Caïro. Ze leefde er in inheemse stijl, samen met een heterogene groep bedienden die zij van haar reizen had meegebracht. Haar halfbroer John kwam haar ervan overtuigen naar Nederland terug te keren, maar zij weigerde. Wel nam hij de vier lijkkisten mee terug, om de lichamen in Nederland te begraven.

Ondanks de feitelijke mislukking was de expeditie naar de Gazellenrivier wel van wetenschappelijk belang. Uit het materiaal dat Alexine Tinne had verzameld en getekend – waaronder enkele onbekende planten – werd later de Plantae Tinneanae samengesteld. Voorts publiceerde Theodor von Heuglin naar aanleiding van deze expeditie Die Tinnesche Expedition im westlichen Nil-Quellgebiet met belangrijke geografische, biologische en antropologische gegevens.

Gefascineerd door verhalen over de Toearegs, een nomadenvolk uit de Sahara, vatte Alexine Tinne het plan op contact met hen te leggen. In oktober 1867 vertrok zij met een expeditie naar het Atlasgebergte. Geteisterd door barre weersomstandigheden, voedseltekort en de dreiging van overvallen besloot zij echter voortijdig om terug te gaan. In juli 1868 eindigde de expeditie in Philippeville, een kustplaatstje in het noorden van Algerije. Daar werd de karavaan ontbonden. Omdat de matrozen Arie Jacobse en Kees Oostmans een dagboek bijhielden, is bekend wat er tijdens de laatste expeditie is voorgevallen In Tripoli besloot Alexine Tinne een expeditie naar Bornu te ondernemen, en op 6 maart 1869 arriveerde haar karavaan in Marzuk. Zij slaagde erin contact te krijgen met de Toearegs en accepteerde een uitnodiging van Ichnoechem, een machtige Toearegvorst. Alexine Tinne was sprakeloos: nooit zag zij ‘een grandiozer aanblik, die variatie van kleuren, dat krijgshaftige voorkomen […] Als zij zo, in volle glorie, naar Europa zouden komen’, schreef zij, ‘dan ben ik er zeker van, dat het hart van menig jong meisje sneller zou slaan voor de knappe Toeareg’ (Kikkert, 272). Zij spraken af elkaar in Ghat opnieuw te ontmoeten. Op 24 juli 1869 streek de karavaan neer bij Wadi Sjergui. Daar werd het kamp op 2 augustus overvallen door Arabieren en Toearegs. Alexine Tinne werd met twee zwaardhouwen en een geweerschot vermoord, het kamp werd geplunderd en slechts enkele overlevenden wisten te vluchten. Al snel deden de gekste verhalen de ronde: zij zou zijn vermoord door sjeik Ahmed omdat zij hem ontrouw was geworden. Volgens een andere versie zou zij in een hinderlaag zijn gelokt door rovers die het voorzien hadden op de kisten met goud die de ‘blanke koningsdochter’ bij zich zou hebben. Haar graf is nooit gevonden.

Reputatie

Al tijdens haar leven genoot Alexine Tinne internationale bekendheid en werd zij erkend als een belangrijke ontdekkingsreiziger. David Livingstone schreef over haar: ‘Maar toch wordt niemand door mij hoger aangeslagen dan de Nederlandse dame, mejuffrouw Tinne, die na de zwaarste huiselijke rampspoeden, op grootse wijze volhardde, dwars tegen alle moeilijkheden in’ (gecit. Kielich, 43).

Alexine Tinne voldeed aan alle voorwaarden om een legende te worden. Zij verbleef in Afrikaanse regionen zoals Egypte en Karthoem, die toen juist in het middelpunt van de belangstelling stonden. Bovendien begaf zij zich als vrouw in een wereld die werd gedomineerd door mannen. En ten slotte bezat zij een enorm kapitaal en stierf ze op jonge leeftijd onder mysterieuze omstandigheden. Bovendien heeft zij zelf, afgezien van brieven, geen geschriften nagelaten. Informatie over haar is daarom afkomstig uit de tweede of derde hand, wat de betrouwbaarheid niet ten goede komt. Er is veel onzin over Tinne geschreven. Afhankelijk van het gezichtspunt van de auteur wordt zij voorgesteld als ‘verdedigster van het geloof’, ‘bestrijdster van de slavenhandel’, ‘een soort Florence Nightingale’ of als ‘strijdster voor vrouwenemancipatie’. Niet alleen in Europa was zij een legende, maar ook in Afrika, waar de verhalen over de ‘Hollandse koningsdochter’ bijna mythische proporties aannamen.

Tot ver in de twintigste eeuw lag de nadruk vooral op de reizen van Alexine Tinne, en is er weinig geschreven over het feit dat zij een van de eerste fotografen van niveau in Nederland was. In het gemeentearchief te Den Haag bevinden zich haar Haagse foto’s. Ook tijdens haar reizen fotografeerde zij.

Naslagwerken

Van der Aa; NNBW.

Archivalia

  • Nationaal Archief, Den Haag: Archief De Constant Rebecque, 3de afdeling, inv. nrs. 217-249 (papieren betrekking hebbende op Alexine Tinne en haar reizen, w.o. de dagboeken van Oostman en Jacobse [inv. nrs. 239 en 240]).
  • Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: CEN 79 D 40, brieven van Tinne aan Von Heuglin, 1863-1864.

Werk

Foto’s van Alexandrine Tinne (Den Haag, 1860-1861) worden bewaard in het Haags Gemeentearchief. Zie ook de publicatie van Moritz (1990).

Literatuur

  • J.A. Tinne, ‘Geographical notes on expeditions in Central Africa by three Dutch ladies’, Transactions of the Historical Society of Lancashire and Cheshire (Liverpool 1864).
  • Th. von Heuglin, Die Tinnesche Expedition im westlichen Nil-Quellgebiet, 1863 und 1864 (Gotha 1865) [geografische, antropologische en biologische aantekeningen uit dagboek].
  • Th. Kotschy en J. Peyritsch, Plantae Tinneanae sive descriptio plantarum in expeditio Tinneana ad flumen Bahr-el-Ghasal (1867) [materiaal dat Alexandrine Tinne in de omgeving van de Gazellen Rivier had verzameld en getekend].
  • J.A. Tinne, ‘Herinneringen aan freule Tinne’, De Aarde en haar Volkeren (1872).
  • N.W. Posthumus, Freule Tinne, de Nederlandsche reizigster door Afrika (Den Haag 1874).
  • D. Arnauld, ‘Assasinat de mademoiselle Tinne par les Touareg’, Journal de Voyages 339 (1884).
  • William Sutherland, Alexandrine Tinne: een Haagsch meisje als dappere ontdekkingsreizigster en dochter der liefde (Bint Mtacke) in Noord-Afrika. Haar leven en reizen (Amsterdam 1935).
  • Johannes Lodewijk Walch, ‘Alexandrine Tinne’, in: Idem, Vrouwen van formaat (Amsterdam 1941) 256-288.
  • Clara Eggink, De merkwaardige reizen van Henriette en Alexandrine Tinne (Amsterdam 1960; herdruk 1976).
  • J. Brummelkamp, ‘De affaire Tinne’, en D.G. Jongmans, ‘Clara Eggink’s visie op freule Tinne’, Tijdschrift van het KNAG 78 (1961) 353-365.
  • Penelope Gladstone, Travels of Alexine, 1835-1869 (Londen 1970).
  • M. van der Mast, Alexine Tinne. Reizigster door Afrika (Den Haag 1974).
  • J.G. Kikkert, Een Haagsche dame in de Sahara. Het avontuurlijke leven van Alexandrine Tinne 1835-1869 (Naarden 1980; herdruk 2005).
  • Wolf Kielich, Vrouwen op ontdekkingsreis. Avonturiersters uit de negentiende eeuw (Amsterdam 1986).
  • Arja H. Snoek, Een cultuurhistorische visie op de reizen van Alexandrine Tinne (z.p. 1988) [doctoraalscriptie Universiteit Utrecht].
  • Ben Moritz, Alexandrine Tinne, fotografe van het eerste uur, 1861 (Den Haag 1995) [fotoboek].
  • Francis King, Wonderen. Het avontuurlijke leven van Alexandrine Tinne, een Nederlandse ontdekkingsreizigster in de woestijn (Amsterdam 2002) [roman, oorspronkelijk verschenen in het Engels in 2001].
  • Wilfried Westphal, Tochter des Sultans. Die Reise der Alexandrinne Tinne (Stuttgart 2002).
  • Robert Joost Willink, The fateful journey. The expedition of Alexine Tinne and Theodor Heuglin in Sudan (1863-1864) (Amsterdam 2011).
  • Film over Alexandrine Tinne: www.p-e-p.nl/films.php?cat%20id=10.

Illustratie

Portretfoto, door Bingham, ongedateerd (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag).

Auteur: Astrid de Beer

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 751

laatst gewijzigd: 13/01/2014