Vaatstra, Marianne Imke (1982-1999)

 
English | Nederlands

VAATSTRA, Marianne Imke (geb. Leeuwarden 10-8-1982 – gest. Veenklooster 1-5-1999), scholiere, slachtoffer van verkrachting en moord. Dochter van Bauke Vaatstra (geb. 1938), timmerman, en Maaike Terpstra (geb. 1941).

Marianne Vaatstra werd geboren als nakomertje in een Fries gezin dat al vijf kinderen telde. Ze had twee broers en drie zussen; met haar jongste broer scheelde ze twaalf jaar. Haar moeder deed het huishouden en haar vader werkte als timmerman voor een bedrijf. Marianne bezocht de basisschool in haar woonplaats Zwaagwesteinde (De Westereen) en zat erna op de christelijke mavo in Damwoude, een dorp verderop waar ze met de fiets naartoe ging. Vanaf haar zestiende werkte ze twee middagen per week in de supermarkt om bij te verdienen. Na het eindexamen was ze van plan naar de Kappersvakschool in Leeuwarden te gaan. Zo groeide ze op als een echt ‘doarpsfamke’ in de streek Friese Wouden: een vrolijk meisje dat werd omringd door haar familie, veel van muziek hield en graag zong. Ze had veel vrienden en ging op zaterdag wel eens uit in Veenklooster. Als ze met het taxibusje naar huis kwam, moest dat altijd tot voor de deur van het ouderlijke huis rijden omdat ze bang was in het donker.

Moord

Op de avond van Koninginnedag 1999 had Marianne met haar vriendje Spencer (18) en zijn vriend Wietse in het naburige dorp Kollum afgesproken omdat daar ook de laatste avond van de Kollummer Kaasdagen gevierd werd. Na afloop daarvan, rond een uur of één ’s nachts, fietste het drietal – Marianne achterop bij Spencer – eerst naar het dorp Buitenpost, waar de jongens woonden. Tegen de afspraak met haar ouders in ging Marianne daarna alleen verder naar huis. De volgende morgen om een uur of elf werd Marianne Vaatstra levenloos gevonden, diep in een weiland naast een houtwal ter hoogte van de Keningwei bij Veenklooster. Sporen wezen uit dat ze zowel oraal als vaginaal was verkracht, gewurgd met haar eigen beha en vervolgens de keel was doorgesneden. Op haar lichaam en kleding wordt een groot aantal DNA-sporen van een onbekende man gevonden. Marianne werd op 6 mei na een kerkdienst te Zwaagwesteinde door haar broers en zussen te grave gedragen. De bewoners van het dorp vormden een menselijk schild rond de rouwstoet, zodat de nabestaanden niet gefilmd konden worden.

De moord op Marianne maakte direct hevige emoties los bij de Friese en Nederlandse bevolking. Op 7 mei 1999 liepen twintigduizend mensen mee in een stille tocht door Zwaagwesteinde. Vrijwel direct na het misdrijf ontstond er in de regio Kollummerland een vrij breed en aanhoudend wantrouwen tegen asielzoekers omdat men vanwege de ‘niet-westerse’ manier waarop Marianne om het leven was gebracht, veronderstelde dat een van hen de moord moest hebben gepleegd. Het leidde tot Kamervragen, zware kritiek op politie en justitie en inmenging van de media.

Pas na bijna dertien jaar zou de moordenaar van Marianne Vaatstra worden opgespoord.  Vader Vaatstra’s aanhoudende inzet bij het lange proces naar waarheidsvinding was groot. Het verlies van Marianne was dermate traumatisch dat het huwelijk van de Vaatstra’s geen stand had kunnen houden. Hij was ervan overtuigd dat het vinden van de dader een eerste voorwaarde was voor het verwerken van het verlies. Bij politie en justitie bleef hij daarom aandringen op DNA-onderzoek. Gebruikmakend van de media voorkwam hij dat ‘Marianne’ een cold case zou worden en droeg hij wezenlijk bij aan het debat over de wetswijziging DNA-onderzoek (1-4-2012). Het nieuwe onderzoek startte eind september 2012. Opnieuw was de bevolking van de Friese Wouden zeer betrokken en 6746 mannen stonden vrijwillig DNA af. Op 18 november 2012 kon de Friese politie met volledige zekerheid de verdachte van de moord aanhouden.

De dader bleek de inmiddels 45-jarige Jasper S., melkveehouder uit Oudwoude en vader van een christelijk gezin. Op 6 december 2012 legde hij een volledige bekentenis af. Zijn verhaal kwam erop neer dat hij op de bewuste nacht van 1 mei 1999 Marianne tegemoet was gefietst en toen direct had gedacht: Do bist fan my (fannacht)’. Vanaf dat moment had het leven van de zestienjarige Marianne Vaatstra in zijn handen gelegen. Hij was omgekeerd, had haar achtervolgd, van de fiets getrokken en haar onder bedreiging van zijn zakmes tweemaal verkracht. Toen hij weer bij zijn positieven was gekomen, had hij haar geprobeerd te wurgen. Omdat hij haar nog hoorde ademen, had hij haar vervolgens (driemaal) de keel doorgesneden. Zo wist hij zeker dat ze dood was en ze hem nooit zou kunnen ontmaskeren. Hij werd veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf.

Betekenis

Op 25 september 2004 werd in Zwaagwesteinde een monument onthuld ter nagedachtenis aan Marianne Vaatstra, ontworpen door Hans Jouta. De opsporing van haar moordenaar was het eerste grootschalige DNA-verwantschapsonderzoek in de Nederlandse geschiedenis. Tijdens het wettelijk spreekrecht voor de nabestaanden stelde zus Wilma Vaatstra voor om het nu nooit meer te hebben over ‘de zaak-Marianne Vaatstra’, maar voortaan te praten over ‘lieve Marianne. In februari 2013 jaar kreeg Bauke Vaatstra de jaarlijkse Machiavelliprijs (voor prestaties op het gebied van publieke communicatie) omdat hij met zijn niet-aflatende pleidooi voor DNA-onderzoek een doorbraak in de wetgeving had weten af te dwingen. Later dat jaar 2013 kwam misdaadauteur Simon Vuyk in opdracht van vader Vaatstra met een boek over de zaak die in Nederland de gemoederen dertien jaar had beziggehouden: Marianne Vaatstra. Het verhaal van haar moord.

Archivalia

Literatuur

  • Peter Zantingh, ‘Jasper S. bekent moord op Marianne Vaatstra’, NRC, 6-12-2012.
  • De Volkskrant, 29-3-2013.
  • Simon Vuyk, Marianne Vaatstra. Het verhaal van haar moord (Amsterdam 2013).

Illustratie

Marianne Vaatstra, door onbekende fotograaf, ca. 1999 (particuliere collectie).

Auteur: Barbara C. de Jong (met dank aan Simon Vuyk en Bauke Vaatstra)

laatst gewijzigd: 15/06/2017