Verschoor, Anna Sophia (1859-1928)

 
English | Nederlands

VERSCHOOR, Anna Sophia, vooral bekend als Anna Sophia Tydeman-Verschoor (geb. Delft 28-9-1859 – gest. Den Haag 22-3-1928), oprichtster Huishoudschool Laan van Meerdervoort. Dochter van Johannes Nicolaas Verschoor (1825-1899), bankdirecteur, en Johanna Elisabeth Ottoline Sophia von Huguenin (1829-1891). Anna Sophia Verschoor trouwde op 12-5-1886 in Delft met Victor Jacobus Tydeman (1859-1895), historicus en letterkundige. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren die allebei kort na de geboorte stierven.

Anna Verschoor groeide in Delft op als tweede dochter in een gezin van vier. Haar vader was directeur van de stadsbank aldaar. Ze trouwde op haar 26ste met Victor Jacobus Tydeman, op dat moment redacteur bij De Delftsche Opmerker. Het paar kreeg in februari 1887 een dochter, Johanna Elisabeth Ottelina Sophia. Het meisje overleed met drie maanden. Een tweede dochter overleed bij geboorte in 1890. Nog in datzelfde jaar begon Tydeman-Verschoor aan een cursus voor kookschoolleraressen bij de zojuist opgerichte Haagsche Kookschool.

Blijkbaar was cursiste Tydeman-Verschoor in positieve zin opgevallen, want in 1891 werd ze als directrice gevraagd voor de nieuw opgerichte Rotterdamsche kookschool. Voordat ze de functie aanvaardde, maakte ze enkele reizen naar huishoudopleidingen en restaurants in het buitenland. Tijdens haar directoraat richtte Tydeman-Verschoor samen met Anna Catharina Manden en Suze Meyboom in 1894 In en Om de Keuken op, het maandblad dat fungeerde als orgaan van de kookscholen in Nederland – ze zou tot 1925 deel uitmaken van de redactie.

In januari 1895 volgde Tydeman-Verschoor mej. Manden op als directrice van de Haagsche Kookschool. In datzelfde jaar overleed haar echtgenoot. Tijdens de ‘Nationale tentoonstelling van Vrouwenarbeid’ (1898) sprak ze op het Dienstboden-Congres over de noodzakelijkheid van een vakopleiding voor dienstboden. Ze stelde aan de kaak dat dienstboden vaak hun vaardigheden opdeden via moeders en collega-dienstboden en hield een warm pleidooi voor de inrichting van vakscholen. Deze zouden ‘verantwoordelijkheidsgevoel, ergo hogere beschaving’ kunnen stimuleren. In plaats van de dienstbodenstand (‘dat dwaze, ouderwetse, feodale woord’) moest er een dienstbodenbond komen, bestaande uit ‘nuttige, onmisbare leden van de maatschappij’. De bestaande opleidingen in huishoudkunde voldeden nog niet, vond Tydeman-Verschoor. Het waren meer een soort kostscholen, ‘waarop de meisjes wat ontbolsterd zullen worden en voor het leven bruikbaarder worden gemaakt’ (gecit. Bij De Rooy, 223). Hoe nuttig ook, dát was niet de bedoeling van de huishoudschool. Leerlingen moesten worden opgeleid tot huishoudkundigen, niet tot huishoudsters.

Toen Tydeman-Verschoor in december 1898 het plan opvatte een huishoudschool te openen in een van de Haagse volksbuurten, probeerde het bestuur van de Haagsche Kookschool dit te voorkomen. Het conflict liep hoog op en leidde ertoe dat ze per 1 september 1899 vertrok. Met de hulp van onder meer Cecile Goekoop-de Jong van Beek en Donk, wier echtgenoot bereid was een pand aan de Haagse Laan van Meerdervoort te financieren stichtte Tydeman-Verschoor een nieuwe school voor leraressen in de huishoudkunde. Later zorgden de inschrijfgelden voor een financiële basis. Enkele leraressen van de Haagsche Kookschool sloten zich bij haar aan. In het eerste jaar telde de school ongeveer honderd leerlingen. De basis van het curriculum was de tweejarige opleiding tot huishoudkunde, maar ook bood de school afzonderlijke cursussen aan voor burgerdames of dienstboden. Met het merendeel van de docenten en enkele leerlingen woonde Tydeman-Verschoor intern.

In 1899 was Tydeman-Verschoor betrokken bij de ontwikkeling van een centrale structuur voor examens binnen het huishoudonderwijs. Dit gebeurde nadat zij en Meyboom in In en Om de keuken hun ongenoegen hadden geuit over het feit dat docenten van de scholen geen zitting hadden in de daartoe ingestelde commissie, die geleid werd door schoolbestuurder Jeltje de Bosch-Kemper. De positie van de huishoudleraressen werd verder versterkt door de oprichting van de Bond van Leeraressen bij het Huishoudonderwijs, met Tydeman-Verschoor als voorzitster en Martine Wittop Koning als secretaresse. Na enige jaren van getouwtrek over het toezicht op de examens kookkunde en huishoudkunde kwam deze verantwoordelijkheid in 1901 te liggen bij de Bond. Tydeman-Verschoor zat in diverse examencommissies. In 1908 trad ze af als voorzitster van de Bond, maar ze bleef lid van het bestuur.

In 1913 trad Tydeman-Verschoor af als directrice van de Huishoudschool Laan van Meerdervoort, maar tot 1924 bleef ze onder meer cursussen hygiëne doceren. Ook nam ze nog zitting in diverse commissies, zoals in 1918 in de Centrale Commissie van Bijstand voor de Arbeidsbemiddeling. Op 30 augustus 1922 werd ze onderscheiden tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Anna Tydeman-Verschoor overleed op 22 maart 1928 in Den Haag. Bij het onthullen van een gedenkteken in 1932 werd ze ‘de apostel van het huishoudonderwijs’ genoemd, een huldeblijk dat de bescheiden Tydeman-Verschoor volgens oud-collega’s bij leven niet gewaardeerd zou hebben (Nijverheidsonderwijs, 94). In meer recente publicaties ligt de nadruk op haar organisatorisch talent. Ileen Montijn stelt dat Tydeman de Huishoudschool Laan van Meerdervoort leidde als een ‘huismoeder-cum-zakenvrouw’ (Montijn, 94-95) en Rosa Bilkes roemt de ‘zakelijke grondslag’ van haar schoolleiding (Bilkes, 39).

Archivalia

  • Haags Gemeentearchief, Den Haag: toegang 0790-01, Archief van de Huishoudschool Laan van Meerdervoort).
  • Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam: Archief Bond van Leeraressen bij het Huishoudonderwijs.

Publicaties

  • Het beroep van huishoudkundige (Dordrecht 1919).
  • [met J. Ebmeijer], De recepten uit ‘In en om de Keuken’ (Gorinchem 1928).

Literatuur

  • ‘Congres-Indrukken’, Evolutie 6 (1898) 109-110.
  • Dienstboden-congres, gehouden op 21 Augustus 1898 (Amsterdam 1899).
  • In en Om de Keuken. Orgaan van de Huishoud- en Kookscholen 5(1899) en 7 (1901).
  • Het Nijverheidsonderwijs voor meisjes 12 (1932) 93-94.
  • M.E. Leliman-Bosch, Geschiedenis van het huishoudonderwijs in Nederland (Rotterdam 1933).
  • A.M. van Anrooy en E. Mesdag, Zestig jaar huishoudonderwijs 1888-1948: van Haagsche Kookschool tot Huishoudschool Laan v. Meerdervoort (Den Haag 1948).
  • Piet de Rooy, ‘Het zwaarste beroep. Succes en falen van het huishoudonderwijs in Nederland, 1875-1940, Sociologisch Tijdschrift 12 (1985) nr. 2, 207-248.
  • C. Kemp e.a. red., Van Kookschool tot Hogeschool. Van Haagsche Kookschool via Huishoudschool Laan van Meerdervoort en Akademie ‘De Laan’ tot Haagse Hogeschool (Utrecht 1988).
  • A.H. van Otterloo, Eten en eetlust in Nederland (1840-1990): een historisch-sociologische studie (Amsterdam 1990) 127-151.
  • Jannie Poelstra, Luiden van een andere beweging: huishoudelijke arbeid in Nederland, 1840-1920 (diss. Universiteit van Amsterdam 1996).
  • Ileen Montijn, ‘Geen misleide dames. De pionierstijd van de Hollandse huishoudschool’, De Gids 171 (2008) 89-101.
  • Rosa Bilkes, De Spinazie Academie; 125 jaar Haags Huishoudonderwijs (Den Haag, 2012).

Illustratie

Foto door onbekende fotograaf, 1910 (Haags Gemeentearchief).

 

Auteur: Fernie Maas

 

laatst gewijzigd: 26/08/2014