Wandscherer, Elisabeth (?-1535)

WANDSCHERER, Elisabeth (gest. Münster 12-6-1535), aanhangster van de wederdopers, door Jan van Leiden eigenhandig gedood. Zij trouwde in 1535 in Münster met Jan Beukelsz. van Leiden (1509-1536), kleermaker, profeet van de wederdopers.

Over de afkomst van Elisabeth Wandscherer is niets bekend. In 1534 was zij in Münster, de stad die op dat moment in handen was van radicale wederdopers. Wellicht was zij, zoals vele anderen, daar vanuit de Nederlanden naartoe getrokken. Nadat de door zichzelf tot koning benoemde Jan van Leiden daar in juli 1534 de polygamie had ingesteld, koos hij deze Elisabeth Wandscherer, een buurvrouw, uit tot een van zijn zestien ‘bijvrouwen’. In de loop van het jaar 1535 werd de honger binnen de belegerde stad steeds nijpender. Elisabeth Wandscherer zou hierover kritische woorden hebben gesproken – het kon niet Gods wil zijn dat armelui verhongerden terwijl de koning en zijn gevolg in overdaad leefden. Ze gaf Jan van Leiden de sieraden terug die zij van hem had gekregen en vroeg hem de stad te mogen verlaten. Jan van Leiden weigerde. Op 12 juni 1535 heeft hij haar eigenhandig op de Grote Markt onthoofd, temidden van de andere vrouwen, die daarbij het lied ‘de hoge God alleen zij de eer’ aanhieven. De bron van dit verhaal is Herman von Kerssenbroick, die in 1545 een niet erg betrouwbare kroniek publiceerde van de gebeurtenissen in zijn geboortestad, maar ook Jan van Leiden zelf refereert in zijn verhoor aan de gebeurtenissen: zij had het ware geloof verraden en was ongehoorzaam (Niesert, 181).

Het verhaal van de gewelddadige dood van Elisabeth Wandscherer is veel gebruikt in de anti-doperse propaganda. Daarbij werd het op verschillende manieren geïnterpreteerd. Zo zijn er afbeeldingen waarop wordt gesuggereerd dat Jan van Leiden haar het hoofd afhakt omdat zijn vrouwen onderling ruzie maakten. Ook wordt er later vaak vermeld dat de andere vrouwen feest vierden nadat Elisabeth was gedood. Er zijn toneelstukken en romans over haar geschreven, met koningin Divara, de eerste vrouw in de hiërarchie van de harem van Jan van Leiden, als haar verdorven tegenpool. Het muiltje dat in Münster bewaard is gebleven en dat Elisabeth zou hebben toebehoord, blijkt zeventiende-eeuws. De portretten die van haar zijn gemaakt, dateren eveneens uit de zeventiende eeuw.

Naslagwerken

NNBW.

Literatuur en bronnenuitgaven

  • Joseph Niesert, Münsterische Urkundensammlung (Coesfeld 1826) 174-185.
  • Christoph Bernhard Schücking, Elisabeth (z.p. 1777) [tragedie].
  • Jacob Gabriel Litzau, Eenige dramatische tafereelen uit de tijden der herdoopers, inzonderheid aangaande Elisabeth Wandscheerer, de redster der onschuld en het slachtoffer van vrouwenmoed (Rotterdam 1851) [tragedie, met uitvoerige inleiding].
  • Josef von Lauff, Elisabeth Wandscherer, die Königin. Ein Scherenschnitt aus der Geschichte der Wiedertäufer (Leipzig 1931) [roman].
  • Anthony Arthur, The tailor-king. The rise and fall of the anabaptist kingdom of Münster (New York 1999) 61.
  • Luc Panhuysen, Jantje van Leiden (Hilversum 2003) 54-55.

Illustratie

‘Regina Elisa Johan vxor’, aldus de rand van het gegraveerde portretje, pendant bij dat van Jan van Leiden (niet afgebeeld). Gelet op deze voornaam (Elisa) moet dit Elisabeth Wandscherer voorstellen. Zij was de enige vrouw van Jan van Leiden met deze voornaam. De gravure dateert van 1614. Uit: Luc Panhuysen, Jantje van Leiden.

Redactie

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 84

laatst gewijzigd: 13/01/2014