Vorkink, Alberta Hendrika (1915-1980)

 
English | Nederlands

VORKINK, Alberta Hendrika (geb. Lochem 3-11-1915 – gest. Arnhem 18-7-1980), plattelandsvoorlichtster. Dochter van Hendrik Gerrit Vorkink (1865-1947), stoffeerder, en Hendrika Christina Hiestand (1873-1945). Berta Vorkink bleef ongehuwd.

Berta Vorkink werd geboren in het Gelderse Lochem, waar haar vader een zaak in behang, stoffering en matrassen bezat. Ze had een achttien jaar oudere halfzus, Johanna, uit haar vaders eerste huwelijk. Berta werd progressief-remonstrants opgevoed. Ze bezocht in Lochem de openbare lagere school en daarna het Uitgebreid Lager Onderwijs (de ulo). In 1932 ging ze intern op Nieuw Rollecate in Deventer, de eerste Rijkslandbouwhuishoudschool van Nederland. Daar kreeg Berta een opleiding tot landbouwhuishoudlerares.

Onder plattelandsvrouwen

Berta Vorkink rondde haar opleiding in 1937 af en ging het jaar daarop werken als landbouwhuishoudconsulente bij de Dienst voor Kleine Boerenbedrijven van het Ministerie van Landbouw. Het was haar taak in de provincie Utrecht huishoudelijke voorlichting te geven aan boerinnen en waar nodig financiële ondersteuning te regelen voor boerengezinnen die het zwaar hadden. Aanvankelijk woonde Vorkink een tijdje in de stad Utrecht en daarna in Amersfoort, maar al snel keerde ze terug naar Gelderland, waar ze achtereenvolgens in Barneveld, Ede, Zaltbommel en – vanaf 1941 – in Tiel woonde.

Toen de Dienst voor Kleine Boerenbedrijven in 1941 opging in de Stichting Maatschappelijk Werk ten Plattelande, kreeg Vorkink behalve boerinnen ook andere plattelandsvrouwen onder haar hoede. De mobilisatie- en bezettingstijd bemoeilijkten haar werk, maar ze ging tot eind 1944 door met de voorlichting. Na de bevrijding werd Berta Vorkink districtsleidster in het Gelderse rivierengebied: de Bommelerwaard, de Liemers en de Oost- en West-Betuwe. Haar voornaamste taak was hulp te bieden aan plattelandsgezinnen die door de gevolgen van de oorlog in moeilijkheden waren gekomen.

In haar vrije uren was Berta Vorkink actief als vrijwilligster bij de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen (NBvP). In 1946 maakte zij namens de Bond deel uit van een werkcommissie die vrouwen een stem moest geven bij de wederopbouw van boerderijen. Als secretaris van de afdeling Gelderland was ze vanaf dat jaar niet alleen betrokken bij het dagelijks bestuur en de verschillende onderafdelingen en commissies van de NBvP, maar reisde ze ook door de hele provincie om cursussen en lezingen te geven over praktische en maatschappelijke onderwerpen, discussiegroepen te leiden en leden te werven. Mede dankzij Vorkink nam het ledental in deze jaren sterk toe. Ook internationaal was ze actief: ze zorgde ervoor dat NBvP-leden plattelandsvrouwen in het buitenland konden bezoeken.

Agrarisch-sociale voorlichting

In 1953 verhuisde Berta Vorkink naar Arnhem. Twee jaar later ging ze in ‘haar’ rivierengebied aan de slag als eerste agrarisch-sociaal voorlichtster voor de Gelderse Maatschappij van Landbouw. In deze functie moest ze de plattelandsbevolking voorlichten over de ruilverkaveling en de streekverbeteringsprojecten die in het kader van de wederopbouw in gang waren gezet. Om de plattelandsbewoners – vrouwen én mannen – bekend te maken met de beoogde aanpassingen van de Maatschappij zette Vorkink cursussen op en organiseerde ze discussiebijeenkomsten. Daarbij was er – ‘als vanouds’ – aandacht voor de financieel-zakelijke en huishoudelijke aspecten van de nieuwe bedrijfsvoering, maar kreeg de voorlichting ook een steeds sterkere maatschappelijke component. In deze jaren was er sprake van afnemende werkgelegenheid en trek naar de steden als gevolg van mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw. Ook zaken als een verbeterde infrastructuur, toenemende welvaart en de intrede van nieuwigheden als de televisie brachten in boerengezinnen grote veranderingen met zich mee. Als voorlichtster van de Gelderse Maatschappij van Landbouw moest Vorkink de vaak sceptische plattelandsbevolking zien vertrouwd te maken met het nieuwe beleid en de voortschrijdende modernisering.

In 1975 legde Berta Vorkink haar functie als agrarisch-sociaal voorlichtster voor de Maatschappij neer. Zij bedankte voor de – thans afgeschafte – eremedaille in goud verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau die haar zou worden verleend. Zij vond deze onderscheiding niet passend voor het werk dat ze had verricht. Met haar activiteiten voor de NBP, waarvan ze in 1976 tot erelid werd benoemd, ging zij na haar pensionering door.

Berta Vorkink stierf op 18 juli 1980 na een lang ziekbed in het Diaconessenhuis te Arnhem, op de leeftijd van 64 jaar. De crematieplechtigheid werd door velen bijgewoond.

Betekenis

‘De vrouw kan in de schort via de voordeur meer uitdragen dan de man via de achterdeur kan binnendragen’, was het devies van Berta Vorkink (gecit. Driessen 2003, 6). Zowel in haar betaalde baan als landbouwhuishoudconsulente en agrarisch-sociaal voorlichtster, als in haar functie van secretaris bij de Gelderse afdeling van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen had Vorkink altijd oog voor de plaats die de vrouw innam in gezin en bedrijf. Plattelandsbewoners, maar ook haar directe collega’s hadden soms moeite met een vrouw aan de leiding, maar ‘Juffrouw Vorkink’ bewees met haar kennis, ervaring en engagement dat een vrouw prima kon functioneren als leidinggevende. In een periode van ingrijpende veranderingen in de landbouw gaf Vorkink plattelandsvrouwen een stem en mogelijkheden om zich te ontwikkelen.

Naslagwerken

BWG.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: persoonskaart Alberta Hendrika Vorkink.
  • Gelders Archief, Arnhem: arch.nr. 3036, inv.nr. 23, archief van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, afd. Arnhem e.o.

Literatuur

  • Margreet van der Burg, ‘Een half miljoen boerinnen in de klas’. Landbouwhuishoudonderwijs vanaf 1909 (Heerlen 1988).
  • H. Verboon, ’Huishoudelijke voorlichting’, in: H. de Bruin e.a. red., Het Gelders rivierengebied uit zijn isolement. Een halve eeuw plattelandsvernieuwing (Zutphen 1988) 192-199.
  • Margreet van der Burg, ‘Landbouwhuishoudleraressen van dorp tot dorp, 1909-1940’, in: Fransje Backerra e.a. red., Vrouwen van het land. Anderhalve eeuw plattelandsvrouwen in Nederland (Zutphen 1989) 129-151.
  • M. van Eck, ‘Voorlichting sinds de Tweede Wereldoorlog. De gedaantewisseling van het platteland’, in: J. Bieleman e.a. red., Anderhalve eeuw Gelderse landbouw. De geschiedenis van de Geldersche Maatschappij van Landbouw en het Gelderse platteland (Groningen 1995) 235-243.
  • A. Driessen, ‘Berta Vorkink, 1915-1980, voortrekster van de plattelandsvrouwen in Gelderland’, Land van Lochem 2 (2003) 6-8.

Illustratie

Berta Vorkink tijdens de feestelijke bijeenkomst ter ere van haar afscheid bij de Geldersche Maatschappij van Landbouw, door onbekende fotograaf, 1975 (Redactie-archief BWG, Gelders Archief, Arnhem).

Auteur: Sietske van der Veen

laatst gewijzigd: 26/06/2017