Weide, Hermientje van der (1943-2003)

 
English | Nederlands

WEIDE, Hermientje van der, vooral bekend als Hermien Timmerman (geb. de Krim, gemeente Hardenberg 25-7-1943 – gest. Enschede 23-5-2003), zangeres. Dochter van Aaldert van der Weide (1909-1991), arbeider, en Suzanna Kroezen (1912-1951). Hermien van der Weide trouwde op 7-11-1963 in Hardenberg met Gerrit Timmerman (geb. 1935), zanger. Uit dit huwelijk, dat op 3-12-1999 werd ontbonden, werden 2 dochters en 1 zoon geboren.

Hermientje van der Weide werd geboren als een van de vijf kinderen in een katholiek arbeidersgezin – ze had drie oudere broers en een jonger zusje. Haar moeder stierf toen ze acht jaar oud was. Een onrustige tijd volgde – zij en haar zusje werden veel uitbesteed bij een tante en bij haar grootouders. Na twee jaar hertrouwde haar vader en woonde ze weer gewoon thuis. Met haar stiefmoeder kon Hermine het goed vinden. Ze kreeg nog vier halfbroers en een halfzusje, en groeide zo op in een groot gezin. Hermien ging naar de huishoudschool en speelde accordeon. In 1959 verhuisde het gezin naar de Prinses Marijkelaan (nr. 18) in Slagharen en begon Hermien op een confectieatelier. Rond haar zeventiende werd ze actief als amateurzangeres op plaatselijke feesten en partijen. Ze was fan van de toen al bekende zanger Gert Timmerman en leerde hem in 1963 kennen tijdens een concert van hem in een café in Vriezenveen. Na afloop vertelde ze hem dat ze ook weleens zong. Dat kwam goed uit, want het trio van Gert zocht een zangeres. Al snel bleek dat ze als solozangeres niet goed uit de verf kwam – ze hadden meer succes met Gert als leadzanger, waarbij Hermien de tweede stem zong. Nog datzelfde jaar raakte Hermien zwanger en trouwde ze met Gert – het stel ging wonen in Enschede en kreeg drie kinderen: Sandra (1964), Gert (1965) en Sheila (1970).

Gert & Hermien

Samen met haar echtgenoot vormde Hermien Timmerman het zangduo Gert & Hermien. In de mondhelle Nacht (1964), een liedje geschreven door Freddy Gaasbeek (bekend onder de artiestennaam Freddy Golden) en hun eerste single, werd meteen een grote hit. Met hun suikerzoete, meestal Nederlandstalige, liedjes vormden ze in de jaren zestig een burgerlijke tegenhanger voor de toen zo dominante popcultuur. Vooral op het platteland waren ze razend populair, en in 1966 en 1967 werden Gert & Hermien in Cannes onderscheiden als de best-verkopende artiesten van Nederland. In 1969 wist het duo het Olympisch Stadion in Amsterdam vol te krijgen – ze traden er op voor meer dan 35.000 mensen. Ze woonden in een mooi huis aan de rand van de Usseler Es (west Enschede) en hadden hun eigen opnamestudio. Hun grootste hit was Shalalali Shalalala, beter bekend als Alle duiven op de Dam (1972). In 1973 hadden ze al 21 gouden platen en een Edison voor de lichte muziek binnengehaald. Hermien maakte ook enkele eigen singles, waarvan Rode anemonen (1965) en Blacky (1968) hits werden.

Gert & Hermien maakten furore met hun gezellige, Hollandse levensliederen op makkelijke muziek. Intussen probeerden ze een traditioneel gezinsleven te hebben, met Hermien als huisvrouw en moeder. In krantenartikelen over het populaire duo werd benadrukt dat ze ‘gewoon’ waren gebleven en dat Hermien het liefst zelf voor haar kinderen wilde zorgen. Maar dagelijks reisden ze met hun crew het land door om overal in het land op te treden. Vanwege dit voortdurend onderweg zijn en het stressvolle leven in de schijnwerpers rezen er grote problemen met drank en drugs: ze dronken om tot rust te komen (Gert dronk cognac, Hermien sherry) en slikten peppillen om weer energie te krijgen. Aan het eind van deze ‘drank- en pillenperiode’, zoals Hermien Timmerman het zelf noemt, woog ze nog maar iets meer dan veertig kilo (Het ware verhaal, 1993, 24).

Zingende evangelisten

In 1972 werd Hermien Timmerman geopereerd aan een maagzweer en in 1973 werd ze opnieuw ernstig ziek. Herstellend in een Drents ziekenhuis zei ze te willen stoppen met zingen en voor het gezin te gaan zorgen. Gert zou voortaan alleen gaan optreden. Tijdens deze ziekenhuisopname bekeerde Hermien zich tot God. Ze haalde haar man over om hetzelfde te doen, sloten zich aan bij de baptisten en lieten zich met Pinksteren 1974 herdopen.

Na hun bekering zworen Gert en Hermien Timmerman hun oude leven en repertoire af. Ze waren klaar met het ‘klatergoud’ en wilden zich onderdompelen in hun nieuwe, religieuze wereld. Zo begonnen ze platen met religieus werk uit te brengen. Ook gingen ze werken voor de Evangelische Omroep (EO). De verdiensten lieten echter te wensen over: ze moesten zien rond te komen van de opbrengsten van collectes die bij hun optredens werden gehouden. In 1977 stapten Gert en Hermien in een nieuw project: met een reisbureau gingen ze Israelreizen voor gelovigen organiseren. Ook dit werd een debacle: ze moesten voortijdig terug naar Nederland omdat het reisbureau failliet ging en Hermien weer ziek werd – de roddelpers reageerde honend. Hierna sloten ze zich aan bij de vrije baptisten van Joop Malgo, een dominee die hel en verdoemenis preekte. Gezamenlijk trokken ze door het land: Gert en Hermien zorgden voor de muziek, Malgo voor de verkondiging van het Woord. Toen ook deze samenwerking misliep, redde de EO hen uit de brand door hun een lening te verschaffen, in ruil voor optredens en tv-werk – het bleek een wurgcontract.

Het ware verhaal

Vanaf 1987 woonde Gert en Hermien Timmerman op een boerderij in Rossum (gemeente Weerselo), waar ze ‘losgeweekt’ werden van de strikte geloofsgemeenschap (Leeuwarder Courant, 9-8-1990). Ze begonnen ook weer buiten christelijke kringen op te treden en in 1990 vroeg de Achterhoekse streekband Normaal het duo en hun dochters Sandra en Sheila om mee te doen met een show. Het betekende een come back van de oude Gert & Hermien, die nu optraden met hun bekende smartlappen als ‘camp’. De EO nam afstand van het artiestenpaar en blies de laatste geplande concerten af.

In 1993 maakten Gert & Hermien samen met hun dochters, die het duo She and She vormden, een houseversie van Shalalali Shalalala. In datzelfde jaar publiceerden ze Het ware verhaal: over hun carrière, hun verslavingen en hun overwinning van alle problemen. Toen Hermien Timmerman in 1997 tijdens een optreden op het podium een hartaanval kreeg, trok ze zich definitief terug uit de showbusiness. In 1999 liet ze zich van Gert scheiden omdat ze zich naar eigen zeggen 35 jaar ongelukkig had gevoeld met het artiestenbestaan en de huiselijke spanningen die dat met zich meebracht – haar man zou haar hebben mishandeld. De gezondheid van Hermien Timmerman-Van der Weide bleef zeer fragiel: ze was nierpatiënt en moest enkele keren per week gedialiseerd worden. Ze keerde het artiestenbestaan de rug toe, trok zich terug in Oldenzaal, maar liet zich nog wel interviewen – onder meer door door Arjen Visser en Sonja Barend. Op 23 mei 2003 overleed Hermien van der Weide op 59-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Enschede. Ze werd begraven op de algemene begraafplaats in Oldenzaal.

Reputatie

Hermien Timmerman heeft vooral naam gemaakt als lid van het duo Gert & Hermien. Algemeen bekend was dat ze moeite had met het jachtige artiestenbestaan waarin ze was verzeild geraakt door te trouwen met haar idool. De problemen die dit met zich meebracht, werden breed uitgemeten in de roddelpers. Zelf zou ze later toegeven dat de verhalen over haar verslavingen niet overdreven waren. Ze was niet opgewassen tegen haar echtgenoot, die voor alles ‘artiest’ was. Toen ze in 1973 uit dat bestaan probeerde te ontsnappen door voor de Heer te kiezen, ging het artiestenleven toch weer door, maar nu als dat van een van ‘zingende evangelist’. Gedurende haar laatste levensjaren kwam het gezin regelmatig in opspraak, onder andere omdat de dochters in 1993 naakt in de Playboy hadden gestaan en zij later hun vader van incest beschuldigden. Het in 2006 aangekondigde plan van de filmregisseur Pieter Verhoeff om een speelfilm van Hermien Timmerman te maken, is tot op heden niet uitgevoerd.

Archivalia

Centraal Bureau voor de Genealogie, Den Haag: persoonskaart H. van der Weide.

Publicatie

[met Gert Timmerman], Het ware verhaal (Utrecht 1993) [opgetekend door René de Vos].

Literatuur

  • ‘Gert en Hermien breken met het Zoeklicht’, Leeuwarder Courant, 9-8-1990.
  • Henk van der Meyden, ‘Op de rand van moord en doodslag’, De Telegraaf, 26-10-1993.
  • Ton Crijnen, ‘De bekering van Hermien’, Trouw, 28-5-2003.
  • ‘Timmerman-verzoening dankzij Aimée’, De Telegraaf, 31-8-2015.

Illustratie

Hermien en Gert Timmerman met een gouden plaat voor In de Mondhelle Nacht. Anefo/Joost Evers, 1966 (Nationaal Archief).

Auteur: redactie

 

laatst gewijzigd: 16/10/2017