Tongeren, Jacoba van (1903-1967)

 
English | Nederlands

TONGEREN, Jacoba van (geb. Tjimahi bij Bandoeng, Nederlands-Indië 14-10-1903 – gest. Bergen, NH 15-9-1967), leidde de verzetsgroep 2000. Dochter van Hermannus van Tongeren (1876-1941), KNIL-officier, en Jeanne Holle (1870-1958), onderwijzeres. Jacoba van Tongeren bleef ongehuwd.

Jacoba van Tongeren werd geboren als derde kind van een KNIL-officier en diens vrouw. Toen haar vader in 1909 voor de genie werd uitgezonden om in het oerwoud van Sumatra bruggen te bouwen, ging Jacoba met hem mee, terwijl broer Herman bij zijn grootouders in Rotterdam was en haar zus Charlotte bij haar moeder in Batavia (Jakarta) verbleef. Samen met haar vader en een baboe woonde Jacoba in een verplaatsbare dienstwoning. Ze ging niet naar school en ze mocht niet met de inlandse kinderen spelen, omdat dat slecht zou zijn voor haar Nederlands, maar werd thuis onderwezen door haar vader.

Na haar vaders pensionering uit het leger, in 1916, werd het gezin Van Tongeren herenigd in Amsterdam. Jacoba was toen dertien jaar en ging naar het Gereformeerd Gymnasium aan de Keizersgracht. Het was een moeilijke tijd, want schoolgaan was ze niet gewend en haar relatie met haar moeder en zus was ronduit slecht. Op haar twintigste werd Jacoba verliefd op een predikant die getrouwd was. De affaire liep op niets uit en ze besloot in Rotterdam een verpleegstersopleiding te volgen. Omdat ze in 1928 ernstig ziek werd door een streptokokkeninfectie kon ze haar examen niet doen. Haar vader huurde een huis in Groenekan, waar ze door een huishoudster werd verzorgd. De relatie die ze in deze tijd had, verbrak ze vanwege haar slechte gezondheid. Na jarenlang kuren verhuisde zij in 1936 naar de Lighallen in Amersfoort, waar ze bevriend raakte met verpleegster Nel Wateler. Vanaf 1937 vormden zij een gezamenlijk huishouden in Amsterdam.

Leidster Groep 2000

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had Jacoba van Tongeren een baan als maatschappelijk werkster bij de Centrale van Werklozenzorg. Toen deze dienst in het eerste oorlogsjaar werd opgeheven, kwam ze te werken bij de Bijzondere Kerkelijke Gezinszorg. Datzelfde jaar kwam een lid van de verzetsgroep rond Vrij Nederland bij haar langs: de groep wilde een spionagenetwerk opzetten en zocht contact met haar vader vanwege zijn militaire deskundigheid. Bekend was dat hij lid was van de vrijmetselarij, een organisatie die door de Duitsers als ‘volksvijandig’ werd beschouwd. Jacoba raakte enthousiast over de plannen en wist haar vader over te halen de groep te steunen. Hierna werd ze door haar vader voorbereid op het verzetswerk: hij leerde haar een planmatige aanpak en bracht haar militaire veiligheidsbeginselen bij, waaronder codering. Aanvankelijk was Jacoba vooral intermediair: als maatschappelijk werkster kon ze onopvallend reizen. Toen haar vader in oktober 1940 werd gearresteerd, moest ze het verder zonder zijn hulp en advies stellen – hij stierf in maart 1941 in Sachsenhausen.

In het voorjaar van 1941 werden vrijwel alle VN-medewerkers gearresteerd, en na een bijna-arrestatie dook Jacoba van Tongeren onder. Met VN bemoeide ze zich voorlopig niet meer: ze richtte een eigen verzetsgroep op, met circa 140 leden en medewerkers, die aanvankelijk Groep zonder Naam heette. Deze had een brede taakstelling: van het overvallen van distributiekantoren tot het opzetten van EHBO-posten en het regelen van onderduikadressen, maar vooral het regelen van voedselbonnen voor onderduikers. De groep werd deels gefinancierd met geld dat was ingezameld door de Orde van Vrijmetselaren. Verder kreeg zij steun en legitimatie van de Nederlands-hervormde kerk en mocht ze ‘spreekuur’ houden in de Amsterdamse wijkgebouwen. Van Tongeren werkte samen met bekende verzetsstrijders als Gerrit van der Veen en Frieda Belinfante. Ook bracht ze voedselbonnen rond, wat haar de bijnaam de Bonnenkoningin opleverde. Zij kon de bonnen ongemerkt vervoeren in een speciaal gemaakt vest dat ze onder haar kleding droeg.

De Code

Om verdere ontdekking door de Duitsers te voorkomen ontwikkelde Van Tongeren een code voor groepsleden en onderduikers. Hiertoe zette zij letters om in cijfers; zo was de T de twintigste letter in het alfabet, en werd Jacoba als leidster nummer 20.0.0. Na verloop van tijd werd 2000 ook de naam van de Groep. De Code was beveiligd met een sleutel en de leden van de verzetsgroep spraken elkaar uitsluitend aan op hun codenummer of schuilnaam. Zij kenden elkaars echte naam niet.

Halverwege 1944 werd Jacoba van Tongeren uitgenodigd voor de Raad van Verzet in Amsterdam. Haar leidinggevende positie riep echter ook weerstanden op. Zo kwam zij in 1944/45 in conflict met VN-hoofdredacteur Henk van Randwijk. Deze wilde de verzetskrant laten fuseren met de succesvolle Groep 2000, aangezien zij immers aanvankelijk één organisatie waren geweest. Van Randwijk wilde zelf de nieuwe verzetsorganisatie leiden, omdat hij meende dat een vrouw dat niet zou kunnen. Van Tongeren weigerde hiermee in te stemmen, omdat dan alle namen en adressen aan de nieuwe organisatie moesten worden overgedragen.

In maart 1945 liep de Groep 2000 groot gevaar: de Sicherheitsdienst (SD) had een inval gedaan in het door hen gebruikte pand aan de Stadhouderskade, waar de sleutel tot de code lag. Ondanks protesten van onder meer Van Randwijk zag Van Tongeren ervan af de knokploeg van Groep 2000 in te zetten – ze vond het te gevaarlijk. Enkele knokploegleden pleegden zonder haar toestemming toch een overval, waarbij een Duitse officier werd gedood. Als represaille werden op 12 maart 1945 dertig politieke gevangenen gefusilleerd bij het Weteringplantsoen. Vanuit een schuilplaats was Jacoba van Tongeren hiervan getuige: Ik huil zoals ik nog nooit gehuild heb, zelfs niet bij het overlijdensbericht van vader, bij de moord op mijn broer. 20 doden door mijn schuld. 20 doden, omdat ik leidster heb willen zijn en faalde. O God hoe haat ik!’ (Van Tongeren, 2015, 227) - later blijkt dat er dertig gevangenen waren doodgeschoten.

Na de bevrijding werd Jacoba van Tongeren bedlegerig: de oorlogsjaren en haar vroegere infectieziekte eisten hun tol. In 1955 verhuisde ze om gezondheidsredenen met Nel naar Bergen (Noord-Holland). Tot haar dood bleef ze met Groepsleden corresponderen. In 1964 schreef ze haar gehele oorlogsverhaal op. Dit gebeurde in brieven aan omroeppastor Alje Klamer, die haar had geadviseerd het verleden van zich af te schrijven. Op 15 september 1967 overleed Jacoba van Tongeren in Bergen, 64 jaar oud. Ze werd begraven in Bergen.

Reputatie

Prins Bernhard, opperbevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten, gaf na de bevrijding hoog op van Van Tongerens leidinggevende capaciteiten. ‘In u zijn tien generaals verloren gegaan’, zei hij haar (Van Tongeren, 2015, 280) Volgens het getuigschrift dat de Commissie van Beheer van Groep 2000 haar eind 1947 verstrekte, was zij ‘een vrouw met zeer sterke persoonlijkheid, die een eens in het oog gevat doel zal najagen tot het bereikt is. Een Kenau in haar daden, maar met warm vrouwelijk gevoel’ (Van Tongeren, 2015, 32). Ondanks deze lovende woorden is Jacoba van Tongeren relatief onbekend gebleven. Redenen hiervoor zijn onder andere bescheidenheid: zij wilde niet pronken met haar verzetswerk omdat zij het vanzelfsprekend vond om mensen in nood te helpen. Bovendien was ze na de oorlog ziek en bedlegerig. In 2013 kwamen haar handgeschreven memoires boven water in het archief van de Vrijmetselarij in Den Haag. Zij liggen ten grondslag aan het boek dat in 2015 over haar is verschenen.

Archivalia

NIOD, Amsterdam: het handschrift, correspondentie van Jacoba van Tongeren met ds. Klamer (1964), album met foto’s, gedichten en teksten van Jacoba van Tongeren (1965) en een dossier over Groep 2000 en Jacoba van Tongeren.

Publicaties

Beknopt Historisch Verslag van de werkzaamheden van Groep 2000 (z.p. 1945) [aanwezig op het NIOD; ook digitaal raadpleegbaar via bibliotheek NIOD].

Literatuur

  • Loe de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 7, Juli '42-mei '43, 2de helft (Den Haag 1976); deel 10, Het laatste jaar, 1ste helft (Den Haag 1981).
  • Paul van Tongeren en Trudy Admiraal, Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940-1945) (Soesterberg 2015).
  • Illustratie

    Jacoba van Tongeren, door Max Nauta, 1945 (Stichting 1940-1945 / foto Rogier Veltman).

    Auteur: Paul van Tongeren in samenwerking met Trudy Admiraal

    laatst gewijzigd: 13/07/2016