Berg, Betzy Rezora (1850-1922)

 
English | Nederlands

BERG, Betzy Rezora (geb. Aurskog, Noorwegen 16-12-1850 – gest. Vlieland 18-12-1922), schilderes. Dochter van Casper Cristiansen Berg (1828-1914), zakenman en grootgrondbezitter, en Bartha Nordbye (1829-1912). Betzy Berg trouwde op 2-3-1893 in Papendrecht met Gooswinus Gerardus Akersloot (1843-1929), oud-burgemeester van Hoevelaken. Het huwelijk bleef kinderloos.

Betzy Berg werd geboren in een rijke boerenfamilie in het Noorse dorp Aurskog, maar bracht een groot deel van haar jeugd door in Christiana (nu: Oslo). Zij had drie zussen en een broer. Haar vader was boer maar werd grootgrondbezitter en ging, met wisselend succes, in zaken.  Na haar opleiding tot verpleegster vertrok de jonge Betzy, die even ondernemend als gelovig was, naar Finnmark, in het hoge noorden van Noorwegen, waar zij onder primitieve omstandigheden als verpleegster en zendelinge werkte onder de Samen (Lappen).

Omstreeks 1875 sloeg Berg, inmiddels 25 jaar oud, een andere richting in en koos voor de schilderkunst. Ze keerde terug naar Christiana, volgde er cursussen op de Koninklijke Tekenschool en nam les bij onder anderen Otto Sinding, schilder van kustlandschappen en zeestukken. Ook Berg legde zich hierop toe. Haar schilderijen uit deze tijd, gemaakt aan de Noorse kust, zijn naturalistisch-realistisch qua sfeer. Toen Sinding naar München verhuisde, volgde Berg hem daarheen om haar schilderlessen bij hem voort te zetten. Ze bracht er de winters van 1881-1883 door, terwijl ze ’s zomers in Noorwegen werkte.

In de vroege jaren 1880 raakte Berg in Wenen onder de indruk van een stuk van de zeeschilder Hendrik Willem Mesdag. Zij leerde ook de schilder zelf kennen en in de winters van 1886 en 1887 verbleef ze in Den Haag als zijn leerling. Net als hij schilderde Berg de zee bij Scheveningen direct naar de natuur. Haar werk uit deze jaren lijkt sterk op dat van Mesdag, met zijn atmosferisch licht en sobere tinten. Met Mesdag en zijn vrouw Sientje van Houten raakte Berg goed bevriend. Van Houten portretteerde Berg in 1887 en het jaar daarop werkte Berg waarschijnlijk mee aan de restauratie van Mesdags beroemde Panorama. Vervolgens nam Berg in de winters van 1890 en 1891 deel aan de schildersklas van Puvis de Chavannes in Parijs. Landschappen zijn uit deze periode niet bekend, wel twee portretten.

Huwelijk

In het Scheveningse hotel Rauch, waar Mesdag een atelier had, maakte Betzy Berg kennis met Gooswinus Akersloot, sinds 1891 weduwnaar van de eigenaresse van het hotel. Met deze oud-burgemeester van Hoevelaken trad ze in 1893 in Papendrecht in het huwelijk. Na enige omzwervingen vestigde het paar zich in 1896 op Vlieland. Daar kochten ze het oude admiraliteitshuis, dat zij omdoopten in Tromp’s Huys. In de tuin liet Berg een atelier bouwen, met uitzicht op het wad.

Op Vlieland behoorden Berg en Akersloot, die in 1899 werd benoemd tot honorair viceconsul van Noorwegen en Zweden, tot de notabelen. Berg hield er een zondagsschool en leidde een naaikrans voor meisjes waarbij uit de bijbel werd gelezen. Toen prins Hendrik het eiland bezocht, en later ook koningin Wilhelmina, ontving Berg hen in haar huis.

Tegenover het aanzien dat Berg onder de eilanders genoot stond ook een zekere afwijzing vanwege haar onconventionele gedrag. Zo ging ze niet naar de kerk, maar hield thuis bijeenkomsten van de Vergadering van Gelovigen, een op de bijbel gerichte geloofsgroepering, waarvoor regelmatig de evangelist Dirk Rot uit Apeldoorn overkwam. Ook zat zij, gekleed in oliepak en zuidwester, in een speciaal gemaakte houten kist bij weer en wind op het strand te schilderen en jutte ze hout om lijsten van te laten maken. Vele malen legde Berg het strand en de zee rond Vlieland vast, gedetailleerd op grote doeken in haar atelier, maar ook in brede, dikke verfstreken in kleinere olieverfschetsen die zij in de openlucht maakte.

Ook als getrouwde vrouw bleef Betzy Berg ondernemend. Nog steeds ging zij bijna jaarlijks in het voorjaar naar Noorwegen, waar zij de kust soms tot aan Finnmark volgde. Vaak voegde haar man zich in augustus bij haar en reisden ze in de herfst samen terug naar Vlieland. Daarnaast reisde Berg naar Zweden, Duitsland, Engeland, Italië en Frankrijk (waar ze vriendinnen in de kunstenaarskolonie van Grez-sur-Loing bezocht). Soms ging zij alleen, soms met een bevriend amateurschilderes uit Den Haag, Odilia de Vos tot Nederveen Cappel, en soms wellicht ook als gezelschapsdame, om de reis te kunnen bekostigen. Hoewel ook op haar reizen de kust en de zee haar hoofdthema vormden, schilderde Berg sporadisch stads- en dorpsgezichten en zo nu en dan een menselijke figuur. Tevens legde zij enkele historische gebeurtenissen vast, zoals de intochten van Wilhelmina en Hendrik op Vlieland en het overtrekken van Duitse zeppelins op weg naar Engeland tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

In 1921 maakte Betzy Berg haar laatste reis naar Italië en Frankrijk. Zij stierf thuis, op 18 december 1922, en werd op Vlieland begraven.

Waardering

Betzy Berg nam regelmatig deel aan de Herfsttentoonstellingen in Christiana en verschillende tentoonstellingen van Levende Meesters in Nederland. Ook exposeerde zij in Parijs (Salon en Wereldtentoonstelling), Kopenhagen, München, Antwerpen, Praag en Stockholm. In een tijd waarin het voor vrouwen zeer ongebruikelijk was zeestukken te schilderen, werd haar werk over het algemeen positief ontvangen. Tegenwoordig wordt haar oeuvre gekenschetst ‘als technisch en artistiek onevenwichtig’ (Bell, 83).

Berg leefde van de verkoop van haar werk, al werd zij aanvankelijk waarschijnlijk ook door haar vader gesteund. Enkele malen kreeg zij een studiebeurs. Ook na haar huwelijk met Gooswinus Akersloot, een welgesteld man, verkocht ze nog de nodige schilderijen. Mogelijk waren sommige kleintjes, met de woorden ‘Copy Right’ op het spieraam, bedoeld als souvenir (Bell, 53-54). Er zijn aanwijzingen dat Akersloots kapitaal op een gegeven moment zodanig was geslonken dat de opbrengst van Betzy’s werk wel degelijk nodig was om het huishouden draaiende te houden.

 

In 1960 werd Tromp’s Huys als museum opengesteld. Hier zijn meer dan tweehonderd schilderijen en andere bezittingen van Betzy Berg te zien. Haar geboorteplaats Aurskog wijdde in 1996 een tentoonstelling aan de kunstenares.

Naslagwerken

Elck zijn waerom; Petteys; Saur; Scheen; Thieme; Waller.

Archivalia

Tromp’s Huys, Vlieland, bezit kopieën van brieven, notities etc. Een aantal brieven is  gepubliceerd in Gerritsma 2000.

Werken

Er zijn meer dan 300 schilderijen, 130 tekeningen en enkele etsen bekend. De grootste collectie van Bergs werk bevindt zich in Tromp’s Huys, Vlieland (zie Wright 1980). Zo’n tachtig schilderijen bevinden zich in openbare en privécollecties in Noorwegen.

Literatuur

  • Catalogi van tentoonstellingen van Levende Meesters, gehouden in diverse plaatsen in de jaren 1888-1907 (zie ook RKD, Tentoonstellingsdocumentatie Levende Meesters).
  • Mw. B. Akersloot-Berg. Tentoonstelling van schilderijen, maart 1917, Kunsthandel J.J. Biesing, Den Haag.
  • A.D. Wumkes, ‘Het Trompshuys op Vlieland en Betzy Rezora Akersloot-Berg’, It Beaken. Tydschrift fan de Fryske Akademy 24 (1962) 232-247.
  • C. Hollema, De Noors-Nederlandse zeeschilderes Betzy Akersloot-Berg (1850-1922), geplaatst tegen de achtergrond van de algemene maatschappelijke positie van vrouwen in de 19e begin 20e eeuw (doctoraalscriptie, Universiteit van Amsterdam 1979).
  • A.D. Wumkes, Betzy Akersloot-Berg (Vlieland 1980; 1ste dr. 1963).
  • Chr. Wright, Paintings in Dutch museums (Londen 1980) 4-5.
  • C. Hollema, ‘Talent is niet genoeg. Kunstenaressen in Nederland rond 1900. De schilderes – Betzy Akersloot-Berg – een uitzondering?’, Jaarboek Vrouwengeschiedenis 3 (1982) 11-35.
  • M. Gerritsen-Kloppenburg en H. Coppes, De kunst van het beschutte bestaan: vijf schilderessen aan het begin van deze eeuw: Thérèse Schwartze, Betzy Rezora Berg, Jacoba van Heemskerck, Ans van den Berg, Betsy Osieck (Heerlen 1991).
  • B. Bell, Betzy Akersloot-Berg 1850-1922. Zeeschilderes (Franeker 2000) [met uitgebreide bibliografie, incl. Noorse lit.].
  • N. Gerritsma, ‘Betzy Akersloot-Berg (1850-1922)’, Tien Eeuwen Eylandt Flielandt 10 (2000) nr. 2, 1-40.
  • E. Reitsma, Het huis van de kunstenaar. Herinneringen aan een leven (Amsterdam 2001) 91-95.
  • M. Douma en M. de Haan, Olieverf, penselen en zeewater: de schildersvrienden Betzy Akersloot-Berg, Hendrik Willem Mesdag en Sientje Mesdag-van Houten (Zwolle 2010) 6-34.
  • H. Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen, Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum 2012), 90, 91, 144, 145, 210.

Illustratie

In de kist aan het strand van Vlieland, door onbekende fotograaf, ongedateerd (coll. Museum Tromp’s Huys, Vlieland).

Auteur: Marloes Huiskamp

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 783

laatst gewijzigd: 13/01/2014