Welhouck, Agatha (1637-1715)

WELHOUCK, Agatha, ook bekend als Agatha Briell gezegd Welhouck (ged. Delft 28-7-1637 – gest. Den Haag 1-5-1715), burgemeestersdochter, voerde jarenlang strijd met ouders over voorgenomen huwelijk. Dochter van Geraldo Cornelisz. Welhouck (1593-1665), burgemeester, en Petronella Adriaansdr. Spiering (1609-1686). Agatha Welhouck trouwde (1) op 27-7-1670 in Schermerhorn (Noord-Holland) met Arnold Bornius (1614-1679), predikant; (2) op 4-4-1683 in Schipluiden (bij Delft) met Hendrik Troye (1633-1715), predikant. Uit huwelijk (1) werden 5 kinderen geboren, van wie 2 de volwassen leeftijd bereikten.

Agatha (Aagje) Welhouck was de oudste dochter van Geraldo Welhouck en Petronella Spiering. Haar vader was lid van de vroedschap van Delft, bekleedde talloze ambten en werd diverse malen gekozen tot burgemeester; haar moeder – zeventien jaar jonger dan haar vader – kwam uit Amsterdam. Samen met haar zus Anna (1639-1688) bracht Aagje haar jeugd door in een statig pand aan de Oude Delft (nu nr. 121). Twee oudere broertjes en een ouder zusje waren jong overleden, en ook de twee jongens uit het eerste huwelijk van haar vader waren als kind gestorven. Voor de machtige en ambitieuze vader – hij was geboren als Gerrit maar noemde zich Geraldo – moet het een bittere pil zijn geweest dat hij geen mannelijk nageslacht had dat zijn familienaam Briell gez. Welhouck in stand kon houden. Het enige dat hem restte was het sluiten van goede huwelijken voor zijn twee dochters. En juist op dat punt zat Aagje hem dwars – dit in tegenstelling tot Anna, die in 1657 een Beloys van den Boogaart trouwde. Aagje had haar zinnen gezet op de nieuwe predikant van Delft, Arnold Bornius. Dankzij de pamfletten die beide partijen over de zaak uitbrachten en de kerkelijke en gerechtelijke procedures die zij tegen elkaar aanspanden, is deze ruzie tussen vader en dochter goed gedocumenteerd.

Strijd

De affaire begon in de zomer van 1655. Dominee Arnold Bornius, een weduwnaar van rond de veertig en vader van drie kinderen, kwam al zo’n anderhalf jaar lang bij de familie Welhouck over de vloer om Agatha, haar zus Anna en hun moeder te catechiseren. Op 1 augustus 1655 deed hij per brief een huwelijksaanzoek aan Agatha, drie dagen na haar achttiende verjaardag. De tekst van de brief is bekend, want in 1664 nam Bornius hem integraal op in zijn pamflet Eerlijcke vryaedje. Bornius erkent in de brief dat er sprake is van een groot leeftijds- en standsverschil, maar dat die problemen overwonnen kunnen worden. Hij is bereid iedere huwelijkse voorwaarde te accepteren, en bij een onverhoopte afwijzing zou hij zich neerleggen. De brief gaf hij niet aan vader Welhouck maar aan Agatha, die hem moest doorgeven aan haar ouders. Daarmee was het conflict geboren. Haar vader verweet de dominee uit te zijn op het geld van zijn dochter en ontzegde hem onmiddellijk de toegang tot zijn huis. Toen Bornius in het najaar van 1655 toch een keer in huis geweest bleek te zijn, legde Welhouck een plechtige eed af: hij zou nooit instemmen met dit huwelijk, zelfs al verspeelde hij zo Gods genade.

De kwestie groeide uit tot een lang en intensief conflict tussen vader en dochter Welhouck, met om de paar jaar een crisis. De eerste crisis deed zich voor toen Agatha Welhouck en Arnold Bornius op 17 oktober 1657 hun huwelijkse voornemens lieten aantekenen ten huize van een van de commissarissen van huwelijkse zaken. Hierop weigerde haar vader nog langer deel te nemen aan het Avondmaal. Hij eiste van de kerkenraad dat deze het gedrag van de predikant zou afkeuren, en toen dat niet snel en duidelijk gebeurde, stapte hij over naar de Waalse kerk. Bovendien begon hij tegen Bornius een proces wegens smaad en schakelde hij de theologen van de Leidse universiteit in om antwoord te geven op de vraag of het een dochter wel geoorloofd was tegen de wil van haar ouders te trouwen. Uiteindelijk werd een ‘akte van temporisatie’ gesloten die inhield dat het paar moest afzien van verdere huwelijksvoornemens, maar dat Agatha wel driemaal per week onder geleide een bezoek mocht brengen aan de dominee – dat laatste was de inbreng van haar moeder geweest. Deze regeling hield drie jaar stand. In februari 1661 laaide het conflict opnieuw op nadat Agatha, inmiddels 23 jaar oud, zonder toestemming dominee Bornius had bezocht. Ze kreeg huisarrest, wist na twee dagen weg te lopen en hield zich aanvankelijk schuil bij de buren van Bornius en later in Den Haag, vanwaar ze brieven aan het gerecht van Delft schreef met de vraag of de regeling van 1658 kon worden opgeheven. Pas in december kreeg ze een afwijzend antwoord. Ze hoorde zich als een gehoorzame dochter te gedragen, moest thuiskomen en afzien van haar huwelijksplannen.

Agatha Welhouck legde haar zaak nog voor aan het Hof van Holland en uiteindelijk kwam de zaak zelfs voor de Hoge Raad, maar steeds werd haar vader in het gelijk gesteld. Na diens dood (7 februari 1665) hield haar moeder nog vijf jaar voet bij stuk. Voor alle duidelijkheid liet de stad Delft een maand na Welhoucks dood – op 3 maart 1665 – een resolutie uitvaardigen, getiteld Over den onbehoorlijken en argerlijken ommegang van Arnoldus Bornius predikant aldaar, met iuffrouw Agate Welhouk. Het argument was dat ze minderjarig was geweest toen de vrijage was begonnen.

Kinderen die zich niet bij het ouderlijk besluit wilden neerleggen, konden hun zaak voorleggen aan het gerecht of de kerkenraad van hun woonplaats, maar hadden verder geen beroepsmogelijkheden, aldus een resolutie uit 1597 die de juristen van het Hof van Holland hadden opgedoken. Zo bleef de weigering van ouderlijke toestemming dus van kracht, ook al was Agatha Welhouck nu meerderjarig. De uitspraak werd door Simon van Leeuwen met naam en toenaam opgenomen in de vijfde druk van zijn Het Rooms-Hollands-regt (1676) en is zo onderdeel geworden van de Nederlandse jurisprudentie. Van Leeuwen vat de argumenten samen waarom ouders toestemming kunnen weigeren: een ‘al te grote ongelijkheid van staat, geslacht en middelen’, mogelijke ‘ontering’ van de familie, kans op een ‘oneerlijk leven’, en het ontstaan van een onverzoenlijke haat tussen ouders en kind als de verbintenis doorgang zou vinden. Het is duidelijk dat al deze gronden volop aanwezig waren in de kwestie Welhouck.

Uiteindelijk trok Agatha Welhouck aan het langste eind, na vijftien jaar van strijd, ruzie en wachten. Het keerpunt werd ingeluid in 1667, toen Bornius in de problemen kwam omdat hij openlijk zijn steun had betuigd aan de Oranjepartij. Het stadsbestuur van Delft eiste genoegdoening en ging over tot schorsing. Nog hetzelfde jaar aanvaardde Arnold Bornius een beroep in Alkmaar en verliet Delft. Twee jaar later volgde Agatha Welhouck hem daarheen. In deze jaren moet er ook vrede zijn gesticht tussen Agatha en haar moeder, want in 1670 werd het huwelijk eindelijk gesloten. Agatha Welhouck was inmiddels 33 jaar oud, haar zo lang begeerde bruidegom moet rond de 55 zijn geweest. Zij gingen wonen in de Langestraat in Alkmaar. Bornius stierf in 1679, en in de negen huwelijksjaren die hun waren gegund kreeg het paar vijf kinderen, van wie er drie jong stierven. De twee meisjes werden Petronella gedoopt, naar Agatha’s moeder, de drie jongens kregen alle drie de naam Arnold.

In 1683 hertrouwde Agatha Welhouck met de weduwnaar Hendrick Troye, sinds 1682 predikant te Den Haag. Zij stierf op 1 mei 1715 in Den Haag en haar tweede echtgenoot stierf ruim een maand later – op 6 juni. Beiden zijn begraven in de Haagse Kloosterkerk.

Reputatie

Agatha Welhouck heeft in haar eigen tijd al naam gemaakt met haar langdurige conflict over haar voorgenomen huwelijk: er verschenen pamfletten over de kwestie en haar naam zal vele jaren over de tong zijn gegaan, niet alleen in Delft maar in heel Holland. Ook een brief van Pieter de la Court van 9 maart 1663 getuigt hiervan. De uitspraak van de Hoge Raad zorgde in de jurisprudentie bovendien blijvend voor een versterking van de ouderlijke macht inzake de keuze van huwelijkspartners. In 1860 kreeg de affaire opnieuw aandacht toen de Delftse predikant H. van der Veer op basis van de kerkenraadsnotulen het boekje Agatha Welhoek. De kerk, de staat en het hart schreef, waarin hij het opnam voor de partij van Agatha en haar dominee. Op basis hiervan nam G.J. Renier een hoofdstuk over de kwestie op in zijn boek De Noord-Nederlandse natie (1947) en Simon Schama op zijn beurt beschreef de zaak in zijn The embarrassment of riches (1987). In 2004 kwam de zaak opnieuw in de belangstelling omdat het Rijksmuseum dat jaar het schilderij van Jan Steen aankocht dat sinds 1757 ‘de burgemeester van Delft’ wordt genoemd. Volgens de historicus Kees van der Wiel moeten het Agatha Welhouck en haar vader zijn geweest die door Steen zijn geportretteerd, maar in hun boekje De burger van Delft schuiven de kunsthistoricus Frans Grijzenhout en historicus Niek van Sas deze identificatie terzijde. In het Bulletin van het Rijksmuseum (2008) neemt Els Kloek het op voor de hypothese van Van der Wiel. Zo blijft Agatha Welhouck tot op heden de gemoederen bezighouden.

Naslagwerken

BLGNP [onder Bornius]; NNBW [onder Bornius].

Archivalia

Nationaal Archief, Den Haag: toegang 3.0.3.01.01 (Hof van Holland), inv. nrs. 5258, dossier 1, en 5270, dossier 8 [rekesten, getuigenissen en ondervragingen betr. de kwestie Welhouck]; toegang 3.20.61.01 (Collectie Van Vredenburch), inv. nr. 604 (Deductie namens juffrouw Agatha Welhoeck tegen haar vader mr. Gerard Welhoeck, oud-burgemeester van Delft, nopens een tegen diens zin aan te gaan huwelijk, 1661).

Literatuur

  • Knuttel Pamfletten 8017, 8019-8024, 8823, 8942 en 9197. De belangrijkste zijn:
  • Schuyt-praatje tusschen vier personen, varende van Delf op Leyden. Over den godtloosen en onwettigen handel van een predikant van Delf, die eens burgemeesters dochter wil trouwen, tegens wil en danck van haar vader (Delft 1658) [Knuttel Pfl. 8017].
  • Tractaet, waer in wort vast gestelt de macht van ouders (Rotterdam 1658) [Knuttel Pfl. 8024].
  • Eerlijcke vryaedje gepleeght by Arnoldus Bornius, predikant der stadt Delft, omtrent juffr. Agatha Welhouck, in ’t licht gebracht door een lief-hebber der waerheyt, tot overtuyginge van die de selve, tot noch halssterighlyck hebben tegen ghesproocken (Utrecht 1664) [Knuttel Pfl. 8942].
  • Bruylofts-dichten op het huwelijck van de eerwaerdigen, godtsaligen, hoogh-geleerden D. Arnoldus Bornius, predikant der stadt  Alckmaer,met d’eerbare, deucht-rijcke en welbegaefde juffr. J. Agatha Welhouck, aengevangen binnen Alckmaer den 27. july 1670 (Alkmaar 1670) [aanwezig in de UB van Leiden].
  • Simon van Leeuwen, Het Rooms-Hollands-regt (Amsterdam 1676; 5de druk) 75-76.
  • H. de Veer, Agatha Welhoek. De kerk, de staat en het hart (Delft 1860) [met uitvoerige citaten uit de akta van de Delftse kerkenraad].
  • H.H. Röell, ‘Het geslacht Briel (Briel en Briell gez. Welhouck)’, De Nederlandsche Leeuw 21 (1903) 231-241.
  • A. Eekhof, De theologische faculteit te Leiden in de 17de eeuw (Utrecht 1921) 109-110, 276-289 en 302-311.
  • G.J. Renier, ‘Een regentendochter’, in: Idem, De Noord-Nederlandse natie (Utrecht 1948) 183-205 [oorspr. verschenen in het Engels in 1944, onder de titel The Dutch nation].
  • J.H. Kernkamp, ‘Brieven uit de correspondentie van Pieter de la Court en zijn verwanten (1661-1666), Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap 70 (1956) 82-165, aldaar 98-99.
  • Simon Schama, The embarrassment of riches (New York 1987) 441-442.
  • Kees van der Wiel, ‘Had de burgemeester van Jan Steen een knallende ruzie met zijn dochter?’, Holland 36 (2004) 368-375.
  • Frans Grijzenhout en Niek van Sas, De burger van Delft. Een schilderij van Jan Steen (Amsterdam 2006) 31-37.
  • Els Kloek, ‘De burgemeester van Delft, het meisje en de bedelaars. Een nieuwe poging tot identificatie van het schilderij van Jan Steen’, Bulletin van het Rijksmuseum (2008).

Illustraties

  • Portret van een dochter van Geraldo Briell van Welhouck en Petronella Spiering, ca. 1670 of later, vermoedelijk Agatha, door een onbekende schilder (Galleria Nazionale, Rome).
  • De burgemeester van Delft en zijn dochter, 1655, door Jan Steen (Rijksmuseum, Amsterdam).

Auteur: Els Kloek (met dank aan Kees van der Wiel)

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 322

laatst gewijzigd: 13/01/2014