Uktolseja, Hansina Francina (1955-1977)

 
English | Nederlands

UKTOLSEJA, Hansina Francina (geb. Schattenberg 8-10-1955 – gest. De Punt 11-6-1977), treinkaapster. Dochter van ? Uktolseja (ca. 1920-2002), KNIL-militair, en NN (ca.1930-2002). Hansina Uktolseja had een relatie met Rudi Lumalessil (geb. 1952?), treinkaper.

Hansina (Hansje) Uktolseja werd geboren in een groot Zuid-Moluks gezin in het voormalige doorgangskamp Westerbork. Haar vader was een afgezwaaide KNIL-militair en Hansje groeide op in een traditionele en besloten omgeving. Ze was het vierde kind en had vijf zussen en drie broers. Na haar middelbare school volgde ze een opleiding tot inrichtingsassistente: een combinatie van huishoudelijke hulp en gezinsverzorger.

Tandartsassistente

Rond 1970 verhuisde Hansina met haar familie naar Bovensmilde, een Drents dorp met een grote Molukse gemeenschap. Ze werkte als hulp in de huishouding in het gezin van tandarts Robert Schmidt. Hansje kon goed met de kinderen opschieten en haar werkgevers vonden haar ‘lief, bescheiden en netjes’ (De Graaf en Van Riel, 56). Ze liep vast in haar opleiding omdat ze niet kon slagen voor het theoretische gedeelte, maar Schmidt bood haar in 1975 aan om haar in zijn praktijk op te leiden tot tandartsassistente.

Hansina Uktolseja was niet politiek betrokken, hoewel de ‘Molukse zaak’ sterk leefde in haar directe omgeving. Zij, noch haar directe familieleden, deden mee met betogingen of acties. Haar werkgevers noemden Uktolseja volledig geassimileerd, en zelf dacht ze er ook zo over. Vanaf 1976 trok zij zich echter steeds meer terug en werd ze stiller. Dat had vermoedelijk te maken met haar relatie met Rudi Lumalessil, die anderhalf jaar voor de kaping begon. Uktolseja wilde graag een toekomst met hem opbouwen, maar het Moluks gewoonterecht verbood dat omdat beide families via oude bloedbanden te nauw met elkaar verwant waren. Ze waren gedwongen hun relatie geheim te houden.

Via Rudi raakte Hansina Uktolseja in 1977 betrokken bij de voorbereidingen van de kaping van een basisschool in Bovensmilde en de gelijktijdige treinkaping bij De Punt. Volgens de familie Schmidt deed zij hieraan mee vanwege haar relatie met Rudi. De Schmidts  hadden Uktolseja voorgesteld om in Amsterdam met haar vriend een nieuw leven op te bouwen, maar ze wilde haar familie niet in de steek laten. Met hun gezamenlijke deelname aan de treinkaping hoopte ze respect en daarmee toestemming te krijgen om eervol met Lumalessil te kunnen gaan leven in een ver buitenland (De Graaf, 133-154).

Treinkaping

Op 22 mei 1977, de avond voor de treinkaping, schreef Hansina Uktolseja een afscheidsbrief aan haar ouders: als Zuid-Molukse en christen was ze niet bang om te sterven en ze wilde handelen vanuit haar geloof. Maar ook bekende ze bang te zijn omdat ze niet wist wat er zou gebeuren. Op 23 mei om negen uur ’s ochtends werd bekend dat de trein van Assen naar Groningen gekaapt was, ter hoogte van het Drentse dorp De Punt. Tijdens de kaping deden er verhalen de ronde dat Uktolseja aan de noodrem had getrokken, maar een van de andere kapers vertelde later dat hij dit had gedaan.

Hansina Uktolseja en de andere kapers eisten een vrije aftocht per vliegtuig naar een land naar keuze, samen met Molukse actievoerders die vanwege eerdere acties gevangen zaten. Onderling hadden ze afgesproken dat zij zich niet zouden overgeven: ‘een vliegtuig of de dood’. Uktolseja was de enige kaper zonder eigen wapen. Ze was belast met de verantwoordelijkheid voor de maaltijden, de voedselvoorraad en het schoonhouden van de trein en kwam niet in de treindelen waar de passagiers waren samengebracht. In de media werd ze echter beschreven als de felste van de kapers – zo heette ze een ‘pittige tante’. Een Telegraaf-journalist wist te melden dat jonge Molukse vrouwen nu eenmaal ‘zeer fanatiek en volhardend in gewelddaden zijn’ (7-6-1977).

Bestorming

Op 11 juni 1977 openden commando’s het vuur op de kapers en bestormden zij vervolgens de gekaapte trein. Tijdens de bestorming kwamen twee gijzelaars en zes kapers om, onder wie Uktolseja. Haar vriend Rudi overleefde – hij werd later tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld.  Volgens de officiële verklaringen waren de slachtoffers meteen bij de eerste beschietingen gestorven. Minister-president Van Agt verklaarde in de Kamer bovendien dat er niet was geschoten op kapers die zich niet verzetten, maar zijn verklaring leidde tot protesten van de Molukse gemeenschap, die sprak van executies. Vooral het lot van Uktolseja riep weerstand op: ze zou ‘doormidden geschoten’ zijn terwijl ze onbewapend was.

Op 25 juli 1977 kwamen duizenden sympathisanten de laatste eer aan de omgekomen kapers bewijzen op begraafplaats De Boskamp in Assen. Een monument met daarop een kunstwerk van vijf kleine piramides en een pylon verwijst naar hen: de pylon staat voor Hansina Francina Uktolseja.

Uit het in november 2014 verschenen onderzoeksrapport van de Ministeries van Veiligheid en Justitie en Defensie over de beëindiging van de kaping bij De Punt bleek dat Hansina Uktolseja inderdaad pas na de bestorming van de trein is gedood. Tijdens de actie was ze ongewapend geweest; ze was al gewond geraakt door de kogels van de precisieschutters, maar niet gedood. Het dodelijke schot werd in de trein afgevuurd, met een revolver. Ook was nu bewezen dat zij zich niet met geweld verzet had.

Betekenis

Hansina Uktolseja is de eerste vrouwelijke terrorist die tijdens een actie op Nederlandse bodem omkwam. Hoewel zij als kaper op de achtergrond bleef en eerder een verzorgende rol had, kreeg zij in de media van alle kapers de meeste aandacht – zo werd ze, in de Telegraaf, de meest sadistische van de groep genoemd. Voor sommige voorvechters van de Molukse zaak is zij nog altijd een heldin: een vrijheidsstrijdster, vermoord in de strijd voor het hoge doel.

Literatuur

  • ‘Verloofde zit in de cel „Hansje" kaapte uit liefde voor Jozef’ [Sic], de Telegraaf, 7-6-1977.
  • Beatrice de Graaf en Maarten van Riel, ‘Hansina Uktolseja (1955-1977) Treinkaapster uit liefde’, Historisch Nieuwsblad (mei 2008) 54-62.
  • Beatrice de Graaf, ‘Hansina Uktolseja, de “fanatieke verloofde”’, in: Idem, Gevaarlijke vrouwen (Amsterdam 2012) 133-154.
  • Henk Wollerich, ‘De mariniers zijn flink tekeer gegaan’, Dagblad van het Noorden, 8-11-2014.
  • Beëindiging van de gijzeling bij De Punt in 1977. Verslag van een archiefonderzoek (Den Haag 2014).
  • Ana van Es en Robert Giebels, ‘Treinkaping 1977. De chaos en het oordeel’, de Volkskrant, 20-11-2014.
  • Ana van Es en Robert Giebels, ‘Kan het boek na 37 jaar dicht?’, de Volkskrant, 20-11-2014.
  • Jan Beckers en Junus Ririmasse, Air Mata Kebenaran/Traan van de waarheid
  • [ongedateerd onderzoeksrapport van een journalist en een van de kapers, URL: https://initiatiefgroep7for7.wordpress.com/air-mata-kebenaran-onderzoeksrapport-het-drama-van-de-punt; geraadpleegd 23-2-2016].
  • Doortje Smithuijsen, ‘Verslagen. Maar toch ook trots op Hansina’, NRC, 2-11-2016 [inteview met broer Chris, verschenen na publicatie van dit lemma].

Illustratie

Hansina Uktolseja, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Stichting Mahele Lisa, Bovensmilde).

Auteur: Janneke Martens

laatst gewijzigd: 29/05/2017