Verschuure, Anna Pieternella (1935-1980)

 
English | Nederlands

VERSCHUURE, Anna Pieternella (geb. Rotterdam 12-8-1935 – gest. Rotterdam 15-8-1980), textielkunstenares. Dochter van Andries Verschuure (1901-1995), treinmachinist, en Francina van der Hart (1899-1992). Anna Verschuure trouwde in 1960 met Johannes Cornelis Marie Verweij (1928-2011), kunstenaar. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Anna Verschuure groeide met haar oudere zus Nel op als kind van Zeeuwse, Nederlands-hervormde ouders. De meisjes gingen in Rotterdam naar een openbare school. Aan het begin van de oorlog werd hun vader, machinist bij de Nederlandse Spoorwegen, overgeplaatst naar Limburg en bleven moeder en dochters achter in Rotterdam. Na bombardementen in 1941, dicht bij hun huis, liet de vader zich overplaatsen naar Zeeland. Daar bracht Anna haar kinderjaren door in Goes, tot het gezin in 1951 weer terugkeerde naar Rotterdam.

Textielkunstenares

Begin jaren vijftig begon Anna Verschuure met een opleiding aan de kweekschool. Hoewel ze in het laatste jaar eigenlijk naar de kunstacademie wilde overstappen, maakte ze toch haar opleiding af, conform de wens van haar vader, en begon met lesgeven op een school in Rotterdam-Zuid. Maar de kunst bleef trekken en op 21-jarige leeftijd schreef ze zich alsnog in voor de avondopleiding Decoratieve Nijverheid aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten. Als een van de oudere studenten ging Verschuure haar eigen gang en paste de regels van docenten naar eigen inzicht toe. Na anderhalf jaar academie verliet ze in 1957 de opleiding omdat deze haar niet voldoende uitdaging bood. Ze werd daarin gesteund door kunstschilder Hans Verweij, die zij dat jaar had ontmoet.

Anna Verschuure legde zich toe op de textielkunst en begon – vanaf 1958 onder de kunstenaarsnaam Anna – te exposeren. Zo waren haar wandkleden, samen met werk van onder anderen Will Fruytier, in 1957 te zien op een tentoonstelling van kunsthandel In 't Constigh Werck in Rotterdam. Een jaar later trok ze in bij Verweij, die woonde en werkte in een voormalige fietsenstalling. In 1960 trouwden ze. Via Verweij stond Anna midden in het Rotterdamse kunstenaarscircuit. De expositiemogelijkheden in de stad waren in de jaren zestig beperkt, maar dankzij vrienden bij de Nederlandse Kunststichting en Galerie Delta kon ze deelnemen aan verschillende tentoonstellingen. Ook exposeerde ze in onder meer Zeist (1965) en Amsterdam (1966). In 1969 had Anna Verschuure met Ferdi Tajiri-Jansen (Ferdi), Matthieu Ficheroux, Jan van Munster en Frans Peeters een tentoonstelling in De Doelen in Rotterdam. Voor haar werk, dat betrekking had op het menselijk lichaam, gebruikte zij zachte stoffen, schuimrubber, plastic en jute, waarmee zij de plasticiteit van haar kleden vergrootte. Hiermee onderscheidde zij zich, net als Ferdi, van het koele objectivisme van haar mede-exposanten.

Anna Verschuure maakte aanvankelijk wandkleden die geïnspireerd waren op stromingen in de moderne kunst en haar werk werd wel gezien als equivalent van wat haar mannelijke collega’s in de Rotterdamse kunstwereld tekenden en schilderden. Ze was verknocht aan haar materiaal. De poging van Hans Verweij haar over te halen ook te gaan schilderen hield ze dan ook stellig af. Anna zette het borduren, haken, breien en naaien in om objecten te maken waarin ‘heldere inzichten over de illusies en desillusies van het aardse bestaan’ (…) boven het leven van alledag werden uitgetild’ (Vermeijden). In 1975 werd haar inzending, Mijn plaats aan tafeleen tafeltje met daarop een kleed waarin haar schaduwbeeld was geweven – uitgekozen voor de zevende Biennale Internationale de la Tapisserie in Lausanne. Composities werden in deze periode voor Anna minder interessant. Ze ging zich steeds meer toeleggen op de betekenis en de lagen in haar werk. Soms was dit letterlijk zichtbaar doordat lagen stof van elkaar waren afgepeld.

Toen er in 1978 bij Anna Verschuure kanker werd geconstateerd, werkte ze zo veel mogelijk door. De wetenschap dat het leven spoedig zou eindigen, heeft vermoedelijk, bewust of onbewust, veel invloed gehad op haar laatste werken. Met terugwerkende kracht kunnen er vele dubbele lagen in haar werk worden gezien die hierop wijzen. In 1979 kreeg Anna haar eerste museale solopresentatie in het Stedelijk Museum Amsterdam.  

Anna Verschuure overleed op 15 augustus 1980 in Rotterdam, slechts 45 jaar oud. Zij heeft een pioniersrol vervuld in de naoorlogse Nederlandse textielkunst en heeft zo de weg vrijgemaakt voor kunstenaars om vormen van handwerk die traditioneel golden als aan vrouwen voorbehouden huisvlijt, artistiek in te zetten. De kunst van Anna is nog steeds actueel, krachtig en van deze tijd en was ook na haar dood regelmatig op exposities te zien. In 2003 werden een monografie en een overzichtstentoonstelling (TENT, Rotterdam) aan haar gewijd.

 

Naslagwerken

Jacobs; Jacobs (2000); Scheen (1969).

Archivalia

RKD, Den Haag: PDO.

Stadsarchief, Rotterdam: gezinskaarten 1880-1940 (Andries Verschuure).

Werk

Werk van Anna bevindt zich o.a. in de collectie van:

Boijmans van Beuningen, Rotterdam; Frans Hals Museum, Haarlem; Gemeentemuseum, Den Haag; Kunstcollectie KPN; Stedelijk Museum Amsterdam; Stedelijk Museum Schiedam; Textielmuseum, Tilburg en bij de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Literatuur

  • SM: Atelier 3, tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum Amsterdam (Amsterdam 1966).
  • Werken van Ferdi Tajiri, Anna Verschuure, Matthieu Ficheroux, Jan van Munster, Frans Peeters, tentoonstellingscatalogus De Doelen Rotterdam (Rotterdam 1969).
  • May Hobijn-Roth en Johan Frederik Wilhelm Ober, Textiel in beeld: werk en visie van 34 Nederlandse textielkunstenaars (De Bilt 1974) 46-47.
  • NRC Handelsblad, 20-6-1975; 4-7-1975.
  • Elbrig de Groot, Anna. Textielconstructies, tuintekeningen en schetsen 1970-1980, tentoonstellingscatalogus Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam (Rotterdam 1984).
  • Doris Wintgens Hötte, Borduren 2000. Connie Dekker, Christine & Irene Hohenbüchler, Arnoud Holleman, Antoniëtta Peeters, Berend Strik, Anna Verweij-Verschuure, Colette Whiten, tentoonstellinscatalogus De Lakenhal Leiden/De Bergkerk Deventer (Leiden/Deventer 1994).
  • Wilma Kuil – Anna. Fragment van een nieuwe lente, tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum Schiedam (Schiedam 1996).
  • Henriëtte Heezen, ‘Mijn plaats aan tafel. De receptie van Anna’, Jong Holland 14 (1998) nr. 3, 11-22.
  • Henriëte Heezen, Anna. Mijn plaats aan tafel (Rotterdam 2003).
  • Marianne Vermeijden, ‘Pijn en weerzin in lappen en lussen’, NRC Handelsblad, 24-12-2003.
  • Mirjam Westen red., Rebelle. Art & Feminism 1969-2009, tentoonstellingscatalogus Museum voor modern kunst Arnhem (Arnhem 2009) 351.

Illustratie

  • Anna Verschuure, door Hans Verweij, 1975 (Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
  • Bruine Bloem, door Anna Verschuure, 1966 (Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

 

 

Auteur: Daphne Nieuwenhuijse, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

laatst gewijzigd: 01/11/2017