Vecht, Rosa (1881-1915)

 
English | Nederlands

VECHT, Rosa (geb. Elburg 18-7-1881 – gest. Veurne, België 23-1-1915), verpleegster, gesneuveld in Eerste Wereldoorlog. Dochter van Mozes Vecht (1853-1933), veehandelaar, en Diena van Hamburg (1854-1943). Rosa Vecht bleef ongehuwd.

Rosa (Roosje) Vecht groeide als oudste van zes kinderen op in een orthodox Joods gezin in Elburg, waar haar vader veehandelaar was. Volgens de overlevering zou Rosa tegen de wil van haar vader een relatie hebben gekregen met een niet-Joodse jongen en daarom het ouderlijk huis hebben willen ontvluchten door een opleiding tot verpleegster te volgen. Op 24 april 1907 deed ze haar verpleegstersexamen in het Israëlitisch Ziekenhuis van Rotterdam. Als gediplomeerd ziekenverpleegster droeg ze het bondsinsigne, uitgereikt door de examencommissie van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging, voortaan prominent op haar uniform. Vanaf 1908 was ze betalend lid van deze landelijke bond, hetgeen laat zien dat ze haar beroep serieus nam. Na haar opleiding verliet ze het ziekenhuis en ging ze als particulier verpleegster werken in Groningen en Amsterdam.

Oorlogsverpleegster in Antwerpen

Kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914) besloot Rosa Vecht naar het front in België te gaan om gewonde soldaten te verplegen. Ze werkte op dat moment in Amsterdam, waar haar ouders sinds 1903 woonden. Tegen de zin van haar familie vertrok zuster Vecht op 33-jarige leeftijd naar het oorlogsgebied. Volgens de medicus F.S. Meijers had ze familie in België en was haar gevraagd zich te melden bij het Belgische Rode Kruis. Rosa Vecht handelde op eigen houtje en vertrok niet met een georganiseerde Rode Kruisambulance, zoals gebruikelijk was.

In Antwerpen ging Vecht werken in het Belgian Field Hospital. Dit was nog maar nauwelijks gebruiksklaar of de eerste 170 zwaargewonde soldaten dienden zich aan. Bij ernstige granaatwonden volgde vaak amputatie van ledematen en wachtte de soldaat een lange revalidatie. Ondanks de verschrikkingen en het harde werken was het ook gezellig in de oorlogshospitalen: soldaten waren ontspannen, praatten en rookten, blij dat ze het overleefd hadden en even weg waren uit het oorlogsgeweld. Vaak sloeg daarbij ook de verveling toe. Om herstellende soldaten wat afleiding te bezorgen, verzocht Vecht de redactie van het Nieuws- en Advertentieblad voor Elburg en Omstreken (30-9-1914) haar lezers op te roepen om lectuur en nieuwsbladen op te sturen. Voorzien van een rood kruis kon dat materiaal ongefrankeerd naar haar ziekenhuisadres in Antwerpen worden gestuurd.

Fataal bombardement

Op 10 oktober 1914 bombardeerden de Duitsers Antwerpen en moest het hospitaal waar Rosa Vecht werkte, ontruimd worden. Een week later zette ze haar werk voort in het hospitaal te Veurne, want ‘zij wenschte haar zorgen den Belgischen soldaten te blijven geven’ (Meijers, 1915). Het tweede hospitaal waar Vecht werkte, was gevestigd in het Bisschoppelijk College. Ze was er de enige niet-Britse verpleegster. Het was een naargeestig gebouw en de gewonden lagen bij gebrek aan bedden op stro op de grond. Vecht verbleef zelf in herberg de Nobele Rose aan de Noordstraat (nr. 11), waar ook Marie Curie logeerde toen ze in het hospitaal röntgenfoto’s kwam nemen. In Veurne was het hoofdkwartier van het Belgische leger gevestigd en daarom lagen de stad en het hospitaal regelmatig onder vuur.

Begin 1915 waren de bombardementen zo hevig dat evacuatie van patiënten onvermijdelijk was. Op 23 januari was de situatie onhoudbaar geworden en maakten de laatste verpleegsters zich klaar voor vertrek naar Duinkerken. Toen Rosa Vecht over de Markt naar haar kamer liep om haar koffer te halen, werd ze getroffen door een granaatscherf die haar rechterbeen afrukte. In allerijl bracht men haar naar het hospitaal in De Panne, waar ze na een beenamputatie stierf ten gevolge van hevig bloedverlies. Twee dagen later was de begrafenis, op het kerkhof van Adinkerke. Verpleegsters, artsen en officieren begeleidden de kist, bedekt met de Nederlandse vlag, en een Engelse veldprediker sprak een gebed uit waarin hij de moed en dapperheid van de ‘kleine Hollandsche nurse’ prees (De Sumatra Post, 23-3-1915). Hij noemde haar een voorbeeld voor iedereen. Aansluitend zongen de aanwezigen een Engelse hymne. Een eenvoudig houten teken met opschrift markeerde haar graf. Na de oorlog werd het stoffelijk overschot van Rosa Vecht naar Nederland overgebracht, waar ze in 1920 op de Nederlands-Israëlitische begraafplaats te Muiderberg werd herbegraven (veld D, rij P, grafnummer 165).

Reputatie

Het overlijden van verpleegster Rosa Vecht bleef niet onopgemerkt. Alle landelijke dag- en weekbladen besteedden er aandacht aan. Plaatselijke kranten namen het overlijdensbericht over, waarna het nieuws zich snel verspreidde. In de maanden na haar dood verschenen regelmatig artikelen, soms geromantiseerd, over het dappere sterfbed van ‘het meisje met de gazelleogen’ (De Sumatra Post, 30-3-1915). Voor de overzeese lezers deed journalist J.F.L. de Balbian Verster uitvoerig verslag van de omstandigheden waaronder Vecht was gesneuveld. In het Tijdschrift voor Ziekenverpleging, hét vakblad voor verpleegkundigen, schreef dr. A. Couvée een in memoriam. In het zusterhuis van het Nederlands-Israëlitisch Ziekenhuis kreeg het portret van Rosa Vecht nog in 1915 een prominente plek aan de muur, als voorbeeld voor alle leerling-verpleegsters.

In 2014 bracht de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog de rol van verpleegkundigen tijdens deze oorlog opnieuw onder de aandacht. Als een van de weinige Nederlandse verpleegkundigen had Rosa Vecht hierin haar aandeel geleverd. In haar geboorteplaats Elburg is in 2009 een straat naar haar vernoemd en siert een plaquette haar geboortehuis. Dezelfde plaquette bevindt zich ook bij de ingang van de kerk in Adinkerke. Op 24 januari 2015, een eeuw na haar dood, organiseerde het Florence Nightingale Instituut onder de Menenpoort in Ieper een herdenking voor verpleegkundige Rosa Vecht, met 33 rode rozen en de Last Post.

Literatuur

Illustratie

Rosa Vecht in uniform met insigne in België, 1914-1915 (Collectie T. Samshuijzen, Empel / Florence Nightingale Instituut).

Auteur: Nannie Wiegman

laatst gewijzigd: 26/06/2017