Wijdom, Anna Gertruda (1897-1947)

 
English | Nederlands

WIJDOM, Anna Gertruda, vooral bekend als Anke Servaes (geb. Tilburg 26-11-1897 – gest. Alkmaar 16-9-1947), schrijfster. Dochter van Dirk Wijdom (1865-1919), ingenieur, en Diderika Johanna Römer (1865-1910). Anna Wijdom trouwde op 4-3-1926 in Amersfoort met Reinhard Johan Valkhoff (1899-1971), kinderboekenschrijver. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren; tevens werd 1 zoon geadopteerd.

Anna (Anke) Wijdom was de tweede dochter in een Nederlands-hervormd gezin. Haar zus Gertha (1893-1928) was bijna vijf jaar ouder. Net als haar moeder had Anke een romantische inslag en was ze fantasierijk en kunstzinnig. Ook in gemoedelijkheid en hang naar gezelligheid aardde ze naar haar moeder. Haar energie, scherpe verstand, doorzettingsvermogen en organisatietalent had ze van haar vader, aldus haar latere echtgenoot (Anke Servaes, 1949, 6). Anke bracht haar eerste kinderjaren door in Tilburg, waar haar vader werkzaam was bij de Nederlandse Spoorwegen. Toen die in 1900 bij de Petroleum-maatschappij ging werken, verhuisde het gezin naar Rotterdam. Tien jaar later overleed haar moeder, waarna zus Gertha het huishouden draaiende hield met hulp van dienstboden.

In Rotterdam ging Anke na de lagere school naar de meisjes-hbs en erna naar de kweekschool. Ook volgde ze lessen aan de Tekenacademie. In 1919 werd ze leerling-verpleegster in het Kinderziekenhuis in Den Haag, het latere Juliana-kinderziekenhuis, en daarna volgde ze de opleiding voor apothekersassistente in Hilversum. In deze periode leerde ze de jeugdboekenschrijver Rein Valkhoff kennen, met wie ze in 1926 trouwde en in Amersfoort ging wonen. Haar huwelijk was reden om met haar studie te stoppen.

Meisjesboeken

Tijdens een vakantie op Vlieland begon Anke Valkhoff-Wijdom aan het schrijven van een meisjesboek, daartoe geïnspireerd door haar echtgenoot. Knolletje (1927) publiceerde ze onder het pseudoniem Anke Servaes en droeg ze op aan Valkhoff. Het pseudoniem verwijst naar de St. Servatiuskerk in Maastricht, de stad waar haar man tien jaar met plezier had gewoond.

In 1928 verhuisde het echtpaar Valkhoff naar Bergen, waar ze een huis genaamd ‘’t Haveke’ hadden laten bouwen. In Bergen werd op 14 januari 1929 een zoon geboren. Een jaar later adopteerden ze een jongen die op 8 november 1929 in Engeland was geboren. Het gezin maakte veel reizen. Zo bezochten zij onder meer Zwitserland, Oostenrijk, Italië en Zuid-Frankrijk. Eind 1939 bekeerden de Valkhoffs zich tot het katholicisme, daartoe aangetrokken door hun veelvuldig verblijf in Italië en door gesprekken met vrienden. Op 1 juni 1940 vond de officiële doop plaats in de St. Adelbertuspriorij der Benedictijnen in Egmond.

Anke Servaes schreef in deze periode vooral boeken voor meisjes van veertien tot zeventien jaar. Uitzonderingen zijn Dokter Els (1933) en Het Asyl (1934), die voor een jongere leeftijdsgroep zijn bestemd. Het belangrijkste thema in haar meisjesboeken is de volwassenwording van meisjes. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het beschrijven van de eerste stappen op het gebied van de liefde en in het arbeidsproces. Veelal worden die stappen serieus gezet, maar er is ook sprake van onnadenkendheid, met komische situaties tot gevolg. Haar werk kent tal van autobiografische aspecten. Zo verwerkte Servaes haar belevenissen als leerling-verpleegkundige in een kinderziekenhuis in Knolletje, terwijl het opgroeien zonder moeder onder meer voorkomt in Marianneke (1928), Nora’s conflicten (1930) en Pil (1931). Haar reislust speelt een rol in Dokter Els en Het Asyl en haar belangstelling voor de schilderkunst in Marianneke en Nora’s conflicten. Haar betrokkenheid bij kinderen en sociaal zwakkeren – ze stelde haar huis open voor iedereen die het moeilijk had – is een aspect dat in alle meisjesboeken een thema is. Ook leverde ze bijdragen aan jeugdtijdschriften als Merel, Meisjesleven en Contact.

Boeken voor volwassenen

Gaandeweg richtte Anke Servaes zich meer op het schrijven voor volwassenen. Voor hen schreef ze romans, novellen, schetsen en verhalen. Ook hierin klonk haar maatschappelijk engagement door – vooral het misdeelde kind komt in haar oeuvre veel voor. De drieluik Kinderzaal (1936), Kinderen die over zijn (1937) en Moeder Liesbeth (1938) gaat bijvoorbeeld over kinderen die geen veilige thuissituatie hebben. Deze romans onderscheiden zich vooral van de meisjesboeken door de nadruk op het innerlijke leven van de hoofdpersonen. Daarentegen worden gebeurtenissen minder uitvoerig beschreven. Naast het schrijverschap hield Anke Servaes lezingen op literair, religieus en maatschappelijke gebied. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood ze hulp aan arme gezinnen en (Joodse) onderduikers, ook nadat het gezin in 1943 naar Alkmaar was geëvacueerd. Alle inspanningen bij elkaar vroegen veel van haar gezondheid.

Eind 1945 werd Servaes benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden. Kort voor haar dood publiceerde ze samen met haar echtgenoot het jeugdboek Hommel Honniman, een verhaal over dieren. Postuum verscheen het eveneens met haar echtgenoot geschreven boek Koos, over een jongen die opgroeit in een NSB-gezin. In dit verhaal speelt ook de bekering tot het katholieke geloof een rol. Anke Servaes overleed op 16 september in het St. Elisabethziekenhuis te Alkmaar. Op haar grafzerk staat: ‘Ik hield zoveel van de mensen’.

Betekenis

Het werk van Anke Servaes was met name voor de Tweede Wereldoorlog populair bij meisjes en vrouwen. Die populariteit was er ook buiten Nederland: haar boeken werden vertaald in het Duits, Deens, Noors en Zweeds. Opvallend is haar toegankelijk stijl. In zijn ‘Levensbericht’ in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde karakteriseert P.H. Ritter Anke Servaes als een ‘vertegenwoordigster van het typisch-vrouwelijk in onze letteren’, maar dan wel een vrouw die zich profileerde als ‘de levensdraagster, gebogen over het kleine, hulpbehoevende wezen, het kind’ (Levensberichten 1953-55, 109). Over het algemeen kreeg zij in de kritieken meer waardering met haar boeken voor volwassenen dan met haar meisjesboeken, die nogal oppervlakkig werden gevonden. Zo schreef de onderwijzer/publicist D.L. Daalder in zijn Wormcruyt met suycker (1950): ‘ongetwijfeld staat het werk van Servaes, dat voor volwassenen is bestemd, boven haar meisjesboeken; het werd om zijn sociale strekking, zijn eenvoud, zijn scherpe waarneming en zijn snelle, suggestieve notaties algemeen gewaardeerd. Daarbij vergeleken zijn de bakvisromans soms wat mat en kleurloos, ofschoon ze in veel opzichten uitsteken boven het meeste, dat dit genre onleesbaar en onaannemelijk maakt(156).

Naslagwerken

Ter Laan; Levensberichten; Lexicon jeugdliteratuur.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor de Genealogie, Den Haag: persoonskaart.
  • Regionaal Archief Alkmaar, Bevolkingsregister 1922-1939, Gezinskaarten p. 7336.

Publicaties

  • Knolletje, met illustraties van H. van de Velde (Utrecht z.j. [1927]).
  • Marianneke (Utrecht z.j. [1928]).
  • Nora’s conflicten, met illustraties van Rie Reinderhoff (Den Haag z.j. [1930]).
  • Pil, met illustraties van Nans van Leeuwen (Den Haag z.j. [1931]).
  • Het Asyl, met illustraties van G.D. Hoogendoorn (Amsterdam z.j. [1934]).
  • Kinderzaal [Baarn z.j. [1936]).
  • Kinderen die over zijn, met illustraties van Sàro Góth (Baarn z.j. [1937]).
  • Moeder Liesbeth (Baarn z.j. [1938]).
  • Kindertoevlucht (Baarn z.j. [1941]).
  • Oorlogskinderen (Baarn 1946).

Literatuur

  • H. van Tichelen, ‘Anke Servaes en onze kinderen’, Vlaamsche Paedagogiek. Maandblad voor Opvoeding en Onderwijs 1 (augustus 1941) 117-126.
  • P.H. Ritter, ‘Anke Servaes’, Het boek van Nu. Maandblad voor Boekenvrienden 1 (1946-1947) nr. 2, 32-33.
  • Anke Servaes. Een keur uit haar werk met biographie, beoordelingen en andere bijdragen (Bussum z.j. [1949].
  • D.L. Daalder, Wormcruyt met suycker. Historisch-critisch overzicht van de Nederlandse kinderliteratuur (Amsterdam 1950) 155-156.
  • Marijke van Raephorst, ‘Anke Servaes’, Libelle 19 (1952) nr. 38, 16-17,47.

Illustratie

Uit: Anke Servaes : Een keur uit haar werk met biographie, beoordelingen en andere bijdragen (Bussum [1949].

Auteur: Janneke van der Veer

laatst gewijzigd: 19/01/2016