Werkman, Sophia Gerharda (1915-2002)

 
English | Nederlands

WERKMAN, Sophia Gerharda (geb. Groningen, 28-10-1915 – gest. Groningen 8-11-2002), oprichtster kinderwerkplaats, tekenares, collage- en assemblagekunstenares. Dochter van Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945), boekdrukker, beeldend kunstenaar, en Jansje Cremer (1885-1917). Fie Werkman trouwde op 15-7-1943 in Groningen met Sijbren Ridsert van den Berg (1913-1998), reclameontwerper, kunstschilder. Uit dit huwelijk, dat op 7-8-1959 eindigde in een echtscheiding, werden 1 zoon en 3 dochters geboren.

Fie Werkman werd geboren als de jongste van drie – ze had een zus en een broer boven zich. Toen ze anderhalf jaar oud was, stierf haar moeder. Na korte tijd hertrouwde haar vader met onderwijzeres Nel Supheert (1888-1979) en in 1921 werd een halfbroertje geboren. Het gezin woonde aan de Pelsterstraat in Groningen boven de grote drukkerij van de vader en bleef daar ook wonen toen hij na een zakelijk debacle in 1922 zijn drukkerij had moeten sluiten en elders in de stad op kleine schaal opnieuw was begonnen. Hendrik Werkman was intussen ook actief als kunstenaar – sinds 1919 was hij lid van kunstenaarsvereniging De Ploeg. De jonge Fie, een verlegen meisje met weinig zelfvertrouwen, tekende graag en had eveneens artistieke ambities, maar werd daarin thuis niet gesteund. In 1930 strandde het tweede huwelijk van haar vader, en haar stiefmoeder en halfbroer vertrokken. Fie en haar zus volgden hen zodra Fie dat jaar was geslaagd voor de driejarige hbs. Na de zomervakantie begon ze op de kweekschool.

Nadat Fie Werkman in 1934 haar onderwijsakte had behaald, besloot ze in te trekken bij haar vader en broer, met wie ze steeds contact had gehouden. In hun nieuwe huis aan de Prinsesseweg genoot ze van de aandacht die daar was voor muziek, literatuur en kunst, en van de aanwezigheid van bevriende kunstenaars. Ze had een speciale band met haar vader – zij was de enige in zijn omgeving, schreef Hendrik Werkman, die iets voor zijn kunst voelde. Ze ging bijlessen geven, leerde sneltypen en stenografie en vond in 1937 een baan op het Provinciehuis in Groningen, waar ze na een studie Gemeente- en Provincierecht bestuursambtenaar werd. Aan tekenen kwam ze in die tijd niet veel toe.

Huwelijksjaren

Eind jaren dertig ging Fie Werkman op kamers wonen. Ze had al enkele romances achter de rug toen ze in het voorjaar van 1943 een relatie kreeg met de schilder Siep van den Berg, een bewonderaar en huisvriend van haar vader. Ze trouwden een paar maanden later en gingen wonen in Van den Bergs atelier, een theekoepeltje aan de Hereweg in Groningen. In mei 1944 werd Hendrik Jan geboren. Vanwege de oorlogsomstandigheden vertrok het gezin eind 1944 naar het Friese Blauwhuis, waar Sieps familie woonde, en later naar het naburige Abbegaasterketting. Daar bereikte Fie van den Berg-Werkman in maart 1945 het bericht dat haar vader door de Duitsers was gearresteerd, waarschijnlijk op verdenking van het uitgeven van illegaal drukwerk. Ze ging op de fiets naar Groningen (90 kilometer) om hem vrij te pleiten, maar tevergeefs – ‘Vielleicht sehen Sie Ihren Vater wieder, vielleicht auch nicht’, zei het hoofd van de Sicherheitspolizei (gecit. Sijes, 63). Op 16 april, toen bijna heel Friesland bevrijd was, hoorde ze dat haar vader de week daarvoor was gefusilleerd.

Na de oorlog woonden Fie van den Berg-Werkman en haar gezin, uitgebreid met de dochters Marjan (1945) en Eke (1949), aanvankelijk in het huis haar vader. Terwijl zij voor het gezin zorgde en wat typewerk deed, was haar man vooral bezig met schilderen. Zelf ging ze weer meer tekenen, daarbij door hem aangemoedigd. Hun beperkte inkomen vulden ze vanaf 1950 aan door de verhuur van kamers in hun nieuwe bovenhuis aan de Van Houtenlaan. In 1952 werd dochter Yvonne geboren. Van den Berg was vaak in Amsterdam en zat regelmatig wekenlang in Frankrijk. Fie van den Berg-Werkman bezocht hem enkele malen in Parijs en maakte via hem kennis met onder anderen Karel Appel, Corneille en Adriaan Roland Holst. De rol van echtgenote en moeder was echter niet genoeg voor haar. Ze wilde zelf iets zinvols doen, ‘om weerbaar te blijven’ (gecit. Holtrop 1995) en begon in 1953 een kinderwerkplaats in een souterrain aan de Westersingel. Zo hoopte ze kinderen te stimuleren hun creativiteit en daarmee ook hun zelfvertrouwen te ontwikkelen, iets wat ze in haar eigen jeugd gemist had. Haar opleiding als onderwijzeres kwam daarbij goed van pas. Het succes van haar kinderwerkplaats zal Van den Berg-Werkman hebben gesterkt in haar besluit het egocentrische gedrag van haar alsmaar afwezige echtgenoot niet langer te accepteren. In 1954 vroeg ze hem te vertrekken, waarna hij zich in Amsterdam vestigde. Pas in 1959 werd de echtscheiding formeel en ging ze zich weer ‘Fie Werkman’ noemen. De kinderwerkplaats hield zij inmiddels aan huis – de inkomsten van kamerverhuur had ze in die tijd niet meer nodig.

Collages en assemblages

Ook als kunstenares zocht Fie Werkman meer en meer haar eigen weg. Ze ging modeltekenen aan de Vrije Academie en nam regelmatig deel aan groepstentoonstellingen, onder meer als lid van de Groningse kunstenaarsgroep NU. Op haar eerste solotentoonstelling, in 1963 in de Groningse Galerie De Mangelgang, toonde ze behalve figuratieve lijntekeningen ook reisschetsjes en enkele kleine plastieken. Begin 1965 waren op een solo-expositie in Galerie Swart te Amsterdam ook abstracte papiercollages te zien, waarbij ze het papier met drukinkt had gekleurd. In augustus van dat jaar werd haar werk samen met dat van haar vader getoond in Rijksmuseum Lambert van Meerten te Delft. In die jaren ontwierp ze in opdracht van de Arbeiderspers een aantal boekomslagen. Ze kreeg de opdrachten dank zij Dick Landwehr, een oude vriend die inmiddels directeur was van de Arbeiderspers was en met wie ze een tijdlang een relatie had. Voor drie collages die ze in 1968 exposeerde op een tentoonstelling voor vrouwelijke kunstenaars in Frankrijk (Nancy en Parijs) won ze een zilveren onderscheiding. Rond die tijd begon ze ook met stofassemblages. Het idee daarvoor kreeg ze bij het zien van de met vlekken besmeurde poetsdoeken en de resten drukinkt die achterbleven na een middagje kinderwerkplaats. Ze ging stoffen kleuren, in vlakke tinten, maar ook in vloeiende nuances, waarna ze de gekleurde lappen op een ondergrond van terlenka naaide. Hierbij combineerde ze abstracte en figuratieve vormen. De ‘doeken’ die zo ontstonden, toonde ze in 1973 op een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Fie Werkman had veel vrienden onder kunstenaars en politici. Met PvdA-gemeenteraadslid Peter Drenth had zij een jarenlange relatie. Zelf was ze ook maatschappelijk geëngageerd. In 1982 deed zij bijvoorbeeld mee aan een expositie in de Artotheek in Groningen waarin vrouwelijke leden van de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars aandacht vroegen voor de positie van de vrouw als professioneel kunstenaar en kostwinner. Eind jaren tachtig ontstond Vallende man, een bijna levensgrote collage in zwarte voeringstof. Ze maakte het werk ter nagedachtenis van haar vader, maar ook als aanklacht tegen alle geweld. Haar inspiratiebron was een sterke oorlogsherinnering van haarzelf: ze had gezien hoe een man op de vlucht door de SD werd doodgeschoten. Ook op andere manieren hield zij de herinnering aan haar vader levend. Zo zette ze zich als bestuurslid van de Stichting Steunfonds Werkmanhuis in voor plannen om het pakhuis waar hij lang had gewerkt naar hem te laten vernoemen en in 1987 publiceerde zij met de hulp van haar vriendin, de ontwerpster Susanne Heynemann, Herinneringen aan mijn vader Hendrik Nicolaas Werkman. Twee jaar later stopte Fie Werkman met haar kinderwerkplaats, maar tot in de jaren negentig bleef zij actief als kunstenares. In de laatste jaren van haar leven hield ze helemaal op met werken.

Fie Werkman stierf in Groningen op 8 november 2002, 87 jaar oud. Haar as werd verstrooid in Bakkeveen, dicht bij het graf van haar vader.

Reputatie

De kunstenares Fie Werkman was een autodidact met hart voor onderwijs. In haar kinderwerkplaats hebben talloze kinderen hun artistieke vermogens verkend. Enkele van hen, zoals Matthijs Röling, werden later zelf kunstenaar. De tekeningen en papiercollages die Fie Werkman zelf maakte, werden in – meestal positieve – recensies doorgaans omschreven met termen als ‘zuiver’, ‘eenvoudig’ en ‘poëtisch’. Met haar stofassemblages wist ze in 1973 door te dringen tot het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar echt brede erkenning bleef uit. Fie Werkman is haar leven lang ‘de dochter van’ gebleven. Zelf vond ze ook dat haar vader een groot stempel op haar leven had gedrukt, als zwijgende kracht bij haar vorming tot kunstenares, maar ook door zijn dramatische dood.

Een jaar na haar overlijden wijdde galerie Forma Aktua in Groningen een tentoonstelling aan Fie Werkman (2003). In 2011-2012 werd haar werk samen met dat van Siep van den Berg getoond bij kunstgenootschap Pictura. In het aan haar vader gewijde Werkmanjaar 2015 kreeg Fie Werkman tegelijk met hem een expositie met bijbehorende publicatie in het Groninger Museum en werd de toneelvoorstelling De Omslag, over Fie en haar vader, opgevoerd.

Naslagwerken

Jacobs; Jacobs (2000); Scheen (ed. 1970).

Archivalia

Groninger Archieven, Burgerlijke Stand (geboorte; huwelijk/echtscheiding); toegangsnr. 2536, inv.nr. 5.1-5.2 (Archief en documentatie van Kunstenaarsgroep NU).

Publicatie

Herinneringen aan mijn vader Hendrik Nicolaas Werkman (Groningen 1987).

Literatuur

  • L. van E., ‘Kinderwerkplaats Fie v. d. Berg’, Trouw, 21-06-1954.
  • ‘Fantaseren met restjes. Ga je mee naar de kinderwerkplaats?’, Nieuwsblad van het Noorden, 2-11-1962.
  • Hans Redeker, ‘Fie Werkman’, Algemeen Handelsblad, 9-1-1965.
  • E.K., ‘In BWRT 23 te Beetsterzwaag. Fie Werkman: voornaam ingetogen; Piet Slegers: spanningsvolle bronzen’, Leeuwarder courant, 22-7-1965.
  • Jaap Bolten, ‘Fie Werkman’s kunst is méér dan "lief": zij is knap’, Nieuwsblad van het Noorden, 3-8-1965.
  • Fie Werkman, tentoonstellingscatalogus Stedelijke Museum, Amsterdam (Amsterdam 1973).
  • Eric Bos, ‘Fie Werkman exposeert in Diakonessenhuis "Tekenen is voor mij het belangrijkste"‘, Nieuwsblad van het Noorden, 19-1-1981.
  • Henriëtte Bonarius, ‘Ik ben een laatbloeier’, Trouw, 18-6-1988.
  • Aukje Holtrop, ‘De sterke stille band met Hendrik Werkman. Dochter Fie’, Vrij Nederland, 25-11-1995.
  • Simon Deinum, Dichter bij Siep. Biografie van Sijbren Ridsert van den Berg (1913-1998) (Leeuwarden 2014) passim.
  • Doeke Sijens, Voetsporen. Fie Werkman & haar vader Hendrik Nicolaas Werkman (Groningen 2015). 

Illustraties

  • Portretfoto, begin jaren zestig (foto uit: Sijes 2015).
  • Fie Werkman, Vallende man, stofassemblage, ca. 1985-1988, gereformeerde kerk De Mande, Bakkeveen (foto uit: Sijens 2015).

 

Auteur: redactie

 

laatst gewijzigd: 13/09/2019