Uden, Catharina Maria van (1895-1975)

 
English | Nederlands

UDEN, Catharina Maria van, vooral bekend onder haar kloosternaam Marie van Uden (geb. Dennenburg 12-10-1895 – gest. Nuland 12-3-1975), religieuze, pedagoge en directrice internaten. Dochter van Joannes Marianus van Uden (1856-1938), bakker, en Geertruida Dalmijn (1852-1933). Catharina van Uden bleef ongehuwd.

Catharina Maria van Uden werd geboren in Dennenburg, een dorp vlakbij Oss, als de jongste van zeven kinderen in een rooms-katholiek bakkersgezin. Net als een van haar oudere zussen wilde ze onderwijzeres worden. Op twaalfjarige leeftijd ging ze daarvoor intern bij de mulo- en kweekschool van de Dochters van Maria en Jozef in ’s-Hertogenbosch, beter bekend als de Zusters van de Choorstraat. Deze congregatie hield zich vooral bezig met kleuteronderwijs en lager onderwijs voor meisjes, en was verbonden aan het doofstommeninstituut in Sint-Michielsgestel.

Huize Vincentius

Na haar eindexamen in 1914 werkte Catharina vijf jaar lang op een lagere school van de congregatie in Amsterdam. Daarna besloot ze in te treden – voortaan heette ze zuster Marie. In 1922 haalde ze haar hoofdakte en twee jaar later de onderwijsakte voor natuur- en scheikunde. Ondertussen was ze les gaan geven aan de kweekschool van de congregatie. Samen met de directrice daarvan, Alphonse van Geffen, kreeg Marie van Uden twee jaar later de leiding over Huize Sint Vincentius, een instelling voor ‘achterlijke’ meisjes in Udenhout die de Zusters van de Choorstraat in 1925 openden.

De 29-jarige zuster Marie werd niet alleen verantwoordelijk voor de invulling en ontwikkeling van het speciaal onderwijs op het internaat, maar ging zich ook richten op de opleiding van leerkrachten voor dit type onderwijs. Daartoe begon ze aan een opleiding pedagogiek. Ook nam ze zitting in de voorbereidingscommissie voor een speciale katholieke vakstudie buitengewoon lager onderwijs aan de Tilburgse Katholieke Leergangen. Toen de cursus in 1928 van start ging, ging zuster Marie er vanuit als cursusleidster te worden aangesteld, maar de rector vond dat een religieuze geen leiding kon geven aan mannelijke docenten, onder wie een priester en een arts. Wel werd ze aangesteld als docente pedagogiek. Daarnaast schreef ze artikelen en boekbesprekingen voor het Tijdschrift voor R.K. Buitengewoon Lager Onderwijs, het orgaan van de in 1924 opgerichte Bond ter bevordering van het R.K. Buitengewoon Lager Onderwijs.

Samen met zuster Alphonse introduceerde zuster Marie in Huize Sint Vincentius de ‘globaalmethode’, waarbij de leerstof is afgestemd op de leefwereld van de meisjes. Ze werkten met tien ‘belangstellingscentra’ die elk onderwijsjaar een stapje worden uitgediept. Zuster Marie bedacht allerlei nieuwe leermiddelen en introduceerde een Belgische methode voor zintuigelijke oefening en een systeem waarmee de ontwikkeling van ieder meisje afzonderlijk kon worden bijgehouden. Ze geloofde niet in klassikaal onderwijs voor deze groep, maar in de verdeling in niveaugroepen, elk met een eigen lesprogramma.

Instituut Sint Marie

Na de dood van zuster Alphonse in 1935 volgde zuster Marie haar op als directrice van de kweekschool. In 1951 werd ze directrice van een nieuw opgericht internaat in Eindhoven voor slechthorende jongens en meisjes: Instituut Sint Marie. Opnieuw zette ze zich aan de ontwikkeling van een speciaal aangepaste methodiek en didactiek, en opnieuw ging ze studeren. In 1953 haalde ze het diploma logopedie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen en twee jaar later slaagde ze aan de Universiteit van Utrecht voor de gloednieuwe cursus akoepedie, de leer van de slechthorendheid. Haar basisprincipes bleven dezelfde als in Huize St. Vincentius. Ook in het slechthorende onderwijs ging ze uit van zelfwerkzaamheid, globaliteit en individualisme: de kinderen moesten zich leren redden in de maatschappij en tot godvruchtige volwassenen opgevoed. Taalverwerving stond centraal.

Vanwege haar verdiensten voor het slechthorende kind werd zuster Marie in 1963 benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ze begon steeds meer te kwakkelen met haar gezondheid en twee jaar later stopte ze – zeventig jaar oud – met haar werk. Maar actief bleef ze: ze werd moeder-overste van het Sint Jozefhuis in Amsterdam, een communiteit van haar congregatie. Intussen hield ze haar vakliteratuur bij en bleef ze in contact met haar oud-pupillen en collega’s. Op haar 75ste verhuisde ze naar het bejaarden- en verzorgingshuis van de congregatie in Nuland. Daar overleed zuster Marie van Uden op 12 maart 1975, in de leeftijd van 79 jaar.

Reputatie

Zuster Marie van Uden viel op door haar gedrevenheid en totale inzet voor het welzijn van het afwijkende kind. Onder haar energieke leiding wisten de zusters al snel een voorsprong op te bouwen in het buitengewoon lager onderwijs. Daarnaast leverde zuster Marie een belangrijke bijdrage aan de wetenschappelijke inzichten over de opvoeding, het onderricht en de behandeling van het zwakzinnige en slechthorende kind. Als pionier in haar vakgebied kreeg haar vernieuwende onderwijsaanpak binnen en buiten het katholieke onderwijs veel waardering, nationaal en internationaal.

Naslagwerken

Brabantse biografieën.

Archivalia

Archief van de zusters van de Choorstraat, Den Bosch.

Publicaties

Zuster Marie publiceerde in het Tijdschrift voor R.K. Buitengewoon Lager Onderwijs (1925-1952), vervolgens Tijdschrift voor R.K. Buitengewoon Onderwijs (1952-1969).

Literatuur

  • José Eijt, ‘“Daar was je dochter veilig.” Vrouwelijke religieuzen en de zorg voor gehandicapte meisjes 1900-1960’, in: Marjet Derks en Annelies van Heijst red., Terra Incognita. Historisch onderzoek naar katholicisme, vrouwen en vrouwelijkheid (Kampen 1994) 149-172.
  • José Eijt, Religieuze vrouwen: bruid, moeder, zuster. Geschiedenis van twee Nederlandse zustercongregaties, 1820-1940 (Hilversum/Nijmegen 1995).
  • José Eijt, ‘“Het is hard werken geweest, dag en nacht.” De Zusters van de Choorstraat en hun zorg voor zwakzinnige meisjes, 1924-1955’, Brabants Heem 48 (1996) nr. 3, 103-111.
  • Marjet Derks en Rob Wolf, Wetenschap in dienstbaarheid. Ida B.M. Frye (1909), heilpedagoge (Nijmegen 2000).
  • Andries Molengraaf, Geroepen en toegewijd. 190 jaar liefdewerk door de zusters van de Congregatie Dochters van Maria en Joseph (Den Bosch 2010).
  • Over Vincentius. Van schoolinternaat tot zorgcentrum (Udenhout 1995).

Websites

Illustratie

Ongedateerde foto door onbekende fotograaf (BHIC Den Bosch).

Auteur: Emma Los

laatst gewijzigd: 13/11/2015