Toebosch, Monique Pauline Maria Josephine (1948-2012)

 
English | Nederlands

TOEBOSCH, Monique Pauline Maria Josephine, ook bekend onder pseudoniem Paul Rubens (geb. Breda 19-8-1948 – gest. Amsterdam 24-11-2012), kunstenares, muzikante en actrice. Dochter van Louis Christiaan Toebosch (1916-2009), componist en organist, en Maria Adolphina Anna Rubens (1913-1998). Moniek Toebosch trouwde (1) op 11-6-1970 in Tilburg met Cornelis Houwer (geb. 1944), werktuigbouwkundige; (2) na echtscheiding (29-12-1976) op 14-12-1999 in Amsterdam met Rudolf Johannes Luijters (geb. 1955), kunstenaar (echtscheiding op 28-12-2004). Beide huwelijken bleven kinderloos.

Monique (Moniek) Toebosch groeide op in Breda, als vierde in een gezin van zes kinderen. Haar vader was een bekend organist en componist en twee zussen en een broer zouden later ook een creatief beroep uitoefenen. In 1968 ging Moniek naar de beeldhouwafdeling van de kunstacademie in Breda, maar ze voelde zich er niet op haar plaats en brak de opleiding af. Ook de studie zang en gitaar aan het Brabants Conservatorium, waaraan ze in 1969 begon, hield ze na een jaar voor gezien, omdat zij deze opleiding te beperkend vond. Tussen 1970 en 1975 studeerde Toebosch mode, illustratie en grafische vormgeving aan de St. Joost Akademie in Breda, waar ze meer mogelijkheden kreeg voor persoonlijke expressie dan op het conservatorium. Tijdens haar studie probeerde ze de conventies in de kunst te doorbreken, zoals zij later ook in haar carrière zou blijven doen. Aan het begin van haar studietijd was ze getrouwd met Cornelis (Kees) Houwer, maar al kort na haar afstuderen strandde dit huwelijk.

Podiumcarrière

Nog tijdens haar studie aan St. Joost trad Moniek Toebosch met Franse chansons op in cafés en concertzaaltjes. Ook maakte zij geïmproviseerde muziek, zoals bij de Werkgroep voor Vanzelfsprekendheid (1969) en in The New Electric Chamber Music Ensemble. Daarnaast acteerde zij vanaf 1969 in diverse films van Frans Zwartjes, waaronder Spare Bedroom, Eating, Seats Two, Spectator en Behind your Walls: experimentele en seksueel geladen zwart-wit films waarin zij met Trix Zwartjes (de vrouw van Frans) de hoofdrol vervulde. Vooral van hem leerde ze om zich niet aan regels te houden, zo zou zij later verklaren in de NPO-documentaire Moniek Toebosch. Wie ik was voordat ik was van Babeth van Loo. Voor haar carrière werd dit een belangrijke grondhouding.

Moniek Toebosch ontmoette in 1972 Michel Waisvisz, een experimentele componist en uitvinder van elektronische instrumenten met wie ze jarenlang zou samenwerken. Ze maakten samen diverse muzikale theaterproducties, zoals het Kerstspel (1972), een Avond over Jazz (1976), Met Moniek en Michel de Kerstnacht door (1977) en De M&M en M&M Show (1979) waarin de stem van Toebosch gecombineerd werd met door Waisvisz bedachte en bespeelde elektronische instrumenten. In 1978 maakte ze met jazztrompettist Kees Klaver een solo-theaterproductie Ze zeggen dat ze zingt, waarvan een filmische bewerking van Ike Bertels in 1979 uitgezonden werd door de VPRO.

Engelenzender

De carrière van Moniek Toebosch in de beeldende kunst kwam pas later op gang. Veel van haar kunstwerken bestonden ook uit geluid, voordrachten en performances, waarin zij een vervreemde, tijdloze sfeer creëerde. In 1981 bereikte ze een groot publiek met de installatieperformance Painthouse, een ‘compositie van hout, linnen, verf en mezzosopraan’, aanvankelijk gepresenteerd vanuit theater Carré en door de VPRO op televisie uitgezonden, daarna vertoond in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Een jaar later speelde zij een prostituee in De smaak van water, een speelfilm van Orlow Seunke. In 1983 presenteerde Toebosch in het kader van het Holland Festival vier live-uitzendingen voor de VPRO. Onder de titel Aanvallen van Uitersten toonde zij delen van het Holland Festival aan het publiek. Tijdens een van de shows weigerde de dirigent door te spelen vanwege eerder ontstane commotie en wilde hij met zijn orkest vertrekken. Toebosch op haar beurt weigerde zich hierbij neer te leggen en haalde een deel van de muzikanten over om te blijven. Ze dirigeerde zelf, zong live op televisie Wagners Liebestot met een tiental overgebleven muzikanten en maakte zo legendarische televisie. In deze tijd van haar leven ontmoette Toebosch kunstenaar Rudy Luijters, met wie zij in 1984 ging samenwonen. Vier jaar later kochten zij een huis op het Belgische platteland en in 1999 trouwden ze. Hoewel het huwelijk geen stand hield, bleven zij altijd goed bevriend.

Toebosch kreeg diverse opdrachten voor kunst in de openbare ruimte. Zo maakte zij een serie van zes kunstwerken onder de titel Les Douleurs Contemporaines, installaties die tussen 1994 en 1997 in een groepsexpositie in Nederland, Frankrijk en Spanje te zien waren. In 1994 voltooide ze haar ‘Engelenzender’, een van haar bekendste werken. Toebosch had dit gemaakt in opdracht van de Van Leeuwstichting, die kunstenaars had gevraagd een eigentijdse schuilplaats voor reizigers te creëren, vergelijkbaar met kapelletjes die vroeger langs de weg stonden. Toebosch zag de auto als de schuilplaats van de moderne reiziger. Om het sacrale karakter vorm te geven maakte zij ‘Engelenmuziek’, meerstemmige zang waarvan zij zelf alle onderdelen had ingezongen en waar de reiziger via de autoradio op kon afstemmen. Ze wilde dit kunstconcept in een leeg landschap plaatsen en koos hiervoor de Houtribdijk in Flevoland. De muziek werd uitgezonden vanaf de fm-zendmast in Lelystad en bij de dijk stond een officieel ANWB-bord waarop ’Engelen/Angels FM 98.0’ vermeld stond. De zender was 24 uur per dag in werking, zonder toelichting, zonder onderbreking van welke aard dan ook, tot het jaar 2000.

Ook bereikte Moniek Toebosch publiek door kunst van anderen voor het voetlicht te brengen. In 1994 organiseerde het Stedelijk Museum in Amsterdam ‘Couplet 3’. In deze tentoonstellingenserie toonde zij naast eigen werken zes weken lang elke dag een portret uit de museumcollectie, voorzien van een door haar geschreven inleiding, onder de titel ‘Kop op Kop’.

Laatste performance

Moniek Toebosch was tussen 1985 en 1990 docente op de afdeling audiovisueel van de Rietveld Academie in Amsterdam, in het studiejaar 1997-1998 was zij gastdocente aan de AKI in Enschede en tussen 1996 en 2000 doceerde zij aan de de Rijksakademie in Amsterdam. Tussen 2004 en 2007 was zij directrice van de postacademische opleiding DasArts (later de Master of Theatre van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten).

In maart 2008 werd bij Moniek Toebosch longkanker geconstateerd. De artsen gaven haar slechts drie maanden, maar ze leefde en werkte hierna nog ruim vier jaar door. In haar laatste jaren maakte Toebosch een serene film (De Strijkrol, 2010) waarin ze 28 minuten lang zeer zorgvuldig was strijkt en vouwt, acteerde ze in Levensloop van Fiona Tan en trad ze verschillende keren publiek op als Paul Rubens, haar nieuwe alter ego – de achternaam was gebaseerd op de meisjesnaam van haar moeder. Haar optreden als dit alter ego kwam voort uit veranderingen die gepaard gingen met haar ziekte; ze probeerde ook een persoon te creëren aan wie niemand zich meer kon hechten (Moniek Toebosch: wie ik was voordat ik was). Haar laatste performance was in 2011: ‘Erasing and Recovering on a Saturday Afternoon’, in het sterrenbos de Oude Warande in Tilburg. Hierbij reed zij in het wit gekleed op een olifant die een eg voorttrok, gevolgd door haar publiek, aldus ‘de gebaande paden’ uitwissend (NRC, 26-12-2012) .

Toen de ziekte ondragelijk voor haar werd, koos Moniek Toebosch op 24 november 2012 voor euthanasie – ze was 64 jaar. Postuum werd in 2014 haar laatste kunstwerk onthuld, Waiting for Buses and Birds, een permanente projectie van oplichtende vogels in de nieuwe glazen koepel van het busstation aan de IJ-zijde van Amsterdam Centraal Station.

Betekenis

Moniek Toebosch was een veelzijdig kunstenares die graag experimenteerde en veel jonge kunstenaars heeft begeleid en geïnspireerd. Kunstcritici en -historici vinden het lastig haar diverse en eclectische werk te benoemen of te categoriseren. Het is in bijna alle gevallen grensverleggend en confronterend. Toebosch won verschillende prijzen. Hieronder zijn de Sandbergprijs in 1997 (voor de ‘Engelenzender’), de oeuvreprijs van het Fonds BKVB (2000) en de Arti-medaille van Arti et Amicitiae (2009). Ook exposeerde zij werk in talloze musea en expositieruimtes, waaronder de Beyerd (Breda), de Appel en het Stedelijk Museum (Amsterdam), Witte de With (Rotterdam), Miró Museum (Barcelona) en Le Fresnoy (Lille).

Naslagwerken

Atria; RKD.

Archivalia

  • Theaterinstituut Nederland, Universiteit van Amsterdam: personaliamap.
  • Centraal Bureau voor de Genealogie, Den Haag: persoonskaart.

Publicaties

  • Als zodanig niet herkenbaar, is dat duidelijk? (Amsterdam 2009) [autobiografisch]
  • Moniek Toebosch Archief 1948-2000 [cd-rom onder redactie van M. Toebosch, R. Luijters, Mayke Nas, Annelys de Vet].

Literatuur

  • H. van Gelder, Hollands Hollywood (Amsterdam 1995).
  • Bob Witman, ‘Moniek Toebosch kiest voor het gevaar’, de Volkskrant, 14-12-2000.
  • Babeth van Loo, Moniek Toebosch: wie ik was voordat ik was (2011) [NPO-documentaire].
  • Sandra Smallenburg, ‘Pionier in performancekunst’, NRC, 26-11-2012.
  • Sacha Bronwasser, ‘Moniek Toebosch (1948-2012). Na jaren van licht zweven aan land gekomen’, De Volkskrant, 25-11-2012.
  • Website: www.moniektoebosch.nl; geraadpleegd 23-2-2016.

Illustratie

Moniek Toebosch, door Kees Bennema, 2000 (Hollandse Hoogte).

Auteur: Thomas Dresscher (met dank aan Rudy Luijters)

laatst gewijzigd: 12/04/2016