Vogel, Cornelia Johanna de (1905-1986)

 
English | Nederlands

VOGEL, Cornelia Johanna de (geb. Leeuwarden 27-2-1905 – gest. Westenschouwen 7-5-1986), filosofe en theologe. Dochter van Cornelis Johannes de Vogel (1861?-1926), apotheker, en Janna Jansje Theunisse (1871-1951). Cornelia de Vogel bleef ongehuwd.

Cornelia de Vogel groeide met haar één jaar oudere zus Annette op in een liberaal, ontwikkeld en areligieus apothekersgezin in Leeuwarden. Haar ouders hadden een weinig harmonieus huwelijk, en naar eigen zeggen had ze een ongelukkige jeugd. Vanwege haar zwakke gezondheid moest ze als scholier veel verzuimen. Na de Lagere Meisjesschool ging ze naar het Stedelijk Gymnasium. In deze gymnasiumjaren had ze contact met de ‘blauwe (: niet-confessionele) jeugd’ en was ze lid van de Praktische Idealisten Associatie, een groepje jongeren met een uiteenlopende levensbeschouwelijke achtergrond. Cornelia was geïnteresseerd in theosofie en Griekse wijsbegeerte.

Existentiële crisis

Na haar eindexamen (1924) ging Cornelia de Vogel klassieke talen en filosofie studeren in Utrecht. Als student kwam ze in aanraking met het werk van protestantse theologen als Karl Barth en Emil Brunner. In december 1927 liet zij zich Nederlands-hervormd dopen. Ze hoorde bij de orthodoxe richting, ver van alle mystiek, en bleef zo ook op veilige afstand van de rooms-katholieke kerk, die haar in alles tegenstond. Van 1927 tot 1929 combineerde De Vogel haar studie met een tijdelijke baan als lerares klassieke talen op het Christelijk Lyceum in Harderwijk. Met het aldus verdiende geld studeerde ze een jaar lang filosofie in Leiden. In 1932 haalde ze in Utrecht haar doctoraal klassieke talen en vertrok ze naar Athene om daar aan de École française aan haar proefschrift te werken. Terug in Nederland schreef ze vanwege ernstige reuma-aanvallen bij haar ouders thuis in Leeuwarden verder aan haar dissertatie, plat op bed liggend. Een tijdlang kon zij door haar ziekte zelfs niet lopen. Op 1 mei 1936 promoveerde ze cum laude bij de Utrechtse hoogleraar Johan Christiaan Franken op Een keerpunt in Plato’s denken. Historisch-philosophische studie. Van 1938 tot 1946 was zij werkzaam als privé-lerares Grieks en Latijn in Den Haag.

Intussen was Cornelia de Vogel opnieuw in een religieuze en existentiële crisis geraakt, mede onder invloed van een liefdesrelatie met een getrouwde Belgische archeoloog, Edward van Laere, die zij in Athene had ontmoet. Met hem sprak ze vrijelijk over haar geloofsproblemen. In haar autobiografische aantekeningen noteert ze naar aanleiding van deze verliefdheid dat dit het allereerste geluk was in haar tot dan toe moeizame en eenzame leven. De gespannen driehoeksverhouding die ontstond – overigens op gepaste fysieke afstand – bezorgde De Vogel ook schuldgevoelens en verdriet. Het huwelijk van haar vriend strandde, en daaraan voelde ze zich mede schuldig. De platonische verhouding duurde tot aan de dood van Van Laere in 1956. Onder invloed hiervan zocht De Vogel naar een kerk die ook voor het handelen een richtsnoer bood, die ‘opvoedt tot heiligheid’, zoals ze het zelf noemde. De kennismaking met de Lectures on justification (1838) van de theoloog John Henry Newman zette haar op een katholiserend spoor. Dit boek greep haar ‘diep in de ziel’ (De kerk die mij boeide, 1955, 93), en in 1939 publiceerde zij de vuistdikke studie Newmans gedachten over de rechtvaardiging. Wat zij vooral van haar inspirator overnam, was het belang van de kerkvaders.

Roomse indringster

Opzien baarde Cornelia de Vogel met haar Ecclesia Catholica. Redelijke verantwoording van een persoonlijke keuze (1945). Zij doet hierin verslag van haar intellectuele en emotionele zoektocht, die eindigde met haar officiële opname in de rooms-katholieke kerk. Deze plechtigheid vond plaats op 21 december 1944 in het klooster van de paters redemptoristen in Wittem (Zuid-Limburg), waar zij toen vanwege een door oorlogsomstandigheden uitgelopen vakantie verbleef. Zij legde daarbij een privé-gelofte af ongehuwd te blijven – ze was intussen veertig – en haar leven volledig aan de wetenschap te wijden.

De bedenkingen verdwenen toen zij aan het werk ging: De Vogel bleek een productieve onderzoekster en enthousiaste hoogleraar. Indruk maakte In 1946 werd Cornelia de Vogel benoemd tot hoogleraar in de geschiedenis van de antieke en middeleeuwse wijsbegeerte te Utrecht, een positie die zij vanwege haar sterk theologische belangstelling aarzelde aan te nemen. Toen kort na haar benoeming bekend werd dat zij katholiek was geworden, veroorzaakte dit enige opschudding. Zelf had zij het als irrelevant niet ter sprake gebracht, maar het calvinistische wereldje van de Utrechtse wijsbegeerte voelde zich allerminst gelukkig met de ‘roomse indringster’. De bedenkingen verdwenen toen zij aan het werk ging: De Vogel bleek een productieve onderzoekster en enthousiaste hoogleraar. Indruk maakte ze met haar driedelige Greek Philosophy (1950-1959) en de onder haar leiding tot stand gekomen Utrechtse reeks Wijsgerige teksten en studies (1956-1975) – hierin verschenen 23 boeken.

Cornelia de Vogel mengde zich graag in allerlei internationale academische discussies en gaf gastcolleges in New York (1962) en in Manilla, Taipei en Japan (1966). Als gezocht spreekster op internationale congressen was zij een ster van de Utrechtse universiteit. Het Filosofisch Instituut aan de Utrechtse Zuilenstraat, vlakbij haar huis aan de Nieuwegracht, werd door haar toedoen een internationaal ontmoetingspunt. De verhuizing in 1969 naar de buiten de stad gelegen Uithof betekende voor De Vogel een persoonlijk offer, dat nog werd verzwaard door spanningen binnen het instituut zelf – collega’s verweten haar dictatoriale neigingen en gebrek aan souplesse inzake eenmaal ingenomen standpunten. Toch genoot zij alom respect vanwege haar grote belezenheid, haar tomeloze energie en haar talent om ingewikkelde zaken aan een breed publiek uit te leggen.

‘Cornelia Catholica’

Na haar vervroegde emeritaat (1974) verhuisde Cornelia de Vogel van Utrecht naar haar buitenhuis in Renesse, op het Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland, waar ze een betrekkelijk geïsoleerd bestaan leidde. Wel werd ze een prominente woordvoerder van de behoudende vleugel onder de Nederlandse katholieken. Zo had zij al in 1973 een vlammend pamflet laten verschijnen over de volgens haar rampzalige ontwikkelingen in de rooms-katholieke kerk, getiteld Aan de Katholieken van Nederland. Aan allen. Haar hartenkreet werd onder meer in het Italiaans vertaald en buiten haar medeweten uitgedeeld op de Romeinse bisschoppensynode van oktober 1974.

Met haar omvangrijke De grondslag van onze zekerheid: over de problemen van de Kerk van heden. Een bijdrage tot reële theologische discussie (1977) richtte Cornelia de Vogel zich tegen de vernieuwingstheologie van onder meer Edward Schillebeeckx en Piet Schoonenberg. Het boek vond alleen weerklank onder gelijkgezinden, maar speelde geen rol in het theologisch debat omdat het werd genegeerd. Tegelijk negeerden haar conservatieve medestanders haar liberale standpunt inzake geboorteregeling en haar overtuiging dat de uitsluiting van vrouwen van het priesterambt een cultureel bepaalde zaak was. Zij vond de katholieke kerk ‘een mannenkerk’, wat zij niet vriendelijk bedoelde.

‘Cornelia Catholica’, zoals De Vogel wel werd genoemd, kreeg in kerkelijke kring dezelfde reputatie als aan de universiteit: die van een geleerde lastpak. Haar commentaren waren gevreesd, want zij was als slechts weinigen thuis in de filosofie en in de kerkvaders, en zij prikte daarmee menig modieus proefballonnetje door. Cornelia de Vogel was een geleerde van wereldfaam. Met inzet van haar hele persoon – emotioneel en intellectueel – zocht zij de waarheid. Ida Gerhardt, een vriendin sinds haar studententijd, typeerde De Vogel in een sonnet bij haar 75ste verjaardag: ‘Nooit uitgedacht. – Of in die grote kop/ een bijenvolk zijn intrek heeft genomen./ ‘t Gonst dag en nacht; de arbeid kan niet op./ Het wemelt er van driftig gaan en komen’.

Cornelia de Vogel stierf op 7 mei 1986 in het ziekenhuis van Westenschouwen, in de leeftijd van 81 jaar. Nog datzelfde jaar werd in Utrecht de Prof. dr. C.J. de Vogelstichting opgericht, ter bevordering van de beoefening van de wijsbegeerte der klassieke oudheid. In 2005 publiceerde de Nijmeegse historicus Paul Luykx een biografie over Cornelia de Vogel.

Naslagwerken

BWN.

Archivalia

Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen: archief C.J. de Vogel.

Publicaties

  • Bibliografie 1930-1974 in: J. Mansfeld and L.M. de Rijk red., Kephalaion. Studies in Greek Philosophy and its continuation offered to professor C.J. de Vogel (Assen 1975) 223-230.
  • Bibliografische aanvullingen tot en met 1977 in de in de tekst genoemde publicatie De grondslag van onze zekerheid, 315-317.
  • Verder: Rethinking Plato and Platonism [Mnemosyne Supplementum 92] (Leiden 1986); Getuigenis van Gods genade. Autobiografie, 1905-1929. Onder red. van J. de Bruijn en G. Puchinger (Hilversum 2002).

Literatuur

  • G. Puchinger, ‘Prof.dr. C.J. de Vogel’, in: Idem, Toekomst van het christendom (Delft 1974) 160-205.
  • G. Puchinger, ‘Mevrouw Prof.dr. C.J. de Vogel contra rooms-katholieke theologen’, in: Idem, Ontmoetingen met theologen (Zutphen 1980) 314-330.
  • Interview door Leo Rijkens, in De Tijd, 11-7-1980.
  • Ida Gerhardt, ‘Portret van Cornelia de Vogel aetate sua LXXV’ [1980], Verzamelde Gedichten II (Amsterdam 1999) 617.
  • P. Kasteel, [necrologie], Katholiek Nieuwsblad, 6-6-1986.
  • Jaap Mansfeld, [necrologie], Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 78 (1986) 293-294
  • G. Puchinger, [necrologie], Rondom het Woord 29 (1987) nr. 2, 59-68.
  • Paul Luykx, ‘Bekering en wetenschap’, in: Marjet Derks e.a. red., Het licht gezien. Bekeringen tot het katholicisme in de twintigste eeuw (Hilversum 2000) 14-36.
  • Paul Luykx, Cornelia de Vogel. Leven en bekering (Hilversum 2004).

Illustratie

Cornelia de Vogel, door Jan van Eyk, ongedateerd (Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad).

Auteur: Ton H.M. van Schaik

 

laatst gewijzigd: 16/11/2017