Bas, Elisabeth (1571-1649)

BAS, Elisabeth Jacobsdr., ook bekend als Elisabeth van Campen (geb. Kampen 1571 – gest. Amsterdam 2-8-1649), herbergierster, beroemd vanwege het naar haar genoemde sigarenmerk. Dochter van Jacob Jansz. Bas (gest.1595), handelaar in scheepsbenodigdheden, en Engeltje Lubbersdr. (gest. 1582). Elisabeth Bas trouwde op 15-6-1596 in Amsterdam met Jochem Heijndricksz. Swartenhondt (1566-1627), scheepskapitein. Uit dit huwelijk werden behalve 2 zoons die jong overleden, 2 dochters geboren.

De vader van Elisabeth Bas was eigenaar van huizen en moet dus een zekere welstand hebben gekend. In 1583 werden voogden aangesteld over de twee kinderen, de elfjarige Elisabeth en de iets jongere Lubbert, wat er op duidt dat de vader na de dood van Engeltje Lubbertsdr. waarschijnlijk is hertrouwd. In 1585 verhuisde Jacob Jansz. Bas met zijn gezin van Kampen naar Amsterdam. Op 24-jarige leeftijd trouwde Elisabeth – zij noemde zich toen Lysbeth Jacobsdr. van Campen – met Jochem Heijndricksz. Swartenhondt, kapitein op een oorlogsschip.

Jochem Swartenhondt was actief in de kaapvaart die in het kader van de oorlog met Spanje plaatsvond. Hij bestreed onder anderen de Duinkerker kapers. In 1602 maakte hij zes Spaanse suikerschepen buit. In datzelfde jaar, zo blijkt uit een notariële akte, bestelde Lysbeth Jacobsdr. drieduizend broden bij haar broer, bakker Lubbert Jacobsz. Bas aan de Nieuwendijk te Amsterdam. Uit deze bestelling valt op te maken dat Elisabeth zorgde voor de foeragering van de zeereizen van haar man, een taak die voor zeemansvrouwen in die tijd heel gewoon was (Bruijn en Van Eijck, 123-124).

Een herberg aan de Nes

In 1606 kocht Jochem Heijndricksz. Swartenhondt een herberg op de hoek van de Nes en de Pieter Jacobszstraat met de naam De Prince van Orangien. In de Bestandsjaren (1609-1621) is de herberg waarschijnlijk door het echtpaar gezamenlijk geleid, want op zee was vanwege de wapenstilstand voor Jochem Swartenhondt weinig te doen. De Prince van Orangien was een chique gelegenheid waar de stadsbestuurders van Amsterdam hun hoge gasten ontvingen, onder wie prins Frederik Hendrik.

Toen het Bestand was afgelopen, trad Swartenhondt weer in dienst van de Admiraliteit te Amsterdam. Hij werd bevorderd tot luitenant-admiraal, versloeg in 1621 de Spanjaarden bij Gibraltar, en werd daarom door prins Maurits geëerd met een gouden keten. Deze keten is te zien op het portret dat Nicolaes Eliasz. Pickenoy in 1627 van hem maakte. In datzelfde jaar stierf Jochem Swartenhondt.

Elisabeth Bas zou haar echtgenoot 22 jaar overleven. Zij zette de herberg in ieder geval voort tot 1630, getuige de hoge rekeningen die de stad voor haar gasten aan ‘de weduwe Swartenhondt’ moest betalen. Voorts is bekend dat zij in 1631 als grootmoeder de kinderen van haar een jaar eerder overleden oudste dochter Maria – die was getrouwd met Marten Reynersz. Ray, de zoon van een wijnhandelaar aan het Rokin – in huis heeft genomen en heeft opgevoed. Financieel ging het haar niet slecht: in 1631 werd zij bij de Tweehonderdste Penning (een vermogensbelasting van 0,5 %) voor negentig gulden aangeslagen. Uit het testament dat zij in 1648 heeft laten opmaken, blijkt dat zij beschikte over een vermogen van 28.863 gulden. Hiermee kan zij tot de gegoede burgerij van Amsterdam worden gerekend.

Het sigarenmerk

Rond 1642 moet het later zo beroemd geworden portret zijn geschilderd dat Elisabeth Bas zou voorstellen. Tegenwoordig bestaat echter nergens meer zekerheid over. Zowel de maker van het schilderij als de geportretteerde staat ter discussie. In 1880 legateerde de familie Van de Pol – nazaten van Elisabeths oudste dochter en Marten Ray – het portret, samen met andere familiestukken, aan het Rijksmuseum in Amsterdam. Het zou een Rembrandt zijn, en daarmee was het museum bijzonder gelukkig, want het had zelf geen werken in bezit die probleemloos aan de grote meester konden worden toegeschreven. Dit portret leek boven iedere discussie verheven, en het publiek was dol op wat liefkozend ‘het oude vrouwtje’ werd genoemd. Ook sprak men wel van ‘de moeder van Rembrandt’, hoewel al in 1881 was vastgesteld dat het moest gaan om Elisabeth Bas, de grootmoeder van enkele andere geportretteerden uit het legaat-Van de Pol. Toen de firma H. Jos. van Susante & Co. te Boxtel in 1932 koos voor de handelsnaam ‘Elisabeth Bas’ en dit populaire portret op de sigarenbandjes afbeeldde, kon haar naam niet meer stuk: de sigaren van ‘Elisabeth Bas’ waren bekend bij jong en oud.

Intussen gooide de kunsthistoricus Abraham Bredius in 1911 de knuppel in het hoenderhok met de constatering dat het portret van ‘het oude vrouwtje’ geen Rembrandt kón zijn. Een discussie brandde los die tot op heden voortduurt. De opvatting dat het schilderij moet worden toegeschreven aan Ferdinand Bol domineert, ofschoon de Dictionary of Art het hier niet mee eens is. Om de verwarring compleet te maken heeft de kunsthistoricus Pieter van Thiel in 1992 ook de identiteit van de geportretteerde zelf ter discussie gesteld. De identificatie van de bejaarde vrouw is nergens op gebaseerd, aldus Van Thiel, en daarom dubieus.

De herbergierster Elisabeth Bas dankte haar roem – hoe prozaïsch ook – aanvankelijk aan een intrigerend, maar ongesigneerd en ongedateerd olieverfschilderij, en later vooral aan een sigarenbandje. Nu het sigarenmerk niet meer bestaat, dreigt zij definitief in de vergetelheid te raken. Toch wordt het portret van Elisabeth Bas door het Rijksmuseum nog altijd tot de topstukken gerekend.

Archivalia

Voor relevante archivalia (o.a. notariële akten en vermeldingen in de stadsrekeningen van Amsterdam), zie de hieronder vermelde publicaties van Frederiks, die vooral op deze archiefvondsten zijn gebaseerd.

Literatuur

  • J.G. Frederiks, ‘Het portret der weduwe van den admiraal Zwartenhond, door Rembrandt’, in: Fr.D.O. Obreen, Archief voor Nederlandsche Kunstgeschiedenis 6 (Rotterdam 1884-1887) 265-278.
  • J.G. Frederiks, ‘“In den Swartenhondt”’, Amsterdamsch Jaarboekje 1 (1888) 56-80.
  • S. Kalff, ‘De families Bas en Swartenhont’, in: Idem, Oud-Hollandsche karakters (Rhenen 1905) 3-26.
  • M. van der Duin, Admiraal Swartenhondt: een vergeten zeeheld uit de zestiende eeuw (Kampen 1927) [in het nawoord geeft C.J. Welcker genealogische data betreffende Elisabeth Bas in Kampen].
  • G. Kolleman, ‘Admiraal Swartenhondt en zijn vrouw Lysbeth Bas’, Ons Amsterdam 19 (1967) 57-62.
  • K.E. Sluyterman, Ondernemen in sigaren. Analyse van bedrijfsbeleid in vijf Nederlandse sigarenfabrieken in de perioden 1856-1865 en 1925-1934 (Tilburg 1983).
  • J.R. Bruijn en E.S. van Eijck van Heslinga, ‘Aan “Wijffje lief”. Brieven van zeekapitein Eland du Bois aan zijn vrouw’, Nederlandse Historische Bronnen 5 (1985) 111-144.
  • P.J.J. van Thiel, ‘Toeschrijving aan Ferdinand Bol: portret van Elisabeth Jacobsdr. Bas’, in: Christopher Brown, Jan Kelch en Pieter van Thiel, Rembrandt: de meester & zijn werkplaats (Amsterdam/Zwolle 1991) 322-327 [uitvoerige literatuuropgave op p.322].

Illustratie(s)

  • Portret van Elisabeth Bas, door Ferdinand Bol, ca. 1640 (Rijksmuseum, Amsterdam).
  • Sigarenbandje, ca. 1950 (privécollectie).

Auteur: Els Kloek

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 182

laatst gewijzigd: 13/01/2014