IJpma, Johanna Margaretha Nela (1908-1986)

 
English | Nederlands

IJPMA, Johanna Margaretha Nela, vooral bekend als Jo van Dorp-Ypma (geb. Haastrecht 23-2-1908 – gest. Feerwerd 19-2-1986), schrijfster. Dochter van Tjipke IJpma (1873-1945), hoofdonderwijzer, en Lena Johanna Baartman (1867-1935). Jo IJpma trouwde op 28-12-1940 in Haastrecht met Karel J. van Dorp (1900-1961), theoloog en dichter. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 3 zoons geboren – één dochtertje leefde slechts enkele dagen.

Jo IJpma, die om onbekende redenen haar achternaam veranderde in Ypma, groeide op als enig kind van een gereformeerde hoofdonderwijzer uit Friesland en zijn vrouw. Jo’s grootmoeder van moeders kant, Johanna Margrietha Neeltje Edauw (1844-1931), woonde bij het gezin in. Als kind zat Jo aan haar voeten als Opoe thuis ‘gezelschap hield’: bijeenkomsten waar de mystieke godsdienst van de Krimpenerwaard de boventoon voerde en de taal der bevindelijken werd gebezigd. Haar progressieve vader, die in Haastrecht en omgeving actief was in de ARP, had grote invloed op Jo. Ze was er als kind bij toen hij P.J. Troelstra tijdens een lezing in Schoonhoven interrumpeerde en het voor het christelijk geloof opnam. In Friesland leerde hij haar melken en hij nam haar ook mee naar de bioscoop, wat onder gereformeerden toen ‘not done’ was.

Boven de polder de hemel

In Haastrecht vond men Jo een wildebras. Haar ouders stuurden haar naar de Heldringstichting in Zetten voor de opleiding ‘Huishoudkunde en Kinderverzorging’. Terug in Haastrecht schreef ze verhalen, daartoe aangezet door haar vader. Ze debuteerde in 1935 onder het pseudoniem Han Hulst in het christelijk dagblad De Rotterdammer.Drie jaar later verscheen haar debuutroman Boven de polder de hemel: een verhaal over de vernieuwingen in het boerenbedrijf omstreeks 1920, doortrokken met de dramatiek van godsdienst en liefde. De hoofdpersoon, de Friese boerenjongen Ale, gaat wonen in het gebied van zijn geliefde, de Krimpenerwaard. Hij volgt dus zijn vrouw – zoals Jo Ypma’s vader ook had gedaan. Ze gebruikte een mengeling van dialect en ABN, gelardeerd met de bevindelijke taal van Opoe.

Na de dood van haar moeder woonde Jo Ypma met haar vader in Zeist. Ze deed er secretaressewerk voor haar plaatsgenoot Roel Houwink, eindredacteur van Opwaartsche Wegen, het protestants-christelijke literaire tijdschrift waarin ook zijzelf publiceerde. Zo kwam ze in contact met andere schrijvers. Als Gerrit Achterberg bij Houwink kwam praten, haalde ze hem in Zeist op de fiets van de trein – hij zat achterop. Ook schreef ze in deze jaren over literatuur in de partijkrant van de ARP De Standaard, waarvan Hendrik Colijn toen hoofdredacteur was. Voor hem deed ze tijdelijk ook secretarieel werk. In 1940 trouwde Jo Ypma met de theoloog/dichter Karel van Dorp, die toen werkzaam was als distributieambtenaar. Ze kenden elkaar van de jaarlijkse Pinksterconferenties van de Jong-Protestantse auteurs. Hierna ging ze met man en vader weer in Haastrecht wonen. Daar werden beide dochters en een zoon van het echtpaar Van Dorp-Ypma geboren.

In de oorlog hadden Jo van Dorp-Ypma en haar man onderduikers in huis en verspreidden ze de verzetskrant Trouw. Op verdenking daarvan werden ze beiden opgepakt. Jo werd na verhoor vrijgelaten, maar haar man zat tien maanden in de kampen Amersfoort en Vught en moest na zijn vrijlating onderduiken. Het bezorgde hem voor de rest van zijn leven een kampsyndroom. In 1943 werd Jo van Dorp-Ypma lid van de Kultuurkamer omdat ze het geld dat ze met haar boeken verdiende nodig had voor haar gezin. Zo kon een nieuwe roman verschijnen en Boven de polder de hemel herdrukt worden. Na de oorlog kreeg ze daarvoor een publicatieverbod van één jaar.

Veelgelezen familieromans

Na de oorlog schreef Jo van Dorp-Ypma in snel tempo een aantal veelgelezen familieromans. Ook Miet van Dijk (1951) speelt in de Krimpenerwaard, nu onder ‘daggelders’, boerenarbeiders. Miet gaat vriendschappelijk om met een otter en kan koeien uit de sloot praten. De mensen roddelen dat Miet seksueel niet normaal is (‘veuls te beestachtig’). Ze werkt met oude recepten die ze in de schriften van haar grootvader heeft gevonden. Ook protesteert Miet tegen de traditionele rol van de vrouw. Zo is ook deze roman een in christelijke kring vroege emancipatieroman. In 1954 publiceerde ze Dominee in Laodicea, over een reclasseringsgeval. Het verhaal gaat over een dominee die een dwarse ouderling neerslaat. De rechter wil hem minder toerekeningsvatbaar verklaren, maar de man weigert, hij wil zijn straf dragen.

In de naoorlogse jaren zwierf het gezin Van Dorp-Ypma door Nederland omdat Karel van Dorp bij de reclassering werkte en vaak werd overgeplaatst. In 1947 werd een zoon geboren toen ze in Pieterburen woonden, in 1951 kwam de jongste – weer een zoon – ter wereld in Rotterdam. Midden jaren zestig, na de dood van haar man, ging Jo van Dorp in een oude bakkerswinkel in het Groningse Feerwerd wonen, waar ze al snel een kring van politiek en maatschappelijk bewuste dorpelingen om zich heen verzamelde. Ze toonde zich in menig interview een eigenzinnige vrouw met vanuit haar geloof sterk ontwikkelde principes. In 1981 kwam Jo van Dorp-Ypma nog eens in de schijnwerpers door een opzienbarend geval van plagiaat. De debuutroman van Douwe Slofstra, De vrouw uit het Staphorsterveld, leek als twee druppels water op Miet van Dijk. Enkele dagen na verschijning vernietigde de uitgever de totale oplage. Jo van Dorp-Ypma voelde zich vereerd: ‘Altijd wel geweten dat Miet van Dijk een goed boek is!’, was haar vaste statement tegen iedereen die het horen wilde. Na een aantal hartinfarcten overleed Jo van Dorp-Ypma in haar bakkershuis, 77 jaar oud. Haar graf is in Feerwerd.

Betekenis

Het verhaal gaat dat Jo Ypma in de jaren dertig meeschreef aan de speeches van AR-politicus Hendrik Colijn, maar diens biograaf Herman Langeveld heeft hiervan geen sporen gevonden. Zo ligt de betekenis van Jo van Dorp-Ypma vooral op het literaire vlak. Ze bewonderde het werk van Herman de Man en verfoeide, net als hij, de idyllische streekroman. Schrijfsters van zulke liefdesverhalen noemde ze ‘de corsettenbrigade’. Ze wist vele – vooral protestants-christelijke – lezers te boeien door haar onopgesmukte vertelstijl. Haar boerenromans zijn realistisch en beeldend. Ze doorbrak in haar werk het traditionele beeld van de vrouw en ze vroeg aandacht voor eenlingen die met hun bijzondere kenmerken hun eigen weg kozen en zich niet door anderen lieten dicteren.

Publicaties

Onder de naam Jo Ypma:

  • Boven de polder de hemel (Baarn 1938).
  • Sjouke Ales Hannema (Baarn 1940).
  • Oogst (Wageningen 1940).
  • Het water was veel te diep (Baarn 1943).

Onder de naam Jo van Dorp-Ypma:

  • Miet van Dijk (Baarn 1951).
  • De Ganzenburcht (Baarn 1953).
  • Dominee in Laodicea (Baarn 1954).
  • Twee rozen zijn rood (Kampen 1954).
  • De vrijgezelle ouderling (Kampen 1955).
  • Op aantrekkelijke voorwaarden (Den Haag 1955).
  • Daar ligt Jeruzalem (Kampen 1956).
  • Geliefde zoon (Nijkerk 1956).
  • Zend iemand anders (Baarn 1958).
  • Annelies de Lange, deel 1 Het begon met een soldaat (Kampen 1959).
  • Het raadsel om dominee Smit (Den Haag 1960).
  • Annelies de Lange, deel 2 Bon Noël (Kampen 1961).
  • Kinderen der eenzame (Kampen 1961)/
  • De kerstroos (Kampen 1967).

Literatuur

  • Tony van der Meulen, ‘Jo van Dorp neemt geen blad voor de mond’, Haarlems Dagblad, 10-4-1972.
  • Fred Lammers, ‘Ik houd er niet van om salontaal te gebruiken’, Trouw, 24-2-1975.
  • Wim Zaal, ‘Liefde boven de broche’, Elseviers Magazine, 29-11-1975.
  • NCRV, ‘Ik geloof in de genade’, televisieportret van Jo van Dorp-Ypma, 13-10-1976.
  • ‘Werk van Jo van Dorp-Ypma geplagieerd’, Nederlands Dagblad, 14-7-1981.
  • Cees Veltman, ‘Ik heb altijd een hekel gehad aan nette dames’, Hervormd Nederland, 10-12-1983.
  • Fred Lammers, ‘Ik ben geen voer voor psychologen’, Trouw, 25-2-1985.
  • Hans Werkman, Schrijven en geloven. Gesprekken met Jo van Dorp-Ypma, Jan H. de Groot, Roel Houwink e.a. (Kampen 1985) 7-18.
  • Hans Werkman, ‘Jo van de fijne meester’, Nederlands Dagblad, 5-5-1993.
  • Hans Werkman, Boven de polder de hemel. Jo van Dorp-Ypma, schrijfster. Een biografische schets (Oudewater 2003).
  • Cor van Someren, ‘Schrijfster Jo van Dorp-Ypma’, De Havekedrechter (2016) maart, 4-10.

Illustratie

Jo Ypma, door Hans Gilberg, 1936 (particulier bezit).

Auteur: Hans Werkman

laatst gewijzigd: 24/07/2017