Rembrands, Trijn (ca. 1557-1638)

REMBRANDS, Trijn, heldin van het beleg van Alkmaar. Waarschijnlijk dezelfde als Catharina Remme (geb. ca. 1557 – begr. Alkmaar 14-6-1638), lakenkoopvrouw. Zij trouwde met Cornelis Reyersz. ‘in de Kraen’ (gest. voor 20-9-1613), lakenkoopman. Uit dit huwelijk werden 3 dochters en 2 zoons geboren.

Trijn Rembrands wordt ook wel de Alkmaarse Kenau genoemd. Als zestienjarig meisje viel zij op tijdens het beleg van Alkmaar in 1573 omdat zij van de vrouwen de meeste moed vertoonde in het helpen verdedigen van de stad. Haar optreden is voor het eerst in 1661 geboekstaafd door Petrus de Lange: ‘De vrouwen waren zo moedig als de mannen, die alles met grote nijverheid aandroegen. Ja, een jonkvrouw van omtrent 16 jaren, Trijn Rembrants, heeft de anderen een moed onder de ribben gesproken, en als een man naast velen gestreden’ (De Lange, 16).

Omdat haar naam pas in 1661 voor het eerst wordt genoemd in de literatuur over het Alkmaarse beleg, is haar reputatie ook al vroeg in twijfel getrokken. In 1747 stelt Boomkamp dat er voor haar moedige optreden geen bewijs is. Haar nakomelingen, aldus Boomkamp, hebben ‘niet het minste bewijs tot staving van het verhaal van haar dapperheid en heldenmoed boven anderen’ (Boomkamp, 272). Volgens hem is het verhaal ingegeven door de wens van de stad Alkmaar, een heldin te hebben zoals de Haarlemse Kenau, ‘opdat onze stad in dezen niet minder dan Haarlem zijn zou’. Sinds deze publicatie van Boomkamp geldt Trijn Rembrands steevast als een dubieuze heldin.

De Alkmaarse archivaris Bruinvis heeft in 1854 enige voorzichtige pogingen ondernomen om haar naam in ere te herstellen. Ook al is het verhaal pas in 1661 voor het eerst op papier gezet, de overlevering is niet onmogelijk. In ieder geval staat vast, aldus Bruinvis, dat er in Alkmaar inderdaad een Trijn Rembrands heeft geleefd, ook wel Catharina Remme geheten, die ten tijde van het beleg heel goed ongeveer zestien jaar oud geweest kan zijn. In 1592 stond haar man op het punt om tot lid van de vroedschap van Alkmaar te worden beëdigd, maar ging zijn eedaflegging niet door omdat hij geen Hollander van geboorte was. Zij woonde aan de Oudegracht. In 1618 kocht zij van Anna Jans ‘in de Craen’ twee graven in de Grote Kerk, waarvan één gemerkt met een zwaard en een bijl kruiselings over elkaar. Op 14 juni 1638 werd een inventaris opgemaakt van haar nalatenschap. Haar oudste dochter trouwde met Cornelis Pietersz. Baert, telg van een bekend Alkmaars regentengeslacht. Het is heel goed mogelijk dat deze familie de herinnering aan een dappere stammoeder bewust heeft gekoesterd.

In 1777 liet het stadsbestuur van Alkmaar ter herinnering van de heldenmoed van Trijn Rembrands een schoorsteenstuk maken voor de regentenkamer van het pesthuis. In dit schoorsteenstuk werd een zestiende-eeuws paneeltje verwerkt, voorstellende een gewapende jonge vrouw. Erbij werden in gouden letters twee verzen geschilderd met een lofzang op Trijn Rembrands, het ‘puik der maagden’: ‘een Debora, die vrijheids zegen/ verkreeg door ’t punt van haren degen’. In 1865 schonk koning Willem III een doek (4.75 x 3.23 m.) aan de stad Alkmaar, geschilderd door Wilhelm Adrianus Hilverding, voorstellende de bestorming van de stad. Trijn Rembrands is hierop prominent afgebeeld. Bij de viering van 750 jaar Alkmaar werd de opera Trijn opgevoerd.

Naslagwerken

NNBW; Verwoert.

Archivalia

Zie de publicaties van Bruinvis, die echter geen vindplaatsen geeft van de door hem gebruikte akten. De gegevens betr. haar kinderen zijn ontleend aan een níet door Bruinvis genoemd testament van T.R. van 20-9-1613, Regionaal Archief Alkmaar, ONA 61, fol.76.

Literatuur

  • Petrus de Lange, Batavise Romeyn, ofte alle de voornaemste heldendaden…bij de Hollanders en Zeeuwen verricht, zedert den iaren 1492 tot 1661 (Amsterdam 1661) 16-17.
  • Cornelis Schoon, Alkmaers bitter en zoet, zijnde een korte beschryvinge van het beleg en ontset der voorsz. stad Alkmaer in den jare 1573 (Alkmaar 1714 [oorspr. 1673]) 27.
  • Gijsbert Boomkamp, Alkmaer en deszelfs geschiedenisse uit de nagelaten papieren van Simon Eikelenberg (Rotterdam 1747) 271.
  • Simon Rivier, De belegering en ’t ontzet der stad Alkmaar. Treurspel in vijf bedrijven (Alkmaar 1789) [met een belangrijke rol voor Trijn Rembrands].
  • J. Krabbendam Rz., Catharina Rembrands, of het beleg van Alkaar in 1573 (Amsterdam 1835) [roman].
  • C.W. Bruinvis, ‘Catharina Rembrandts’, De Navorscher 4 (1854) 20-21.
  • C.W. Bruinvis, ‘Trijn Rembrands’, Alkmaarsche Courant 94 (1 juli 1892).
  • A.R.K., ‘Genealogie Baert’, Gens Nostra 52 (1970) 125-133.
  • Sandra de Vries ed., De zestiende- en zeventiende-eeuwse schilderijen van het Stedelijk Museum Alkmaar. Collectie-catalogus (Alkmaar/Zwolle 1997) 259-260.
  • Trijn: de opera. Een cort verhael (Alkmaar 2004) [Libretto P. Thoes, muziek W. Boots] .

Illustratie

Het 16de-eeuwse paneeltje dat is verwerkt in het 18de-eeuwse schoorsteenstuk (Stedelijk Museum, Alkmaar).

Auteur: Els Kloek

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 170

laatst gewijzigd: 13/01/2014