Wulfraet, Margaretha (1678-1760)

 
English | Nederlands

WULFRAET, Margaretha (ged. Arnhem 20-2-1678 – begr. Arnhem 26-1-1760), portret- en historieschilderes. Dochter van Mathijs Wulfraet (1647-1727), schilder, en Catharina van ‘s‑Heerenberg. Margaretha Wulfraet bleef ongehuwd.

Margaretha Wulfraet werd op 20 februari 1678 gedoopt in de Grote Kerk te Arnhem. Het kan dus kloppen dat zij werd geboren op 19 februari, zoals Johan van Gool in zijn beschrijving van haar leven vermeldt. In Arnhem werden ook een oudere broer, een jongere broer en twee jongere zusjes van Margaretha geboren. Vader Mathijs, een dokterszoon van Duitse komaf, was schilder van portretten, historische taferelen en gezelschapsstukken. Waarschijnlijk verliet hij in 1681 of niet lang daarna met zijn gezin ‘het geldeloos Arnhem’, om zich ‘naar het kooprijk Amsterdam’ te begeven (Weyerman, 103).

Volgens Van Gool leerde Margaretha Wulfraet het schildersvak van haar vader, die ‘haar aangeboren kunstdrift ontdekte’ (Van Gool, 415). Net als hij legde zij zich toe op het schilderen van portretten en historiestukken. In Amsterdam werkten vader en dochter samen, zoals blijkt uit een notariële akte uit 1696. Hierin valt te lezen dat haar vader had geprobeerd enkele door Margaretha gemaakte kopieën van zijn schilderijen als eigenhandig werk te verkopen. De koper vond de kopieën echter niet goed genoeg. Margartha’s vader liet hierop laconiek weten dat hij ermee door zou gaan omdat ‘zijn dochter er een mooie stuiver mee verdiend had’ (Bredius, 192).

Van Margaretha Wulfraet is slechts een beperkt aantal schilderijen bewaard gebleven – of in ieder geval als zodanig herkend. Het gaat daarbij vooral om portretten op klein formaat. Voorstellingen van haar hand van Cleopatra, Semiramis en enkele jachtnimfen, die zich rond 1750 in het kabinet van Gerard Wetstein (1680-1755) bevonden, zijn in de loop der eeuwen zoekgeraakt. Wetstein, een Amsterdamse uitgever die sinds 1726 in Utrecht woonde, bezat tevens een zelfportret van de jonge Margaretha dat nu alleen nog bekend is via een gegraveerde kopie in Van Gool. Ook Wetsteins zuster Margaretha (1684-1758) en haar echtgenoot Abraham Scheurleer (1694-1772), die in Utrecht hun huwelijkse voorwaarden lieten opmaken maar later in Den Haag woonden, behoorden tot Margaretha’s klantenkring: zij lieten zich door haar portretteren in twee pendanten. Of een en ander inhoudt dat Margaretha voor korte of langere tijd in Utrecht of Den Haag verbleef, is niet bekend. Wel weet Van Gool te melden dat Margaretha zich in 1741 weer in Arnhem vestigde ‘om het overschot van haar levensdagen (…) in stille Godvrucht door te brengen, en op die voet een zalig sterfuur af te wachten’ (Van Gool, 417). Een door haar gesigneerd jongensportret uit 1745 maakt duidelijk dat zij haar Arnhemse jaren niet in ijdelheid doorbracht. De boeken van de Grote Kerk melden dat zij op 26 januari 1760 in haar geboortestad werd begraven.

Boedelinventaris

Kort na Margaretha’s overlijden werd de inventaris van haar bezit opgemaakt. Deze is voor zover bekend de enige bewaard gebleven Gelderse kunstenaarsboedel uit deze periode. Uit de inventaris blijkt dat de meer dan tachtig jaar oude kunstenares naast een uitgebreide verzameling huisraad en kleding nog altijd allerlei schildersattributen in huis had, zoals ‘pakjes en doosjes met verfstoffen’ en ‘acht raampjes en plankjes tot schilderen’. In het huis werden rond de zestig schilderijen van diverse genres aangetroffen. Het is aannemelijk dat een groot deel eigenhandig werk was. Voorts had Wulfraet meer dan tachtig boeken in haar bezit: onder meer klassieke geschriften, religieuze en historische werken, en de nodige kunstliteratuur.

In 1721 laat Houbraken zich in zijn biografie van Mathijs Wulfraet kort, maar lovend uit over diens dochter Margaretha. Van Gool besteedt in 1750 veel uitgebreider aandacht aan de schilderes en prijst haar onder meer om haar ‘zuiverheid van ’t penseel; malende alles zo uitvoerig, zonder de minste stijvigheid, dat het de liefhebbers verrukt. (…) de kleding der beelden (...) is uitnemend fraai en natuurlijk geplooid, en zo kunstig geschilderd, dat zij in dit deel der kunste van weinigen overtroffen is’ (Van Gool, 416). Van Gools lemma heeft als uitgangspunt gediend voor de teksten in verschillende latere kunstenaarslexica. Pas rond het jaar 2000 is in enkele publicaties nieuwe informatie over de schilderes naar voren gebracht.

Naslagwerken

Van der Aa; Elck zijn waerom; Van Gool; Houbraken (niet zelfst.); Immerzeel; Kobus/De Rivecourt; Kramm; Lexikon Noord-Nederlandse kunstenaressen; Petteys; Regt; Thieme (niet zelfst.); Weyerman (alleen Matthijs Wulfraet); Wurzbach.

Archivalia

Zie de verwijzingen bij Schulte-van Wersch en Seebach (2002).

Werken

  • Portretten van Margaretha Wetstein en Abraham Scheurleer, doek, 31 x 25 cm, Amsterdam, ICN, inv.nr. C 1157 en 1158 (gestolen) (afb. RKD).
  • Portret van een jongen, mogelijk Assueer Jan Torck, doek, 32 x 25,5 cm, gesigneerd ‘Marg. Wulfraet’, gedateerd. ‘1745’, Arnhem, Brantsen van de Zyp Stichting (afb. Gelderse gezichten, 63, afb. 44).
  • Voor meer werk: zie RKD, Den Haag, Collectie Beelddocumentatie en zie Elck zijn waerom.

Literatuur

  • A. Bredius, ‘Archiefsprokkelingen. Over Matthijs en Margaretha Wulfraet en een model’, Oud-Holland 53 (1936) 192.
  • C. Schulte-van Wersch en T. Seebach, ‘Margaretha Wulfraet (1678-1760). Een zoektocht naar een Arnhemse kunstenares’, Arnhem de Genoeglijkste 22 (2002)1, 15-29 [met verwijzingen naar archivalia en literatuur].
  • Gelderse gezichten. Drie eeuwen portretkunst in Gelderland 1550-1850, Tentoonstellingscatalogus Museum Het Valkhof Nijmegen (Zwolle 2003) 50, 63, 77.

Illustraties

  • Portret, door A. Schouman/J. Houbraken naar Margaretha Wulfraet (zelfportret), 1750 (Gemeentemuseum Arnhem).

  • Portret van een vrouw, door Margaretha Wulfraet, ongedateerd (Universiteit van Amsterdam; Bijzondere Collecties). 
  • Auteur: Marloes Huiskamp

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 416

laatst gewijzigd: 13/01/2014