Weidner, Gabrielle Hermine (1914-1945)

 
English | Nederlands

WEIDNER, Gabrielle Hermine (geb. Brussel 17-8-1914 – gest. Königsberg in der Neumark, Polen 15?-2-1945), actief in het verzet. Dochter van Johan Hendrik Weidner (1881-1947), predikant en docent, en Johanna Geertruida Linschoten (1885-1960). Gabrielle Weidner bleef ongehuwd.

Gabrielle Weidner werd in Brussel geboren als dochter in een Nederlands gezin van zevendedagsadventisten. Met haar zus en twee broers groeide ze op aan de Frans-Zwitserse grens bij Collonges-sous-Salève, waar haar vader Latijn en Grieks doceerde aan het Séminaire Adventiste du Salève. In haar tienerjaren volgde Gabrielle onderwijs aan een middelbare school in Londen en maakte ze studiereizen, waardoor ze verschillende talen leerde. Op haar zestiende liet ze zich dopen, en bevestigde daarmee haar geloof en lidmaatschap van het kerkgenootschap. In de jaren dertig vertrok Gabrielle Weidner naar Parijs, waar ze ging werken voor het secretariaat van het hoofdkwartier van de Frans-Belgische unie van zevendedagsadventisten. Haar opgedane talenkennis kwam hier goed van pas.

Dutch-Paris

Na de Duitse invasie vluchtte Gabrielle Weidner met haar broer Johan (Jean) – die een textielhandel dreef vanuit Parijs – en anderen naar Lyon. Na de Franse nederlaag en installatie van de Vichy-regering keerde ze terug naar Parijs. Jean bleef in Lyon, waar hij een nieuwe textielzaak begon en vanuit zijn overtuiging bij verzetswerk betrokken raakte: hij  organiseerde vluchtroutes. Bekend als Dutch-Paris zou deze ondergrondse organisatie uitgroeien tot een van de belangrijkste verzetsnetwerken met ontsnappingsroutes via Brussel en Parijs naar Spanje en Zwitserland. Vanuit Parijs was Gabrielle Weidner bij dit verzetswerk betrokken – al is nooit vastgesteld welke rol ze precies gespeeld heeft. Ze zou koerierswerk tussen het bezette en onbezette deel van Frankrijk verricht hebben, pakketjes hebben geregeld voor Joden in kampen en in Parijs onderdak hebben verleend aan vluchtelingen op doorreis. Verder zou zij tussenpersoon zijn geweest van agenten op de route voor het doorgeven van boodschappen en informatie op microfilms.

In februari 1944 vertelde een koerierster na marteling alles wat ze wist over Dutch-Paris aan de Gestapo. Als gevolg hiervan werden ten minste 150 leden van het netwerk opgepakt; Gabrielle Weidners arrestatie volgde op 26 februari, tijdens een sabbatdienst in de Parijse kerk van de zevendedagsadventisten. Ze werd gevangen gehouden in de Fresnes-gevangenis in Parijs, als lokaas voor haar broer Jean, die bovenaan de Gestapolijst van gezochte personen stond. Hij kon zich aangeven in een poging zijn zus te redden of het reddingswerk van Dutch-Paris voortzetten, en koos uiteindelijk voor het laatste, grotere belang. Na een detentie van bijna een half jaar zag het er half augustus 1944 naar uit dat Gabrielle Weidner de bevrijding van Parijs zou halen. Met het kanonvuur op gehoorsafstand begonnen de nazi’s met het executeren van gevangenen. De overigen werden per trein naar concentratiekampen in Duitsland afgevoerd. Weidners bestemming was vrouwenkamp Ravensbrück, waar ze op 21 augustus aankwam. Op haar kampkleding kreeg ze geen paarse driehoek opgenaaid, gebruikelijk voor adventisten of Jehovagetuigen, maar een rode driehoek met de letter F: ze werd beschouwd als een Franse politieke gevangene.

Vanaf Ravensbrück werd Gabrielle Weidner overgeplaatst naar een subkamp van Buchenwald bij Torgau in Saksen. Ze werkte in een grote munitiefabriek, waar de dwangarbeiders blootgesteld stonden aan zuren en dampen die vrijkwamen bij het vullen van granaten. Eind oktober 1944 volgde tewerkstelling in een subkamp van Ravensbrück, bij het tachtig kilometer oostelijker gelegen stadje Königsberg in der Neumark (het huidige Chojna in Polen). Hier moest Weidner meewerken aan de uitbreiding van een Luftwaffe-basis, onder meer door het aanleggen van nieuwe landingsbanen. Het zware werk in barre winterse omstandigheden, de onverwarmde barakken en gebrekkige voeding – in combinatie met het strenge regime – waren funest voor haar gezondheid. Ze belandde in de ziekenboeg, waar ze volgens getuigen onverminderd kracht en hoop putte uit haar geloof en steun bood aan anderen.

Begin februari 1945 naderde het Sovjet-leger en werd het kamp ontruimd, met achterlating van de stervenden. Voor de ernstig verzwakte Gabrielle Weidner kwam de bevrijding van het kamp op 5 februari net te laat: ze bezweek op 15 februari 1945 – maar volgens andere bronnen mogelijk al op 6 februari, de dag na haar bevrijding.

Verzetskruis

Gabrielle Weidner kreeg in 1950 postuum het Verzetskruis toegekend ‘wegens onder gevaarvolle omstandigheden betoonde moed, initiatief, volharding, offervaardigheid en toewijding in de gezamenlijke strijd tegen de gemeenschappelijke vijand tot het behoud van de onafhankelijkheid en de geestelijke vrijheid’ (onderscheidingen.nl). Daarmee was ze een van de slechts zes vrouwen, onder wie Hannie Schaft, aan wie deze hoge Nederlandse dapperheidsonderscheiding verleend zou worden.

Literatuur

Illustratie

Gabrielle Weidner, door onbekende fotograaf, ongedateerd (United States Holocaust Memorial Museum, Washington, DC).

Auteur: Norbert-Jan Nuij

laatst gewijzigd: 20/07/2016