Wertheim, Rosalie Marie (1888-1949)

 
English | Nederlands

WERTHEIM, Rosalie Marie (geb. Amsterdam 19-2-1888 – gest. Laren, Noord-Holland 27-5-1949), componiste en pianiste. Dochter van Johannes Gustaaf Wertheim (1860-1925), handelaar in geld en waardepapieren, en Adriana Roza Enthoven (1863-1939). Rosy Wertheim bleef ongehuwd.

Rosy Wertheim groeide op als de oudste van vier in een joods gezin dat tot de gegoede burgerij van Amsterdam behoorde. Zo had de familie ‘aandeelhoudersplaatsen’ in het Concertgebouw, dat enkele maanden voor haar geboorte feestelijk was ingewijd. Haar grootvader was A.C. Wertheim, de filantroop naar wie een park werd genoemd vanwege zijn verdiensten voor de stad. Hij leidde een geld- en waardepapierenbedrijf, dat zijn zoon – Rosy’s vader – van hem overnam. Maatschappelijke en culturele betrokkenheid werden Rosy met de paplepel ingegoten. Haar moeder was een getalenteerde zangeres, pianiste en schilderes, haar vader en grootvader waren bestuurslid van een groot aantal culturele en liefdadige organisaties en onderwijsinstellingen, zoals de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, het Joods Seminarium, de Vereeniging het Nederlandsch Tooneel, de Industrieschool van Vrouwelijke Jeugd, de Vereniging van Spraakgebrekkige en Achterlijke Kinderen en het Artisbestuur. Rosy zelf speelde piano, maar improviseerde liever dan dat ze studeerde. Al in haar jeugd bekommerde ze zich om kinderen uit de arme stadswijken. Na de middelbare school wilde ze naar de School voor Maatschappelijk Werk, maar omdat ‘men daar zulke ellendige zaken te horen kreeg’, zoals ze later vertelde (De Ridder 1948, 253) stuurden haar ouders haar naar een internaat in Neuilly (Zwitserland). Daar kreeg ze zo goed pianoles dat ze besloot ermee door te gaan.

Studie en werk

In 1912, terug van het internaat, deed Rosy staatsexamen piano en verkreeg daarmee het certificaat van de Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging in Amsterdam. Daarna studeerde ze piano bij Ulfert Schults, zang bij Dora Zweers-de Louw en compositie bij Bernard Zweers. Vervolgens volgde ze ook enkele jaren compositieles bij Sem Dresden.

De vroegst bekende compositie van Rosy Wertheim dateert van 1908: zes Liedjes voor zangstem en piano. Haar eerste grote succes als componiste had ze in 1914 met het lied Neutraal, op tekst van François Pauwels. Dit marslied idealiseert de neutraliteit van Nederland: een heroïsche daad die ‘kracht’, ‘geestdrift’, ‘vreugde’, ‘trots’ en ‘moed’ van de Nederlanders vraagt. Het werd tijdens de Eerste Wereldoorlog veel gespeeld, en is de eerste compositie van Rosy Wertheim die door de Amsterdamse uitgever Alsbach & Co. gepubliceerd werd. Het lied trok ook de aandacht van de Amsterdamse wethouder H.J. den Hertog, tevens koordirigent van de Vereniging voor Verbetering van de Volkszang. Hij vroeg Rosy een stuk voor kinderkoor te schrijven. Het werd in mei 1915 uitgevoerd in het Concertgebouw door zeshonderd kinderen.

Van 1920 tot 1928 werkte Wertheim als lerares elementaire muziekleer en piano aan het Amsterdamse Muzieklyceum. Daarnaast dirigeerde ze meerdere koren, waaronder het koor van het Religieus Socialistisch Verbond en een koor dat bestond uit joodse kinderen uit de armste wijken van Amsterdam. Ook ondersteunde ze sommige families financieel en gaf ze gratis pianoles aan kinderen van onbemiddelde ouders. Aan componeren kwam ze nauwelijks toe: slechts zeven werken. In 1929 ging ze voor een half jaar naar Parijs – financieel werd ze door haar familie ondersteund. Zes maanden werden zes jaar, en het zouden haar meest productieve jaren worden. Ze volgde compositie- en instrumentatielessen bij de componist Louis Aubert, een leerling van Gabriel Fauré en schreef meerdelige werken voor orkest, een driedelige Sonate voor viool en piano, een strijkkwartet (1933) en een jaar later een Divertimento voor kamerorkest. Het grootste succes had ze met haar strijkkwartet, geschreven voor het befaamde Weisz-Quartett, dat dit stuk in de daaropvolgende jaren meermaals ten gehore bracht. Haar appartement in Parijs werd een ontmoetingsplek voor Nederlandse kunstenaars, maar ook bekende Franse componisten als Jacques Ibert, André Jolivet, Olivier Messiaen en Darius Milhaud behoorden vaak tot haar gasten. Voor Nederlandse kranten schreef ze verslagen over het muziekleven in Parijs.

In 1935 ging Wertheim naar Wenen om contrapunt te studeren bij Karl Weigl, de leermeester van onder meer Gustav Mahler, Richard Strauss en Arnold Schönberg. Het jaar erop vertrok ze naar New York omdat haar strijkkwartet, haar Divertimento voor kamerorkest en enkele van haar pianowerken werden uitgevoerd in New York, Philadelphia en Washington. Het was het hoogtepunt van haar internationale erkenning. Ook hier was ze correspondente voor Nederlandse dagbladen.

Na twee jaar keerde Wertheim terug naar Amsterdam. In deze jaren componeerde ze vooral kamermuziek. Ze raakte betrokken bij de nieuw opgerichte Vereeniging van Hedendaagse Muziek en organiseerde zelf huisconcerten met eigentijdse muziek. In 1939 schreef ze haar Concerto, pour piano et orchestre, dat geldt als een van de meest aansprekende composities uit haar oeuvre. Het Residentie Orkest bracht het in 1940 in Den Haag in première, met solist Wolfgang Wijdeveld.

Oorlog

In de eerste jaren van de bezetting organiseerde Rosy Wertheim nog huisconcerten in een speciaal daartoe ingerichte kelder van haar huis. Bij die concerten werd vaak muziek gespeeld van joodse componisten, tegen het verbod van de bezetter in. Aan componeren kwam ze nog maar weinig toe. In 1941 schreef ze het lied Miserere, Domine, miserere, op tekst van D. de Vries. Toen in 1943 de deportaties toenamen, moest ze zelf onderduiken. Zij werd samen met twee nichten verstopt door een neef die zich als zogenaamde ‘halfjood’ nog vrij kon bewegen. Om de tijd te doden gaf ze haar nichten zang- en muziekles. Rosy had moeite zich bij haar onderduiksituatie neer te leggen, en met haar blonde haar en blauwe ogen durfde ze haar schuilplaats af te toe te verlaten. Deze zorgeloosheid, en haar neiging om over haar onderduik te praten, brachten niet alleen haarzelf maar ook haar familie in gevaar. Daarom werd ze overgebracht naar een onderduikadres in Laren, waar ze in 1944 een Kerstliedje componeerde, op een tekst van E.B.A. Poortman. Aansluitend schreef ze een Ouverture voor orkest, waarvan ze de pianopartij in 1945 voltooide. Vermoedelijk is ook de Toneelmuziek bij "De Vrede" van Aristophanes in de oorlogsjaren ontstaan.

Na de oorlog bleef Wertheim in Laren wonen. Al haar bezittingen in Amsterdam waren door de nazi’s geroofd of vernietigd. Als componiste was ze in de vergetelheid geraakt, en tevergeefs probeerde ze haar composities uitgevoerd te krijgen. Ze gaf er nog enige tijd les aan de muziekschool, maar componeren deed ze niet meer. In 1947 werd bij haar kanker ontdekt. Na twee moeilijke jaren, die ze meestentijds in het ziekenhuis doorbracht, stierf Rosy Wertheim op 27 mei 1949 in Laren.

Reputatie

Rosy Wertheim is een van de eerste vrouwen in Nederland die als componiste naam heeft gemaakt. Ze componeerde circa negentig werken, vooral kamermuziek en liederen. Haar Parijse jaren waren het vruchtbaarst. De muziek van Wertheim is eerder lyrisch dan avantgardistisch, en wordt gekenmerkt door een ongewone harmonie en een voorliefde voor complexe ritmes en maatsoorten.

Ondanks successen als Neutraal, het strijkkwartet en het pianoconcert verdween Wertheim na de oorlog uit de publieke belangstelling. In 1975 gaf Donemus enkele composities van Rosy Wertheim uit, en er werden nu en dan ook weer composities van haar opgevoerd. Haar oeuvre is nauwelijks wetenschappelijk onderzocht. Toch is er sprake van hernieuwde belangstelling voor haar oeuvre en haar persoon (zie onder literatuur). Sinds de jaren 1990 zijn zeven CD’s met haar werk uitgebracht. Speciale vermelding verdient de dubbel-CD met kamermuziek die in 2010 onder auspiciën van de Leo Smit Stichting verscheen bij Future Classics. Fluitiste Eleonore Pameijer schreef een uitgebreid artikel over leven en werk van Rosy Wertheim voor het begeleidend CD-boekje. Naar aanleiding van deze CD kwalificeert muziekjournalist Frits de Waa het werk van Wertheim als ‘naar Nederlandse maatstaven behoorlijk modern en zeker niet damesachtig, getuige de avonturen in samenklank die vooral in haar instrumentale stukken manifest zijn’. In Amsterdam-Zuid is een straat naar Rosy Wertheim genoemd.

Naslagwerken

Joden in Nederland; Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden.

Archivalia

  • Nederlands Muziek Instituut, Den Haag: Archief Rosy Wertheim.
  • Stadsarchief Amsterdam: Toeg. 30806, Archief Wertheim, inv.nrs. 191-203 (Rosaly Wertheim) [vooral familiefoto’s].

Werk

Voor een volledig overzicht, zie ‘Werken’ bij: Mathias Lehmann: ‘Rosy Wertheim’ (2004). 

Literatuur

  • Kate de Ridder, ‘Rosy Wertheim’ [interview], De vrouw en haar huis 7 (1948) 252–54.
  • ‘Rosy Wertheim’, Mens en Melodie 4 (1949) nrs. 6-7, 219–20.
  • Elisabeth Bosland, ‘Op zoek naar Rosy ...’ (Utrecht 1988) [onuitgegeven doctoraalscriptie].
  • Fred Vermeulen, ‘De Amsterdamse familie Wertheim: een traditie van maatschappelijke betrokkenheid’, Ons Amsterdam 44 (1992) 12 (dec) 286-290.
  • Mathias Lehmann. ‘Rosy Wertheim’, in: Peri Arndt e.a. red., Lebenswege von Musikerinnen im ‘Dritten Reich’ und im Exil (Hamburg 2000) 65-85.
  • Eleonore Pameijer, Componisten en repertoire: Rosy Wertheim (1888-1949), Leo Smit Stichting (ca. 2000).
  • Helen Metzelaar, ‘Rosy Wertheim’, in Stanley Sadie, John Tyrrell, George Grove red. The New Grove Dictionary of Music and Musicians 27 (New York 2001) 302.
  • Mathias Lehmann, 'Rosy Wertheim', in: Beatrix Borchard, red., Musikvermittlung und Genderforschung. Lexikon und multimediale Präsentationen (Hamburg 2004).
  • Melissa De Graaf, ‘Rosy Wertheim (1888–1949)’, Jewish Music WebCenter: Contributions of Jewish Women to Music and Women to Jewish Music (updated 23 July, 2008).
  • Eleonore Pameijer, ‘Rosy (Rosalie Marie) Wertheim’, CD-boekje bij Rosy Wertheim, Chamber Music (2010).
  • Agnes van der Horst, ‘Rosy Wertheim. Vakvrouw met een onafhankelijke geest’, Luister (2012) april/mei, 62-67.
  • Frans van Gurp, Rosy Wertheim. De grote onbekende (2012) [NTR-radiodocumentaire De Bedding, 9-6-2012].
  • Mathias Lehmann, ‘Rosy Wertheim’, LexM: Lexikon verfolgter Musiker und Musikerinnen der NS-Zeit (aktualisiert am 28. Jan. 2013).

Illustratie

Olieverfportret door Jan Pieter Veth, 1912 (coll. Joods Historisch Museum, Amsterdam).

 

Auteur: Michael Baars (met dank aan Eleonore Pameijer)

 

laatst gewijzigd: 20/03/2015